Vrijdag 18/10/2019
Clem Vanhee in zijn werkruimte.

Reportage

De unieke messen van Clem Vanhee

Clem Vanhee in zijn werkruimte. Beeld Kevin Faingnaert

Clem Vanhee van Atelier 185 is de enige messenmaker in België die zijn eigen damaststaal fabriceert. Wij zagen hem van ruw staal en een onbewerkt stuk hout prachtige keukenmessen maken: een messcherpe stiel.

Een steekvlam schiet de hoogte in. Donkere rook verspreidt zich over het atelier. Clem heeft zonet een gloeiend heet lemmet uit de oven gehaald en in een vat olie gedompeld om het materiaal te harden. Het ruikt er naar heet staal en verbrande olie. Ik waan me in een scène van Game of Thrones, waar ambachtslui messen en zwaarden smeden om ten oorlog te trekken tegen het leger des doods. Want messen maken is nog steeds een ambacht waar de tradities hoog in het vaandel worden gedragen. Waar de technieken de voorbije honderden jaren amper zijn veranderd, al is anno 2019 ook hier sprake van hightech ovens en prachtig materiaal om het staal te bewerken.

Spectaculair: het staal wordt gehard in een vat olie. Beeld Kevin Faingnaert

Clem Vanhee is uniek in België: hij is de enige in het vak die zelf zijn damaststaal fabriceert. Die samenstelling van nikkel- en mangaan gelegeerd gereedschapsstaal is bijzonder geschikt om messen te maken. Bovendien zorgt de combinatie voor een mooi kleurencontrast. “Ik ben de enige professionele, ambachtelijke messenmaker-smid in dit land en daar ben ik best trots op”, vertelt hij met de glimlach. “Er zijn uiteraard nog andere messenmakers, maar die kopen hun staal gewoon aan.”

Gloeiend heet staal wordt bewerkt met een voorhamer. Beeld Kevin Faingnaert

Van manager tot ambachtsman

Ik wil graag van hem horen hoe iemand de beslissing neemt om messenmaker te worden – toch geen evidente keuze. Hij vertelt hoe hij al van jongsaf aan een fascinatie had voor messen. Na zijn ingenieursopleiding volgde hij een cursus sier­smeden en van het een kwam het ander, zegt hij laconiek. “Ik heb in die tijd een eerste keer geprobeerd om een mes te maken in damaststaal, wat helemaal mislukte.” 

Een ontwerp wordt vakkundig uitgetekend. Beeld Kevin Faingnaert
Elk mes krijgt het zegel van Clem mee. Beeld Kevin Faingnaert

Het stuk hangt nog steeds in zijn atelier, om hem te herinneren aan de lange weg die hij heeft afgelegd. “Ik wilde veel te snel werken, daar is het toen fout gelopen. Dat heb ik intussen wel geleerd: damaststaal maken vraagt tijd.” Uiteindelijk begon hij als hobby messen te maken, via Instagram kreeg hij al vrij snel een zekere bekendheid. “Ik had het gevoel dat er meer in zat, maar de tijd om er meer mee te doen was er niet. Ik was toen manager bij een groot bedrijf en daar stak ik enorm veel energie in.” Toen dat bedrijf tweeënhalf jaar geleden overkop ging, besloot hij te focussen op het messen maken. En daar heeft hij nog geen moment spijt van gehad.

Onontbeerlijk in het proces: het polijsten. Beeld Kevin Faingnaert
De werkbank, where the magic happens. Beeld Kevin Faingnaert

Hij vertelt enthousiast hoe hij met zelf gesmeed damaststaal werkt, hoe tijdens het productieproces vijftien lagen staal aan elkaar worden gelast en vervolgens op 1.500 graden worden verhit zodat het materiaal in elkaar kan gesmeed worden tot één massief stuk. Hierna wordt het in verschillende stukken verdeeld en wordt het smeedproces meerdere malen herhaald. “Uiteindelijk bekom ik staal dat bestaat uit 135 of 225 lagen, afhankelijk van de interne samenstelling. Door tijdens dat proces te spelen met de richting van de opgebouwde lagen kan ik allerlei patronen in het staal creëren, een van mijn handelsmerken.” Hij toont een stuk van 225 lagen met prachtige patronen. Het staal wordt nadien uitgewalst – tussen twee rollen vlak gemaakt, zeg maar – tot het de gewenste dikte heeft. De onvermijdelijke oxidatielaag wordt eraf gebeitst, zodat het klaar is voor gebruik. Eén lat uit damaststaal fabriceren, duurt ongeveer zes uur. Daarmee kan hij vervolgens een viertal messen maken.

