Zondag 16/06/2019

Reportage

Zwangere Guy: “In de liefde ben ik een egoïstische klootzak”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Wie is Guy? Goeie vraag. Eén die meteen ook de aanleiding geeft tot een uitstekende plaat. Op zijn volwaardige solodebuut houdt Zwangere Guy zichzelf een spiegel voor, en in de reflectie staat zelden een hoge horde tussen rauwheid en hilariteit. De Morgen trok op pad met Gorik van Oudheusden door Groot Brussel. Zwangere Guy in zijn eigen woorden, in zijn eigen stad. Van de baarmoeder tot de bar.

We beginnen de roadtrip in zijn Brusselse appartement aan het Justitiepaleis. Geprangd tussen twee advocatenkantoren houdt de “Baron van Brussel” nu eens een vurig pleidooi voor zijn verleden om dan weer advocaat van zijn innerlijke duivel te spelen. De trip leidt langs zijn oude scholen, de sociale woonblokken in Ganshoren waar de jonge Gorik tot wasdom kwam, en de bar van Le Coq waar zijn spitsbroeder Paulo Astrofisiks’ Rietjens van STIKSTOF aan de tapkraan staat.

“Voel me goed als Guy maar Gorik, die is vaak verdwenen. Heb personages in mijn hoofd die elkaar tegenspreken.”

(Uit: ‘Beter leven’)

Het beeld op de hoes is flou, maar op Wie is Guy? schetst Van Oudheusden wél een haarscherp portret van zichzelf. Nu eens verneukeratief en zwanger van zelfspot, dan weer oprecht, hard of ijzig koud. Eén constante? Zelfs wanneer hij zichzelf neerzet als een karikatuurtje, komt hij authentiek over. “Er steekt evenveel Guy als Gorik in deze plaat”, knikt hij. “Als Zwangere Guy speel ik af en toe een rolletje, maar ik val net zo makkelijk en doelbewust weer uit die rol. Er loopt een dunne lijn tussen beide. Guy vindt Gorik een saaie naam, vandaar dat Zwangere een omhulsel werd voor alles wat ik doe. Maar de inhoud komt van Gorik, die een vat vol tegenstrijdigheden is. Zwangere Guy is een gore-texlaag: de kevlar van de jassen. Het is een pantser. Die laag kan wel scheuren, maar ze is waterdicht en windbestendig.”

“Ik ben altijd een haantje-de-voorste geweest. Ik sta heel graag in de belangstelling, breng mensen vaak aan het lachen. Maar ook andere emoties wil ik losweken. Wélke emotie dan ook. Kwaadheid, verdriet… Ik reken af met een zwaar verleden, en op deze plaat vertel ik meer dan ooit over mezelf. Maar nog niet alles. Anders verdien ik binnen een paar jaar niets meer met mijn platen.” (lacht)

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Mijn toekomst werd beslist door een vuile rat. Ik zeg het nog eens: ik zou hem kelen ook al zat ik vast.”

(uit: ‘Gorik Pt. 1’)

“Zal ik ‘m oppakken?” Nog voor hij ons antwoord heeft afgewacht, houdt Zwangere Guy al een morsdode rat omhoog aan zijn levenloze staart. Triomfantelijk grijnst hij in onze richting, terwijl we node enige weerzin kunnen onderdrukken. Toegegeven: het levert een spraakmakende foto op. Maar Gorik van Oudheusden doet het niet eens om te choqueren. Of misschien hooguit een béétje. Hij speelt graag de agent-provocateur, maar het beeld van rottend ongedierte past net zo goed bij zijn afrekening met de horror uit zijn jeugd.

Aan de vuile rat in kwestie moeten we wellicht niet veel woorden meer vuilmaken. Met die roepnaam bedacht hij zijn tweede stiefvader in ‘Gorik Pt. 1’. Een klootzak, manipulator en drugsverslaafde, die Goriks moeder sloeg, verkrachte en misbruikte waar zijn kleine zus bij stond. Een beetje huis-tuin-en-keukenpsycholoog zou in dode trofee die Van Oudheusden glorieus de hoogte instuurt, een vereffening met die ploert kunnen lezen. Zijn stiefvader zit vandaag een gevangenisstraf uit. 

