Zondag 24/10/2021

Interview

‘Zie ik er soms uitgeblust uit?’: Linda De Win verlaat met tegenzin de VRT-nieuwsdienst

Linda De Win: ‘Ze zijn bezig met mijn opvolger, ja. Maar de komende twee maanden ‘Villa Politica’ zijn nog van mij.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Linda De Win: ‘Ze zijn bezig met mijn opvolger, ja. Maar de komende twee maanden ‘Villa Politica’ zijn nog van mij.’Beeld Thomas Sweertvaegher

De openbare omroep stuurt Linda De Win met pensioen. Tegen haar zin – de pitbull van de politieke verslaggeving is nog lang niet toe aan een leven van ledigheid. Werken na je 65ste: ‘Waarom mag het wel bij Sporza en niet bij de nieuwsdienst?’

“Ik was een beetje een nerd”, zegt ze. Linda De Win was achttien in 1974, toen het boek All the President’s Men uitkwam, het relaas van de journalisten Carl Bernstein and Bob Woodward over het Watergateschandaal. “Ik was toen meteen gebeten om journalist te worden”, vertelt De Win. “Dat verhaal leest als een detectiveroman, met die twee vlotte kerels in een heldenrol. Er hing een soort spanning en glamour rond die wereld die mij heel erg aansprak.”

BIO • geboren op 7 juni 1956 in Wilrijk, woont in Mortsel • studeerde geschiedenis • startte in 1988 bij de radionieuwsdienst van VRT (toen BRT) • in 1995 ver­slag­gever voor Het jour­­naal en Terzake • startte in 2002 Villa Politica mee op en is er sinds 2006 het gezicht van • won in 2010 De slimste mens tegen Peter Van­der­meersch en Bent Van Looy

En die, zo bleek later, in schril contrast stond met de realiteit, toen ze in de oude BRT-gebouwen heel wat grijze heren aantrof op de radionieuwsdienst. “Er was toen eind jaren 80 één vrouw, Liesbet Walckiers. En de typisten, dat waren ook vooral vrouwen. Ik zag al die saaie mannen in hun aparte kantoortjes: Wetstraat, buitenland, justitie… Ik dacht maar één ding: hier hoor ik niet thuis.”

Het heeft lang geduurd voor u uw plek bij de openbare omroep hebt gevonden.

“Ik heb moeten knokken, ja. Maar opgeven staat niet in mijn woordenboek. Ik heb het al vaker verteld, hoe een eindredacteur er een sardonisch genoegen in vond om me bijvoorbeeld naar Planckendael te sturen voor de geboorte van een koala, terwijl iedereen wist dat mijn interesse bij de politiek lag. Een andere chef – zelf mislukt als Wet­straatjournalist – zei me: ‘Linda, de politiek, dat is toch echt niks voor u’. Vooral toen ik van de radio naar televisie was overgestapt, werd me duidelijk gemaakt dat ik onderaan de pikorde stond. Ik denk dat vele anderen er in mijn plaats de brui aan hadden gegeven.

“Laten we eerlijk zijn: dat ik Villa Politica mocht presenteren, was vooral omdat niemand anders daarvoor stond te springen. In het begin was het zoeken. Die eerste uitzending van het vragenuurtje in het parlement haalde in 2006 amper 36.000 kijkers. Wat een ramp, dacht ik. Maar Siegfried Bracke zei: dat is een vol voetbalstadion. En de kijkers zijn gaandeweg gevolgd; samen met eindredacteur Pascal Dossche hebben we van Villa Politica echt een merk gemaakt.”

Waar bent u trots op als u op bijna twintig jaar Villa Politica terugblikt?

“We hebben de politiek dichter bij de mensen gebracht, en we tonen hoe het politieke spel in elkaar zit. Live kunnen volgen wat in het parlement gebeurt, is heel anders dan een verslag achteraf in de krant of een duidingsprogramma. Het grote publiek kent hoogstens de regeringsleden of enkele partijkopstukken, maar onze kijkers ontdekken ook parlementsleden die nog niet zo bekend zijn. Wij kunnen verder gaan dan de oneliners.

