Dinsdag 22/10/2019

Politiek Verkiezingen

Hoe worden de stemmen geteld en wie krijgt een zetel? Alles wat u moet weten over de verkiezingen

Beeld Eric de Mildt

Op 26 mei moeten we opnieuw gaan stemmen voor de federale, Vlaamse en Europese verkiezingen. Maar hoe wordt er nu bepaald hoeveel zetels elke partij krijgt, en vooral: wie mag in het parlement gaan zitten? Wij leggen het voor u uit.

Hoeveel zetels zijn er?

Zetels in het parlement worden uitgedeeld via een kieskring. Het aantal zetels in de kieskring hangt af van het aantal inwoners. 

Voor de Vlaamse verkiezingen vormen de kieskringen de provincies, samen met de kieskring Brussel-Hoofdstad. De Brusselaars mogen 6 parlementsleden kiezen, daarna volgen Limburg (16), Vlaams-Brabant (20), West-Vlaanderen (22), Oost-Vlaanderen (27) en Antwerpen (33), samen goed voor 124 Vlaamse parlementsleden.

Ook voor de Kamer wordt er overal per provincie en apart in Brussel gestemd sinds de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Er zijn in totaal dus elf kieskringen, gaande van Luxemburg (4 volksvertegenwoordigers) tot Antwerpen (24). Van de 150 Kamerleden zijn er zo 87 uit de Vlaamse provincies, 48 uit de Waalse en 15 uit Brussel. 

In het Waals gewest stemmen ze voor hun regionaal parlement per arrondissement. Alle Brusselaars moeten voor het Brussels parlement dan weer eerst tussen de Franstalige lijsten (72 zetels) of de Nederlandstalige lijsten (17 zetels) kiezen. Er is maar één kieskring, Brussel zelf.

Europees stemmen we per taal via het Nederlandstalige, Franstalige of Duitstalige kiescollege. Nederlandstaligen in Vlaanderen en Brussel mogen in totaal twaalf kandidaten kiezen, Franstaligen in Wallonië en Brussel acht, Duitstaligen één, samen goed voor 21 Belgische zetels.

Hoe worden de zetels verdeeld?

Om te bepalen hoeveel zetels elke lijst krijgt, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde methode-D’Hondt, bedacht door de 19de-eeuwse wetenschapper Victor D’Hondt. Het Belgische systeem wordt trouwens in heel veel landen over de wereld gebruikt. Het telsysteem bevoordeelt grotere partijen, met als doel versnippering tegen te gaan.

Enkel de partijen die boven de kiesdrempel van 5 procent zitten, worden meegenomen. Allereerst wordt per lijst het stemcijfer bepaald: dat is het totaal aantal geldige stembiljetten waarop een stem voor de lijst en/of voor de kandidaten van die lijst is uitgebracht in een bepaalde kieskring. Voorkeurstem of lijststem maakt daarvoor niet uit.

Daarna wordt dat cijfer gedeeld door 1, 2, 3, 4, 5, 6, enzovoort. De uitkomsten worden in een tabel geplaatst, en de hoogste uitkomsten winnen telkens een zetel. Er wordt verder gedeeld tot alle zetels van die kieskring op zijn. Is de uitkomst van een deling gelijk, dan gaat de eerstvolgende zetel naar de lijst met het hoogste stemcijfer.

Een voorbeeld: partij A krijgt in totaal 400 stemmen, partij B 300, partij C 200 en partij D 100. Er zijn 25 zetels te verdelen. 

Partij A krijgt uiteindelijk tien zetels, partij B acht, partij C vijf en partij D twee.

Hoe wordt nu precies bepaald wie verkozen is op een lijst en wie niet?

Nadat duidelijk is geworden hoeveel zetels elke lijst krijgt, kan het verdelen binnen elke lijst beginnen. Hier spelen de voorkeurstemmen pas een rol, al doen ze dat veel minder dan bij de gemeenteraadsverkiezingen. Belangrijk bij de parlementsverkiezingen blijft sowieso de plaats op de lijst. Wie hoger staat en minder eigen voorkeurstemmen heeft, kan langer dan bij de gemeenteraadsverkiezingen profiteren van de pot aan lijststemmen.

