Zaterdag 19/10/2019

Interview Zwangere Guy

Zwangere Guy over zijn ‘fucked up' verleden: ‘Ik liet mijn zusje achter bij die smeerlap’

Zwangere Guy: ‘Ik heb geen zin om te rappen over hoe goed ik me voel, of hoeveel er op mijn bankrekening staat. Woorden komen en gevoelens gaan, bij mij.’ Beeld Tim Coppens

De lezer regeert! In deze reeks bedenkt ú de vragen voor ­bekende Belgische muzikanten. Deze week: Zwangere Guy. Wij confronteerden rapper Gorik van Oudheusden (31) met een selectie uit uw talrijke vragen. Hoeveel wiet rookt hij nog? En waarom is hij eigenlijk altijd zo arrogant?

Je hebt talent zat natuurlijk, maar heb je soms het gevoel dat je bepaalde privileges hebt in de muziekindustrie omdat je een witte man bent? (Tracy Bibo-Tansia, Liedekerke)

(verrast) “Heel moeilijke vraag. Ik denk eerlijk gezegd van wel, al ben ik blij dat de lezer ook talent aanhaalt. Maar ik denk niet dat white male privilege snel zal verdwijnen. Op de Franse versie van de MIA’s was er vorig jaar voor het eerst een categorie Urban, waarvoor Lomepal, Orelsan en Nekfeu genomineerd waren. Geen kleur te bespeuren. Dat is onbegrijpelijk.

“Zelfs als witte man weet ik soms een beetje hoe het voelt om gekleurd te zijn, omdat ik een tamelijk getaande huid heb. Op mijn veertiende vulde ik de rekken in de Delhaize. Ik werd voortdurend in het Arabisch aangesproken. In Molenbeek is dat vandaag nog altijd hetzelfde. Dat zie ik niet als een strijd, begrijp me niet verkeerd. Maar ik besef wel hoe een gekleurd iemand soms behandeld wordt. Zo bood ik een oudere man in mijn stamcafé onlangs mijn stoel aan. Waarop die verwonderd zei: ‘Een bruine, die zo beleefd is?’ Shit, man! Ik nam plaats op de stoel naast hem, en werd constant vriendelijk aangesproken door mensen in het café. ‘Awel, da’s raar hè. Een bruine die van iedereen een goeiedag krijgt’, lachte ik. Mijnheer is opgestapt en vertrokken. Een week later kwam ik hem opnieuw tegen en hij klampte me enthousiast aan: ‘Ik heb je op de televisie gezien. Ik wist niet dat je zo bekend was.’ Ik heb hem spottend geantwoord: ‘Je ziet, een bruine kan ook iets, hè.’ Mijnheer is toen wéér met de staart tussen de benen gevlucht.

“Ik zal voortdurend blijven strijden tegen racisten en fascisten. Bij STIKSTOF is dat zelfs mijn belangrijkste wapen. Theo Francken zei eens in een interview: ‘Ik vind STIKSTOF supertof, maar die mannen kakken constant op mij.’ Tja… (lacht) Ik verwacht dat ik weleens bier naar mijn kop geknald zal krijgen tijdens een concert omdat ik mijn mening luid blijf verkondigen. Maar dat neem ik erbij. Ik heb me een tijdlang op de vlakte gehouden, dat klopt, maar alleen omdat mijn soloplaat nu eenmaal veel persoonlijker is, minder politiek. Al heb ik toch nog eens flink mijn gal gespuwd tijdens een optreden, vlak na de verkiezingen. Zeker omdat het in een hol in Vlaanderen was waar heel rechts werd gestemd. De reactie was verrassend positief. Er zullen ongetwijfeld wel rechtse fans in mijn publiek zitten, maar die houden zich dan toch koest. Zelfs zij weten beter.” (lacht)

Hoe is het om als jongere in Brussel te wonen? (Wout Van Roy, Grimbergen)

“Super. Ik voel me ook een echte Brusselaar, een wereldburger. Op maandag houden ze me voor een Marokkaan, dinsdag ben ik een Turk, woensdag denken ze dat ik een Albanees ben, donderdag vermoeden ze dat ik een Armeniër ben omdat mijn echte naam Gorik is – dat betekent blijkbaar ‘kleine jongen’ in het Armeens – en op vrijdag zien ze me dan als een Belg omdat ik schèilezat ga (lacht), en zaterdag als een Congolees omdat ik blijf doorfeesten. En zondag ben ik... Brusselaar.”

