Zaterdag 14/12/2019

De twaalf

Zouzou Ben Chikha: ‘Als Noord-Afrikaan kun je nooit een blanke Vlaming worden’

Beeld Thomas Sweertvaegher

‘Een clown die zijn droefenis camoufleert met humor.’ Zo omschreef Jaak Van Assche Zouzou Ben Chikha ooit. Als vierde telg uit het eerste Tunesische gezin in Blankenberge kreeg hij het hard te verduren op school. Als muzikant en dj overwon hij de zelfschaamte, als theatermaker veegde hij samen met zijn broer Chokri de vloer aan met de verstikkende vooroordelen uit z’n jeugd. Op zijn 48ste is hij een gerespecteerd acteur die u kent van De twaalf, De dag en Bevergem, en schrijft hij het scenario voor de VIER-serie Grond. ‘Ik beleef de gelukkigste periode uit mijn leven.’

Na vier uur praten met Zouzou Ben Chikha is één ding zonneklaar: de man is na vijftien jaar nog altijd gek op zijn vrouw. Liza is even West-Vlaams en artistiek als hij, en heeft hem de voorbije jaren meermaals in de juiste richting geduwd wanneer hij het noorden kwijt was. En niet onbelangrijk: ze was heel enthousiast over De twaalf (‘Dat heeft ze zelden met tv-reeksen’), de serie waarin hij een getormenteerd lid van een assisenjury speelt, die moet oordelen of Frie Palmers schuldig is aan een dubbele moord. 

Op basis van de eerste drie afleveringen lijkt je personage geen vent met wie het fijn kersenplukken is.

Zouzou Ben Chikha: “Carl komt nors over, omdat hij autisme heeft. Mensen hebben hem daar voordien al op gewezen, maar hij heeft het altijd ontkend. Door in die jury te zitten, belandt hij in een innerlijke crisis, en beseft hij dat hij die stoornis heeft.

“Die rol deed me beseffen wat voor een ongelooflijke opdracht zo’n jurylid heeft. Je beslist over het leven van iemand anders. Maar tegelijk is het een spiegel voor jezelf.”

Je zou dus niet weigeren als je wordt uitgeloot?

Ben Chikha: “Ik ben geen mens die de confrontatie met zichzelf uit de weg gaat. Het lijkt me een verrijkende ervaring.”

Wat is je beeld van de Belgische justitie?

Ben Chikha: “Ons systeem is performant, maar niet perfect. Er bestaat een zekere klassejustitie. In programma’s als De rechtbank zie je dat er anders wordt gepraat tegen mensen uit de lagere sociale klasse. Alsof het kleuters zijn. Wie het met een pro-Deoadvocaat moet opnemen tegen topadvocaten, weet op voorhand dat hij zal bloeden. Een CEO die via zijn bedrijfsactiviteiten doden op zijn geweten heeft, wordt anders behandeld dan iemand die bij een dronken ruzie per ongeluk iemand doodslaat. Dat is onrechtvaardig. We moeten streven naar meer gelijke kansen. Al besef ik dat wij op dat vlak in één van de beste landen ter wereld leven. Voorlopig toch.”

Vanwaar dat voorbehoud?

Ben Chikha: “Veel dingen staan op de helling: vakbonden, het stakingsrecht, sociale verworvenheden... Als je daaraan raakt, glijd je snel af naar Amerikaanse en Britse toestanden, waar de middenklasse verdwijnt, mensen drie jobs nodig hebben om rond te komen en jongeren afstuderen met immense studieschulden.

“Ook bij ons groeit er een economie die neigt naar moderne slavernij. Migranten die in de distributiecentra van grote online winkels werken, worden schandelijk uitgebuit. Ook pakjesbestellers, Deliveroo-koeriers en Uber-chauffeurs hebben weinig rechten.”

Je bent opgegroeid in een Tunesisch gezin met zeven kinderen. Waren jullie arm?