Volgt u even mee aan de hand van het voorbeeld van de N-VA-lijst voor het Vlaams parlement in Antwerpen in 2014, toen de partij daar 36,46 procent en 14 van de 33 zetels haalde.

Eerst wordt het stemcijfer van de lijst vastgelegd. Dat is de som van alle stembiljetten waarop een geldige stem voor die lijst of een of meerdere kandidaten op die lijst is uitgebracht. In het voorbeeld zijn dat er 411.001: 173.319 mensen hebben enkel de lijst gekozen, 237.682 mensen hebben een of meerdere voorkeurstemmen gegeven, 6.911 daarvan enkel een opvolger.

Het aantal stemmen uit de pot die verdeeld mogen worden onder de kandidaten, krijg je door het aantal lijststemmen en mensen die enkel opvolgers hebben aangeduid, te delen door twee. Een lijststem wordt dus maar voor de helft meegeteld (bij de gemeenteraadsverkiezingen is dat zelfs maar een derde, wat dus daar meer gewicht geeft aan de eigen voorkeurstemmen). Dat geeft (173.319 + 6.911)/ 2 = 90.115 te verdelen stemmen. Getallen worden altijd naar boven afgerond.

Beeld Eric de Mildt

Nu hebben we nog het verkiesbaarheidscijfer nodig: het aantal stemmen dat iemand nodig heeft om verkozen te geraken. Dat krijg je door het stemcijfer te delen door het aantal zetels + 1. In ons geval dus: 411.001 / 15. Dat geeft het cijfer 27.401.

Nu kan het verdelen beginnen. We beginnen bovenaan met kandidaat 1. Eerst kijken we hoeveel eigen voorkeurstemmen hij of zij heeft. Daar worden dan, indien nodig, stemmen uit de pot aan toegevoegd tot de kandidaat aan het verkiesbaarheidscijfer komt. Blijft er nog iets over, dan gaat die overschot naar kandidaat 2, enzovoort, tot de pot leeg is.

Liesbeth Homans haalde 163.502 voorkeurstemmen, ruim genoeg dus om verkozen te zijn. Hetzelfde voor kandidaten twee en drie, Kris Van Dijck en Annick De Ridder. (lees verder onder de tabel)

Pas vanaf kandidaat vier, Marc Hendrickx, komen de stemmen uit de pot in het spel. Met zijn 12.695 stemmen heeft hij er nog 14.706 nodig om aan 27.401 te komen. Ook hij is dus verkozen.

Er blijven zo nog 75.409 stemmen in de pot over, die naar de volgende op de lijst gaan, Paul van Miert. Dat gaat zo nog even door tot aan nummer negen, Peter Wouters. Hij heeft zelf 8.229 stemmen behaald, en neemt de laatste 12.176 uit de pot om op 20.405 te eindigen. 

Alle kandidaten onder hem moeten het nu via hun eigen voorkeurstemmen doen: aangezien de pot leeg is, is hun ‘uiteindelijke stemmenaantal' hetzelfde als hun voorkeurstemmen. 

Om te weten wie een van de veertien zetels krijgt, volstaat het tot slot het rijtje ‘uiteindelijke stemmen’ van hoog naar laag te rangschikken. De veertien eersten zijn dan verkozen. 

Vijf kandidaten zijn in dit geval via hun eigen voorkeurstemmen verkozen. Jan Van Esbroeck en Sofie Joosen, die op plaats tien en elf stonden, konden mee profiteren van hun relatief hoge plaats op de lijst. Tine Van der Vloet behaalde vanop de zeventiende plaats veel meer voorkeurstemmen dan de kandidaten boven haar, en is ook op eigen kracht verkozen. Tot slot zijn ook de lijstduwer en de kandidaat erboven gemakkelijk verkozen. De lijstduwersplaats geeft sowieso nooit recht op stemmen uit de pot, maar is wel een zichtbare en gaat dan ook vaak naar populaire kandidaten die de lijst willen steunen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234