Vrijdag 18/10/2019

Voorpublicatie

Zo heeft het wielerjargon voor u geen geheimen meer

De kasseien van Parijs-Roubaix. Beeld Photo News

Ann De Craemer (taalcolumnist met een wielerhart) en Michel Wuyts (wielercommentator met een hart voor taal) ‘gaven er een skeute op’ en verzamelden in hun woordenboek 70 fraaie Vlaamse wielertermen. Het resultaat? Een blinkende momentopname van het Wieleriaans, een Vlaams gekleurde taal in volle ontwikkeling. Een voorproefje, op de laatste dag van de Week v/h Nederlands.

Elk woord in het Groot Vlaams Wieler­woorden­boek werd voorzien van een taalkundige uitleg-met-een-knipoog, gevolgd door een verhaal uit de buik van het peloton met vaak onbekende anekdotes.

KASSEIVRETER

Een groot deel van de huidige wielerliefhebbers groeide op met de jeugdboeken van Roald Dahl. Sommigen droomden er zelfs van om beroepsrenner te worden, maar zoals bekend uit Dahls beroemdste boek, waren die dromen het gevolg van de Grote Vriendelijke Reus (GVR): een magere gigant die met een trompet dromen in de kamers van slapende kinderen naar binnen blaast. De GVR mag dan aaibaar zijn, een beetje saai is hij wel.

Vervaarlijker (en spannender) zijn zijn negen moordzuchtige collega-reuzen: de Vleeslapeter, de Bloed­bottelaar, de Mensenmepper, de Vleeshakker, de Kinderkauwer, de Slagersjongen, de Meisjesstamper, de Bottenkraker en de Schrok­schranzer.

Ook de koers heeft zijn fietsmonsters: renners die als bezetenen tekeergaan op hun favoriete terrein. Berucht zijn de Parketbeukers (pistiers), de Asfaltschroeiers (spurters), de Tandenknagers (tijdrijders), de Modderstropers (veldrijders) of de Zuurstofzuigers (klimmers).

Het meest gevreesd echter is de Kasseivreter: een bijna uitgestorven moloch die zich nauwelijks buiten Vlaanderen begeeft. Enkel in Noord-Frankrijk gaat hij soms op strooptocht om kubusachtige natuurstenen weg te happen. Kasseivreters voeden zich slechts enkele weken per jaar, maar hun aanblik is afzichtelijk: speeksel, stof en geronnen bloed van valpartijen onderweg tekenen het gezicht van deze titanen. Niet voor niets houdt iedereen het wijselijk op ‘kasseien’. Het correcte Nederlandse woord – ‘kinderkopjes’ – zou de horror alleen maar groter maken.

Na de ontmoeting is de verwondering de essentie in een mensenleven. Helemaal mooi wordt het als verwondering verbazing wordt. Mij overviel dat gevoel na een ziekte. Een hardnekkige ontsteking hield me in 2014 uit de Tourstart in Leeds. Pas op 9 juli, in Ieper, trad ik in de circusarena.

Het werd een regendag met een gouden randje. Met het uur, met de minuut dreef verbazing mij dichter naar de rand van mijn stoel. In de slachthuisrit naar Arenberg over kasseien en door hellegaten liet een lichtvoetige artiest onvermoede kunsten zien. Daar waar tientonners à la Cancellara, Sagan en Kristoff het veld duchtig zouden omploegen, dartelde een lichtgewicht van een kleine 60 kilo over de bolle middenstrook. Behendig als een acrobaat maakte hij van ingewikkelde manoeuvres vloeiende bewegingen. Zijn lijn was als de gele serpentine die zich gracieus ontrolde over karrensporen en waterplassen. Waar anderen huiverden, nam hij de regen als bondgenoot.

Niemand, tenzij hijzelf misschien, had dit heerlijke schouwspel kunnen voorspellen. Overleven in het geel zou al een huzarenstukje geweest zijn. Ja, toch? Niets daarvan. Vincenzo Nibali verbande met zijn verfijnde bezem alle doemgedachten naar de diepste kelders van Le Nord. Hij, de ondergewaardeerde campione, knipte de gevreesde ondergang in snippers en lapte de grootste specialisten 45 seconden aan het been. Contador, in lichtheid zijn compagnon, verzoop op een haar na en kwam pas 2,5 minuut na Nibali aan de oppervlakte. Froome had na drie wanstaltige bewegingen en schuivers voor de finale aftocht gekozen.

Een Siciliaan die rijles gaf in het guurste noorden. Hoe kon dat toch? De reden, die was zo klaar als het water van de Straat van Messina. Daar in die zuiderstad had hij in afdalingen op de gitzwarte vulkaanplaveisels halsbrekende toeren uitgehaald. Geleerd hoe hij door het stuur losjes te behandelen het evenwicht meer kansen gaf. Het had hem van de grootste daler van Europa ook de grootste stenenvreter van de laars gemaakt. O nee, Nibali won die vijfde Tourrit niet. Die eer liet hij aan Lars Boom. Hij werd derde op een luttele 19 seconden, maar legde daar in Arenberg de basis voor een overrompelende Tourzege.

