Donderdag 01/10/2020

Wetenschap en politiek

Politici vinden wetenschap prima, tenminste als die hen gelijk geeft

Zodra wetenschappelijke studies niet aansluiten bij het partijprogramma, kijken politici snel de andere kant op.Beeld sven franzen

Het getouwtrek rond de praktijktests toont aan hoe de wetenschap al te vaak de dienstmaagd is van de politieke besluitvorming. Onafhankelijke expertise wordt voor de kar gespannen van een ideologisch ingegeven keuze, of genegeerd als ze ongelegen komt.

Na een crisisberaad binnen de Vlaamse regering staan de violen weer gestemd. Er komen geen praktijktests om discriminatie op te sporen, maar wel een ‘academisch monitoringsysteem’. Het is aan academici om een voorstel te doen, aldus minister-president Jan Jambon (N-VA). Door mogelijke discriminatie in handen van de wetenschap te duwen, is de vis vakkundig verdronken. Academische monitoring is er immers al genoeg: talrijke publicaties geven aan dat discriminatie een reëel probleem is bij sollicitaties, verhuur van woningen, en zelfs bij de verkoopsservice in de winkelstraat. En de auteurs van die studies zijn het erover eens dat praktijktests de juiste aanpak zijn.

Dat punt maakte ook Vlaams Parlementslid Sihame El Kaouakibi (Open Vld) in een interview in deze krant: “Hoeveel statistieken en wetenschappelijk onderzoek hebben we nog nodig om dat te gaan geloven en in actie te schieten?” De Vlaamse regering hoeft niet te wachten op wetenschappelijke indicaties – tenzij natuurlijk de regering er bewust voor kiest om te wachten, los van wat de wetenschap zegt.

Met het debacle rond de praktijktests kunnen we een idee schrappen dat tijdens de coronacrisis gretig ingang vond: dat wetenschappelijke expertise haar plaats in het beleid heroverd had. De noodzaak aan inzichten en advies van virologen en epidemiologen had – zo ging de redenering – onweerlegbaar aangetoond dat wetenschappelijke evidentie de basis van ons beleid moet vormen. De wens bleek hier de vader van de gedachte. Vrijgegeven rapporten en verslagen van taskforces en expertengroepen allerhande leerden ons intussen dat de adviezen van de wetenschappers – die overigens verre van altijd op dezelfde lijn zaten – bij momenten vlotjes in de wind geslagen werden.

Dat hoeft op zich niet te verbazen. In een democratie ligt de beslissingsmacht bij de verkozen leiders. Als zij enkel maar zouden moeten overschrijven wat niet-verkozen experts hen dicteerden, kunnen we net zo goed een technocratie installeren. Opvallend is wel dat politici de vrijheid opeisen om afstand te nemen van wetenschappelijk advies, maar het omgekeerde minder vanzelfsprekend vinden. Toen viroloog Marc Van Ranst kritiek uitte op de testcriteria, reageerde minister van Volksgezondheid Maggie De Block: “Als men aan tafel zit en u komt tot een compromis, dan vind ik dat u dat ook moet verdedigen.”

Viroloog Marc Van Ranst.Beeld Tim Dirven

Verticaal geklasseerd

De praktijktests zijn hetzelfde lot beschoren als de beslissingen in het beheer van de coronacrisis: door de wetenschap mee in bad te trekken, wordt enigszins weggemoffeld dat de politiek aan de touwtjes trekt en verantwoordelijk is. Ook wanneer er niks gebeurt. Vooral wanneer er niks gebeurt.

Veelzeggend is in dat verband de receptie van het wetenschappelijk onderzoek rond discriminatie dat eerder al gebeurde. VUB-professor Pieter-Paul Verhaeghe heeft verscheidene studies op zijn naam staan. Onderzoek van Verhaeghe in Gent, waarover De Morgen vorige week berichtte, gaf bijvoorbeeld aan dat praktijktests wel degelijk werken om discriminatie op de huurmarkt terug te dringen. Verhaeghe verwacht dan ook dat de resultaten van de aangekondigde ‘academische monitoring’ erg voorspelbaar zullen blijken: experts zullen de regering adviseren om praktijktests uit te voeren.

Toen Verhaeghe in 2018 cijfers naar buiten bracht over discriminatie bij verhuur in Antwerpen, reageerde regeringspartij N-VA als een wesp gestoken. Minister van Wonen Liesbeth Homans noemde de conclusies “grotesk”. Antwerps schepen Fons Duchateau gooide er een ad hominem bovenop: hij linkte Verhaeghe aan PVDA, waardoor volgens Duchateau twijfels rezen over de kwaliteit van de studie. Het is een argument dat kant noch wal raakt – dat een onderzoeker een bepaalde politieke band zou hebben, wil niet zeggen dat het onderzoek niet goed uitgevoerd is – maar de toon was gezet, en de resultaten werden verticaal geklasseerd.