“Soms maken we echt het nieuws, door de inconsequenties en breuklijnen bij de partijen bloot te leggen. Ik herinner me nog een uitzending tijdens het debat in het Vlaams Parlement over de onderwijshervorming en het invoeren van de brede graad. Toenmalig onderwijsminister Pascal Smet (Vooruit) stond in het halfrond te verkondigen dat de hele Vlaamse regering hier achter stond. Tot Filip Dewinter (Vlaams Belang) met zijn iPad begon te zwaaien: ‘Bart De Wever (N-VA) heeft zonet in Villa Politica het tegenovergestelde gezegd!’ Door dat interview van mij in de wandelgangen werd de plenaire vergadering geschorst. Die brede graad is trouwens afgevoerd, wij hadden goed aangevoeld dat er helemaal geen consensus over bestond, hoe hard ze die schijn ook ophielden. Voor die momenten doe ik het.”

U wordt 65 en moet op 1 juli met pensioen. Wordt er nu een nieuwe Linda gezocht voor Villa Politica?

“Ze zijn ermee bezig, ja. Maar de komende twee maanden zijn nog van mij.” (lacht)

In De toestand is hopeloos maar niet ernstig op Radio 1 vertelde u heel eerlijk dat u niet wil vertrekken. ‘Je stopt toch niet met journalist zijn omdat je 65 wordt?’, zei u.

“Onze CEO Frederik Delaplace heeft me daarna uitgenodigd voor een gesprek. Ik wist op voorhand dat het niets aan de beslissing zou veranderen, maar ik wilde aankaarten dat de huidige regeling niet eerlijk is. Michel Wuyts wordt in december 65, ik kan me niet voorstellen dat hij niet meer samen met José De Cauwer de koersverslaggeving zou mogen doen.”

Waarom mag Frank Raes na zijn pensioen wel als zelfstandige op post blijven, en u niet?

“Voor alle duidelijkheid: het weze hem gegund. We leven langer en iedereen moet langer werken om de pensioenen betaalbaar te houden. Maar de regels worden nu erg arbitrair toegepast. Waarom mag dit wel bij Sporza, en niet bij de nieuwsdienst? Ik zie geen goede argumenten. Zijn mijn netwerk en de ervaring die ik heb opgebouwd dan plots niets meer waard?

‘Jan Jambon weigert in ‘Villa Politica’ te komen. ‘Het ligt niet aan het programma, het ligt aan u persoonlijk’, zei zijn woordvoerder.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Jan Jambon weigert in ‘Villa Politica’ te komen. ‘Het ligt niet aan het programma, het ligt aan u persoonlijk’, zei zijn woordvoerder.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik snap dat het belangrijk is om te verjongen, en dat we nieuwe talenten de kans moeten geven om door te stromen, maar een programma als Villa Politica ga je nooit overlaten aan een piepjonge journalist die net van de schoolbanken is geplukt.”

Mogen we dit ook als een open sollicitatie lezen? Uw verhaal bij de VRT stopt wellicht, maar alle andere aanbiedingen zijn welkom?

“Ik wil nog graag aan de slag blijven, dat steek ik dus niet onder stoelen of banken. Ik kan me niet inbeelden dat ik plots de politieke actualiteit niet meer zou volgen. Dit is mijn passie van jongs af aan, het is vreemd dat ze ervan uitgaan dat je dat zomaar zou lossen na je vijfenzestigste verjaardag.

“Ik zie vriendinnen die met pensioen zijn en het fijn vinden om veel vrije tijd te hebben. Zoek een hobby, zeggen ze me. Moet ik dan de rest van mijn dagen gaan aquarel schilderen of confituur maken? Ik heb intellectuele input nodig.”

Wat zou u graag nog willen doen?

“Als ik hardop mag dromen? Eén keer per week een lang interview met iemand die op de actualiteit heeft gewogen. Of een rol als politiek commentator. Iets als Zinzen en Van Cauwelaert misschien? Ik weet dat ik onze parlementen en het politieke spel door en door ken. Na mijn pensioen hoop ik eindelijk eens voluit mijn gedacht te kunnen zeggen.” (lacht)

Hebt u het gevoel dat u als journalist macht en invloed hebt? Is dat wat u zal missen?