Ik draag Vincenzo Nibali in mijn hart. Dwars op het Siciliaanse temperament toont hij overal eerbied en rust. Ik geef grif toe dat ik ook bij zijn zeges in de Vuelta, de Giro, de Ronden van Lombardije en Milaan-San Remo vanbinnen gejuicht heb. Nibali is de maestro van de edelmoedigheid. De laatste ronderenner met een allround profiel. Hij verdient eenieders grootste bewondering.

HARKEN

Fragment uit het moestuinboek 'Biotoop Bicyclette' van prof. dr. Sonja P. Brakwater:

Kalken – naam van favoriete coureur op de weg smeren.

Maaien – smartphone over nadarhekken houden om aanstormend peloton te fotograferen.

Snoeien – met 60 km/u met het lichaam over het asfalt schrapen. Volgt vaak op ‘maaien’.

Stekken – (Regionaal, streek rond Wielsbeke) banden saboteren van  medecoureurs.

Spuiten – het lichaam ongeoorloofd van verse zuurstof voorzien.

Onderspitten & delven – wat 99% van de renners aan de finishlijn doet.

(Be)wateren – wat 100% van de renners in zeemvellen doet.

Harken – met de laatste krachten proberen bij te blijven in kopgroep of peloton.

Hij rechtte de rug, nam de klak van de verweerde kop, veegde er de parelende druppels mee van het voorhoofd, leunde op zijn riek en tuurde wezenloos de toekomst in. Had een landarbeider in een door God vergeten gat als Florennes die wel? Of was het leven niet meer dan een eindeloze herhaling van afstompende bewegingen, het traagzaam verknoeien van de rug, de voor mensen ongelijke strijd met de versnelde aftakeling? Het kon toch niet dat een negentienjarige alleen in troosteloosheid leefde? Hoe kwam hij in hemelsnaam onder de dwingelandij van de patroon uit? Met zijn boeventronie zat een job als stalknecht er niet in. Rekels met doorkerfde wangen kwamen het erf niet op.

Aan de einder doemde hij weer op. De lichtvoetige pedaleur over wie de hele buurt sprak. Zijn blikkerende tuig was een lichtpunt in het golvende Naamse landschap. De donkere haardos waaide weelderig in de wind. Zijn gladgeschoren benen deden verwijfd aan, maar wentelden soepel op de helling. ‘Le Globe’, zo prijkte in genaaide letters op zijn borst. De zoon van de fietsenmaker zou het waarmaken, zoveel was zeker. ‘Firmin Lambot wint ooit de Tour’, had een aangeschoten ouderling in de kroeg geroepen.

Niemand die hem tegensprak. Lambot had naast vechtlust ook klasse. En charme. Liefjes, bij trosjes, zo vermoedde de landarbeider. Wat was hij ondanks zijn reuzengestalte een onbenullige vent. Hij, Léon Scieur, kon niet eens fietsen. En toch. Toch deed dat beeld van de flyer Lambot een gedachte kiemen. Een scheutje, een plantje, een struik. Waarom zou hij zich met zijn zuurverdiende centen ook geen fiets aanschaffen? Tweedehands uiteraard, maar als begin goed genoeg.

De Groote Oorlog deed alle goede intenties teniet. Erna kon schoorvoetend veel. Firmin Lambot won in 1919 de eerste naoorlogse Tour, die waarin Eugène Christophe zijn vork brak. Drie jaar later zegevierde Lambot een tweede keer, zonder ook maar één etappe te winnen. Tot zover het voorspelbare. In 1921 voltrok zich een mirakel. De fietser Léon Scieur won in Brest een etappe van 405 kilometer. Hij veroverde geel en stond dat tot eenieders verbazing niet meer af. Met schoonheid had Scieurs stijl niets van doen. Hij zwaaide zijn stuurstang wijd uit, als een klapdeur in een wildwestfilm, en harkte hijgend over Pyreneeën en Alpen. Maar de Tour winnen deed hij wel. Wel 18 minuten voor Heusghem, nog een Belg.

Florennes was in de vroege jaren twintig het epicentrum van de Waalse koers. Lambot herstelde na zijn carrière weer fietsen, Scieur kocht een garage en baatte een bloeiende brandstoffenhandel uit. Naar de akker turen deed hij bij tijd en wijle, even schalks over de schouder. Met een deugddoende grimas.

Ann De Craemer & Michel Wuyts, Groot Vlaams Wielerwoordenboek, Polis, 20 p., 19,99 euro. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234