We staan op de parking van de woonblokken in Ganshoren. Een kriskras naast elkaar neergepote slinger van fantasieloos beton, waar bewoners in kubusjes lijken samen te hokken. In zo’n blokje, laat staan een vakje laat Van Oudheusden zich allerminst plaatsen. Maar aan zijn jeugd in de blokken houdt hij toch warme herinneringen over. “Vergeet De Buurt nooit”, citeert hij een bevriende rapper. “Zonder die jeugd hier had ik mijn strepen op straat nooit verdiend, had ik mijn vrienden niet leren kennen, was ik geen rapper geworden. Ik heb er de mooiste jaren van mijn leven gesleten, het hier-en-nu te na gesproken. Je mag je niet blindstaren op wat ik rap in ‘Gorik Pt. 1’. Ik voel nog veel liefde voor deze buurt. Ganshoren is uiteindelijk ook maar een dorpje, hè. Geen grimmig getto. Hier trok ik eerst op met de straatjongens, maar op mijn veertiende ben ik uit dat leven gestapt. Ik ben zelfs vijf jaar Chiro-leider geweest. Daarna werd ik jeugdwerker in de buurt.

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik ben altijd dezelfde kleine rat gebleven, die ik ook was in deze wijk. Een knaagdier dat zich overal in zal vastbijten, en bereid is te sterven in het openbaar. Zielloos aftakelen wil ik niet. Ik geloof ook in reïncarnatie: ik hoop terug te komen als een vogel. Of als een aap. (lacht) Maar als ik bekijk hoe zwaar ik profiteer van dit leven, kom ik wellicht terug als een ééndagsvlieg op een rot stukske mango in Guatemala.”

Een week geleden heeft hij nog eens naar de hele plaat geluisterd, maar ‘Gorik Pt. 1’ skipt hij noodgedwongen. “Ik kàn er niet meer naar luisteren. Het raakt nog altijd een gevoelige snaar. De clip ook. Ik lach met de laffe klootzak die zijn poten niet kan thuishouden, maar ik ween om de vrouw die zich nooit verzette.

“Ik heb de song nu vier keer live gespeeld, en de emoties die ik voel wanneer ik mensen de tekst hoor mee rappen… Ik denk dat ik in de AB ga huilen op dat moment. Die song heeft duidelijk iets gevoeligs geraakt. Op Instagram kreeg ik vijfhonderd berichten toen de song uitkwam. Een honderdtal mails heb ik beantwoord. Daar heb ik een maand over gedaan. Met sommige mensen ben ik heel lang en diep in gesprek gegaan. Er is zelfs één iemand die zijn vader terug gaat bezoeken, omdat hij dat lied heeft gehoord. Zoiets was mijn bedoeling. Het draaide nooit alleen om het verwerken van mijn eigen trauma’s.”

zwangere guy Beeld Thomas Sweertvaegher

“Mijn leven was een puinhoop en da blijf ik steeds herhalen. Ik ging ni na de psycho nee dat kon ik ni betalen. Vond de juiste vrouw en vrienden. Yez, die shit is onbetaalbaar.”

(uit: ‘Mec Man Bro’)

“Ik ben op mijn 21ste twee keer naar een psycholoog geweest. Maar daar had ik eigenlijk geen geduld mee. Ik kon mijn problemen toen zelf nog niet onder woorden krijgen, laat staan dat iemand anders me verder kon helpen. In die periode zat ik heel diep. Ik dealde, zat zwaar aan de dope. Ik had zes of zeven jaar mijn moeder niet meer gezien, en plots woonde ze bij mij in. Samen in één piepkleine studio, met een bed in de living. Na twee maanden heb ik haar weer het huis uitgeschopt. Het werkte gewoon niet: ze was niets veranderd, haar kleren zaten in vier vuilzakken en ze had geld nodig van mij. Het was ze omgekeerde wereld: zij zat in exact dezelfde situatie als ik zeven jaar eerder, toen ik van huis ben weggelopen.

