Zaterdag 21/09/2019

Wereldoorlog II

Zo begon WO II: Nepnieuws over Poolse aanval op Duitse zendmast was lont in het kruitvat

Duitse soldaten breken de fysieke grens met Polen af op 1 september 1939. Beeld BELGAIMAGE

Een overval op een Duitse zendmast, in scène gezet door SS'ers: die ‘provocatie’ door Polen moest de rechtvaardiging vormen voor het begin van de Tweede Wereldoorlog, tachtig jaar geleden. Nepnieuws dus, of beter: mislukt nepnieuws. Maar wel met een echte dode.

“Opgepast, hier spreekt Radio Gliwice. De zendmast is in Poolse handen.” Dit bericht zond de zendmast van de Duitse stad Gleiwitz (Pools: Gliwice) uit, in het Pools. Het was 31 augustus, morgen tachtig jaar geleden. Het was nepnieuws. In werkelijkheid had een groep SS'ers, vermomd als Poolse partizanen, het radiostation overrompeld. Om het bericht geloofwaardig te maken, executeerden ze een meegebrachte Poolse gevangene die aan de opgetrommelde pers werd getoond nadat de ‘overvallers’ waren verdreven. Een paar uur later viel nazi-Duitsland Polen binnen.

Het nieuws uit Gleiwitz was bedoeld om de publieke opinie in eigen land warm te maken voor de oorlog, maar ook voor Frankrijk en Groot-Brittannië. Deze landen hadden beloofd Polen bij te staan in het geval van een Duitse aanval. Als de Britten en Fransen echter zouden geloven dat Polen zelf de agressie had uitgelokt - zo hoopte Hitler - zouden Londen en Parijs een reden hebben om zich afzijdig te houden.

Zygmunt Szymiczek herinnert zich heel goed hoe belangrijk de radio was in een wereld zonder televisie en internet. Hij woont nog altijd in Glorzyny (Duits: Glasin), een dorpje ten zuiden van Gliwice. Voor de oorlog lag het pal aan de grens. Hij was zestien toen de Duitsers binnenmarcheerden en hij met zijn vader en moeder aan de radio zat gekluisterd. “Het enige wat we nog hoorden, was ‘Uwaga przeszli’ (Opgepast, ze zijn gepasseerd) met daarna een nummer. Dat waren codes van het Poolse leger.”

Gepasseerd waren de Duitsers die Polen steeds dieper binnendrongen. Zygmunt zag hun wagens en zijspanmotoren door het dorp rijden. Een eindje verderop kwam het tot een schietpartij. “Een Poolse soldaat ging op een veranda zitten. Van daar nam hij een groep Duitsers onder vuur.” Het was dag één van wat later de Tweede Wereldoorlog zou blijken.

Spanning in grensregio

Aan de vooravond van het conflict was de spanning in de grensregio om te snijden. “De buurman die bij de grenswacht werkte, vertelde dat Duitse soldaten zich verborgen hielden in de korenschoven op het land”, vertelt de 96-jarige in Silezisch Pools doorspekt met Duitse woorden.

Het mijngebied Opper-Silezië was na de Eerste Wereldoorlog opgedeeld tussen Polen en Duitsland. Ook de Sileziërs zelf waren verdeeld over de vraag bij welk land ze hoorden. Szymiczeks vader vocht mee in de Silezische opstand tegen de Duitsers. Hij wijst naar het westen en noemt achternamen van families die een paar honderd meter verderop woonden. “Die waren van Duitse ziel. Wij waren van Poolse ziel.”

Wie van Duitse ziel was, luisterde Radio Gleiwitz. Wie voor Polen koos, stemde af op Katowice, de grootste stad aan de Poolse kant van de grens. Beide kanten bestookten elkaar met propaganda en spotternij. “Op zondagavond was er altijd een programma van Kocynder. Iedereen luisterde.” Kocynder was een satirisch anti-Duits maandblad.

Szymiczek grijnst als hij een liedje uit zijn geheugen ten beste geeft. “De kunstschilder had alles gereed. Een penseel in zijn broek en verf in zijn reet.” Dit portret van de Führer - Hitler was kunstschilder - kon veel mensen van Duitse ziel natuurlijk niet bekoren. Ook niet in Szymiczeks eigen familie, die - zoals alle families in Opper-Silezië - verdeeld was over het nationaliteitenvraagstuk. “Hetzer (opruiers) noemde mijn neef die cabaretiers altijd.” De neef was van Duitse ziel en woonde aan de andere kant van de grens.

