Tv

VTM mag ‘Cold Case’ vanavond dan toch uitzenden

1 De 20-jarige Sally Van Hecke werd op 10 augustus 1996 dood teruggevonden op het strand van Sint-Anneke op de Antwerpse Linkeroever. © Joel Hoylaerts / Photonews

De Brusselse kortgedingrechter heeft donderdag de eis van het Antwerpse parket verworpen om de uitzending van het programma Cold Case te verbieden. Dat meldt programmamaker Eric Goens op Twitter en het nieuws wordt bevestigd door de persrechter van de Brusselse Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg. “De rechter heeft geoordeeld dat de bezwaren van de Belgische Staat en het openbaar ministerie een preventief verbod niet kunnen verantwoorden”, klinkt het.

De eerste aflevering van het programma wordt dan ook donderdagavond uitgezonden op VTM, om 21.50 uur.

Het productiehuis Het Nieuwshuis heeft met Cold Case een reeks uitzendingen gemaakt over de onopgeloste moord op Sally Van Hecke in Antwerpen in 1996. Volgens de makers hebben ze in het dossier een doorbraak bereikt en zouden ze de naam van de “vermoedelijke dader” bekendmaken. Een naam werd niet gegeven, maar het zou gaan om de veroordeelde seriemoordenaar Claudy Pierret.

“Het eerste onderzoek naar de moord leverde geen dader op maar nadat onderzoeksjournalist Kurt Wertelaers in 2017 naar het parket stapte met de resultaten van zijn eigen onderzoek, werd het onderzoek heropend”, zei de advocaat van het Antwerpse parket donderdagvoormiddag nog. “Het parket kreeg de eerste uitzending te zien maar daaruit blijkt dat er een aantal ernstige problemen zijn met het progamma. Het is tendentieus, er zitten onwaarheden en onjuistheden in. Bovendien bestaat het gevaar dat een aantal bewijselementen verloren gaan of later niet meer zullen kunnen gebruikt worden om de dader te vervolgen.”

Volgens het parket wordt niet alleen het vermoeden van onschuld geschonden maar begaan de makers ook inbreuken op de deontologische code van de journalisten.

Alvast dat laatste kan voor de rechtbank geen preventief verbod op de uitzending verantwoorden, aangezien de programmamakers ingegaan zijn op de vraag van het parket om een aantal beelden te verwijderen. De rechtbank wijst er ook op dat een journalistiek onderzoek niet onderworpen is aan de regels van het strafrechtelijk onderzoek en het vermoeden van onschuld niet geldt in een journalistieke context. Nog volgens de kortgedingrechter maakt het Antwerpse parket ook niet hard dat bij het maken van het programma misbruik zou zijn gemaakt van het inzagerecht in het strafdossier.

Daarnaast moet er volgens de kortgedingrechter een afweging gemaakt worden tussen het belang dat de pers de mogelijkheid en de vrijheid heeft om onderzoek te doen naar maatschappelijk relevante misdrijven en de werking van het politionele en gerechtelijke apparaat, en het belang van het strafrechtelijk onderzoek.

Share

‘Wanneer een onderzoek lang aansleept, kan het aantal maatschappelijke vragen verhogen en de wens of nood om die via journalistieke weg te beantwoorden, stijgen’

“Hoe langer een strafrechtelijk onderzoek aansleept, hoe meer vragen kunnen rijzen”, klink het in het vonnis. “Tevens vergroot de kans dat steeds meer informatie met betrekking tot dat strafrechtelijk onderzoek in zekere mate publiek wordt, terwijl de kans op verlies van cruciaal bewijsmateriaal kan afnemen. Wanneer een onderzoek lang aansleept, kan het aantal maatschappelijke vragen verhogen en de wens of nood om die via journalistieke weg te beantwoorden, stijgen. In een dergelijke context krijgt het belang van de persvrijheid een stijgend gewicht, terwijl het risico voor een beschadiging van het gerechtelijk onderzoek mogelijkerwijze afneemt.”

“In deze zaak ligt een strafonderzoek voor dat gestart werd in 1996, vervolgens blijkbaar verzandde, om pas in 2017, op basis van externe informatie vanwege de betrokken journalist, te worden gereactiveerd”, gaat de rechter verder. “In die omstandigheden is het voeren van een journalistiek onderzoek niet verwonderlijk. In principe moet het strafrechtelijk onderzoek en de procesvoering met die omstandigheid kunnen omgaan.”

Het Antwerpse parket maakt ook niet duidelijk hoe het strafrechtelijk onderzoek precies zou gedwarsboomd worden door de reportage, aldus de rechter. “Als de bewijzen in het strafonderzoek op wettige wijze worden verzameld, worden ze niet aangetast door de reportage. Het argument dat een ‘mediatisering’ van een strafproces geen onafhankelijk en onpartijdig oordeel meer mogelijk maakt, wordt ook steevast verworpen.”

Het Antwerpse parket herhaalt in een reactie op het vonnis dat het garant wilde staan voor principes als het geheim van het onderzoek, de rechten van de verdediging en de sereniteit en continuïteit van het gerechtelijk onderzoek. Met name met het oog op een eventueel assisenproces rond de moord op Sally Van Hecke zou dat van belang zijn. “Het is de plicht en verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie om alle nodige stappen te ondernemen om deze principes te vrijwaren”, luidt het.

Het parket voegt er nog aan toe dat het nu het verdere verloop van het in 2017 heropende gerechtelijk onderzoek naar de moord uit 1996 afwacht en “het volste vertrouwen heeft in de onderzoeksrechter en in de speurders van de federale gerechtelijke politie dat alles eraan gedaan wordt om de waarheid aan het licht te brengen”.

Het Antwerpse parket had in kort geding een verbod op de uitzending gevraagd, met een dwangsom van 500.000 euro, omdat het programma het lopende gerechtelijk onderzoek in gevaar zou brengen. Die vordering is nu verworpen.

Nieuw: krijg nu gratis tips over niet te missen series en tv-programma's met DM Zapt in Messenger.

nieuws

cult

zine