Er is ook het onderzoek van de Gentse econoom Stijn Baert. Zijn werk bood de voorbije jaren enkele partijen van de regering-Michel wetenschappelijke munitie om bijvoorbeeld de werkloosheidsuitkeringen sneller te laten dalen. Daardoor zouden werklozen sneller geprikkeld worden om weer aan het werk te gaan.

Baerts onderzoek werd door partijen als Open Vld en N-VA gebruikt om hun eis voor een sneller dalende werkloosheidsuitkering kracht bij te zetten. De impliciete redenering: de wetenschap had aangetoond dat die zogenaamde degressiviteit slim en efficiënt was, dus was het niet meer dan logisch dat de regering die maatregel zou doorvoeren.

Naar de aanbeveling van ­econoom Stijn Baert om de werkloosheidsuitkeringen sneller te laten dalen hadden sommige partijen wel oren, naar die voor praktijktests minder.Beeld Gregory Van Gansen / Photo News

Maar diezelfde Stijn Baert heeft ook onderzoek afgewerkt dat concludeert dat discriminatie op de arbeidsmarkt reëel en significant is. Zijn beleidsaanbeveling: voer praktijktests in. “Wie praktijktests nu nog weigert, legt zich neer bij discriminatie”, liet Baert optekenen in een opiniestuk bij VRT NWS.

Die suggestie vond dit keer minder gretig aftrek bij de partijen die anders met veel plezier Baert als expert naar voren schoven. Vanwaar die tegenzin? Komt dat omdat het onderzoek van Baert over discriminatie niet deugt? Of omdat zijn conclusies en beleidsaanbevelingen niet passen bij wat bepaalde beleidsmakers zelf willen?

Vals aura

Een en ander toont hoe de wetenschap al te vaak misbruikt wordt om politieke eisen een vals aura van wetenschappelijk onderbouwd, evidence-based beleid te geven. Expertise wordt vaak maar geapprecieerd in zoverre onderzoeksresultaten onderstutten wat politici sowieso al eisten. Zodra wetenschappelijke studies niet aansluiten bij het partijprogramma, kijken politici snel de andere kant op.

Ook bij financieel beleid kunnen experts maar beter niet te veel misbaar maken. De federale regering-Michel kon maar moeilijk verkroppen dat haar begrotingsplannen bij herhaling neergesabeld werden door het Monitoringcomité, een groep topambtenaren die omwille van hun expertise net gevraagd wordt om de begrotingsinspanningen in de gaten te houden. Op zeker moment had de regering er genoeg van dat haar werk telkens weer gecorrigeerd werd. Verscheidene ministers suggereerden dat het Monitoringcomité maar beter afgeschaft kon worden. Zover kwam het uiteindelijk niet, maar duidelijk was wel dat kritische begrotingsexperts veeleer als lastposten gezien werden dan als een hulp om de staatsfinanciën in het gareel te houden.

Nog een voorbeeld: het rekeningrijden. Vijftien jaar lang beloofden Vlaamse regering om een systeem van kilometerheffing te laten onderzoeken, zelfs wanneer er eigenlijk al voldoende onderzoek was. En toen vorig jaar de resultaten van een nieuwe studie uitlekten, was de schampere commentaar van bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) over een mobiliteitsexpert die voor de kilometerheffing gewonnen was: “Als je zo’n medestander hebt, heb je je tegenstanders niet meer nodig.”

Terwijl de waarheid heel eenvoudig was. N-VA wou niet de partij zijn die de Vlaming de vrijheid afneemt om in de auto te springen en het land rond te rijden. Zelfs als dat betekent dat die Vlaming met een slakkengang voorttuft op de ring rond Brussel. N-VA – en bij uitbreiding de verzamelde Vlaamse regering – had evenmin zin om vlak voor de verkiezingen een belasting aan te kondigen die voor veel werkende Vlamingen zou neerkomen op een significante belastingverhoging, tenzij ze hun rijgedrag zouden aanpassen.

Het is niet ongeoorloofd om die politieke overweging te maken. Net zoals een partij mag zeggen: we weten dat discriminatie bestaat, we weten dat er Vlamingen zijn die er voor kiezen om niet te verhuren of geen job aan te bieden aan nieuwe Belgen, homo’s of gehandicapten, we weten dat dat een misdrijf is – en toch gaan we geen extra effort doen om daartegen op te treden. Of die keuze juist dan wel eerbaar is, kan de kiezer in het stemhokje beoordelen. Maar met wetenschap heeft die keuze alleszins weinig te maken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234