Ben Chikha: “We hadden het niet breed. Mijn moeder was huisvrouw en werkte alleen in de zomer, als kamermeid in de kusthotels. Mijn vader was de eerste Tunesische gastarbeider in Blankenberge en heeft altijd in de fabriek gewerkt. Door mijn afkomst merkte ik snel dat de wereld niet eerlijk in elkaar zit. De rijke gasten droegen de coolste kleren en gingen met de mooiste meisjes lopen, wij moesten het doen met de rest. Dat frustreerde me. Ik wilde zijn zoals hen. Erbij horen. Maar dat ging niet zonder Millet-jas of dure merkkledij. Omdat ik bleef zeuren, kocht mijn ma een namaakexemplaar uit de Aldi. Iedereen zag dat dat geen echte Millet was, waardoor ik nog liever in mijn T-shirt door de regen naar school liep dan die jas te dragen.

“In de lagere school was ik gek op een meisje met een blonde carré. Op een woensdag bracht ik een cadeautje voor haar mee, in de hoop dat ik ’s middags na school naar haar verjaardagsfeestje mocht. Toen de bel ging, hoorde ik al mijn klasgenoten ‘tot straks’ zeggen tegen elkaar. Behalve tegen mij. Ik reed naar haar huis en zag vanop afstand hoe iedereen bij haar arriveerde, terwijl ik mijn teleurstelling stond te verbijten met dat cadeautje in mijn handen. Dat is fucking hard, man.”

Waarom mochten ze je niet?

Ben Chikha: “Omdat ik het bruine eendje tussen de witte zwanen was. Mijn broers en ik zagen er anders uit, spraken Nederlands met een raar accent en aten rare dingen. Ik heb vaak een machteloze woede gevoeld door alles wat ik moest slikken. Wie arm is, kan nog proberen om rijk te worden, maar als Noord-Afrikaan kun je geen blanke Vlaming worden. Huidskleuren zijn niet afwasbaar. Het gevolg was dat ik me begon te schamen voor wie ik was. Mijn ouders voldeden ook niet aan wat ik zag bij andere kinderen. Zij namen ons nooit mee naar de cinema of Walibi.

“Krampachtig zocht ik naar dingen die in mijn voordeel konden werken. Zoals beweren dat mijn pa een succesvol zakenman was. Toen niemand me geloofde, begon ik ermee te lachen en boorde ik mijn ouders de grond in. Alleen maar om erbij te horen. Maar eigenlijk voelde ik me rotslecht.

“Uiteindelijk koos ik voor de andere weg: rebelleren. Vanaf het vijfde studiejaar droeg ik een oorring. Het gaatje prikte ik zelf met een naald. In het middelbaar liet ik dreadlocks groeien, en had ik drie ringen in één oor en twee in het andere. Daardoor begon ik in de smaak te vallen van meisjes die ook rebelleerden, en die veel toffer waren dan de blonde barbiepoppen met hun dure handtasjes. Met hen kon ik praten over jazz, reggae en boeken, en ze lachten om mijn grappen. Een adonis was ik nooit, maar door mijn artistieke traject kon ik mijn kansen bij de vrouwen vergroten.”

Was het een ambitie om het beter te doen dan je ouders?

Ben Chikha: “Ik wilde het vooral ánders doen, omdat ik een sterkere band had met België. Ik ging niet naar de moskee en ik koos een Belgische vriendin. Mijn ouders moesten zich daarbij neerleggen. Eén zomer hebben ze me in Tunesië naar de Koranschool gestuurd. Daar zette ik de boel zo op stelten dat ze snel inzagen dat het verloren moeite was.

“Ik wilde ook anders met mijn kinderen omgaan. Mijn vader was een heel autoritaire man. We hebben ons tegen hem afgezet, maar doorheen de jaren zijn we hem ook beter gaan begrijpen. Hij was met allerlei dromen naar hier gekomen, maar dat werden nachtmerries. Op het werk kreeg hij vast ook zijn portie shit te verwerken. Maar hij had geen uitweg: hij droeg de verantwoordelijkheid over een gezin van zeven kinderen, en had de vaste wil om het in België beter te hebben dan in Tunesië.