Je gaf tijdens je optreden in Oostende aan dat er vier songs uit je album zijn geschreven in Oostende, waaronder ‘Beter leven’. Komt dat omdat je een speciale band hebt met de kust? Zo ja, wat betekent de kust precies voor je? (Gide Van Cappel, Oostende)

“Ik kan er af en toe eens uitwaaien, me opladen en schrijven. Oostende is ook zo’n beetje als Brussel: er wordt veel Frans gesproken, het is er mooi en tegelijk een tikkeltje trash. En de zee geeft me rust. Ik word er bovendien niet zo snel afgeleid als in Brussel. Alleen jammer dat er niet evenveel goede plekjes zijn om te eten.”

Nooit aan gedacht om met je Brussels-Oostendse buurman, alias Le Grand Arno, een song op te nemen? Jong en wat ouder samen? (Patrick Beeckman, Mechelen)

“Vaak aan gedacht, maar het is er nooit van gekomen. Of beter: nóg niet. We zijn allebei te druk bezig. Maar ik voel wel dat er iets in de lucht hangt. Onlangs hebben we samen ‘Putain putain’ en ‘Les yeux de ma mère’ gebracht in het Rivierenhof. Dat lééfde echt. Wie weet, dus.”

Hoe kom je aan jouw naam? (Nicole Vandee, Borgerhout)

“Met STIKSTOF bedachten we een eigen geuzentaal. Ons eigen jargon. Amerikaanse woorden als ‘swag’ waren we beu gehoord, dus maakten wij er ‘zwanger’ van. Dan zeiden we bijvoorbeeld: ‘Die shit is zwanger’. En ik was het zwangerst (lacht). Op die manier werd Zwangere Guy geboren.

“Guy vindt Gorik een saaie naam, vandaar dat Zwangere een omhulsel is geworden voor alles wat ik doe. Maar de inhoud? Die komt altijd van Gorik, die een vat vol tegenstrijdigheden is. Zwangere Guy is de gore-texlaag. Die laag kan wel scheuren, maar ze is waterdicht en windbestendig. Er steekt niettemin net zoveel Guy als Gorik in mijn soloplaat. Als Zwangere Guy speel ik af en toe een rolletje, maar ik val net zo makkelijk en doelbewust weer uit die rol. Er loopt een dunne lijn tussen beide.”

Wat is de hardste songregel die je ooit hebt geschreven? (Glenn Daems, Hoevenen)

“Op het eind van ‘Gorik Pt.1’ zeg ik: ‘Als kind blijf ik altijd op u kwaad / maar als de man die ik nu ben blijf ik altijd uw soldaat, mama’. Dat vind ik nog steeds de hardste zin die ik ooit heb bedacht (‘Gorik Pt. 1’ is een brief aan zijn moeder, maar tegelijk verpakt als herinnering aan zijn kwaadaardige, tweede stiefvader; GVA). Ik blijf wel kwaad, omdat ik zéker trauma’s heb opgelopen door mijn kindertijd, terwijl zij de andere kant opkeek. Maar er schemert tegelijk heel veel liefde door in de tekst. Dit was mijn manier om alles te verwerken.

“Na een stommiteit van mijn pa zijn mijn ouders uit elkaar gegaan. Ik was toen negen. Even later leerde mijn moeder een andere man kennen – een goeie kerel, die helaas te zwaar dronk. Mijn tweede stiefvader… dat is een ander verhaal. Dat was een klootzak, een manipulator en een drugsverslaafde. Die gast is ooit onder valse voorwendselen bij de flikken binnen geraakt, stal in beslag genomen drugs en verkocht die weer door. Dát soort vuile rat. Van de ene dag op de andere moesten we verhuizen en kwamen we bij hem thuis terecht. Ik was veertien, maar kreeg zelfs geen kamer: het was slapen op de grond of in de zetel. Over hem zeg ik in de tekst: ‘Mijn moeder werd geslagen door een vuile hond / verkracht, misbruikt waar mijn kleine zus bij stond’. Ik voelde me verschrikkelijk schuldig toen ik van huis wegliep. Ik liet mijn kleine zusje achter bij die smeerlap. Ik ben egoïstisch geweest. Maar wat kon ik doen? Zij was elf, ik veertien.”

Kun je méér genieten van ‘Gorik Pt. 1', nu die song zoveel mensen blijkt te raken? (Lou Van Haver, Brussel)

“Het is best een mindfuck om die song nu elk concert gescandeerd te horen… Al snap ik het wel. Eerlijkheid, hoe brutaal ook, raakt mensen in het hart. Michael Stipe van R.E.M. kondigde persoonlijke songs als ‘Losing My Religion’ op den duur aan met ‘Dit is júllie song’. Dat gevoel krijg ik eerlijk gezegd ook steeds meer: wanneer de eerste noot weerklinkt, stijgt een oorverdovend applaus op dat ik soms niet eens ná de show krijg.

