Dinsdag 23/07/2019

Schilderkunst

Zo groot was de invloed van 'Vlaming' Hans Memling op de Italiaanse kunst

Het Laatste Oordeel van Hans Memling. Beeld National Museum, Gdansk

Leonardo da Vinci had zijn Mona Lisa nooit kunnen maken zonder de Duitse Vlaming Hans Memling. Hoe groot de invloed van deze noorderling in Italië was, maakt een tentoonstelling over zijn werk nu helder.

Het is een eiland van mooie kunstwerken, neergestreken vanuit de hele wereld in de Scuderie del Quirinale, de pauselijke stallen in Rome, die tegenwoordig tentoonstellingsruimten zijn. Maar in dat eiland ligt een gat: een lege plek waar een topstuk had moeten hangen. Het had zo mooi kunnen zijn. Het Laatste Oordeel van Hans Memling (ca. 1435-1494), de Odysseus van de kunstgeschiedenis, zou voor het eerst in het land van bestemming getoond worden na een omzwerving van vijf eeuwen. Een 'terugkeer' naar een thuis waar het schilderij nooit was aangekomen.

Op het drieluik, dat geopend drie meter breed en twee meter hoog is, is de Heer op een regenboog gezeten en beziet hij een laatste keer wie de hemel verdient en wie de hel. Aartsengel Michaël weegt zorgvuldig de naakte zielen, opgestaan uit de dood. Zijn vleugels alleen waren de reis naar Rome al waard geweest: strakke, witte veren binnen, en donker petroleumgroene aan de buitenkant die naar beneden toe vervormen tot pauwenstaartveren. In zijn harnas wordt een goed deel van het tragische schouwspel in het landschap om hem heen weerspiegeld.

Het drieluik werd in 1471 door de Italiaan Angelo Tani besteld bij Hans Memling in Brugge. Het was bestemd voor Tani's grafkapel in de Badia Fiesolana, een 11de-eeuwse kloosterkerk in Fiesole, net buiten Florence. Maar het kwam er nooit aan: in 1473 werd het schip waarop het altaar werd vervoerd, gekaapt door piraten uit Gdansk. Daar werd het in de Mariakerk gehangen, tot het door Napoleon als buit werd meegenomen naar Parijs. In 1815 werd het gerestitueerd - niet naar Fiesole, maar naar Gdansk waar het, met een intermezzo in Leningrad in de Tweede Wereldoorlog, nog steeds hangt in het Narodowe Museum.

Memling: Vlaamse Renaissance
Scuderie del Quirinale,
Via XXIV Maggio 16, Rome, t/m 18/1
scuderiequirinale.it.

Hans Memling: Maria en Kind, 1485. Beeld Lisbona, Museu Nacional de Arte

Roofkunst

Het had moeten hangen in deze overzichtstentoonstelling van Memling, en het schilderij staat ook uitgebreid in de catalogus. Maar drie weken voor de opening werd het de Poolse overheid te heet onder de voeten. Officieel vanwege de kwetsbaarheid van het kunstwerk. Maar wie weet, vanwege de huidige aandacht voor roofkunst, waren ze vooral bevreesd dat het drieluik eenmaal in Italië niet meer aan Polen zou worden teruggegeven. En zo is er een lege plek, midden in de tentoonstelling. Een Napolitaans altaar met Michaël, precies gekopieerd van Memling, hangt er wel. Die hadden voor het eerst samen kunnen hangen, zodat de banden tussen Memling en de Italiaanse kunstenaars zichtbaar werden.

Goed. Tot zo ver wat er níet te zien is in Rome. Want wat er wel te zien is, is nog steeds ruimschoots de moeite waard: 49 kunstwerken van en naar een Vlaamse kunstenaar die onwaarschijnlijk grote invloed had op de Italiaanse kunstenaars van de Renaissance tot Leonardo da Vinci aan toe. Zijn portretten van Ginevra de' Benci en Mona Lisa, hoe origineel ook, zijn toch ook schatplichtig aan het portrettype dat Memling naar Italië bracht. De laatste hangt niet in de Scuderie, wel een aantal andere Italianen die aantoonbaar werden geïnspireerd door Memling, een kunstenaar die bij veel mensen nu misschien niet eens meteen een bel doet rinkelen. Van zijn Vlaamse (bijna) tijdgenoten zijn immers Jan van Eyck en Rogier van der Weyden het beste opgedroogd, imagogewijs.

