Zondag 08/12/2019

Voorpublicatie

Zo sprak Hitler in 1933: ‘Jodenvervolging? U kunt ze hier zien dineren in de beste restaurants van Berlijn’

Adolf Hitler spreekt Duitse soldaten toe in 1933. Beeld Popperfoto/Getty Images

Toen Adolf Hitler in de jaren 30 aan de macht kwam in Duitsland, stonden buitenlandse journalisten te trappelen om hem te vragen naar zijn plannen. In het boek De vergeten gesprekken met Hitler zijn zestien van die interviews verzameld. Daaruit blijkt dat ook journalisten van prestigieuze kranten en magazines blind naïef waren voor het gevaar van de Führer. Zo ook Anne O’Hare McCormick, die Hitler op 10 juli 1933 voor The New York Times kon spreken in Berlijn. ‘Aha, vrouwen: sinds jaar en dag mijn vurigste aanhangers!’

“Zijn ogen zijn zachtblauw. Een onvoorstelbaar bleke tint blauw is het; een blauw dat je alleen bij heel jonge kinderen ziet”, zo schrijft journalist Robert Chenevier op 10 december 1938 in het Franse weekblad L’Illustration. De kijkers die de auteur zo vertederen, zijn de ogen van een man die al bijna zes jaar aan de macht is in Duitsland en zich laat gelden als een meedogenloze dictator. Achtereenvolgens heeft hij het parlementaire bestel in zijn land afgeschaft, de grondrechten opgeschort, politieke tegenstanders gedood of opgesloten, en zijn joodse landgenoten uit de samenleving gestoten. Negen maanden eerder is Oostenrijk opgeslorpt door de Anschluss en door het Verdrag van München van 30 september 1938 heeft Tsjecho-Slowakije Sudetenland moeten afstaan aan nazi-Duitsland.

Wat Chenevier, sterjournalist van L'Illustration, in deze laatste winter in vredestijd echter niet interesseert, is waartoe de snel vorderende Duitse herbewapening moet dienen. Als hij op vrijdag 25 november 1938 Adolf Hitler interviewt in diens Beierse residentie in Berchtesgaden, gaat het gesprek niet over politiek, maar staan Hitlers opvattingen over architectuur en stedenbouw centraal. Hoewel Hitler sinds de machtsovername maar enkele tientallen interviews aan de Franse pers heeft gegeven, maakt de Führer er geen punt van juist deze reporter te woord te staan. Eind 1936 heeft Chenevier immers twee maanden in Duitsland doorgebracht om zich te verdiepen in de ‘economische en sociale successen’ van het Derde Rijk. Dat heeft vanaf januari 1937 geresulteerd in de publicatie van zijn bevindingen in vijf afleveringen, en die reeks heeft de rijkskanselier blijkbaar behaagd.

Hoe gedienstig Robert Chenevier ook mag zijn, een nationaalsocialist is hij zeker niet. Hij lijdt alleen aan dezelfde blindheid waarmee ook de andere journalisten te kampen hebben. Omdat ze bang zijn voor oorlog willen ze geloven – en vooral hun lezers doen geloven – dat Hitler de waarheid spreekt als hij pleit voor vrede. En de allergrootste fout die ze maken is dat ze geen onwelgevallige vragen stellen. Het zijn niet enkel Franse journalisten die zichzelf een rad voor ogen draaien. Hetzelfde gebeurt in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar de woorden van de Führer voor zoete koek worden geslikt. De interviews laten zien wat de publieke opinie in Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wílde horen aan de vooravond van de oorlog.

Tussen 1923 en 1940 geeft de Führer precies dertig interviews aan buitenlandse journalisten. Hitler kiest daarbij voor gerenommeerde gesprekspartners en media die boven alle verdenking zijn verheven. Als hij zich wil uitspreken in de Franse pers houdt Hitler zich ver van kranten die als extreemrechts bekendstaan en van bladen die flirten met het fascisme: zijn voorkeur gaat uit naar Le Matin, een groot pacifistisch dagblad, of Paris-Soir, dat beweert apolitiek te zijn. Wanneer hij zich tot de Britten wil wenden kiest hij niet voor Action, de krant opgericht door de Engelse fascist Oswald Mosley, maar voor The Daily Mail of The Daily Mirror, die een breed lezerspubliek trekken, ook mensen die dicht bij de vakbonden staan.

Hitler onthoudt zich ook van interviews met The Dearborn Independent, het openlijk antisemitische weekblad van de Amerikaanse ondernemer Henry Ford, iemand die hij niettemin bewondert. De prestigieuze krant The New York Times mag echter in 1933 wel een journalist naar Berlijn sturen. Op zondag 9 juli, vier maanden na de brand in de Rijksdag, twee maanden na de oprichting van de Gestapo en vijf dagen voor de invoering van het eenpartijstelsel onder de NSDAP, ontvangt Hitler de Amerikaanse journaliste Anne O’Hare McCormick (1880-1954) in zijn privévertrekken in de kanselarij. McCormick, die in 1937 een Pulitzerprijs zal winnen en tijdens de Tweede Wereldoorlog ondanks haar hoge leeftijd als oorlogscorrespondente aan vrijwel alle fronten zal werken, heeft een interviewaanvraag ingediend omdat ze de balans wil opmaken van het eerste halfjaar waarin de nationaalsocialistische beweging aan het bewind is. Die dag zal ze worden verwelkomd door een opperbest geluimde Hitler. De dictator kan namelijk goede economische statistieken voorleggen. Zo zijn alleen al in de voorafgaande maand (juni 1933) 126.000 werklozen weer aan de slag geraakt.