“Op Couleur Café, bij daglicht, vond ik het minder leuk om ‘Part 1' te spelen: alleen in volstrekte duisternis, wanneer één helwitte spot me verblindt voor het publiek kan ik de tekst brengen zoals ik het wil, en alle emoties de vrije loop laten. Dat ligt nog steeds zo gevoelig, ja… Spreek me over een paar maanden nog eens. Dan ben ik de song misschien eindelijk gewoon geraakt. Of misschien wel beu.

“Ik heb het mezelf wel moeilijk gemaakt, door de song ‘Part one’ mee te geven. De sequel moet spontaan komen, en nu kan ik dat even echt niet aan. Te heavy. Daarom ben ik me aan het verbreden in storytelling. Het hóéft ook niet altijd over mij te gaan.” (Na afloop rapt Zwangere Guy in zijn huiskamer zo’n nieuwe song live voor ons. Het hoeft inderdaad niet autobiografisch te zijn om als een sloopkogel door je gemoed te trekken, GVA.)

Zwangere Guy vorig jaar op Pukkelpop. Beeld Stefaan Temmerman

Hoeveel wiet rook je nog? (Kevin Van de Blok, Leuven)

“Bijna niets meer. Ik smoor alleen nog wanneer ik uitga of ergens moet spelen. Op mijn veertiende was ik half verslaafd aan wiet, maar die tijd ligt achter mij.”

Heb je soms geen spijt dat je je school niet hebt afgemaakt? (Louie De Smedt, Gijzegem)

“Nee, nooit. Anders stond ik niet waar ik nu sta. Mijn werklust en karakter heb ik niet op die kankersaaie school geleerd, wél door vanaf mijn veertiende mijn brood te verdienen in de bouw. Een hele dag buiten werken en na de uren pinten gaan zuipen. (lacht) School kwam er niet meer aan te pas: ik was in een handvol scholen buitengesmeten. Die plaats was slecht voor mij: ik zat op mijn veertiende nog steeds in het eerste middelbaar. Niemand had me daar iets te zeggen.

“Op school heb ik zelfs nooit leren schrijven zonder fouten: de dt-regel, lange ij en korte ei… Blijkbaar maak ik daar voortdurend fouten tegen. Maar schrijven is desondanks wél de kern geworden van wat ik doe.

“Rond mijn veertiende ben ik dus in de bouw gaan werken, nadat ik met mijn stiefvader had gevochten en bij vrienden was ingetrokken. Mijn echte vader woonde sowieso te ver weg en ik wilde absoluut in Brussel blijven. Eén keer per week zag ik mijn pa nog. Op mijn vijftiende woonde ik op mezelf.”

Waarom ben je altijd zo arrogant? (Jef Delen, Schaarbeek)

“Er zijn mensen die arrogant zijn door onzekerheid, anderen omdat ze écht arrogant zijn, en dan heb je nog anderen die zo overkomen omdat ze dat onbewust uitstralen. Bij mij is het een mengeling van de drie. (lacht) Ik ben zelfverzekerd, maar ik gedraag me – in het allerslechtste geval – als een lul wanneer iemand de lul uithangt tegen mij. Ik vind dat wel een vreemde vraag om zomaar te krijgen van iemand die ik waarschijnlijk nog nooit ontmoet heb. Mensen denken nogal snel dat ze me kennen, merk ik. Maar dat komt misschien omdat je praktisch met me meewandelt op mijn plaat.”

Je verleden is fucked up. Waarom blijf je dit aanhalen, en kijk je niet verder naar de toekomst? (Joost Eenhoorn, Amsterdam)

“Je hoort op de plaat dat ik toch wél naar de toekomst kijk? Hooguit drie songs zijn het zwartste zwart. Maar in ‘Mec Man Bro’ rap ik ‘Fok, ik was jaren aan het zoeken hoe ik me moest gedragen / Mijn leven was een puinhoop en dat blijf ik steeds herhalen / Ik ging ni na de psycho nee dat kon ik ni betalen. Vond de juiste vrouw en vrienden. Yez, die shit is onbetaalbaar.’

“Ik hou mijn blik wel degelijk gericht op heden en toekomst: ik weiger mezelf op te stellen als een zielenpoot, die in het verleden blijft hangen en uit is op medelijden. Maar dat fucked up verleden blijft aan me knagen. Dat zijn trauma’s, en die moeten verwerkt worden. Wie daar niet over kan meespreken, wens ik oprecht toe dat ze er nooit over hóéven mee te spreken.

