Woensdag 11/12/2019

Muziekfestivals

Zwijnerij en seksuele escapades op de festivalweide? Dat móet

Kamping Kitsch Club, 'het marginaalste festival van het land'. Beeld BAS BOGAERTS

Daar is de zomer, daar zijn de muziekfestivals. Wat is er zo aantrekkelijk aan vier dagen liggen walmen op een wei? Wetenschappers leggen het uit.

1. Moet er nog bas zijn?

"Ik voel de bassen in m’n ballen”, zegt een ontketende Wim Opbrouck in de legendarische sketch over partnerruil uit In de gloria. Maar als hij de bas echt goed had willen voelen, was ie met zijn tegenstribbelende sekspartners beter naar een muziekfestival getrokken, waar je de diepe bastonen tot in je onderbuik voelt dreunen. Als de muziek maar luid genoeg staat en de tonen laag genoeg zijn, wordt je hele lichaam ontvanger. “De beats prikkelen de genotreceptoren in je brein en het autonome zenuwstelsel”, zegt Marc Leman, professor systematische musicologie en directeur van – even diep ademhalen – het Instituut voor Psychoacustica en Elektronische Muziek (IPEM) aan het UGent. “Het autonome zenuwstelsel regelt onbewuste functies zoals ademhaling, hartslag, bloeddruk en spijsvertering. Door de impact van de luide muziek neemt de adrenaline in het bloed toe, stijgt de hartslag en trekken de ingewanden samen”, zegt Leman.

Ook het zogenoemde ‘vestibulaire systeem’ wordt wakker geschud. “Dat heeft te maken met het evenwichtsorgaan: door die stimulatie beginnen we automatisch te bewegen, wat we door het strakke ritme perfect kunnen controleren. Samen met de effecten op het autonome zenuwstelsel zorgt dat voor de muzikale roes.” Tegelijkertijd is er door die zware bassen het ‘resonantie-effect’ in je buik. Leman: “Een massa vlees die trilt heeft een diep effect op ons. Er is een theorie die zegt dat die gevoeligheid een overblijfsel is van ons voorhistorisch bestaan als vis.”

Maar het lichaam past zich ook aan aan de muziek, zegt muziekfilosoof Tomas Serrien, auteur van het boek Klank. “In het IPEM bestuderen ze die lichamelijke betrokkenheid. Zo blijkt ons lijf net zoals muziek te trillen. Je merkt er niets van, maar die trillingen zijn goed voor twee hertz (eenheid voor de elektromagnetische golven, red.) en dat komt ongeveer overeen met 120 ‘beats per minuut’, ook het tempo van veel nummers. Als twee ‘systemen’ die trillen in elkaars buurt komen, dan gaan die synchroniseren. Ook ons lichaam zal zich, zonder dat we daar bewust van zijn, aanpassen aan muziek die sneller of trager is dan 120 beats per minuut. Door dat proces raken onze bewegingen soepeler en meer ontspannen.”

Op een muziekfestival is dat effect nog sterker omdat de muziek daar indringender is én omdat we met velen tegelijk in die muziek ‘baden’. Serrien: “Als iedereen rond je synchroniseert met de muziek, raakt het publiek op den duur op elkaar afgestemd. De massa wordt op die manier tot één geheel gekneed.”

Recent onderzoek aan de Canadese Western University toont bovendien dat tijdens liveconcerten ook de hersengolven van muziekliefhebbers gesynchroniseerd raken. Het gaat om die golven die in hetzelfde frequentiebereik vallen als de beat van de muziek. Met andere woorden: ook op hersenniveau stemt ons lichaam zich af op de muziek.

Verbaasd zijn onderzoekers niet. Muzikale ritmes hebben mensen altijd met elkaar verbonden; zo zijn ook religieuze rituelen ontstaan. Vandaag zijn popconcerten via die zeer basale, biologische mechanismen nog altijd heel sterke sociale lijm. Zo sterk dat al die gesynchroniseerde trillingen, hersengolven en bewegingen soms zelfs de aarde doen trillen. Zo gingen huizen in de omgeving heftig schudden omdat op een liveconcert van Faithless in Vorst in 2001 de fans zo stevig en synchroon op een neer sprongen. ‘We Come 1’, zingt die band. Puur fysiek is dat inderdaad wat er gebeurt op muziekfestivals.

2. Pleister op de ziel

Een muziekfestival is als één grote therapieruimte”, concludeert Serrien op basis van zijn onderzoek. “Niet toevallig wordt muziektherapie steeds meer in combinatie met andere behandelingen ingezet. De muziek schept een kader waarin ruimte is voor elke menselijke emotie of gedachte. Er is geen verplichting om iets bepaald te voelen of denken. Dat is ook zo op een muziekfestival. Klanken, ritmes en nummers kunnen gevoelens en gedachten opwekken die je in dagelijkse situaties zou onderdrukken. Op de festivalweide is dat vaak anders, waardoor ook minder evidente emoties als woede, lust of melancholie de revue passeren. Je staat tussen een mensenmassa met wie je je op een unieke en fysieke manier verbonden voelt en die ook een scala aan emoties en gedragingen laten zien – van huilen tot wild roepen – die doorgaans niet zomaar aanvaard worden in de publieke ruimte.

“De energie in je binnenste laten opborrelen en toelaten en dat dan met duizenden anderen delen, creëert een ervaring die we in het dagelijks leven niet vaak meemaken, maar wel heel veel deugd doet. Op een festival kom je zo in contact met de menselijke kwetsbaarheid. Die zanger die altijd een halve god leek, is ook maar een kleine mens op dat enorme podium en de massa om je heen geeft je een gevoel dat je niet alleen bent met al je emoties en gedachten. Sociologen zoals Tia DeNora toonden al meermaals aan dat muziek mensen op die manier een ruim palet aan mogelijkheden biedt om het leven in al zijn overweldigende vitaliteit te leren aanvaarden. Muziek beleven is als het ware een oefening in mens zijn.”

3. Seksuele escapades? Check!

Op een muziekfestival kunnen we ook grenzen overschrijden. “Mensen gaan helemaal opgekikkerd terug naar huis, ook al waren de omstandigheden soms zelfs onaangenaam”, zegt socioloog Walter Weyns (Universiteit Antwerpen), gespecialiseerd in cultuur in secularisatie. Dat heeft ook te maken met sociale codes en regels die er wegvallen.

“De gewone orde wordt op een festival even opgeschort”, zegt Weyns. “Jezelf beheersen moet niet. De gebruikelijke norm wordt losgelaten of omgekeerd. Je bent er geen werknemer of student, maar een deel van dat tijdelijke collectief dat dankzij de muziek ongeremder, ontroerder, meer opgewonden, meer ontspannen is dan de mensen die er niet zijn. Het is een tijdelijke gemeenschap waar je even de dagelijkse regels naast je neer­legt. Dat werkt zeer verbindend en kikkert op.”

Het is ook de verklaring voor de losbandigheid, het druggebruik, de afvalbergen, seksuele escapades en zatlapperij op festivals. “Dat moet”, zegt Weyns stellig. “Meer dan ooit ervaren we in het gewone leven druk. Druk om aan allerlei verwachtingen te voldoen, tijdsdruk. Dat valt op festivals allemaal even weg.”

Mannen met een hart voor de zaak op Rock Werchter 2017. Beeld Stefaan Temmerman

Ook Serrien zegt: “Maskers vallen af. Kamping Kitsch Club (Kortrijks festival waar bezoekers zich verkleden als hun marginale alter ego, red.) illustreert dat perfect. Je kunt je uitdossen in de meest foute kleren. En metalfans zien er in het echte leven vaak veel braver uit. Ons bestaan is stresserend en er is geen religie meer die ons verbindt. Dus het is niet verwonderlijk dat de collectieve uitlaatklep die het muziekfestival is, erg aantrekt.”

De studie Music Festival Motivators for Attendance, die in 2013 verscheen in het vakblad International Journal of Event Management Research, noemt uit de bol gaan met anderen, sociaal escapisme, en het verlangen om banden te smeden met onbekenden, de belangrijkste redenen voor de aanschaf van een festivalticket.

“Festivals zijn vandaag zo populair omdat mensen meer dan ooit op zoek zijn naar belevingen, veel meer dan naar materiële zaken”, zegt gedragswetenschapper Martijn Mulder (Erasmus Universiteit). Hij begint binnenkort aan een vierjarig onderzoek over muziekfestivals dat onder andere het profiel van verschillende types festivalgangers zal onderzoeken. “De unieke beleving waar niet iedereen toegang tot heeft, zit in de lift. Escapisme en hedonisme zijn de belangrijkste redenen om naar muziekfestivals te gaan.”

Maar de digitalisering knaagt wel aan dat bevrijdende karakter, zo benadrukken Mulder en Weyns. Want Facebook en Instagram gaan mee de wei op. “Dat is toch weer druk, conformisme, prestatiedrang zoals in het dagelijkse leven”, zegt Weyns.

“Ook steeds meer regeltjes en veiligheidsmaatregelen doen het bevrijdende karakter afbrokkelen”, aldus nog Weyns. “En dat is jammer, want grenzen overschrijden is eigen aan feesten en dus aan een festival. Dat moet. Om echt bevrijdend te kunnen zijn, is een gebrek aan regels essentieel. Vandaag is dat minder en minder het geval. Zo krimpt net dat zo begeerde verschil tussen het feestgevoel en het dagelijkse leven.”

4. De geest van Woodstock

Naar een muziekfestival trekken, is iets wat jongeren doen. “Dat jeugdige imago heeft alles te maken met de ‘oerversies’ uit de jaren 60: het Monterey Pop Festival (VS, 1967), het Isle of Wight Festival (VS, 1968) en Woodstock (VS, 1969). “Het is duidelijk dat de huidige festivals daar de nazaten van zijn”, zegt Weyns.

“Je ziet zelfs nog visuele elementen die dezelfde zijn. Op de grond liggen tussen anderen, jongens die meisjes op de schouders nemen, stagediven. Het zijn symbolen van vrijheid en grenzen verleggen.” Maar de geest van Woodstock en co. is ondertussen wel fiks verbleekt. “Nu broeit er geen generatieconflict. Meer zelfs: omdat veel ouders van nu zelf als puber de heilige weides betraden, gaan zij nog steeds”, zegt Weyns. Tegenwoordig zijn er kinderen die tussen 20 en 29 juli de telefoon zullen opnemen met: ‘Papa is naar Tomorrowland’. Evengoed trekken tieners met hun ouders naar Dour. Taferelen die dertig jaar geleden ondenkbaar waren.

Dat de generatiekloof op festivals slinkt, heeft niet alleen te maken met de steeds rijpere leeftijd van die grote evenementen zelf. Er zijn ook veel meer ‘eeuwige adolescenten’. Weyns: “Zelfs wie volwassen is, heeft het gevoel nooit echt af te zijn, nooit volledig mee te zijn en permanent te moeten bijbenen. Net als een puber. Dat brengt volwassenen dichter bij adolescenten, waardoor ze meer dan in de jaren 60 of 70 ook zelf naar zo’n bijeenkomst willen die toch vooral jongeren lokt.”

De onderzoekers zien nog redenen waarom de Woodstock-rebellie grotendeels is verdampt. “In het begin kwamen jonge mensen met een bepaalde alternatieve levensstijl en politieke voorkeur, nu komt een veel bredere afspiegeling van de samenleving”, zegt Mulder. Weyns: “Ook ging het vroeger om het collectief. Nu draait alles om wat jij leuk vindt. De bevrijding van de groep is kaltgestellt door de dominantie van het individu.”

Auteur en literatuurprofessor Geert Buelens (Universiteit Utrecht), die net het boek De jaren zestig: een cultuurgeschiedenis uitbracht, relativeert de bevrijdende kracht van de eerste festivals: “Die hadden weinig te maken met de politieke dimensie van 1968. Zelfs na Woodstock vroegen sympathiserende critici zich al af of dat nu echt het toppunt van vrijheid was, samen stoned geraken.”

Buelens ziet vooral economische verschillen. “Onder meer op Monterey konden artiesten gratis optreden want ze verkochten veel platen. Als festivals nu braver en truttiger overkomen, dan is dat niet omdat er minder drugs gebruikt worden, maar omdat ze nu worden georganiseerd door officiële instanties en grote bedrijven. Ze maken deel uit van de entertainmentindustrie en die laat ‘protest’ alleen toe als het deel kan uitmaken van het imago. Er is door die industrie veel meer cultureel aanbod dan in de sixties en zelfs eighties. Maar met 'tegencultuur' heeft dat niks meer te maken. Het is nu net dé massacultuurvorm bij uitstek.”

5. De wei plasticvrij

Experimenteren hoort bij het jeugdige imago van rockfestivals. Cashvrij betalen, koptelefoons voor peuters, veganistisch ‘vlees’, afval en water recycleren, genderneutrale toiletten: er worden allerlei nieuwigheden getest. Neem nu de brandend actuele strijd tegen plastic. De organisatoren van de Gentse Feesten kondigden afgelopen week aan dat ze vanaf deze zomer met herbruikbare bekers zullen werken, iets waar een festival als Best Kept Secret, dat dit weekend plaatsvindt, zich al langer mee onderscheidt.

Maar of muziekfestivals ook echt een katalysator zijn voor nieuwe gewoonten, is voor onderzoekers moeilijk hard te maken. “Festivals capteren nieuwe trends. Als iets daar werkt, weet je meteen dat het bij een grote massa kan aanslaan”, zegt Mulder. “Soms is het pure marketing, soms is het echt een test, soms is het de identiteit van het festival. Zo draait Welcome to the Village in Leeuwarden heel erg om maatschappelijke vragen en in Amsterdam is er een festival dat volledig veganistisch is.”

En muziekfestivals zijn op nog een manier een aanlokkelijke proeftuin. Mulder: “We doen er wat we ook met Spotify doen. Proeven van veel verschillende muziek, van het ene podium naar het andere hoppend. We zien dat de muziekconsumptie daardoor net toeneemt, want velen gaan dan in de herfst en winter ook nog naar concerten van artiesten die ze op een festival leerden kennen. Het muziekfestival sluit dus perfect aan bij hoe we nu ook thuis met muziek omgaan: als nieuwsgierige maar soms vluchtige veelvraten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234