De eerste vraag van de journaliste betreft echter de internationale actualiteit, want ze wil graag de mening van de Führer horen over Franklin Roosevelt, die drie maanden eerder het Witte Huis heeft betrokken. De nieuwe president heeft onlangs Frankrijk en Groot-Brittannië in de kou laten staan, die op de Conferentie in Londen hebben gepleit voor herinvoering van vaste wisselkoersen. Roosevelt, die naarstig op zoek is naar nieuwe exportmogelijkheden voor de Amerikaanse industrie, die hij met zijn New Deal wil stimuleren, is echter volstrekt tevreden met een zwakke dollar.

Wat vindt u van de keuze van president Roosevelt?

Hitler: “Het is natuurlijk niet aan mij om te oordelen over het beleid van president Roosevelt, maar ik ben ervan overtuigd dat hij bij al zijn beslissingen de belangen en het welzijn van het Amerikaanse volk afweegt. En zo hoort dat ook.

“Het enige wat ik vraag is dat men mijn beleid op dezelfde manier bekijkt. Ik denk dat het tijd is dat naties elkaar leren respecteren, dat wil zeggen dat ze niet oordelen over de procedures die elk land kiest om de eigen problemen in het licht van de eigen belangen op te lossen. Eerlijk gezegd vind ik het vreemd dat onze jonge staat ongevraagd advies krijgt van buitenlandse regeringen die soms zo’n rampzalig beleid voeren dat ze er beter aan zouden doen wat meer naar zichzelf te kijken.”

Is dat ook wat u doet, als het gaat om de economische toestand in Duitsland?

Hitler: “Volledig! Ik denk in allereerste instantie aan al degenen hier in Duitsland die in vertwijfeling leven, die al drie jaar wanhopen. Vorige week hebben we het aantal werklozen met 126.000 kunnen verminderen. Wat doet de rest ertoe? Wie ligt wakker van andere zaken? Als wij onze doelen maar bereiken. U treft een gelukkig man vanmorgen, want ik heb net werk gevonden voor duizenden mannen door de aanleg te beginnen van het eerste tracé van de autosnelweg van Frankfurt naar Heidelberg via Darmstadt en Mannheim!

“Wat ik van plan ben te doen op het economische front, vraagt u? Wel, de eerste stap is een grootschalig programma voor openbare werken. Maar laat mij eerst vertellen wat onze problemen zijn en waarom we vastberadenheid aan de dag moeten leggen om die op te lossen.

“Hoe zag de situatie eruit toen ik aan het bewind kwam? We zaten met 6 à 7 miljoen werklozen. Het regeringsapparaat had geen gezag. Onze burgers hadden geen oog voor de belangen van de staat. In onze vakbondsorganisaties vierde egoïsme hoogtij. Om die algehele verlamming te verhelpen, om de bedrijvigheid weer op gang te brengen, moet het bedrijfsleven zich bedienen van nieuwe methoden en van mentaliteit veranderen. Duitsland is bijvoorbeeld nog altijd niet gemotoriseerd. De auto-industrie wordt nu gereorganiseerd om auto’s te produceren die burgers met een laag inkomen zich kunnen veroorloven. Dat ik Henry Ford bewonder, is niet zozeer omdat hij baanbrekend werk heeft verricht om productieprocessen te standaardiseren, maar omdat hij voor de massa produceert. Die kleine auto van hem heeft meer dan wat ook bijgedragen tot het verdwijnen van klassenverschillen.

“De tweede remedie is een volledig nieuwe visie op bestuurlijk niveau. We snijden op dit moment drastisch in de ambtelijke rompslomp. De bureaucratische hiërarchieën die ons al zo lang verlammen, ploegen we grondig om. We moeten zowel de bestedingen als de omvang van de overheid terugdringen.

“Ten derde staat de natie nu in een andere relatie tot de economie en de politiek. De gedachte daarachter is dat we willen afrekenen met het klassenegoïsme en het volk willen leiden naar het gewijde, collectieve egoïsme dat ‘de natie’ belichaamt. Politieke partijen hebben er alles aan gedaan om dat te beletten. Die zijn nu verdwenen. Het parlement was tegen mijn hervormingen. Ook dat bestaat niet langer. In Duitsland en elders hebben parlementen laten zien ten enenmale niet in staat te zijn een antwoord te bieden op de kolossale uitdagingen van de afgelopen tien jaar.

