Donderdag 17/10/2019

interview

"Zelfs Brel had Bobbejaan nodig"

Beeld © RV

Als kracht verdwijnt voor de eeuwige nacht is er geen publiek meer. Ook bij Bobbejaan Schoepen ging dat zo. 'De wereld wordt kleiner als je sterft, vriendschap is een term die stinkt', zegt zoon Tom. Veel sterker vindt hij de onvoorwaardelijke liefde en die zie je nadrukkelijk in de film Bobbejaan. 'Hij was de laatste fantaisist.'

Tussen het schrijven van de inleiding en dan dit, deze woorden, zitten enkele wit-regels maar zit vooral heel veel tijd. Denkend, zoekend, starend, een paar woorden, toch weer aarzelen en schrappen: alles lijkt geschreven. Hoe begin je in godsnaam het verhaal van Bobbejaan Schoepen?

Dan toch maar zo. Maandag zou Bobbejaan 91 geworden zijn. Dinsdag is hij zes jaar dood. En toen de avond van die laatste verjaardag in 2010 bijna kantelde in wat dus zijn sterfdag zou zijn, zei hij dit: 'Dat het de beste is die er bestaat. Ge kunt er geen beter vinden. Ge kunt geen beter vinden.'

"Dat je dat kunt filmen, is uniek, maar dat kun je niet voorspellen", zegt Tom Schoepen. "Je gaat in het ziekenhuis geen ballon ophangen voor zijn verjaardag, wetend dat hij een dag later zal sterven. Ik was trouwens al bijna weg en ik had mijn camera al in mijn tas gestoken toen ik hem nog iets hoorde zeggen. Dit dus. Het waren zijn laatste woorden over mijn moeder en die heb ik haar nadien kunnen laten horen. Het is uniek."

We zitten in Gent, het raam geeft uit op het Gravensteen, de wereld komt van overal om te zien wat hij elke dag ziet. En eigenlijk was dat altijd al zo. Want ooit reisde de wereld naar Lichtaart. Daar woonden ze in Bobbejaanland, een land dat je sinds 1961 zonder visum binnen mocht, waar dromen nog intact waren en de theaterzaal vijf, zes, zeven keer per dag gevuld werd met telkens 1.200 mensen. 'En nu dames en heren, the one and only, Bobbejaan Schoepen!' Doek open, orkest en daar was hij met hoed. "Ik deed alleen ongeveer zeven maal vijfenveertig minuten en dan kroop ik naar huis", zegt Bobbejaan op oude VHS-beelden die Tom Schoepen in de film'Bobbejaan opnam. "De show was gedaan, tien minuten nadien: 'Bob! Show nummer vier. Binnen tien minuten."

Beeld © Franky Verdickt

Twee gedaanten

"Opgroeien in een huis dat in Bobbejaanland stond en dus in een pretpark en van daar naar school vertrekken, dan is er wel iets loos, ja", glimlacht Tom. "Maar ik zag Bobbejaan altijd in twee gedaanten. Als vader en als vedette. En allebei kon ik ze relativeren. Tot vandaag ben ik nooit starstruck. Ik ken dat niet. Verwondering, ja, dat wel. Maar je moet kunnen relativeren en zelf zal ik pas naar de media stappen als ik iets te vertellen heb. Zoals dit nu, over die film van mijn vader en over de nieuwe cd Duivels in de hel. Op dat moment word ik even een BBV: een Bijna Bekende Vlaming. Maar dat is alleen omdat iemand het moet doorgeven. Al zie ik het niet als een missie of een Wiedergutmachung. Er moet niks wieder gut gemacht worden. Het was goed zo."

Spijt is niet nodig, Tom Schoepen zegt het nu en eerder op de dag heeft ook Benny Vandendriessche dat ook gezegd. Hij is de regisseur die samen met Tom Bobbejaan maakte en via Tom bij Bobbejaan geïntroduceerd werd voor de regie van de videoclip van 'Verankerd'. Vader Schoepen was toen al ouder. Hij was al ziek en zo leerde Vandendriessche hem dus kennen. "Spijt is inderdaad een verkeerd woord", zegt Vandendriessche. "Toen ik Bobbejaan sprak, hoorde ik meer twijfel in zijn woorden. Aan het einde van je leven ga je je vragen stellen. Heb ik wel het juiste gedaan? Natuurlijk was hij fier op wat hij verwezenlijkt had, maar hij ging toch nadenken. Had ik ook een ander leven kunnen leiden?"