Szymiczek herinnert zich nog goed hoe in hun dorp veteranen uit de Eerste Wereldoorlog, Sileziërs van Duitse ziel, de binnenmarcherende Wehrmacht welkom heetten met de rechterhand omhoog: “Heil alte Kameraden!” Opnieuw grijnst hij. “Een van die Duitse soldaten op een motor maakte een afwerend gebaar, dat ze moesten ophouden. Die had het blijkbaar niet zo begrepen op Hitler.”

Maar een soldaat werd niet naar zijn mening gevraagd. Ook Sileziërs niet. Zodra ze achttien waren, werden ze in het Feldgrau (grijsgroen uniform) gehesen, of ze nu van Duitse ziel waren of van Poolse ziel zoals Szymiczek, die prompt naar het oostfront werd gedirigeerd. Na lange omzwervingen tot aan de Kaukasus keerde hij uitgemergeld en gewond terug. Eenmaal opgekalefaterd, weigerde hij nog een keer naar het oosten te vertrekken.

De zendmast in de Duitse stad Gleiwitz. SS'er Alfred Naujocks vertelde later het verhaal van de schijnoverval hierop. Beeld Getty Images

“Ik hield stug vol dat Sileziërs niet naar het oostfront hoefden. Ze brachten me tot in het hoofdkwartier.” En weer is er die schalkse glimlach. “Uiteindelijk kreeg ik mijn zin.” Welbegrepen Duits belang kan hier ook een rol hebben gespeeld, want veel Sileziërs waren geen trouwe vechtersbazen. Tijdens de oorlog liepen velen over naar de geallieerden, waar ze de rangen van het Poolse leger versterkten.

Szymiczek werd naar Noorwegen gestuurd, waar hij de oorlog uitzat met het maken van muziek en cabaret. Hij belandde in een geallieerd krijgsgevangenenkamp. Daar kreeg hij de keuze: naar Amerika of terug naar Polen. Hij koos voor dat laatste, maar thuis was alles veranderd. De grens met Duitsland lag opeens driehonderd kilometer naar het westen. Het nieuwe Polen werd omgevormd tot een socialistische dictatuur naar Sovjet-model.

Verkeerde zendmast

De Gleiwitz-provocatie van zes jaar daarvoor was verdwenen achter alle oorlogsherinneringen. De in scène gezette bestorming van het radiostation was in het diepste geheim voorbereid. Zo geheim dat de SS'ers die verkleed als Poolse opstandelingen de actie uitvoerden zich niet goed hadden geïnformeerd en de verkeerde zendmast bestormden. Vier kilometer verderop stond er nog een en daar bevond zich de studio voor uitzendingen.

“Ze gaan naar binnen, kijken rond, maar waar is de microfoon?” vertelt Kamil Kartasinski. Hij is historicus en werkt in het regionale museum waar de zendmast deel van uitmaakt. Er is alleen een microfoon om luisteraars te waarschuwen voor naderend onweer. Nadat het ding is aangesloten klinken welgeteld negen woorden in het Pools: “Opgelet, hier spreekt Gliwice. Het radiostation is in Poolse handen.” Daarna valt de ether stil.

“Het is een raadsel waarom”, zegt Kartasinski. Een technische storing, of sabotage door een medewerker die geloofde dat hij door Poolse overvallers onder schot werd gehouden? Het nieuws dringt pas door als Radio Berlijn het uitzendt om tien uur 's avonds. “Een paar uur later breekt de oorlog uit en gaat het bericht ten onder in de stroom berichten van het front.”

Mislukt nepnieuws dus. Maar wel een echte dode. Zijn naam was Franciszek Honiok. Net als de vader van Szymiczek had hij meegevochten in de Silezische opstand van 1921 tegen Duitsland. Daarmee was hij de ideale kandidaat om als ‘conserve’ te dienen, zoals dat in gestapo-termen heette. Hij werd van huis ontvoerd, volgespoten met verdovende middelen en geëxecuteerd bij de zendmast. De zogenaamd gesneuvelde Honiok werd aan de lokale pers getoond als bewijs dat het Polen waren die de overval hadden uitgevoerd.

De wereld zou waarschijnlijk nooit van de Gleiwitz-provocatie hebben gehoord als Alfred Naujocks, de SS'er die de actie leidde, de oorlog niet had overleefd. Als oorlogsmisdadiger - onder meer wegens misdaden gepleegd in België - verscheen hij voor het tribunaal in Neurenberg, waar hij het verhaal vertelde. Althans een deel van het verhaal, want de actie blijft met raadsels omgeven.

Voor Gliwice is het de belangrijkste toeristische attractie. De zendmast is niet alleen het hoogste houten bouwwerk ter wereld, maar ook de plek waar de Tweede Wereldoorlog een beetje begon; hier viel het eerste dodelijke slachtoffer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234