“Besef ook dat elke plaat een momentopname is. En in het geval van Wie is Guy? is dat een verwerkingsproces van twee jaar geweest, waar ik door móést om voort te kunnen. Ik heb sowieso geen zin om te rappen over hoe goed ik me voel, of hoeveel er op mijn bankrekening staat. Woorden komen en gevoelens gaan, bij mij. Na het schrijven hak ik de knoop door, of ik die woorden al dan niet met de rest van wereld wil delen.”

Leest iemand die zelf zijn teksten schrijft veel boeken? (Kevin Callebaut, Gent)

“Ik heb nog maar vier boeken in totaal gelezen. De persoonlijke verhalen over Brussel van Marc Didden (Een gehucht in een moeras), David Van Reybroucks Congo en Het ei van oom Trotter (Marc de Bel), omdat ik moest op school. Het vierde ben ik zelfs alweer vergeten. Er is geen grote lezer aan mij verloren gegaan.”

Zijn er Nederlandstalige dichters die een inspiratie voor je zijn? (Arthur De Graef, Antwerpen)

“Ik heb de Nederlandse vertaling van Shakespeares Sonnetten gekregen van een vriend. Een dichtbundel van Paul van Ostaijen kreeg ik van Dis (Huyghe, zijn manager, GVA). Maar voorts haal ik mijn inspiratie volledig uit Amerikaanse hiphop.”

Zwangere Guy: ‘Ik voelde me verschrikkelijk schuldig toen ik van huis wegliep. Ik liet mijn kleine zusje achter bij die smeerlap. Ik ben egoïstisch geweest. Maar wat kon ik doen?’ Beeld Tim Coppens

Hoe begin je te schrijven aan je teksten? Sommige rappers beginnen met freestylen, anderen hebben dan weer een volledig kladblok vol met lyrics. Heb je ooit al een lange writer’s block gehad? (Robbe De Wit, Tessenderlo)

“Een song schrijven begint met de beat bij mij. Die bepaalt de mood. Ik schrijf elke dag op mijn telefoon, rechtstreeks in de cloud zodat ik niets kan verliezen. Een jaar of tien geleden schreef ik alles neer in schriftjes – die liggen nog ergens boven in huis rond te slingeren.

“Af en toe gebeurt dat wel, zo’n writer’s block die een week of twee blijft aanslepen. Dan verschijnt er amper één woord op papier. Panikeren doe ik dan niet. Ik laat de leegte toe. Inspiratie forceren, dat heeft geen nut.”

Is er iets wat je altijd al hebt willen zeggen tegen iemand? (Lotte Baelen, Gent)

“Dat is te privé. Volgende vraag.”

Wat zijn de toekomstplannen van STIKSTOF? (Thomas Busschaert, Mol)

“Tegen 2021 zal er weer een plaat verschijnen. Dat lijkt nog een hele tijd, maar mijn hoofd staat nu te erg naar Zwangere Guy. We hadden bovendien een plaats nodig om te creëren. Op café samenkomen is niet het allerbeste idee: over muziek moet je niet spreken, muziek moet je maken. Dat nieuwe schrijfoord is de studio boven mijn stamcafé geworden, die we twee weken geleden voor geopend hebben verklaard. Ik mis STIKSTOF wel, maar de andere gasten niet: het zijn mijn beste copains, dus we maken nog altijd voldoende tijd voor elkaar.”

Wat is jouw prijs om een uur op te treden? (Karel Oomes, Rotterdam)

“Vraag dat aan mijn booker, poit! En anders: twee bakken bier en een fles wodka. (lacht) Of nee, schrijf dat maar niet, anders heeft die booking agent straks een leger onnozelaars aan zijn rekker. (zucht) Ik krijg wel steeds vaker hartverscheurende verzoeken om ergens te komen spelen. Om die mensen te respecteren, zal ik niet in detail treden. Maar dat blijft wel aan je hangen. Ik kan niet langer op al die berichten antwoorden, dat begint echt door te wegen.

“Ik waarschuw mijn vrienden soms ook dat het niet meer leuk is om met mij naar een festival of een ander evenement te gaan. Mijn eigen posse heeft dan niet veel aan mij. De laatste keer moest ik duizend keer poseren voor een foto. Ik doe dat met de glimlach, hoor. Een enkele keer maar ben ik boos geworden: toen iemand ongevraagd met zijn camera naast me kwam staan terwijl ik aan het eten was. Dat dóé je niet. Zeker niet bij iemand die zo graag eet als ik.” (lacht)

Zwangere Guy speelt 13/7 op Dour Festival, 27/7 op Suikerrock, 4/8 op Dranouter Festival, 8/8 op Lokerse Feesten, 24/8 op Fire is Gold, 14/9 op Hip Hub Hooray.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234