Tom: "Hij moest niet altijd de vrolijke cowboy zijn. Ik heb altijd een twijfelende vader gehad en dat toont die film ook. Hij vraagt zich af hoeveel toekomst hij nog heeft, mijmert, twijfelt."

Een paar cijfers toch. Op een van die oude videobeelden in Bobbejaan, overigens allemaal geplukt uit het familiearchief dat op cassettes en dvd's staat, hoor je dat hij 482 nummers schreef, 5 miljoen platen verkocht en dat als hij al zijn nummers na elkaar zou zingen, hij dan 48 uur bezig zou zijn. We kennen die klassiekers. 'Ik heb eerbied voor jouw grijze haren', 'k Zie zo gere m'n duivenkot' 'Café zonder bier' ook en natuurlijk 'De Lichtjes van de Schelde'. En laat dit verhaal geen Wikipedia-story worden, want allicht zal ook dat wel allemaal geweten zijn. Maar toch dit even: in 1955 werd Jacques Brel gekoppeld aan een programma van Bobbejaan Schoepen.

"De erkenning is er wel geweest", zegt Tom. "Alleen zat die in de generatie die hem toén kende. Voor wie later kwam, was Bobbejaan misschien die man van de liedjes die je opnoemt. Maar waarom denk je dat Brel in '55 op de affiche van Bobbejaan geplaatst werd? Hij had toen al in Olympia gespeeld, maar had daar geen weerklank mee gevonden. Ze hadden hem ook in het voorprogramma van Edith Piaf kunnen zetten. Waarom dan bij mijn vader? Brel moest gepromoot worden. Brel had Bobbejaan nodig. Hij was een opkomend artiest, Bobbejaan had al in de Grand Ole Opry gespeeld, en was toen al razend populair."

We gaan terug naar de film. We kennen Jean-Baptise Clément en Antoine Renard niet meer, maar we kennen wel dat liedje dat zij schreven en dat hij zo meteen zal zingen. Het is het eerste beeld van de film. Bobbejaan zit in een goede zetel, koptelefoon op, je ziet hem alle energie aanwenden. Hij is dan al ziek, maar hij zingt.

Quand nous chanterons le temps des cerises / Et gai rossignol et merle moqueur/ Seront tous en fête.

De combinatie van de inspanning die de zanger moet doen met het toonvaste, ontroert. Even later hoor je op de achtergrond Geike Arnaert. Hij glundert niet. Hij is wel blij dat hij het kan zingen. Zijn gezicht verraadt vermoeidheid.

"Je ziet dat het niet vanzelfsprekend is", zegt Benny Vandendriessche. "Dat voel je aan de grimassen. Je ziet dat ook in de beelden van het laatste optreden in Boom. Je ziet iemand die aan het uitdoven is, maar die al zijn energie aanspreekt om toch nog 'De Lichtjes van de Schelde' te zingen. Overigens een heel sterk nummer. Ik zeg niet dat ik zomaar een cd van Bobbejaan opzet en dat ik alle nummers super vind. Maar dat wel. En in dit stukje in de film wordt het nummer een personage."

Beeld © Stephan Vanfleteren

Vol energie

"Daar in Boom nam hij die laatste hoge noot toch", zegt Tom. "Dat is vakmanschap en ik wist wel dat hij het kon. Eén keer in de zetel heeft hij 'De Lichtjes van de Schelde' nog eens van A tot Z gezongen. Dat werd een prachtige versie, maar we hebben het uiteindelijk niet in de film gebruikt. Het leek immers te geënsceneerd en dat wilden we niet."

Maar waarom schrijven we dat? In ons hoofd zat Bobbejaan toch ergens in dezelfde kast als bijvoorbeeld Eddy Wally. En ja, dachten we, aan het einde van zijn leven begonnen mensen een beetje met hem te koketteren. Zoals dat met La Esterella gebeurde - maar hoeveel van die artiesten zouden een cd van hem in de kast hebben? "Ik begrijp wat je bedoelt", zegt Tom. "Maar denk je dat (fotograaf) Stephan Vanfleteren zich oprecht zo met mijn vader zou bezighouden als hij het niet meende?"

Die kast gaat open als je Bobbejaan ziet. Je ziet een man vol energie op de oude beelden. De fluitende cowboy, een beetje 'opgevoerd' bij Walter Capiau en Mark Vanlombeek, op de bühne van Bobbejaanland, wat gek doen, in een handgemaakte Pontiac Bonneville door zijn leven in Lichtaart rijdend, al die clichés. Maar dan hoor je hem dus die 'Le Temps des Cerises' zingen of 'Een hutte op de heide' en 'Je me suis souvent demandé' (echt wel prachtig hoor), en zie je de zorg en zijn eigen ergernis als hij op zijn mondharmonica er even naast fluit: 'Verdomme.' Dat doet die film.

"Ik was niet op een attitude change uit", zegt Tom Schoepen (46). "Maar die cognitieve switch die je beschrijft, doet me wel plezier. Er was iets meer en die nuance heeft hij verdiend. Het beeld dat de laatste dertig jaar van Bobbejaan bestond, is maar een deel. Maar niet het enige. Het is een van de facetten van de kameleon Bobbejaan.

"Mijn vader was zeker ook filosofisch ingesteld. Ja, hij was de vrolijke zanger. Maar hij was ook de familieman. Hij was ook de comedian. Hij was ook de amuseur. En hij was de fantaisist. Dat woord is wat in onbruik geraakt, maar als ik één term op Bobbejaan wil plakken, dan is het die: fantaisist. Omdat hij iemand was die alle fantasierijke aspecten van zijn persoonlijkheid in zijn werk legde. Daarnaast was hij ook een hele fijne man die zij aan zij met mijn moeder een gouden huwelijk had."

Hij schenkt koffie bij in de grote Pink Floyd-mokken en even kijken we rond in deze huiskamer waarin flink geleefd wordt. Eigenlijk is er te veel om naar te kijken. Veel boeken over filosofie. Een paar affiches van Johnny Cash. Weinig Bobbejaan, wel twee cowboys als boekensteun, een foto op zijn paard en twee zwart-witfoto's van Bert Dentant van zijn laarzen. Beneden: een portret van Josée Jongen, Toms moeder, Bobbejaans vrouw.

"Mijn ouders waren opgeleide mensen. Zij was een sopraan die de eerste prijs aan het conservatorium in Brussel had behaald met een uitvoering van Bach. Ze was de oudste van achttien kinderen, een echte leading lady. Ook hij had een klassieke opleiding gehad: gitaar, zang, hij was bariton. Maar als kind zag ik hoe iedereen hem handtekeningen vroeg en hoe vriendelijk hij voor alle mensen bleef. Ze hebben veel mensen gesteund zonder daarmee uit te pakken. Talloze organisaties: van Artsen zonder Grenzen tot gehandicaptenverenigingen of het onderzoek naar Alzheimer. Ik zeg dat met enige schroom omdat ze daar net zelf zo bescheiden over bleven. Mijn mama was niet de vrouw met de bontjas die buiten de kerk vlug een stuiver gaf. Maar ook die geschiedenis mag wel eens verteld worden."

Maar wie dan denkt dat Bobbejaan, de film, een heiligverklarende biopic is, heeft het fout. Tom had dat plan nooit. Wel dacht hij een soort documentaire-biografie te maken met interviews met mensen als Toots Thielemans en Will Tura. Die interviews nam hij ook af, maar er bleef geen seconde van over. Daarvan overtuigde Benny Vandendriessche hem. "Benny zei me: 'Koop een camera en ga zelf filmen bij je ouders'."

Vandendriessche: "Tom is met die camera 's nachts door het huis van Bobbejaan gaan wandelen. Ook na de verkoop van Bobbejaanland (in 2004) waren ze in die villa met studio blijven wonen. Je voelt dat de beeldvoering niet perfect is, maar je blijft kijken en dat vergeet je onmiddellijk. In combinatie met de archiefbeelden, die vol versnelling en energie zitten, wordt die film een soort flow waarin je meedrijft. Dat komt door de verstilling van die nieuwe beelden. Alles wordt zeer tactiel."

Het zijn de laatste maanden, jaren misschien, van Bobbejaan die je ziet. Toch nergens voyeuristisch. Al is de man ziek. Zie je Tom naderen en dan vanop een afstand de contouren van hoofd en ziekbed in de huiskamer capteren. Josée die Bobbejaan helpt naar het privézwembad. Later de trap op. Nog later rolt ze hem in de rolstoel naar de badkamer, gedecideerd kamt ze zijn haren achterover, in het ziekenhuis legt ze een rood washandje op het hoofd van haar man. "Er is een groot verschil tussen iets filmen en iets tonen. Eigenlijk hadden we alle elementen om het te verpesten. Toch hebben we geprobeerd dat de beelden niet gemedicaliseerd raakten."

Beeld © Franky Verdickt
Beeld © RV

Hoe film je je zieke vader zonder voortdurend tranen in je ogen te hebben?
Tom: "Ik kende hem goed genoeg om zijn medische situatie in te schatten. Op een bepaald moment was hij echt heel ziek, hij had een longontsteking en moest twee weken het ziekenhuis in. Nadien heeft hij wel nog een plaat opgenomen."

Hij legt dat zo uit: "In het ziekenhuis, op de laatste dag eigenlijk, doet ze het gordijn dicht. 'Neen, open', zegt hij. Daarin zat nog de autonomie van de patiënt en Bobbejaan die perspectief wilde. Je hoort haar zeggen dat hij niet slecht gezind mag zijn en hij zegt dan weer: 'Neen, ik zal lachen'. Dat is heel typisch Bob. Maar het zijn scènes waar iedereen zich mee kan identificeren. En vooral: voor iemand die sterft, wordt de wereld kleiner."

Is dat niet wrang? Op de oude beelden zie je die volle zalen en al dat applaus, maar als je ziek bent, blijf je alleen nog met je vrouw en je kinderen over.
"Vriendschap is een term die nogal stinkt - vooral als de nood het hoogst is. Maar ik wil vooral onthouden dat liefde veel sterker aanwezig is, zeker als ze onvoorwaardelijk is. We hunkeren daar allemaal naar en we kunnen het amper nog bereiken. We zijn daarmee bezig en we lopen vaak faliekant tegen die muur. Maar als het einde onafwendbaar is en we willen een humaan levenseinde, dan helpt die liefde wel. Bobbejaan kreeg die kwaliteit door de grote liefde van mijn moeder."

Kanker trok al jaren aan Bobbejaans lichaam en in 2008 nam hij een nummer op dat 'Verankerd' heet. Gebaseerd op een flard tekst en muziek die Tom in 2006 vond tussen meer dan honderd banden vol opnames van de periode tussen 1966 en 1979. De tekst was niet af, Tom schreef er zelf voluit aan mee.

'Als je oud bent, als je ziek bent / Geen toekomst meer, je bent verankerd / Te dragen, te verwerken / Geen leven meer, uitgekankerd', zo begint dat lied. En twee strofen verder zingt Bobbejaan: 'Moeten wij dan niet meer leven, / mogen wij niet meer doodgaan. / Moet ik mijn leven geven / Mag ik dan niet teloorgaan?'

"Een mooie tekst, zei hij. Al had hij het zeer moeilijk om het woord 'verankerd' over zijn lippen te krijgen. Natuurlijk omdat het over zijn ziekte ging. Maar in de studio, in ons huis, zie ik mijn moeder nog altijd achter hem staan. Haar handen lagen op zijn schouders en ze zei alleen: 'Bob, het is zoals het is.' Hij wilde het wel doen, het was een emotionele overwinning voor hem en hij perste er alles uit. Als met een soort ingehouden woede."

'En nergens leg ik mij bij neer', is de laatste zin van 'Verankerd' en in de film zie je de clip die Benny Vandendriessche regisseerde. Overigens was dát de clip waarvoor Tom hem vroeg en waar na al die jaren nu dus die samenwerking voor de film uit voortvloeide. Vandendriessche kwam voor de clip naar de villa van de familie in Bobbejaanland, waar ook de studio was. Hij liet Bobbejaan languit op de tapis-plain liggen. Daar legde hij zich letterlijk neer. "Ik herinner me dat ze hem binnenbrachten met de rolstoel en dat hij geholpen werd om neer te gaan liggen. Hij was in de winter van zijn leven, maar hij was overtuigd van het concept. Maar ik denk dat hij ook nog altijd nieuwsgierig was en open stond voor nieuwe vormen. Hij was eenvoudig, aangenaam en warm. En Josée was in zijn buurt."

'Verankerd' zou je een sleutelscène in de film kunnen noemen. Zoals ook die beelden van dat allerlaatste publieke optreden, op 2 oktober 2009, in Boom. Op het podium brengen artiesten een huldeconcert, maar in de zaal zitten Bobbejaan en Josée. En dan zingt hij voor de allerlaatste keer, van in die zetel, dat lied van die lichtjes en die Schelde. Zeven maanden voor zijn dood. "Hij is doodmoe", zegt Vandendriessche, "en dat zie je. Ik wil daar niet te filosofisch over doen en zeggen dat je ziet dat hij weet dat het de laatste keer zal zijn. Daar heb ik met Bobbejaan ook niet over gepraat. Dat soort band had ik helemaal niet met hem. Maar je ziet de strijd en je ziet tegelijk dat Josée erbij zit en hem steunt."

17 mei 2010 overlijdt Modest Schoepen, zo heette hij echt, maar sinds 1945 was dat dus Bobbejaan. Maar doodgaan doet geen artiest. In de film zie je hem twijfelen: had ik Bobbejaanland wel moeten doen? Had ik niet enkel moeten blijven zingen? "Maar twijfel is zeer gezond voor een familiebedrijf", zegt Tom nu. "Ook in de jaren 80 en 90 kwam die vraag wel eens op. En vier seconden later ging hij toch terug over op de orde van de dag. Dat moest. Anders waren die 43 jaar in Bobbejaanland niet zo positief geweest. Mijn vader kon tellen. Hij was een van die artiesten die het creatieve én het zakelijke konden combineren. Ik weet niet of veel gasten die vandaag onderscheiden worden met een MIA er ook fulltime een pretpark zouden kunnen bijnemen."

Gekke rollercoasters

Is het de twijfel van de gemiste kansen? Amerika was geen droom geweest, maar werkelijkheid, op 6 juni 1953 speelde Bobbejaan in de Grand Ole Opry in Nashville. Steve Sholes van platenlabel RCA liet hem in 1957 een contract tekenen. "Net voordien had die ook Elvis getekend. Mijn vader zei altijd: 'Ik kende Elvis toen niet en hij kende mij nog minder.' Hij kreeg ook een publishers-contract voor 'I'll wait for you'. Maar hij had toen al veel succes hier en een paar maanden voordien had hij mijn moeder ontmoet. In de briefwisseling van toen lees je dat ze elkaar begonnen te missen."

Liet Bobbejaan Amerika varen voor Josée? Startte hij daarom in 1961 Bobbejaanland met, rond het huis, eerst een vijver, dan een speeltuin en uiteindelijk die gekke rollercoasters? Had het gekund in Amerika?

Tom: "Een paar jaar geleden was ik er voor het boek dat ik later met Stephan Vanfleteren maakte. Aan de douane werden me, zoals altijd, allerlei vragen gesteld. Die man had er wel plezier in, hij vroeg door, ik zei dat ik er kwam om voor de legacy van mijn vader te zorgen, enfin, die bleef maar vragen en toen ik hem uiteindelijk foto's toonde en hij besefte dat hij Bobbejaan ook op het internet kon terugvinden, riep hij naar zijn collega's: 'Hey guys, his father was the Elvis of Belgium!'"

Lucky me, denk je als Tom even later zijn muziekbibliotheek openzet, een koptelefoon aanreikt en een nummer begint te spelen dat Bobbejaan zelf nog inzong. Het is een cover van een bekende Britse rockgroep en het kan je niet niét raken. Het is een album dat nog moet verschijnen. Nog op stapel ligt een plaat met twaalf nummers, opgenomen door Amerikaanse artiesten, covers van Bobbejaan. Maar nog geheim.

En dan is er nu Duivels in de hel, een nieuwe cd met 18 nummers. Geplukt van die banden van toen, soms kort, probeersels. "Soms is het wat we 'yaourt' noemen: work in progress, liedjes met een melodie en een begin van een tekst, maar waar die niet af is, zingt en neuriet en fezelt hij onverstaanbare woorden. Ze stonden op die banden. (glimlacht) Soms hoor je op de achtergrond de telefoon gaan, je hoort mijn moeder nog net niét 'Hallo Bobbejaanland' roepen. Twee vocalisten van Bruce Springsteen hebben wat stemondersteuning gegeven, de Franse componist Jean-Marc Zelwer heeft twee nummers uitgebreid en die jonge gasten die in Amerika die muziek mee inspeelden, waren aan de grond genageld."

Het kortste stukje duurt 31 seconden, 'Promised Where You Go' heet dat. De langste track duurt 3'21". En op nummer 5 staat 'Er rest mij niets'. "Je moet er maar eens naar luisteren. Wist hij veel dat zijn zoon zijn home recordings van toen 50 jaar later zou uitbrengen. Dat kon hij niet vermoeden. Maar dat bewijst dat hij geloofwaardig was. En dat is het sleutelwoord."

De film Bobbejaan gaat maandag 16 mei in avant-première in Bozar in Brussel. Dankzij DocPoppies is Bobbejaan dinsdag 17 mei in twaalf steden in Vlaanderen te zien en vanaf 18 mei in verschillende bioscopen. Alle info op www.bobbejaanfilm.com. De cd Duivels in de hel is nu al te bestellen via iTunes.

Beeld © RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234