“De strijd van allochtonen van de tweede en derde generatie is anders: wij willen vooral onze plaats vinden in een maatschappij die argwanend naar ons kijkt.”

Ben je het ouderlijk nest snel ontvlucht?

Ben Chikha: “Op mijn 18de. Ik deed ingangsexamen aan de Jazz Studio in Antwerpen omdat ik ervan droomde de nieuwe Miles Davis te worden. Ik slaagde, maar had daarna niet het doorzettingsvermogen om keihard te werken. De verlokkingen van de grote stad, een nieuw lief, je kent dat. Ik heb daar vooral hard geleefd.”

Hoe raakte je aan geld?

Ben Chikha: “Door te dj’en en in de horeca te werken. Dat hadden we aan de kust ook altijd gedaan. Zakgeld was een westers concept waar mijn vader niet in geloofde: ‘Jullie hebben dat niet nodig, er staat eten en drinken in de ijskast.’ Vanaf mijn 13de werkte ik als afwasser in restaurants en later als barman in cafés en clubs. Met dat geld betaalde ik mijn studies en huur.”

Bounty

Toen je je studies opgaf, verhuisde je naar het multiculturele Brussel. Voelde je je daar beter dan aan zee?

Ben Chikha: “Gek genoeg niet. In Blankenberge was er geen gemeenschap waarop we konden terugvallen, waardoor we maar één optie hadden: zo Vlaams mogelijk proberen te zijn. In Brussel was die gemeenschap er wel, maar ze bekeek mij als een bounty. Mijn Arabisch was niet goed, doordat we thuis een Tunesisch dialect spraken. Ik was niet religieus, dronk alcohol, maakte muziek, was geboeid door theater: allemaal zaken die door de gemeenschap werden afgekeurd.”

Voel je je een bounty?

Ben Chikha: “Het is een beladen term, maar je kunt niet ontkennen dat ik een echte West-Vlaming ben. Mijn identiteit is meerlagig – Gents, Brussels, Tunesisch – maar West-Vlaams staat op één. Mijn vrouw komt ook uit de Westhoek, dat schept een band. West-Vlamingen hebben een speciaal soort humor en zijn bikkelhard voor elkaar. Wij liggen nog altijd in een deuk als we naar Bevergem kijken, terwijl veel Antwerpenaars er niks aan vinden.

“Maar als bounty val je tussen twee stoelen. Bij het uitgaan mocht ik vaak niet binnen in clubs of danscafés. Ik heb het meegemaakt dat mijn zogezegde vrienden naar binnen gingen en ik buiten achterbleef. Dan zat er niks anders op dan beschaamd en boos af te druipen.”

Enkele jaren geleden speelde je de voorstelling De zonder zon zon met Jaak Van Assche. Hij vergeleek je met een clown die zijn droefenis camoufleert met humor.

Ben Chikha: “Ik heb wapens moeten vinden om mijn droefheid te verbergen, en humor is het meest efficiënte. Toch draag ik die tristesse uit mijn verleden voor altijd mee. En als ik word geconfronteerd met onrecht, komt ze in extreme mate naar boven. Als ik in situaties beland waarin ik me machteloos voel, of als ik anderen zie worstelen.”

Zoals toen je enkele jaren geleden naar de slager fietste met een kap over je hoofd en door de politie werd tegengehouden omdat je je ‘verdacht gedroeg’?

Ben Chikha: “Ja. Bij de fouillering hebben die gasten me verplicht om mijn schoenen en kousen uit te doen. Het was putje winter en ik stond daar met mijn blote voeten op straat. Toen ik thuiskwam, heb ik mijn sokken te drogen gehangen en ben ik op bed gaan liggen, omdat ik me zo vernederd voelde. Alle shit kwam weer naar boven. Maar eigenlijk vertel ik daar niet graag over, want veel mensen snappen niet eens waarom je daarover klaagt. ‘Allee gast, de politie moet toch haar werk doen?’ Als je mijn hele historie niet hebt meegemaakt, weet je niet hoe het voelt om als een crimineel behandeld te worden vanwege je huidskleur. Iemand die misbruikt is in zijn jeugd reageert ook gevoeliger op seksuele intimidatie.

“Onlangs las ik een artikel van een allochtone vrouw die zei dat ze niet meer wil praten over die situaties omdat het averechts werkt. Het probleem is gekend, er is genoeg inkt over gevloeid. Mensen die het willen begrijpen, weten het intussen wel. De rest voelt zich aangevallen en vindt dat die klagende allochtonen hun klep moeten houden en dankbaar moeten zijn. Bij racistische incidenten zouden journalisten geen bekende allochtonen meer moeten bellen, maar blanke Vlamingen. Laat hen daar hun mening maar eens over geven.”

Je doelt op de uitspraak van N-VA-parlementslid Nadia Sminate. Die zei in De afspraak op Canvas dat mensen met buitenlandse roots dankbaar moeten zijn voor de kansen die ze hier krijgen.

Ben Chikha: “Als zij dat vindt, is dat prima. Maar ze moet niet voor anderen spreken, in een poging om te bewijzen hoe graag ze deel wil uitmaken van het ontvangende land. Dat is belachelijk.”

Sommige Vlamingen begrepen de kritiek op haar uitspraak niet. Veel mensen hebben het hier toch beter dan in hun thuisland? Wat is er mis met een beetje dankbaarheid?

Ben Chikha: “Niets, maar wel met ópgelegde dankbaarheid. Ga tegen een Syrische vluchteling die wordt uitgebuit door huisjesmelkers maar eens zeggen dat hij dankbaar moet zijn. Waarvoor? Voor de oorlog in zijn land? Voor de manier waarop we hem hier ontvangen?

“En waarom zouden allochtonen die hier geboren zijn dankbaarder moeten zijn dan hun blanke buurman? Wat heeft die buurman beter gedaan? Er zijn genoeg allochtonen die elke dag braaf gaan werken en studeren, en altijd op tijd hun vuilzakken buitenzetten. Waarvoor zouden die gedienstig op hun knieën moeten vallen?

“Ooit vond ik ook dat ik dankbaar moest zijn voor wat ik had bereikt. Mijn broer Chokri vond dat onnozel: ‘Stop daarmee! Jij hebt die kansen gegrepen, dat is jóúw verdienste.’ Ik ben tevreden dat ik hier woon, maar wij dragen ook ons steentje bij. Veel blanke Vlamingen grijpen hun kansen niet en zijn ondankbaar omdat ze in een slechte situatie zitten. Waarom wijst Sminate hen niet met de vinger?”

Ik heb het gevoel dat je een warme mens bent, maar dat er een vulkaan in je huist.

Ben Chikha: “Dat is zo, al is die vulkaan al gekalmeerd. Er was een periode waarin ik veel interviews gaf over mijn verleden, en tegelijk enkele klotesituaties meemaakte die mijn oude wonden weer openhaalden. Het leek alsof ik er nóóit uit kon losraken. Op den duur werd het me zwart voor de ogen. Ik was te kwaad, te lichtgeraakt. Ik zat in een theaterproductie met fijne mensen en toch vaarde ik voor het minste uit. Gelukkig besefte ik op tijd dat ik iedereen aan het wegduwen was. Ik stapte uit die productie en zocht hulp.

“Uit de gesprekken met mijn therapeute bleek dat ik de onmacht uit mijn jeugd onvoldoende had verwerkt, waardoor die bij het kleinste incident uitbarstte in een irrationele kwaadheid. Ze leerde me ook om bij gevoelens van frustratie en onrecht te focussen en naar het bredere plaatje van mijn leven te kijken. ‘Wat heb ik al bereikt? Wie staat er rondom mij?’ Zo vermijd je dat je in een tunnelvisie beland. Als ik mijn innerlijke vulkaan voel broeien, weet ik dat ik even afstand moet nemen. Dan spring ik op mijn koersfiets en denk ik aan mijn vrouw en kinderen, aan mijn vrienden en aan mijn fijne job. Ik vertrek thuis in Merelbeke, rijd de Vlaamse Ardennen in en laat alles achter. Door de zuurstof en de mooie landschappen onderweg vallen je oogkleppen af, gaat je geest open en krijg je nieuwe inzichten. Dat helpt enorm. Na vier uur fietsen keer ik terug als een ander mens. Het is een vorm van yoga.

“Maar denk nu niet dat ik mijn kop in het zand steek voor onrecht, hè. Als ik er iets aan kan doen, zal ik dat niet laten. Maar ik wil mijn kop niet meer zot maken ten koste van mijn omgeving. Ik heb rust gevonden en durf te zeggen dat ik nu op het mooiste punt in mijn leven sta. Op mijn 30ste dacht ik dat mijn beste jaren eraan kwamen. Dat was een vergissing. Ik ben 48 en heb me nog nooit zo goed gevoeld. Alleen mijn late tienerjaren als skater komen in de buurt.”

Waarom was je zo gelukkig in je skateperiode?

Ben Chikha: “Die gasten gaven geen fuck om mijn afkomst of kleren. Het ging om de trucs die je kon en om de muziek die je beluisterde. Skaters zijn straatratten, net als ik. Bij hen voelde ik me thuis.

“Op een bepaald moment mochten we een halfpipe bouwen in de achterzaal van het jeugdhuis, om in te skaten. Zo kwamen we in contact met de hippies die daar rondhingen. Zij dronken bier en luisterden naar punk, rock en reggae, wij deden tricks en dronken Fristi. Op den duur smolten we samen tot één fijne bende. Ik leerde tappen, dj’en en optredens organiseren. Dankzij hen leerde ik ook Festival Dranouter kennen. Dat was een bevrijding! Helemaal weg van die andere festivals in Vlaanderen waar ik niet binnen mocht of altijd boel had. Op Dranouter was het peace and love. In mijn hoofd ben ik nog altijd de rebel uit die periode.”

Heb je het gevoel dat je kinderen het minder zwaar te verduren krijgen, omdat er nu meer kleur is in Vlaanderen?

Ben Chikha: “Ja. Ze zitten goed in hun vel. Ik ben mijn zoon gaan inschrijven aan de universiteit, en daar zag ik veel kleur. Onder jongeren is afkomst minder een issue.”

Toch heeft Vlaanderen op 26 mei rechtser gestemd.

Ben Chikha: “Ik hoop dat die verkiezingsuitslag de laatste stuiptrekking is tegen een verandering die toch niet te stoppen is. Anders zitten we serieus in de patatten. Maar ik geloof niet dat de mensen plots extreemrechts zijn geworden. Politici hebben hun eigen kiezers bang gemaakt, waardoor die naar Vlaams Belang zijn overgelopen. Het gestook tegen het migratiepact heeft een enorme impact gehad.”

Misschien had die angst ook wel te maken met de aanslagen in Brussel en de naweeën van de vluchtelingencrisis?

Ben Chikha: “Ja, maar men had hier ook kunnen reageren zoals de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern. Dan buig je zo’n drama om in een boodschap van hoop. Met angst bereik je niks. De criminalisering van vluchtelingen baart me echt zorgen. Wij worden helemaal niet overspoeld of belegerd door migranten. De overgrote meerderheid van de nieuwkomers zijn brave mensen die hun best willen doen.”

Naakte Maria

Ben jij een autodidact op het vlak van acteren en scenario’s schrijven?

Ben Chikha: “Helemaal! Ik leerde mezelf trompet spelen door platen op te leggen en die zo goed mogelijk na te toeteren. Van mijn favoriete plaat – Kind of Blue van Miles Davis – heb ik alle solo’s in de vingers.