In de straten van Rome zijn ze nu op twee grote borden te zien: een portret van een vrouw en een van een man, door Hans Memling. Het zijn geen billboards, meer een soort hooggeplaatste borden als bushaltepalen, zodat de twee waardig neerkijken op het verkeer. Ze zijn afkomstig van twee schilderijen die in de Scuderie hangen. De vrouw kan door als het toonbeeld van less is more: hoe je chic kunt zijn met heel weinig tierlantijnen. Ze draagt geen make-up of sieraden, heeft nauwelijks wenkbrauwen, haar hals is bloot, op haar hoofd slechts een zwart hoedje met een magnifieke doorzichtige sluier erover.

De man; een man zoals we die ook kennen van Italiaanse portretten van Antonella da Messina, Sandro Botticelli, Giovanni Bellini of Domenico Ghirlandaio. Maar toch: anders.

Christus met doornenkroon. Beeld Genova, Musei di Strada Nuova

Gestileerd realisme

Het is een mooi straatbeeld omdat met minimale middelen meteen duidelijk wordt dat het hier niet gaat om iets Italiaans. Het is onmiskenbaar noordelijk, en toch verwant. Vlaanderen laat even zien hoe groot z'n rol was in de Italiaanse geschiedenis. Dat kwam grotendeels door Memling, die zijn carrière liet bloeien in het 15de-eeuwse Brugge, handelscentrum voor onder meer kant en stoffen en een bankiersstad bovendien, die veel Italiaanse expats trok.

De bank van de Florentijnse familie De' Medici had er zijn eigen filiaal. Er was een levendige Italiaanse gemeenschap in Brugge, die Memling deels tot zijn clientèle kon rekenen. Die klanten stuurden Memlings handzame portretten en diptieken (reisbare tweeluikjes) naar Italië, of ze namen ze zelf mee.

Er waren al eerder Vlaamse schilders geweest die voor Italianen werkten natuurlijk, zoals Jan van Eyck (die een huwelijksportret van het bankiersechtpaar Portinari maakte), Rogier van der Weyden en Hugo van der Goes, die een groot altaar voor diezelfde familie schilderde in 1475. Maar het was Memling die het portret veranderde in Italië, net op het moment dat het hip werd om je als burger te laten uitbeelden op een afzonderlijk schilderij (niet slechts heel klein als opdrachtgever in een religieuze voorstelling).

Memlings gestileerde realisme: de illusie van een lijst waar de hand op leunt, een landschap in de achtergrond en soms een venster of loggia waarachter zo'n landschap te zien is - het is typisch voor het Italiaanse Renaissanceportret, en het kwam uit Brugge. In de Scuderie hangen niet al die Italiaanse voorbeelden, maar wel een goed tiental van Memlings mooiste. In de donkere, raamloze ruimten van de oude stallen zijn het bijna mini-altaartjes - iets wat in deze tijd van geëxplodeerde selfie-populariteit niet misstaat: het portret is het nieuwe altaar geworden.

Hans Memling, Portret van een man met een Romeinse munt, 1473-74. Beeld Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Heiligenverhaal

Maar het is slechts een eerste hoofdstuk; hier in Rome komen ook de genrestukken, ook de devotiestukken en ook de enkele grote drieluiken aan bod, soms met Italiaanse verwanten erbij. De directeur van de musea in Brugge, Till-Holger Borchert, Duits van afkomst en getrouwd met een Italiaanse, stelde de tentoonstelling samen. Hij is wellicht de grootste kenner van Vlaamse 'Primitieven' van deze tijd en heeft goed oog voor verhalen, wat zich in de tentoonstelling laat zien in een zorgvuldige 'hoofdstuk'-opbouw. We gaan van portretten naar kleine religieuze voorstellingen (kruisigingen in een landschap, een Maria in een omsloten tuin) naar het grote Moreel-triptiek dat gemaakt werd voor de Sint Jacobskerk in Brugge en nog altijd in de collectie van het Groeningemuseum aldaar zit.