“Dat is relatief, het is hier ook niet elke week even boeiend. Maar er waren momenten, zoals de val van de regering-Leterme I, waar ik op de eerste rij stond en alles live naar de kijkers kon brengen. Om zo’n verhaal te vertellen, te midden van de chaos en opwinding, dat geeft een enorme kick. En dan neem je er veel andere saaie zittingen bij.

“Dit is geen primetimetelevisie, dat besef ik goed. Maar bijna elke week is er wel iets uit Villa Politica dat door de kranten wordt opgepikt, of in De afspraak of De zevende dag getoond wordt. Daar haalt het team altijd veel voldoening uit. Wíj zijn het die vorige week zijn doorgegaan op het statuut van de parlementairen en de regeling bij langdurige ziekte, en zo dat thema mee onder de aandacht hebben gebracht.

“Echt, het is toch niet dat ik een uitgebluste indruk maak?”

We hebben u daarnet met elf centimeter hoge naaldhakken zien ronddraven, zonder over al die kabels over de vloer te struikelen.

“Ja, ik weet ondertussen waar alle hindernissen liggen.” (lacht)

Linda De Win voelt zich meer thuis in het Paleis der Natie dan in de gangen van het VRT-gebouw. “Zelfs na zoveel jaar dienst bij de VRT, voel ik me daar een beetje een einzelgänger.” We zitten in de statige leeszaal van het Federaal Parlement, al vele jaren het decor van Villa Politica op donderdag. De staatsieportretten aan de muur tonen alle voormalige Kamervoorzitters; grijze heren in pak kijken streng op ons neer vanuit hun gouden kaders.

Google helpt ons verder: Camille Huysmans, premier tot zijn 76ste. Frans Van Cauwelaert zetelde in de kamer tot zijn 81ste. Op het uitvoeren van een politiek mandaat staat geen einddatum, op de politieke verslaggeving wel.

Net als we aan de opsomming bezig zijn van alle parlementsleden die ook na hun 65ste nog in het rode velours van de macht blijven plakken, komt Patrick Dewael (Open Vld) even dag zeggen. Een jaar ouder dan De Win, met een mandaat tot minstens 2024. “Het is schandalig dat u moet stoppen, Linda. Kan ik een petitie voor u opstarten?” zegt hij. Of ze nu eindelijk in de politiek zal stappen, vraagt Dewael. Zij: “Nooit.” Woordvoerder worden misschien? Zij: “Nooit. Ik zou nooit iets kunnen verdedigen waar ik niet 100 procent zelf achtersta. Ik ben te eerlijk, dat weet je toch?”

Wanneer hij zijn exit maakt, zegt De Win – nog net luid genoeg zodat hij het kan horen – “Patrick Dewael is een van onze beste parlementariërs. Het levende bewijs dat leeftijd niets over onze capaciteiten zegt.”

Bent u eigenlijk na al die jaren als bevoorrechte getuige optimistisch over de werking van onze democratie?

“Ik heb de indruk dat heel wat mensen zijn afgehaakt en de politiek niet meer volgen, dat baart me zorgen. De laatste lange regeringsvorming heeft daar geen goed aan gedaan. Maar ik ben niet cynisch van aard. Het Belgische staatsmodel is met alle imperfecties en complexiteiten uitermate boeiend. Ik zie ook hoe waardevol dat is, ons compromismodel. Ik zou niet in China of Rusland willen wonen.”

Het ontbreken van een pandemiewet maakt nog eens pijnlijk duidelijk hoe het parlement buitenspel wordt gezet.

“Dat is al lang een pijnpunt, en dat heeft het parlement vooral aan zichzelf te danken. We hebben te veel parlementsleden, en – ik wik mijn woorden – de spoeling is soms erg dun. Ik had het er gisteren nog over met mijn eindredacteur: zouden de Vlaamse parlementsleden en Kamerleden die door corona niet aanwezig mogen zijn bij de plenaire vergadering, nu allemaal thuis digitaal de zitting volgen? Ik durf het heel hard te betwijfelen.”

Wat zouden uw aanbevelingen zijn, om wat meer schwung te geven aan de parlementaire werking?