“In Brussel speelde ik jaren als trompettist in Afrikaanse bands, tot ik gefascineerd raakte door theater. De trigger was de voorstelling My Blackie van Arne Sierens, waarin Titus De Voogt een crapuleuze straatjongen vertolkte. Zo’n rol zag ik mezelf ook spelen. Voordien had ik alleen nog maar voorstellingen gezien die geënt waren op de leefwereld van de blanke middenklasse. Maar Arne Sierens maakte iets in mij los met zijn theater over de lagere sociale klasse. Ik wist meteen: dít wil ik, dit is een manier waarop ik mijn verhaal kan brengen.”

Samen met Mourade Zeguendi en je broer Chokri richtte je het theatergezelschap Union Suspecte op, vrij vertaald: ‘Verdachte Club’.

Ben Chikha: “Dat was een manier om te lachen met de vooroordelen. Als je regelmatig een paspoortcontrole krijgt, ben je suspect. Wij wilden het theater openbreken: voorstellingen met allochtonen waren onbekend terrein.”

‘Wij zijn een generatie die alleen opgevoed is door vrouwen. We zijn kwaad, dom en geil. In plaats van een straathoekwerker zouden ze beter een hoer naar onze buurt sturen’, zo stelde je broer jullie voorstelling De Leeuw van Vlaanderen voor.

Ben Chikha (lacht): “Die stevige uitspraken gebruikten we om dingen los te maken. Ze beantwoordden aan hoe mensen ons zagen. Het was onze missie om zulke clichés over allochtonen op de korrel te nemen.”

Op de affiche van Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen, de opvolger van De Leeuw, stond een Maria met Arabische trekjes en een ontblote borst.

Ben Chikha: “Man, daar was heisa over! Kerk & Leven hield een protestmars omdat we het Mariabeeld ontheiligd hadden. Zij zagen ons als vreemdelingen die met hun godsdienst spotten. Maar wij waren geen moslims. Wij waren West-Vlamingen die op school waren gebombardeerd met de kerk en de Vlaamse primitieven. Waarom mochten wij die symbolen dan niet gebruiken?”

Die affiche diende toch ook om commotie te veroorzaken?

Ben Chikha: “Natuurlijk. Wij wilden volk trekken. En dat lukte ook.”

Klopt het dat Vlaams Belang naar jullie voorstellingen kwam?

Ben Chikha: “Zij hebben meermaals actie tegen ons gevoerd. Bij de première van De Leeuw van Vlaanderen zaten ze op de eerste rij, met de armen gekruist. Het publiek lag dubbel van het lachen, maar bij die mannen verroerde er zelfs geen mondhoek. Achteraf verzamelden ze reacties bij het publiek, en trakteerden ze onze blanke muzikant op een Duvel. Ons negeerden ze.”

Is je gebrek aan scholing een nadeel?

Ben Chikha: “Ik weet wat ik kan en niet kan. Er zijn veel betere acteurs en regisseurs dan ik. Ik blink nergens in uit, maar ik kan alles een beetje: muziek maken, dj’en, acteren, scenario’s schrijven. Ik word nooit een Matteo Simoni of Adil El Arbi. Maar mijn passie maakt veel goed.”

Wat vind je van de forse besparingen in de subsidies voor jonge kunstenaars?

Ben Chikha (fel): “Dat voelt echt aan als een onrecht, precies vanwege mijn verleden. Dat ik nu soms met mijn kop op tv kom, is omdat ik me onder andere via die subsidies kon ontwikkelen als jonge artiest. De regering-Jambon snoeit genadeloos in de kansen van een hele generatie jonge kunstenaars. Die groeien niet aan de bomen, die moet je tijd, geld en ruimte geven om te groeien.”

'Ik ben een autodidact: ik word nooit een Matteo Simoni of Adil El Arbi. Maar met mijn passie maak ik veel goed.' Beeld Thomas Sweertvaegher

Je schrijft samen met Wannes Cappelle en Dries Heyneman het scenario van Grond, een serie op VIER die geregisseerd zal worden door El Arbi en Bilall Fallah. Kun je daar al iets over kwijt?