Eigen nummer

Hij toont ons zijn creaties van de laatste weken. Hoofdzakelijk keukenmessen – grote chefmessen eigenlijk – omdat die het meest gebruikt worden en dus het best in de markt liggen. Maar de laatste tijd heeft hij zich ook toegelegd op zakmessen en jachtmessen. Die laatste vindt hij bijzonder omdat ze zo specifiek zijn. “Ik heb met jagers overlegd voor ik jachtmessen ging maken. Ze worden vaak gebruikt in koude en natte omstandigheden, daar moet je als messenmaker uiteraard rekening mee houden. Een solide handvat is dus absoluut noodzakelijk.”

Van hout tot buffelhoorn: het handvat kan uit verschillende materialen worden gemaakt. Beeld Kevin Faingnaert

Clem wil dingen maken die elke dag gebruikt worden, geen sierobjecten om aan de muur te hangen. “Elk mes dat mijn atelier verlaat, moet mooi afgewerkt zijn, en goed gebalanceerd: het moet goed in de hand liggen zodat het kan doen wat het moet doen. Daar sta ik op.” Dat het om exclusieve stuks gaat – er zijn messen van 1.250 euro maar net zo goed exemplaren die 3.000 euro kosten – is te merken aan de manier waarop hij zijn creaties aan de man brengt. De messen worden verkocht in een houten doos, inclusief onderhoudsolie en gebruiksaanwijzing. Bovendien vermeldt hij bij elk exemplaar de hardheid van het lemmet, de materiaalsoort van het handvat en het serienummer – ieder mes is uniek en krijgt dus zijn eigen nummer mee.

Zijn grootste klanten zijn particulieren, al zijn er ook veel restauranthouders, chefs en hoteleigenaars bij. “Chef Peter De Clercq gebruikt een van mijn messen om het vlees aan de tafel van zijn klanten te snijden. Da’s mooi.”

Staat hij er weleens bij stil dat zijn creaties ook voor andere, minder nobele doeleinden kunnen gebruikt worden? Hij glimlacht. “Je kan een wijnfles ook als wapen gebruiken”, antwoordt hij minzaam. “Maar ik ben me daar zeker bewust van. Daarom maak ik enkel keukenmessen en geen dolken. Dat is een bewuste keuze. Overigens: iemand met minder goede bedoelingen gaat nooit zo’n duur mes kopen, denk ik.”

CLem Vanhee: ‘Ik wil blijven groeien en mijn fantasieën verder uitbouwen.’ Beeld Kevin Faingnaert

Michelangelo

Heeft hij nog een droomproject? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. Onlangs kreeg hij een mail van de Michelangelo Foundation, die onder andere de Homo Faber-expo’s organiseert. De stichting wil zijn messen opnemen in een van hun volgende projecten. “Dat is echt een hele eer voor mij. En verder wil ik blijven groeien en mijn fantasieën verder uitbouwen.” Met zijn netwerk zit het alvast goed: zowat overal in Europa levert hij, maar hij heeft ook klanten in de States en Zuid-Amerika. Hij denkt momenteel na over een winkelnetwerk, maar dat ligt een beetje moeilijk: hij maakt enkel unieke stukken waardoor een winkel nooit twee keer hetzelfde soort mes kan verkopen. Wat niet wegneemt dat zijn messen intussen in winkels in Brussel en Gent verkocht worden.

Voor we afscheid nemen, wil hij ons nog zijn schatkamer tonen. Kasten vol met stukken hout, hoorn of legaal ivoor waarmee hij zijn handvaten maakt. “Ik hou ervan om te experimenteren”, vertelt hij. “Zo heb ik er lang over gedaan om een handvat uit berkenschors te maken. Niet simpel, maar het is me uiteindelijk gelukt.”

Van 18 tot 20 oktober houden Clem en zijn vrouw, die juwelier is, een open atelierweekend, atelier185.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234