“Politici moeten meer lef hebben, daar komt het op neer. Durf je nek uit te steken, problemen benoemen. Ik heb soms de indruk dat veel parlementsleden ’s ochtends even de krant openslaan en daar tijdens het vragenuurtje een actuele vraag over stellen. Terwijl je van verkozenen toch mag verwachten dat ze een eigen expertise opbouwen, en zelf met thema’s naar buiten komen.

“Maar ons kiessysteem helpt niet. Om verkozen te raken ben je afhankelijk van een goede plaats op de lijst, met als gevolg dat maar heel weinig politici zich kritisch durven op te stellen tegenover hun eigen partijleiding.

“Op dat vlak is het Nederlandse systeem veel sterker, met één lijst voor het hele land. Dan krijg je figuren als een Pieter Omtzigt (CDA), die ook in de eigen partij als een ‘dwarsligger’ wordt gezien, maar puur door zijn electorale gewicht in het parlement terechtkomt. Dat is bij ons haast onmogelijk.”

Hebben wij geen Belgische Pieter Omtzigt?

“Ik denk dat Eric Van Rompuy (CD&V) nog het dichtst in de buurt kwam, van iemand die, op het einde van zijn carrière, zijn eigen koers durfde te varen.

‘Ik heb het mezelf soms moeilijk gemaakt, door té eerlijk te zijn. ik ben allergisch voor valse vleierij.’  Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ik heb het mezelf soms moeilijk gemaakt, door té eerlijk te zijn. ik ben allergisch voor valse vleierij.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Tegenwoordig merk je dat steeds minder politici buiten de lijntjes durven te kleuren, en enkel iets zeggen als ze eerst fiat hebben gekregen van hun voorzitter. Maar dat is al veel langer een pijnpunt, ten tijde van het Egmontpact (1977) was er al sprake van ‘de junta van de partijvoorzitters’.

Ondertussen klagen alle journalisten dat het steeds moeilijker wordt om politici voor de microfoon te krijgen.

“Vorige week nog: Willem-Frederik Schiltz, fractieleider voor Open Vld in het Vlaams Parlement, wilde niets zeggen over het statuut van parlementairen. Omdat hij eerst het partijstandpunt wilde afwachten, vermoed ik. Hannes Anaf van Vooruit, idem. Oké, die is nog jong, maar je zit toch in het parlement omdat je een mening en een visie hebt. Als fractieleider moet je een beetje ballen aan je lijf hebben.

“Jan Jambon (N-VA) weigert sinds 2015 om nog in Villa Politica te komen, omdat hij vindt dat ik te kritisch ben geweest. De oorzaak was de felle kritiek die Liesbeth Homans (N-VA) toen als lid van de Vlaamse regering had geuit op een federale handelsmissie naar Japan. Een bevoegdheidsovertreding, volgens haar, want buitenlandse handel zit bij de Gewesten. Jambon, toen minister van Binnenlandse Zaken, heeft toen bij ons voor de camera verklaard dat hij daar geen punt in zag. Hij sprak Homans ronduit tegen! Dat hij in onze uitzending een slechte beurt maakte, had hij helemaal aan zichzelf te danken. Zou hij daarom rancuneus zijn? Ik weet het niet. We hadden gehoopt de bladzijde te kunnen omdraaien toen Jambon minister-president werd, maar elke aanvraag wordt beleefd afgewimpeld. ‘Het ligt niet aan het programma, het ligt aan u persoonlijk’, kreeg ik ooit als uitleg van zijn woordvoerder.”

Wie u kent, omschrijft u als ‘doodeerlijk’ en ‘altijd rechtuit’. Ziet u dat als een vloek of een zegen?

“Ik heb het mezelf soms moeilijk gemaakt, door té eerlijk te zijn. Ik kan mezelf niet goed verkopen, en ik ben allergisch voor valse vleierij. Collega’s die elkaar lopen te bewieroken en schouderklopjes uitdelen, zich uitsloven om op een goed blaadje te staan bij de bazen... Ik kan het gewoon niet. Ik ben soms confronterend, en dat stoot mensen tegen de borst. Maar dat maakt me juist een goede politieke interviewster, denk ik.