“Dat mijn vrienden geen meelopers zijn, heeft me gered. Ze durfden hun uitgesproken mening te spuien, en dan leer je automatisch luisteren. Zij waren mijn psychologen. Op deze plaat hoor je voor en na ‘Demain J’Arrête’ ook een geluidsfragment van psychiater Dirk De Wachter. Wat hij zegt over onze obsessie met geluk, kan ik alleen maar beamen. In die song speel ik zelf met het concept van gelukkig en ongelukkig zijn. Ik ben vandaag gelukkig, zou je kunnen stellen. Maar eigenlijk is dat gevoel heel neutraal. Ik voel me gelukkig omdat ik niet meer ongelukkig ben, maar wel wéét hoe dat voelde.”

“Guy zit ni stil op de bank. Guy doe de zaak als een baas. El hefe, el hefe. Allemaal zien ze Guy als de gekste. Heel effe, heel effe. Allemaal wille me de Guy flexxe.”

(uit: ‘Wie is Guy?’)

“In het begin van die song klop ik mezelf stoer op de borst, maar aan het eind van ‘Wie Is Guy?’ breek ik mezelf ook weer helemaal af. Ik word mijn eigen punchline. Zeker wanneer ik gastrapper Miss Angel me laat afserveren als “gij sen egocentrische muthafucka”. Daarna noem ik mezelf ook een “rare madafaker, net een kind / Guy gelooft nog altijd in de Sint / Guy is dom en al de rest is slim.

Ik speel graag met die dubbele laag. Ik heb een groot bakkes, zéker als ik zuip (lacht). Maar ik neem mezelf en dat imago ook te grazen, en laat je even vaak in mijn ziel kijken.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

“De leraar zei mij gij debiel, want ik paste ni in hun profiel. Nu pak ik punten met vinyl, en hun dochter luistert naar de Guy. Hun zonen dragen mijn textiel.”

(uit: ‘R.A.F.’)

Vijf schoolpoorten in drie jaar: zoveel deuren hoorde Van Oudheusden permanent achter zich dichtslaan in zijn eerste tienerjaren. “Ik werd overal buiten gesmeten. Waarom? Agressie, wiet, het varken uithangen. Mogelijk waren die scholen wel goed op zich, maar ze waren slecht voor mij. En op die leeftijd was het toch niet aan mij om uit te zoeken wat me lag? Misschien was ik toen ook wel gewoon een idioot (lacht). Maar ik kak nog altijd op het onderwijs, omdat de gestructureerde manier van lesgeven me nooit heeft gezind. Ik moest te vroeg opstaan, zij waren te streng. En er werd te weinig gepraat met de kinderen zélf. Een sociaal assistent of twee binnen de schoolmuren is geen overbodige luxe, dat heb ik altijd geloofd.

“Ik heb te weinig van de schoolbanken gezien: ik zat op mijn veertiende nog steeds in het eerste middelbaar. Niemand had me daar iets te zeggen. Maar daar had ik ook geen nood aan. Het was veel leuker om ineens geld te kunnen verdienen. Ik wilde beenhouwer worden zoals mijn echte vader, maar dat mocht niet van hem: hij vond dat een hondenstiel. Hij kon het waarschijnlijk wel weten, want hij werkte dertig jaar lang in die branche. Verder mocht ik gelukkig doen wat ik wilde.

“Ik heb uiteindelijk tien jaar lang gewerkt op een werf. Sleuren, beulen: dàt was het werk in de bouw. Voor een ventje van veertien is dat geen sinecure. Maar ik deed het werk graag. Dat was perfect voor mij: drie dagen werken, twee dagen school. Die wereld van macho-gedrag, blauwe broeken en sterke mannen: ook dat ging me goed af.

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Mijn moeder heeft me een vrij correcte opvoeding gegeven tot mijn veertiende. Daarna is het op korte tijd helemaal fout gelopen, door een paar slechte beslissingen van haar. Zonder die tweede stiefvader zag mijn leven er nu misschien helemaal anders uit. Het hare ook.