Ben Chikha: “Het scenario is zo goed als klaar en de opnames starten in februari. Het gaat over een jonge gast uit de moslimgemeenschap die op het lumineuze idee komt om heilige grond naar Vlaanderen te halen, zodat overleden moslims hier begraven kunnen worden. Het is waanzinnig hoeveel doden er naar hun land van herkomst worden gerepatrieerd.

“De dood als megabusiness leek ons een toffe manier om iets verrassends te doen met het thema integratie. We willen wat frisse lucht blazen in het negatieve, gepolariseerde debat daarover. Het wordt een komisch drama met actie erin. Adil en Bilall hebben de ervaring om dat flitsend in beeld te brengen, en ook onze Marokkaanse acteurs krijgen inspraak.”

Het zou weleens een culthit kunnen worden in de multiculturele wijken.

Ben Chikha: “Ik ga niet te hoog van de toren blazen, de serie moet nog gemaakt worden. Maar ik ben heel blij – niet dankbaar – dat verschillende productiehuizen interesse hadden en dat we mochten kiezen hoe we het maakten, en voor wie.”

Je zat dit seizoen in De slimste mens, waarin je met uitgestreken gezicht zei dat je het beter zou doen dan je tegenstanders Natalia en Philippe Geubels, maar je sneuvelde meteen in die eerste aflevering. Pijnlijk?

Ben Chikha: “Een beetje wel. Daar op die stoel bleek het een stuk moeilijker dan thuis voor tv.”

‘Hoogmoed komt voor de val,’ titelden de media.

Ben Chikha: “Dat bewijst dat die journalisten weinig gevoel voor humor hebben. Als ik echt dacht dat ik zou winnen, had ik dat nooit gezegd.”

Beter dan orgasme

Je zit nu in een fase waarin je steeds meer aandacht en erkenning krijgt voor je werk. Voelt dat als een revanche?

Ben Chikha: “Nee, zo denk ik niet. Aandacht en erkenning strelen mijn ego, maar zorgen ook voor onrust. In de aanloop naar een première voel ik dat heel intens. Dan beland ik in een tunnel waarin bijna alles moet wijken, en ben ik zo nerveus dat ik me afvraag waarom ik het mezelf aandoe.”

Ken je het antwoord?

Ben Chikha: “Zingeving. De kunst is mijn manier om mezelf te ontplooien. Maar ik ben minder maniakaal geworden. Vroeger kon ik me zo verliezen in een voorstelling dat ik haast nooit thuis was. Ik begon ’s morgens te repeteren en stopte niet voor twee uur ’s nachts. Zo ging ik dagenlang door. Na de première ontwaakte ik dan uit die roes en vroeg ik me af waar ik mee bezig was geweest. Dat doe ik niet meer. Het is niet omdat anderen radicaal zijn dat ik dat ook moet zijn.”

Heeft dat fanatisme je relaties gekost?

Ben Chikha: “Minstens één, ja. Mijn huidige vrouw wil ik absoluut niet verliezen. We kennen elkaar nu vijftien jaar en het zit heel goed. Liza heeft me in mijn moeilijke periode ook gestimuleerd om hulp te zoeken.

“Mijn gezin is de basis van alles. Als die onder je voeten wegschuift, wordt al de rest instabiel en functioneer je niet meer. Ik heb mijn relatie weleens in vraag gesteld, maar kwam altijd snel tot de conclusie dat ík fout zat.”

Je denkt daar duidelijk veel over na.

Ben Chikha: “Ja, omdat het heel verleidelijk is om jezelf te verliezen in het artistieke. Ik heb al vaak gezien hoe die houding ravages aanricht. Daarom probeer ik de drie grote pijlers in mijn leven – mijn gezin, mijn werk en het fietsen – alle drie op niveau te houden. Wanneer die combinatie perfect loopt, ben ik het gelukkigst.