“Ik heb wel geleerd om af en toe mijn mening voor mezelf te houden. Zwijgen is ook een optie, weet ik ondertussen.” (lacht)

Toen Linda De Win tien jaar geleden in een mediastorm terechtkwam, had dat niets te maken met haar capaciteiten als politiek journalist, maar wel met haar deelname aan De slimste mens. Ze kroonde zich tot winnaar van dat seizoen, maar kreeg als beloning een nooit geziene haatcampagne over zich heen, met Facebook-groepen als ‘Stuur Linda De Win naar Auschwitz’.

Ze haalde met haar controversiële deelname zelfs The Guardian, onder de titel ‘Hating the world’s smartest woman’. ‘Zouden de Belgen haar tv-overwinningen wél respecteren als ze een man was geweest?’, vroeg de Britse krant zich af. Heeft zij zelf een decennia later al een antwoord op die vraag?

“Nee, natuurlijk zou dit met een man nooit zijn gebeurd”, zegt De Win. “Een vrouw die competitief is, daar heeft men het blijkbaar moeilijk mee.

“Terwijl ik het juist een fijne kans vond om te tonen wat ik allemaal wist. Dat is toch de bedoeling van een quiz?”

Misschien gaat De slimste mens niet over kennis, maar worden deelnemers vooral geacht grappig, leuk, mooi, populair te zijn?

“Dat had ik dan helemaal niet door. (lacht) Misschien was dat naïef van mij. We hadden net met Villa Politica een award gewonnen voor de liveverslaggeving over de val van Leterme I. Ik zag het als een teken van erkenning dat ik gevraagd werd voor De slimste mens. Eindelijk, dacht ik. Ik had er nooit bij stilgestaan hoe ik zou overkomen bij het publiek. Ik zat daar niet om bekender of populairder te worden. Ik wilde die quiz spelen, en dat zo goed mogelijk doen.

“Toen de heisa rond mijn deelname losbarstte, waren de opnames al achter de rug, dus ik kon helemaal niets veranderen aan mijn houding. En dan nog: ik kan geen rolletje spelen. Als ik de grappen van de jury flauw vond, dan kon je dat van mijn gezicht aflezen.”

U beschuldigde de programmamakers ervan om bewust de controverse te hebben aangewakkerd.

“Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze me bij het monteren wat negatiever geframed hebben. Eindredacteur Sam De Graeve heeft dat met klem ontkend, maar het is een feit dat je bij dergelijke programma’s een speelbal bent van de makers. Er waren juryleden zoals Guy Mortier – die ik overigens nog altijd erg hoog inschat – die olie op het vuur gooiden.

“Ik denk dat ze me op een gegeven moment gewoon liever kwijt wilden. Een kandidaat als Matthijs van Nieuwkerk, die ze graag vier of vijf afleveringen in het spel wilden houden, werd door Bent Van Looy en ik na zijn eerste deelname naar huis gespeeld. Lien Van de Kelder, hetzelfde. Daar konden ze bij Woestijnvis niet mee lachen. (lacht)

“Ik heb in die periode trouwens ook veel lieve steunmails gekregen, maar daar had niemand het over. Ik heb ze allemaal bewaard.”

Wilt u liever gerespecteerd of geliefd zijn?

“Gerespecteerd, natuurlijk. Moeten alle mensen van mij houden? Nee. Ik heb heftige voor- en tegenstanders. Liever dat, dan een grijze muis die de mensen onverschillig laat.”

De voorbije maanden kwamen er klachten binnen bij de VRT omdat u er te verzorgd uitziet. U zou uit solidariteit met de gewone mensen minstens wat grijze uitgroei moeten tonen toen de kappers gesloten waren. ‘Of klust De Win bij als kapster in bijberoep?’, schreef een kijker naar de klantendienst.

“Ook als ik niet meer op het scherm zou komen, zal je me nooit met grijs haar zien. Daar ben ik nog lang niet klaar voor. Als de kappers dicht zijn, verf je je haar toch zelf met een pakje uit de supermarkt? Zoals alle schermgezichten worden mijn make-up en haar gedaan voor elke uitzending. In de eerste lockdown moesten we dat zelf doen, dat vond ik absoluut niet vanzelfsprekend.”

‘Een gezinsleven zou niets voor mij zijn geweest. Ik ervaar dat niet als een gemis, eerder als een enorme vrijheid.’
 Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Een gezinsleven zou niets voor mij zijn geweest. Ik ervaar dat niet als een gemis, eerder als een enorme vrijheid.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Waarom vindt u uiterlijk zo belangrijk?