“Bedenk goed dat ik mijn remedies alleen Duitsland voorschrijf, niet de hele wereld. Geen enkele kritiek van buitenaf zal mij doen afwijken van de weg die ik heb uitgestippeld.

“Ik bewonder premier Mussolini omdat hij jarenlang hard heeft doorgewerkt aan zijn plannen, hoezeer hij ook werd bespot en gedwarsboomd. Ik heb ook sympathie voor president Roosevelt omdat hij afstevent op zijn doelen zonder zich te storen aan het Congres, lobby’s en een halsstarrige bureaucratie. De tijd is rijp voor een economische inhaalslag, voor nieuwe wegen, metro’s, geëlektriseerde treinen, het is tijd om de industrie terug te eisen en te decentraliseren, om nieuwe ambachten de ruimte te gunnen.”

Acht u het mogelijk dat na vier jaar dictatuur – of misschien twintig jaar – de parlementaire democratie wordt hersteld in Duitsland?

Hitler: “Ja, maar met een ander en beter soort parlement, waarin volksvertegenwoordigers op technische, professionele gronden zetelen.”

Wat komt er in de tussentijd in de plaats van de oppositie?

Hitler: “Eerst moet het beginsel van één centrale overheid degelijk zijn gevestigd en dat moet koste wat kost in stand worden gehouden. Daarvoor neem ikzelf de volledige verantwoordelijkheid. En als ik faal zal ik niet met pensioen gaan in een villa in Zwitserland!

“Aangezien elk afdelingshoofd volledig verantwoordelijk is om zijn afdeling te behoeden voor fouten, is het in zijn belang te luisteren naar het advies van deskundigen en naar kritiek. Kijk naar de lijst van mijn dagelijkse afspraken en u zult zien dat ik veel suggesties, complimenten en tegenwerpingen hoor. Niet alleen van vrienden of partijleden, maar van allerlei mensen. Op zoek gaan naar welgemeende kritiek hóórt bij mijn werk.”

Adolf Hitler: ‘In Duitsland en elders hebben parlementen laten zien ten enenmale niet in staat te zijn een antwoord te bieden op de kolossale uitdagingen van de afgelopen tien jaar.’

Hoe zit het met de joden? Hoe beoordeelt u de voor- en nadelen van uw antisemitische beleid?

Hitler: “Wat betreft de zogenaamd vervolgde joden – die u hier rustig over straat kunt zien wandelen en ziet dineren in de beste restaurants van Berlijn – zou ik maar al te blij zijn als de staten die zo begaan zijn met het lot van die joden hun deuren voor hen zouden openzetten. Het klopt dat we discriminatoire maatregelen hebben getroffen, maar die zijn niet zozeer gericht tégen de joden als wel vóór het Duitse volk – om de meerderheid gelijke economische kansen te bieden.

“U zegt dat joden het zwaar hebben, maar dat geldt ook voor miljoenen anderen. Waarom zouden de joden niet delen in de ontberingen die het hele land teisteren?

“U moet in gedachten houden dat wij onze strijd niet primair tegen de joden als zodanig voeren, maar tegen de communisten en alle andere elementen die ons moreel ondermijnen en ons vernietigen. Als ik een proces begin tegen een communist vraag ik ook niet of hij afkomstig is uit Saksen of Pruisen. Ik bedoel: ik kan een communist niet ontzien omdat hij joods is.”

Welke plaats ziet u voor vrouwen onder het nieuwe regime?

Hitler: “Aha, vrouwen! Wel, vrouwen zijn sinds jaar en dag mijn vurigste aanhangers. Mijn overwinning beschouwen ze als hún overwinning! Zij weten dat ik hun zaak dien door te werken aan de heropleving van de Duitse jeugd, aan een nieuwe maatschappelijke orde, aan het herstel van hoop en gezondheid.

“Gelukkig neemt het vrouwenoverschot in de bevolking af. En hoewel we met onze doelstellingen vrouwen aanmoedigen om te trouwen en thuis te blijven, kunnen ongehuwde vrouwen op de arbeidsmarkt in alle vrijheid de concurrentie aangaan met mannen. Alleen het leger, de magistratuur en bepaalde politieke functies zijn voor hen gesloten.”

Welke historische figuur bewondert u het meest? Caesar, Napoleon, Frederik de Grote?

Hitler: “Ik bewonder eerder Oliver Cromwell. Ik geloof niet dat die man van bescheiden komaf de grootste aller tijden was, maar hij heeft wel Engeland gered van een crisis – even ernstig als de crisis die we nu doormaken – door het parlement zijn plaats te wijzen en het land te verenigen.”

Hoe zou u de nationaal-socialistische beweging in één zin definiëren?

Hitler: “Als de mooiste ervaring die ik heb gehad sinds de Grote Oorlog. Ik lag verblind door Frans gas in een lazaret. Ik was blind, maar toen zag ik het opeens. Een visioen was het, een ingeving.”

Eric Branca – De vergeten gesprekken met Hitler, Uitgeverij Polis

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234