“Als jonge gast was ik heel idealistisch en dacht ik dat ik de wereld kon veranderen. Intussen heb ik geleerd dat je vooral impact kunt hebben op je dichte omgeving: je kinderen, partner, familie, vrienden en het publiek dat naar onze voorstellingen komt. De rest van de wereld laat ik over aan de jonge idealisten.”

Is veel geld verdienen een motivatie?

Ben Chikha: “Geld is altijd een motivatie. Als je te weinig verdient, kom je in de problemen. Maar ik heb snel begrepen dat ik mijn energie beter investeer in mensen dan in het najagen van financiële rijkdom. De discussies en gezellige momenten met vrienden zijn me meer waard dan een dure auto.

“Ik heb geen groot huis, maar het is wel een plek waar ik me thuis voel. Wij kopen bijna al onze kleren tweedehands, omdat dat ecologisch en goedkoop is. Waarom zou je nieuwe, dure spullen kopen als er zoveel goede kleren, platen en boeken te vinden zijn in het kringloopcircuit? Als ik een degelijke jeansbroek vind voor 3 euro, ben ik de koning te rijk. Ik heb een Ford Mondeo van twintig jaar oud, gekocht voor 2.500 euro, maar hij rijdt perfect. Ik ben blij dat ik niet materialistisch ingesteld ben, zodat ik niet te actief moet deelnemen aan de collectieve consumentenwaanzin.”

Zelfs aan je passie voor de fiets geef je geen fortuinen uit?

Ben Chikha: “Nee. Als ik een racefiets van 6.000 euro zie, loopt de kwijl uit mijn mond, maar ik zou daar nooit zoveel geld aan geven. Laatst heb ik een tweedehands Colnago gekocht – bijna nieuw, superlicht, volledig in carbon – voor 800 euro. Als je een beetje zoekt, vind je zulke pareltjes, en dat geeft me meer voldoening dan zo’n duur model in de winkel te kopen.”

Hoe heb je het fietsen ontdekt?

Ben Chikha: “Acht jaar geleden vroeg een vriend of ik eens met hem wilde meefietsen. Sindsdien is het mijn passie geworden, en een veel gezondere hobby dan dj’en. Mijn hele wielerseizoen staat in het teken van de laatste maandag van augustus. Dan wordt in Westouter, het dorp van mijn vrouw, de Belcanto Classic georganiseerd, een wedstrijd van ongeveer 50 kilometer met een tiental rondjes. Maar elke ronde moet je de Sulferberg op, een lastige helling met een vervelende uitloper.”

Lig je dan de avond voordien te denken: misschien win ik morgen die koers?

Ben Chikha: “Dat is niet realistisch. Het doel is uitrijden zonder gedubbeld te worden, en dat lukt me bijna elke keer. Er rijden ongeveer vijfhonderd coureurs mee, van wie minstens de helft supergetraind is. Ik hoor bij de andere helft, die meedoet voor de fun. Er rijden retrofans op stalen fietsen mee en mannen verkleed als vrouw. En als je na de finish je eerste pint hebt gedronken, wordt het donker en barst er een volksfeest los.”

Maar jij bent geen haantje?

Ben Chikha: “Dat zit misschien wel in mij, maar het kost te veel tijd en energie om op dat niveau te koersen. Fietsen draait voor mij om mentale en fysieke gezondheid. Maar die ene wedstrijd, dat is voor mij Kerstmis, Nieuwjaar en Sinterklaas op één dag. De weken voordien drink ik geen alcohol en rook ik niet. En tijdens de koers ga ik er volledig voor. De eerste twee ronden rijden we nog achter de wedstrijdwagen. Maar zodra die weg is, hoor je die versnellingsapparaten. Tak-tak-tak. Dan schieten ze langs alle kanten vooruit en vlammen we als zotten die helling op. En daarna storten we ons tegen 55 à 60 km/u weer naar beneden, in een troep van honderden renners. Dat is zo machtig, man! Dichter bij het koersgevoel ga ik nooit komen. Het is beter dan klaarkomen, en orgasmes staan bij mij nogal hoog aangeschreven (lacht).”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234