“Het is toch normaal dat je er een beetje goed wilt uitzien? De belichting op locatie in het parlement is nooit zo perfect als in een tv-studio, dus daar was ik vaak niet blij mee. En heel eerlijk... ik vind dat best moeilijk, om elke dag in de spiegel vast te stellen dat je ouder wordt.”

U bent geboren in de jaren 1950 en dus een boomer. Dat is vandaag een scheldwoord.

“Ik heb nog niet veel gemerkt van een generatieclash. We hebben net een jonge medewerker aangeworven op de redactie van Villa Politica, en er draaien altijd een paar stagiairs mee. Het voorbije jaar hebben we natuurlijk veel minder contact gehad, maar een thema als Black Lives Matter, bijvoorbeeld, dat is nog nooit ter sprake gekomen. Misschien dat wij hier geen woke stagiairs binnenkrijgen? Er heeft in ieder geval nog nooit iemand ‘ok boomer’ tegen mij gezegd.” (lacht)

Boomer betekent ook: de eerste generatie vrouwen die vrijer was om zich te ontplooien en zich te bevrijden van het traditionele keurslijf.

“Natuurlijk heeft de tijdgeest me op dat vlak getekend. Mijn ouders waren achttien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, en dat werd er bij ons thuis stevig ingeprent. Dat was de ultieme dooddoener, als ik eens brutaal was: ‘Jij moest eens een oorlog meemaken!’

“Ik ben de middelste van drie zussen, en mijn mama was de baas in huis. Zij reed met de auto, en zij nam alle grote beslissingen. Ik heb die frustratie altijd gevoeld bij mijn mama, dat ze ‘maar’ onderwijzeres was, terwijl ze in een andere tijd en context zeker de capaciteiten had om hogere studies te doen.

“Pas later besefte ik hoe uniek het was in die tijd, dat mijn beide ouders voltijds buitenshuis werkten. Die boodschap is er bij ons van jongs af aan ingeprent: je moet een diploma halen, je eigen kost verdienen, en als vrouw nooit afhankelijk zijn van een man.”

Heeft die onafhankelijkheid ook een keerzijde? U hebt bewezen dat u het in uw eentje kúnt redden, maar dat betekent nu ook dat u het in uw eentje móét redden.

“Een gezinsleven, dat zou niets voor mij zijn geweest. Ik ervaar dat niet als een gemis, maar eerder als een enorme vrijheid, dat een vrouw in deze maatschappij kan kiezen om volop op haar carrière te focussen. Ik ben vooral trots op wat ik heb bereikt.

“Ik ben nu single en een kinderwens heb ik nooit gehad. Eigenlijk zie ik nu pas hoe mooi dat kan zijn, als ik generatiegenoten zie die een mooie band hebben met hun volwassen kinderen.”

En als het werk straks wegvalt? Bent u bang voor eenzaamheid?

“Zonder gezin sta je een beetje alleen, dat is de realiteit. Ik heb goede vrienden en vriendinnen, maar het werk kreeg altijd voorrang.

“Ik zal zelf het initiatief moeten nemen om mijn sociaal leven op te bouwen. Ik hoop zoals iedereen om na corona wat leuke dingen weer op te pikken. Op restaurant gaan. Naar de opera. En ik overweeg om voor volgend seizoen opnieuw een abonnement op Beerschot te nemen.”

Gaat u iets anders aanpakken, in de tijd die u nog rest bij Villa Politica?

(denkt na) “Ik zal nog wat vrijer mijn ding doen, binnen de grenzen van het deontologische kader natuurlijk. Vorige week interviewde ik iemand van Vooruit, en ik heb verschillende keren per ongeluk ‘sp.a’ gezegd. Vroeger zou ik hebben ingezeten met zo’n verspreking en nu denk ik: ach, het is voor iedereen wennen. En sorry, het is ook gewoon een slechte naamkeuze. (lacht) Ik denk dat ik nog meer mezelf zal durven zijn. Klinkt het niet, dan botst het maar.”

Villa Politica, elke woensdag en donderdag rond 14.45 uur op Eén.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234