Donderdag 24/09/2020

AchtergrondContact tracing

Waarom de contactspeurderij zo mank loopt

Contactonderzoekers aan het werk.Beeld Tim Dirven

Eerst waren er te weinig, nu zijn er plots te veel contactspeurders. En hoewel we straks vijftien personen per week mogen zien, kunnen de speurders maar tien mensen in hun systeem invoeren. Waarom loopt het systeem toch zo mank? 

Het leek wel de processie van Echternach. Toen de Vlaamse contact tracers, in Vlaanderen contactspeurders genoemd, op 11 mei eindelijk van start gingen, was er al heel wat water naar de zee gevloeid. Nochtans waren alle experts ervan overtuigd dat het opsporen van mogelijk besmetten essentieel was om enerzijds uit de lockdown te kunnen komen en anderzijds een eventuele tweede golf de baas te kunnen.

Maar het liep al fout van in het begin. Door problemen met de openbare aanbesteding liep de aanwerving van de speurders vertraging op. Uiteindelijk kwam er een consortium van zes commerciële callcenters die samen met de ziekenfondsen de klus konden klaren. Er werd 100 miljoen gebudgetteerd voor de aanwerving van 1.200 tracers. Na een weekje proefdraaien gingen de eerste contactspeurders op 11 mei officieel van start.

Nog geen week later bleken er al kinderziekten: er waren vragen over de privacy van de data en er doken verhalen op van mensen die meerdere keren gecontacteerd werden. Dat laatste werd geweten aan enkele technische mankementjes.

Beeld Tim Dirven

Eind mei bleek dan dat de contactspeurders eigenlijk vooral met de vingers zaten te draaien. Ze pleegden gemiddeld 1,3 telefoontjes per dag, bleek uit cijfers van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Het liep voor geen meter. Opgebelde mensen bleken ook helemaal niet happig om namen door te geven van hun contacten. Niemand is er graag de oorzaak van dat de ander voor twee weken in quarantaine moet.

En er waren nog kleine technische problemen: de software in de contactcenters kan niet meer dan tien contactpersonen per besmette patiënt registreren. En wie een telefoon van een contactspeurder gemist heeft of na het telefoontje nog iets wil toevoegen, kan nu ook niet terugbellen. 

Flop?

Het doet vooral het beeld opdoemen dat de hele contact tracing een serieuze flop is. Maar dat is volgens Joris Moonens, woordvoerder van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, veel te kort door de bocht. “Laat ons zeggen dat het vooral de media zijn die focussen op wat er fout loopt”, zegt hij. “Uit onze cijfers blijkt wel degelijk dat we een groot bereik hebben. We bereiken niet iedereen, dat klopt, maar dat zal wellicht nooit het geval zijn. Nu zitten we aan een bereik van 50 à 60 procent, wat heel behoorlijk is. U mag niet vergeten dat dit de grootste vorm van contact tracing ooit is in ons land.”

Over de technische foutjes kan hij kort zijn. Daar wordt aan gewerkt. Door de snelheid waarmee het systeem op poten is gezet, was het keuzes maken. De komende dagen volgt een update van het systeem.

De contactspeurders worden overigens ook afgebouwd. Hoewel ze oorspronkelijk door de GEES op 1.200 geraamd werden voor Vlaanderen, zijn er nooit meer dan 735 aangeworven. En worden ze nu afgebouwd naar 150. Dat moet ruim voldoende zijn, meent Moonens. “De oorspronkelijke raming van 1.200 ging uit van de aanname dat er meer dan 1.000 besmettingen per dag waren, waarvan 600 in Vlaanderen. Nu zitten we aan minder dan 100 per dag.”

Volgens de experts van de GEES zou een gesprek met één contactpersoon snel een uur duren. Maar in de praktijk duurt het volgens Moonens slechts een kwartier à twintig minuten. Waardoor er dus minder volk nodig is. Onder de 150 wil het Agentschap niet gaan, want als er nieuwe opflakkeringen zijn, moet er wel meteen geschakeld kunnen worden. “Ja, we kunnen dan weer opschalen. En dan is het belangrijk dat we ook de knowhow die men nu heeft opgebouwd, niet helemaal weggooien. We hebben er alle vertrouwen in dat de callcenters waarmee we samenwerken snel meer volk kunnen aantrekken als dat nodig is.”

Wel wil Moonens benadrukken dat de medewerking van de burger erg belangrijk is. “Je mag nog het beste systeem ever hebben, als de burger niet wil opnemen of geen contacten wil doorgeven, dan kun je weinig doen. Daarom komt er ook een sensibiliseringscampagne, om mensen op te roepen mee te werken. Maar het systeem werkt zeker naar behoren.”

Teams per wijk

Het is een uitleg waar niet iedereen van overtuigd is. Professor huisartsgeneeskunde aan de UAntwerpen Roy Remmen en Anne Delespaul, huisarts bij het Geneeskunde voor het Volk in Deurne, stellen een heel ander systeem voor. Volgens hen is het systeem van de Vlaamse overheid door haar dure keuze voor commerciële callcenters niet in staat om de opdracht goed te vervullen. 

“Wat we nodig hebben, zijn preventieve coronateams per wijk, die mensen niet alleen controleren, maar hen ook helpen bij de praktische problemen”, stelt Delespaul, die verwijst naar een eerder advies van de GEES die het ook had over een wijkgebonden aanpak. “We hebben in onze eigen praktijk gemerkt dat mensen die positief testen ook met veel vragen en angsten zitten. Samen met hen bekeken we hoe we ervoor konden zorgen dat het virus zich zeker niet verspreidt, maar we vroegen hen ook hoe ze zich voelden en of ze hulp nodig hadden. Om boodschappen te doen bijvoorbeeld.”

Het gaat om vertrouwen opbouwen, meent de huisarts. Dat ontbreekt bij een kille telefoon vanuit een callcenter volledig. “Nu ligt de nadruk volledig op controle. En focussen we ons ook op een deel van het verhaal; met wie had iemand contact? De vraag moet ook zijn; hoe is die mens besmet geraakt? Zo kan je clusters opsporen. Dat is hoe men het in Duitsland aanpakt.”

Beeld Tim Dirven
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234