Dit is, bij afwezigheid van het Laatste Oordeel, het hoogtepunt - in elk geval wat formaat betreft. Geen jezusvoorstelling in het centrale deel, maar een heiligenverhaal - ongewoon voor die tijd. Op de rug van de reus Christophorus zit een kind. De heilige bezwijkt bijna en begrijpt niet dat het kind zo zwaar is totdat het kind uitlegt: ik ben Jezus en draag alle zonden van de mensheid met mij mee. Opdrachtgever Willem Moreel, telg uit een invloedrijke Brugse families én Italiaan van afkomst (Morelli) staat links met vijf zonen, rechts zijn vrouw Barbara van Vlanderberghe met dertien dochters - van wie Memling er zes na voltooiing van het schilderij nog bijgeschilderd heeft.

Een altaar om je langzaam omheen te bewegen. Het is te groot om in één blik van dichtbij te zien en heeft te veel mooie details om op afstand te blijven. Ook de buitenkant van de luiken, met monochroom geschilderde Johannes de Doper en Sint Joris, zijn afzonderlijke kunstwerken.

Beeld Groeningemuseum

Overeenkomst

De eerste helft van de tentoonstelling sluit af met verhalende schilderijen, genrestukken waarin het hele leven van Christus of een Heilige wordt verteld. Een Middeleeuwse traditie, die laat zien hoezeer Memling op een scharnierpunt in de geschiedenis stond. En ook hier de band met de Italianen. Erbij hangt een helder werk van Fra Angelico met het leven van Sint Nicolaas, zo verdeeld in scènes dat het doen denken aan Vlaamse schilderijen, die alledaagse, huiselijke interieurs. Steeds wordt er bij de Vlaamse schilderijen één of twee Italianen gehangen om het verband te laten zien, maar niet op te dringen.

Boven, in het tweede deel van de tentoonstelling, hangen devotiestukken en heiligenvoorstellingen van Brugse tijdgenoten die ook voor Italiaanse opdrachtgevers werkten, gelardeerd met een enkele, meestal steengoede Memling per zaal, zoals zijn drieluik van de wederopstanding, uit het Louvre.

Als de tentoonstelling één ding laat zien, dan is het dat de altijd benadrukte scheiding tussen Noord-Europese kunst en Zuid-Europese kunst een fictieve is rond deze periode in de geschiedenis. Er is zo veel overeenkomst en wederzijdse beïnvloeding, en kunstenaars en opdrachtgevers reisden zo veel, dat de kunst zelf toont hoezeer Noord en Zuid samenvloeiden. De olieverf werd volgens kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari door Jan van Eyck naar Italië gebracht - wat waarschijnlijk niet precies klopt, maar de Vlaamse kunstenaars lieten wel de mogelijkheden van het nieuwe medium aan de Italianen zien.

Die techniek veranderde het hele uiterlijk van de kunst, omdat bij olieverf, anders dan het uit ei samengestelde tempera, de kleuren veel gelijkmatiger ineenvloeien en je er transparante lagen over elkaar mee kunt schilderen. Een grote wending die misschien te vergelijken is met de verandering in tekenfilms van stop-motion-animatie naar driedimensionale computeranimaties; Bambi versus Toy Story. De diepte kwam met de olieverf de schilderkunst binnen en het werd voor schilders makkelijker om een sfeer te schilderen waarin alles bij elkaar hoorde, een kwaliteit die Leonardo da Vinci uiteindelijk tot een hoogtepunt zou voeren.

In de Scuderie wordt duidelijk hoe groot de verwantschap tussen Noord- en Zuid-Europa altijd al is geweest - een signaal dat in deze tijd veel beleidsmakers gelukkig van pas zal komen.

Wanhoop en geluk
Het is de grand dame van alle voorstellingen die een kunstenaar kon maken: het Laatste Oordeel. Het moment aan het einde der tijden dat Jezus alle zielen die ooit hebben geleefd, weer tot leven wekt, en weegt wie de hemel verdient en wie de hel. Kunstenaars in de 15de en 16de eeuw konden er al hun vaardigheden en fantasie in kwijt: naakte lichamen, blikken van grote wanhoop en geluk, een machtige hemelsfeer, en natuurlijk de hel en haar demonen. Van de Vlaamse Primitieven waren het vooral Rogier van der Weyden en Hans Memling die grote, indrukwekkende versies maakten. Die van Rogier hangt in Beaune (Frankrijk), die van Memling in Gdansk (Polen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden