Dinsdag 10/12/2019

Dour festival

Zaterdag op Dour: paaldansers, pizza met paddo’s en pastelkleurige jazz

Beeld Francis Vanhee

Van Turkse hoogvlakte naar gotische ijskelder tot hemelse technobunker: de zaterdag van Dour Festival was er eentje voor de muzikale avonturiers met een brede blik. Alt-J hinkte amechtig vooruit, maar bij Nils Frahm konden zelfs brekebeentjes zich aan een danspas wagen. 

Dour is altijd een beetje een woestenij, maar zaterdag was het er zo heet en stoffig dat we ons in een stukje Sahara waanden – zelfs de occasionele halve pint die in onze nek landde, voelde aan als een verfrissing.

Op zulke momenten misten we de vele schaduwplekken op het oude festivalterrein, en ook een tent als Le Labo, waar Altin Gün (★★★☆☆) speelde, bood nauwelijks verkoeling. Deze Nederlands-Turkse psychkikkers stonden met één been aan de Europese kant van de Bosporus en het andere in Azië. Hun funky mix van westerse seventiesrock en Anatolische cultmuziek deed de condens van de zeilen druip, en porde ons aan om medefestivalgangers bij de schouders vast te pakken en vingerknippend richting delirium te draaien. Een Turkse pizza met paddo’s, zou dat ergens te krijgen zijn?

Altin Gün op Dour: met één ben aan elke kant van de Bosporus Beeld Francis Vanhee

“Cool dat jullie voor mij zweten”, zei Tsar B (★★★☆☆), die nog een stuk verder naar het oosten trok. Als een Sheherazade uit de stripclub sleepte ze ons mee naar Arabische soeks vol smalle straatjes, waar gloeiende ogen ons vanachter sluiers verleidelijk aankeken en dan ineens verdwenen. Justine Bourgeus, de tsarina die aan één initiaal genoeg heeft, beheerste het spel van aantrekken en afstoten perfect. Nu eens smachtte ze koket en ging ze diep door de knieën, waarna ze plots met haar vlecht zwierde en je parmantig de rug toekeerde. In haar camouflagebroek, sport-bh en buffalo’s zag ze er trouwens uit als een kruising van Destiny’s Child en Lola Rennt.

Tijdens de broeierige r&b-sleper ‘Rattlesnake’ krulde een paaldanseres om een ijzeren staaf, kreunde Bourgeus “I like nobody”, maar mikte ze toch ongegeneerd op kruis en heupen. Toen de song uitliep in een club banger speelde Bourgeus er een desoriënterend stukje viool bij. Wat is erotiek ook zonder een vleugje dreiging?

Tsar B op Dour: wat is erotiek zonder een vleugje dreiging? Beeld Francis Vanhee

In ‘Sygyzy’, ‘Myth’ en ‘Swim’ zaten fraaie details (die samenzang in ‘Swim’!), maar de songs gingen gebukt onder de omstandigheden: het was gewoon te warm om te sjansen en te grinden. Wiegden onze heupen wél in trance: ‘Brazil’, met zijn futuristische r&b à la FKA Twigs, de kurkdroge maar hypereffective digitale funk van ‘Alibi’ en het kaalgeplukte ‘Escalate’ (afgekloven beat, dreunende bas en oriëntaalse samples).

Voor de euforische setsluiter ‘Golddigger’ – die toeterende sample! – kwam de paaldanseres weer uit de coulissen en ging Bourgeus het zweet van het publiek opsnuiven. Princess Nokia (★★☆☆) kronkelde al even kinky over de handen van haar fans, en trok meermaals ongegeneerd haar rokje omhoog om ons een blik op haar slip te geven. 

Niet elke song klonk even spannend, maar met haar lik-m’n-vestje-attitude trok ze wel alle aandacht naar zich toe van het publiek dat in de Boombox aanvankelijk vooral beschutting kwam zoeken voor de zon. 

Ze spuwde bier, flirtte met een meisje op de eerste rij, kon in één zin schakelen tussen schattig kirren en nijdig uithalen. En ze sloot af met ‘Fat Lip’ van pretpunkers Sum 41. Waar dat goed voor was? Ze verwoordde het zelf accuraat in Goth Kid“I’m the class clown, everybody’s favorite asshole.”  

Princes Nokia op Dour: schattig kirren én nijdig uithalen Beeld Francis Vanhee

Chelsea Wolfe (★★★☆☆) maakte dan weer in geen tijd een ijskelder van de Dour-woestijn. De sfeer in La Caverne was zo kil dat het ons niet had verwonderd als iemand een geit of een frisse Waalse maagd had geofferd. Toch schemerden in haar aardedonkere doommetal diverse schakeringen van zwart door: gruizig industrieel gerammel, zuigende stonergrooves, doffe grunts en gotische sirenenzang krioelden door elkaar als de slangen op het hoofd van Medusa. Kate Bush sings Kyuss? Sinds gisteren op Dour kunnen we ons daar iets bij voorstellen. 

Chelsea Wolfe op Dour Beeld Francis Vanhee

Dat er bij R+R Now (★★★☆☆) iets stond te gebeuren, merkten we toen we de zijkant van het Boombox-podium in de mot kregen: heel hiphoppend Dour had zich daar verzameld voor deze jazzsupergroep onder leiding van toetsenist Robert Glasper. “We’re gonna do some vibes”, zei die laconiek, en het uur nadien kreeg je vooral de indruk dat dit project was ontstaan tijdens een avond waarop de wiet van een goed jaar was.

Lome grooves, droge drums, vocoderstemmen en zoemende synths riepen een bloedhete dag op in LA: ’s middags wakker worden met de zon op je gezicht in lakens die klam zijn van een wilde nacht, en de rest van de dag doorbrengen met een koelbox vol bier op het strand. Cool, maar ook een beetje lui.

Gelukkig had Christian Scott aTunde Adjuah zijn gecustomizede trompet bij zich – de bestaande modellen voldoen niet aan zijn standaarden – en roerde hij daarmee wat fellere New Orleans-geuren en -kleuren door de pastellerige jazzfunk. Nadien schoten ook Taylor McFerrin en Terrance Martin wakker: de eerste beatboxte en verknipte zijn digitale ritmes tot Flying Lotus-achtige soundscapes, de tweede voegde met zijn saxofoon spanning en dynamiek toe. 

Christian Scott aTunde Adjuah van R+R=NOW op Dour: de geuren en kleuren van New Orleans Beeld Francis Vanhee

Het was een aansporing voor bassist Derrick Hodge en drummer Justin Tyson om even de teugels te vieren met een drum-’n-bassimprovisatie, en ook Robert Glasper, die net even wat sterke drank was gaan bijtanken, liet zich gaan in een freestyle rap, hoofdschuddend aangehoord door Terrance Martin.

Aan het eind vond het zestal elkaar even in een kosmische Herbie Hancock-jam die zelfs even richting STUFF. zweemde (zei daar iemand ‘Strata’? ). Maar de glansrol was toch weer voor Christian Scott. Na een lange slam poetry-sample over het uitzichtloze bestaan van een Afro-Amerikaan (kapotgeschoten wijk, zes kinderen, shitjob) blies hij een weergaloze get out of the ghetto-blues op zijn trompet met omhoog wijzende beker. 

Joe Newman van alt J op Dour: een weigerachtige frontman. Beeld Francis Vanhee

Wat is er toch gebeurd met alt-J (★★☆☆☆), dat in 2012 onze synapsen deed knappen door op An Awesome Wave onvermoede sluipwegen te vinden tussen dubstep, folk, indierock en nog tig andere genres? Op Dour toonde het drietal zich in zijn beste momenten als een verdienstelijk groepje dat het publiek op niet onaangename wijze bezighoudt tot de echte headliner, op zijn slechtst bewees de band dat hij niet geschikt is voor het hoofdpodium van een groot festival.

Het probleem zat onder meer bij zanger-gitarist Joe Newman, die weigerde een frontman te zijn. Hij liet niet enkel alle contact met de fans over aan toetsenist Gus Unger-Hamilton (die overigens accentloos Frans sprak!), maar stond er ook bij met het enthousiasme van iemand die al drie dagen frieten aan het bakken is in een kraampje bij 50 graden Celsius. En in ‘Bloodflood’ ging zijn nasale, afgeknepen zang kopje-onder in de clubby beats. Je kunt je afvragen of Newman wel mans genoeg om zulke grote shows te dragen.

Met het epische knip-en-plakwerk van ‘Fitzpleasure’ en de knappe polyritmiek van ‘Something Good’ was alt-J nochtans sterk begonnen, en ook de lichtshow spatte spectaculair van het podium. Helaas sisten hits als ‘In Cold Blood’ en ‘Tesselate’ nadien treurig weg als natgeregend vuurwerk. ‘Taro’ passeerde zelfs zonder enige deining, terwijl die song ooit festivaltenten de lucht in blies. Het was met alt-J zoals de glitterschmink die veel Douristen op hun gezicht hadden: leuk in het begin, een kliederboel op het eind.

Gaf ook te denken: haast alle opflakkeringen in dit concert, op het bucolische boeketje van ‘3WW’ na, kwamen uit het debuut van de band, zoals ‘Breezeblocks’ dat de hele wei voor The Last Arena in lalalalalalala’s liet losbarsten. Alt-J moet zich eens bezinnen over zijn toekomst, willen ze niet als eeuwige subtopper eindigen.

Doordat alt-J het liet afweten, kon Nils Frahm (★★★★☆) zich tot de echte headliner van de Dour-zaterdag kronen. Eén uur lang hield de Duitser, die net als Soulwax een dag eerder een halve studio had meegezeuld, de koepeltent van La Petite Maison dans La Prairie in de ban met een hybride van jazz, neoklassiek en techno. Het eerste kwartier vreesden we wel even dat we in een kitscherige loungebar op Ibiza waren beland. We hoorden panfluiten, een ruisende branding, misschien zelfs een meeuw – meende Frahm dit soort muzak ernstig?

Nils Frahm eerder dit jaar in de AB (op Dour liet hij geen fotografen toe) Beeld Francis Vanhee

Maar kijk, daar kwam een onrustige drum-’n-bassroffel opzetten, bliepten technoriedeltjes en weerklonken sacrale vrouwenstemmen. Zo voerde Frahm, heen en weer rennend tussen al zijn digitale en analoge apparatuur je langzaam naar minimal heaven. Op driekwart van Frahms set leek het alsof Berlijnse raveheads de luiken van hun ondergrondse bunker hadden opengebeukt – in de hele tent gingen ogen dicht en armen de lucht in.

Maar wie daarna een euforische beatclimax had verwacht, kon beter verhuizen naar de Red Bull Elektropedia Balzaal, driehonderd meter verderop. Frahm sloot zijn concert af met een neoklassiek werk dat hij ingetogen begon aan de vleugelpiano, waarna hij doorschoof naar de andere kant van het podium om daar grillige experimentele patronen à la Fennesz door zijn klankentapijt te weven.

In één uur tijd vier keer op het verkeerde been gezet, en toch niet gestruikeld? Dat kan alleen op Dour.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234