“Door de armoede die ik heb gekend, weet ik dat ik me nooit in de schulden ga storten. Mijn moeder heeft veertien jaar loonbeslag achter de rug, mijn vader zeven. Allebei tienduizenden euro schulden. Dat gaat mij niet overkomen, wist ik al vroeg.”

“Ik wil het beste maar door ’t slechte is mijn ziel versleten. Verkocht em aan de duivel door mijn ma en al haar streken. Had een klootzak van een stiefpa die mij wou kleineren. Aaaaarrh, kon ik terug dan gaf zus direct een beter leven.”

(uit: ‘Beter Leven’)

“Gesteld dat ik morgen zou sterven, gaan al mijn bezittingen naar mijn zus. Alles. Is dat liefde of schuldgevoel? (denkt na) Beide. Ik heb haar aan d’r lot overgelaten toen ze elf was. Dat kan ik mezelf moeilijk vergeven. Zelfs al besef ik dat ik toen zelf te jong was om van enig hout pijlen te maken. Het is trouwens goed dat je er over begint, want ik moet haar dringend nog eens bellen. De mensen die je graag ziet, moet je koesteren. Anders word je een steen.”

De keikop Van Oudheusden weet waarover hij spreekt. Eén van de rode draden op de plaat is een reeks voicemails. Aan het begin van de plaat hoor je geestig intermezzo’s van een dealer, een gangster, maar ook Jan Paternoster en een pissige pizzakoerier. Grappige berichten, tot je zo’n handvol songs verder ijskoud gepakt wordt door een reeks onbeantwoorde voicemailberichten van zijn moeder. “Die heb ik van 2011 tot 2018 bewaard”, zegt hij. “Het is pijnlijk om te horen, absoluut. Meedogenloos ook, zeg je? Misschien ben ik wel zo. Voor mij is mijn moeder dood. Na ‘Gorik Pt. 1’ dacht ik even dat we terug dichter naar elkaar zouden toegroeien. Maar dat werkte voor geen meter. De dag dat ze er niet meer zal zijn, zal ik waarschijnlijk heel veel spijt hebben. Bij mij komt spijt altijd te laat. Maar ik kan het nu gewoon niet toelaten. Ik kan hààr niet toelaten in mijn leven. Ik heb mijn moeder vergeven, maar ik ben bang dat ik haar opnieuw graag zal zien, en dat ik dan ook heel hard zal voelen wat ik een half leven heb moeten missen. Ze stuurt me nog om de drie dagen een bericht. Ik antwoord nooit. Ik ben nu tevreden, zoals het is.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

We kijken samen uit het raam. In de schaduw van het Brusselse Justitiepaleis woont Gorik. Of het leven rechtvaardig is geweest voor hem? “Nee”, klinkt het beslist. Zijn pull trekt hij half over zijn hoofd. Op zijn borst prijkt een recente tatoeage van het Justitiepaleis, waarbij de vlammen uit het dak slaan. 

“Misschien moet ik dankbaar zijn voor alle miserie, omdat het me heeft geboetseerd tot wie ik vandaag ben. Maar ik ben ook een egoïstische klootzak op het vlak van liefde: het is alles of niets voor mij. Als iemand me onvoorwaardelijk graag ziet, doe ik alles. Maar als dat niet het geval is, laat ik die mens links liggen. Dat geldt voor ex-liefjes, maar ook voor mijn moeder.

“Ik heb er niet voor gekozen om zo snel volwassen te moeten worden, en misschien ben ik daardoor zo gehard. Gelukkig voel ik me daardoor niet ouder dan mijn leeftijd: ik ben nog altijd een stront-gamin.” (grinnikt)

Wie is Guy? verschijnt op 1/3 bij Universal.

Op 1/3 speelt Zwangere een guerrillaconcert in de Vlaamse Steenweg, waar hij zijn eigen pop-upshop opent. Alle winst gaat die avond naar de 1000 Kilometer Tegen Kanker. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden