Zaterdag 06/03/2021

InterviewGeike Arnaert

Zangeres Geike Arnaert: ‘Ik ben weer met mijn voetjes op de grond gezet’

Geike Arnaert: ‘Zingen is mijn grote passie maar ik wil me nu vooral ook heel erg amuseren. Het zijn maar liedjes, toch?’ Beeld Daniil Lavrovski
Geike Arnaert: ‘Zingen is mijn grote passie maar ik wil me nu vooral ook heel erg amuseren. Het zijn maar liedjes, toch?’Beeld Daniil Lavrovski

Als een bloem in de woestijn dook Geike Arnaert (41) begin november op tussen de sombere krantenkoppen. Het nieuws dat ze haar troon als Hooverphonic-frontvrouw weer bestijgt, verraste iedereen. Ook haarzelf. ‘Ik wil wat sérieux laten vallen.’

“Onwezenlijk”, noemt Geike Arnaert het zelf. Een maand lang liep ze rond met het top secret-nieuws dat ze als zangeres bij Hooverphonic zou terugkeren. “Ik liep op wolkjes. Zoals het gevoel dat je in het prille begin van een verliefdheid hebt: je leeft op adrenaline, alles voelt nieuw en spannend en het kan alle kanten uit. Het duurde even voor ik het zelf kon geloven.

“Het is allemaal heel snel gegaan. Vanaf dat eerste telefoontje met Alex (Callier, bassist en oprichter van Hooverphonic, red.) hebben we elkaar heel makkelijk teruggevonden, dat was bijzonder. Ik denk dat er van beide kanten ook eerst een beetje ongeloof was. Straks bellen ze om te zeggen dat het maar een grap was, dacht ik.

BIO • geboren op 13 september 1979 in Poperinge • zingt van 1997 tot 2008 bij Hooverphonic • eerste soloplaat For the Beauty of Confusion (2011) • eind 2019 tweede soloplaat Lost in Time • grote hit met ‘Zoutelande’, samen met de Nederlandse popgroep BLØF • keert nu terug als frontvrouw bij Hooverphonic

“Toen is de officiële aankondiging in de pers helemaal ontploft. De proportie die het nieuws heeft aangenomen, had ik niet zien aankomen. Blijkbaar was dat naïef van mij. (lacht) Maar het is fijn dat er veel positieve reacties waren”

Het leek wel of we in jullie reünie een symboolverhaal vonden, voor een natie die snakt naar hoop en verzoening in donkere tijden.

“Maar het is ook écht enorm mooi dat dit na al die jaren mogelijk is. Er is nooit knallende ruzie geweest, maar Alex en Raymond (Geerts, gitarist, red.) waren destijds absoluut niet blij dat ik de groep verliet. Die breuk was allesbehalve fijn, dat is geen geheim. Het maakt me gelukkig dat je elkaar na al die jaren toch kunt terugvinden, en dat er geen onherstelbare schade was aangericht. Dat er vooral heel veel respect was en er goede herinneringen waren aan wat we samen hebben gedaan.

“Maar het is ook duidelijk dat we niet dezelfde mensen zijn als toen, en het is niet de bedoeling om te veel naar het verleden terug te grijpen. Er is die verjaardagseditie van ‘Mad About You’, maar verder zijn we vooral volop bezig aan nieuw werk, waar ik héél enthousiast over ben.”

Als je de nieuwe versie van ‘Mad About You’ met het origineel van twintig jaar geleden vergelijkt, wat hoor je dan?

“Het is wat triester geworden. Het euforische randje dat aan de oorspronkelijke versie zit, is nu wat melancholischer gekleurd. Zowel de toonaard en het arrangement als mijn stem klinken iets donkerder. Als dat nummer over een obsessieve liefde gaat, dan is dit de meer realistische, volwassen versie, van iemand die beseft dat het een onmogelijk verhaal is.”

Neem ons eens mee naar twintig jaar geleden. Wie was je toen ‘Mad About You’ uitkwam?

“Ik was 19 of 20 toen we dat nummer in de studio opnamen. Heel jong, en ik dacht dat ik alles al wist, zoals iedereen op die leeftijd. (lacht) Het was vooral met die hitsingle dat we ook in België door het grote publiek omarmd werden. Ik vergeet nooit ons optreden op Pukkelpop in 2000, in een overvolle tent. Die jaren... Dat was hoogtepunt na hoogtepunt.

(denkt na) “Alles liep op rolletjes, het was één lange, dolle treinrit, en ik zat niet aan het stuur. Als je daar middenin zit, besef je niet helemaal wat je overkomt. Ik vind het moeilijk om daar helder op terug te kijken en dat goed onder woorden te brengen.”

Zullen wij het dan proberen? In de Belpop-aflevering over Hooverphonic kun je een korrelige flard van de auditie zien die Geike aflegde: een 17-jarig meisje met haar gezicht achter lang Janis Joplin-haar verscholen. Volgens Callier droeg ze een salopette en Dr Martens-laarzen - de beelden lijken dat tegen te spreken. Het waren de hoogdagen van de grunge: Geike hield van de alternatieve muziek op Studio Brussel, van PJ Harvey en zo.

Ze werd haast letterlijk van de schoolbanken geplukt, om in een groep te belanden die op de rand van de grote internationale doorbraak stond.

De jaren die volgden – mochten daar misschien misverstanden over bestaan – waren verdomd plezant. “Absoluut”, bevestigt Geike. “We reisden de wereld rond, gingen op tournee met Fiona Apple, met Massive Attack, met Moloko. Natuurlijk was dat fantastisch. Ik heb daar enorm van genoten.”

Heb je in die periode ook iets gemist?

“Mijn sociale leven, de vriendschappen die ik had opgebouwd. Ik kwam uit een heel andere wereld, en de overgang was erg bruusk. In het begin ging ik soms nog naar huis, naar mijn ouders en zussen, maar ik ben al snel in Gent gaan wonen. Het contrast was groot, en ik vond het niet makkelijk om die twee werelden met elkaar te rijmen.

‘Ik zou graag steviger in mijn schoenen staan, niet na twee stappen toch weer terugkeren omdat ik alles in vraag stel.’ Beeld Daniil Lavrovski
‘Ik zou graag steviger in mijn schoenen staan, niet na twee stappen toch weer terugkeren omdat ik alles in vraag stel.’Beeld Daniil Lavrovski

“Ik heb dat pas achteraf beseft, dat het contact met het thuisfront toen verwaterd is. Er was een breuk met het verleden, maar dat gebeurde gaandeweg, zonder dat ik me er echt bewust van was.”

“Het was ook een andere tijd: er waren enkele internetfora, maar geen sociale media en dat soort dingen. Ik gaf op voorhand enkele adressen door waar we in het buitenland op tournee zouden zitten, en mijn familie stuurde postkaartjes. Het is moeilijk om je nu nog zoiets voor te stellen.”

Een van de eerste dingen die je in je leven na Hooverphonic deed, was je diploma secundair onderwijs halen. Waarom vond je dat belangrijk?

“Ik ben begonnen met mijn diploma via de middenjury (tegenwoordig ‘Examencommissie’, red.), toen ik de laatste tournee met Hooverphonic nog aan het afwerken was. Het was goed om mijn gedachten daarop te richten, want zodra ik mijn vertrek bij de groep had aangekondigd, was het emotioneel best wel heftig.

“Ik had met Hooverphonic fantastische zaken beleefd, maar ik moest nog ontdekken wie ik zonder die groep was, wat mijn plaats in de wereld was.

“Er was een honger. Ik moest mezelf voeden met kennis, om me sterker te voelen. Ik was door allerlei omstandigheden op school geen goede studente geweest. Vooral door een gebrek aan concentratie; ik was meer met muziek bezig en met de groepjes waarin ik zong.

“Hoe banaal het ook mag klinken, ik heb daar erg veel aan gehad, om als twintiger dingen als aardrijkskunde te studeren. Dat heeft een wereld voor me geopend. Misschien klinkt het goed om te zeggen dat je ‘selfmade’ bent, maar ik miste die basis echt. Blijkbaar was ik er toen pas klaar voor en kwam die informatie echt binnen. Ik kon eindelijk meer focussen op wat ik zelf echt interessant vond.”

Zoals?

“Geschiedenis! Alles wat met onze kolonisatie te maken heeft. Ik was de tiener met antiracismeposters aan de muur, ik ben daar altijd heel begaan mee geweest. Maar ik had nooit de indruk dat we daar op school de juiste informatie over mee kregen, tot ik op eigen houtje begon te lezen en te studeren. Daar stel ik me ook nu soms vragen over, als je kijkt naar de verrechtsing bij jongeren. Leren we hen wel de juiste dingen? Enfin, dan begeven we ons op politiek terrein, en daar spreek ik liever niet over. ”

Maakte het je onzeker, dat je niet gestudeerd had?

“O ja. Absoluut. Er is een diepe onzekerheid die altijd deel zal uitmaken van wie ik ben. Dat heeft niet eens met school te maken. Ik zal altijd heel veel van mezelf in vraag stellen. Bij alles wat ik doe of zeg, denk ik: klopt dit wel? Het is er met de jaren op verbeterd, maar ik zal altijd een twijfelaar blijven.”

Is twijfel niet eerder een teken van intelligentie? In plaats van 100 procent overtuigd te zijn van je grote gelijk?

“Ja, tot op zekere hoogte. Maar je moet wel zelfverzekerd genoeg zijn om in het leven iets te kunnen ondernemen. Ik zou graag iets steviger in mijn schoenen staan: een beslissing nemen, een richting en een doel kiezen, en niet na twee stappen toch weer terugkeren omdat je alles in vraag stelt. Dat is mij te vaak overkomen.”

Vind je dat je daardoor kansen hebt laten liggen? In je solocarrière bijvoorbeeld?

(denkt na) “Ik heb nergens spijt van, maar ik denk dat ik mijn tijd wel beter had moeten gebruiken. Als ik wat gerichter had kunnen werken, met meer duidelijke focus en discipline. Dat zijn kwaliteiten waaraan het me wel eens ontbreekt.

Geike Arnaert, in 2004 met Hooverphonic op de slotshow van '50 jaar televisie' in het Sportpaleis van Antwerpen. Beeld
Geike Arnaert, in 2004 met Hooverphonic op de slotshow van '50 jaar televisie' in het Sportpaleis van Antwerpen.

“De leiding nemen over een project, dat ligt me blijkbaar niet zo. Dat was een harde vaststelling, want ik heb tegelijkertijd ook moeite met het aanvaarden van autoriteit. (lacht) Ik ben best eigenzinnig, en wilde alles zelf in handen nemen. Maar daar moet je dan ook de persoonlijkheid voor hebben. 

“Ik ben tegen veel obstakels aangelopen, en ben met mijn voetjes weer op de grond gezet. Dat was heel nuttig.”

De oogst van twaalf jaar solocarrière: twee prachtige soloplaten en één pareltje onder de naam Dorléac, een project met Erik de Jong van Spinvis. Een gastrol in de monsterhit ‘Zoutelande’ van BLØF. En ergens onderweg een volledig solo­album dat bijna klaar was, maar dat we nooit te horen zullen krijgen. 

Sommige artiesten zullen voor een dergelijk eigenzinnig, eclectisch of grillig parcours applaus krijgen. Bij Geike Arnaert lezen we vaker commentaren als ‘zoekende’ of ‘stuurloos’.

“Stuurloos, dat kwam hard aan, ja. Bij alles wat ik doe, ga ik op mijn gevoel af. En dat is niet altijd consequent, het beantwoordt soms niet aan de verwachtingen, en misschien begrijpt niet iedereen mijn keuzes. Maar zo loopt een mensenleven nu eenmaal. Ik weet net heel goed wat ik wil, maar je moet het ook gedaan krijgen.”

Dat er tussen droom en daad wat struikelblokken opdoken, zegt ze. En dat het vooral niet zo simpel bleek om na een decennium met Hooverphonic op haar 29ste een persoonlijk leven op te bouwen, met de dingen die ze echt belangrijk vond: familie en vrienden en relaties. “Enfin, er waren breuken en zo.”

We schrijven het hier neer in harde zwarte letters op wit papier, maar ze fluistert het bijna. “Het is niet dat ik ongelukkig was omdat mijn carrière niet ging zoals ik wou. Het werkt ook omgekeerd, ik zat soms artistiek vast omdat er persoonlijke zaken waren die ik te verwerken kreeg.”

Eén ding wil ze heel duidelijk gezegd hebben: “Ik keer echt niet terug naar Hooverphonic omdat het solo niet gelukt is. Ik heb in de voorbije periode heel mooie, waardevolle dingen mogen doen. En met Lost in Time, mijn laatste plaat die eind vorig jaar uitkwam, heb ik iets gemaakt dat heel puur en heel dicht bij mij persoonlijk lag. Mijn verhaal is nog lang niet uitverteld. Het is het plan om naast Hooverphonic ook aan eigen dingen te blijven werken.”

In de berichtgeving over Hooverphonic wordt Alex Callier makkelijk als de arrogante controlfreak afgeschilderd, met een reeks van frêle zangeresjes als slachtoffers. Mogen we dat een beetje oneerlijk vinden?

“Absoluut. Hij zit nooit eens in de luxepositie van de underdog, dat is duidelijk. Ik vind het onwaarschijnlijk hoe Alex overeind blijft, bij wat hij allemaal te incasseren krijgt. Hij is de grote drijfveer achter een groot project, en hij durft zijn nek uit te steken. Ik sta daar eigenlijk toch weer even van te kijken, op welk hoog professioneel niveau Hooverphonic bezig is. Het is serious business.

“Alex is heel gedreven en daardoor ook kritisch en streng, voor zichzelf en voor anderen. En zijn kritiek kan soms bijtend zijn, dat klopt. Je moet stevig in je schoenen staan, om die zaken niet te persoonlijk op te vatten.

‘Als je de verrechtsing bij jongeren ziet, dan denk ik soms: leren we hen op school wel de juiste dingen?’ Beeld Daniil Lavrovski
‘Als je de verrechtsing bij jongeren ziet, dan denk ik soms: leren we hen op school wel de juiste dingen?’Beeld Daniil Lavrovski

“Ik zag in mijn periode bij Hooverphonic wel vaker mensen in mijn omgeving opduiken met een ‘reddertjescomplex’. Ik ben gevoelig en toon me kwetsbaar, maar ik moest helemaal van niks of niemand worden gered. Kijk naar alle Hooverphonic-zangeressen: dat zijn stuk voor stuk vrouwen met persoonlijkheid en talent, die stáán er wel.

“Als een groep zo snel zo groot wordt, dan kun je vlug het gevoel krijgen dat alles boven je hoofd wordt beslist, en dat je een speelbal bent. Maar dat is deels ook een verantwoordelijkheid die je zelf in handen moet kunnen nemen.”

Heb je dat onderschat, hoe moeilijk het was om solo je ding te doen?

(knikt) “Heel eerlijk: ik had het graag in mijn eentje gekund. Maar ik kan het niet. Dat is frustrerend geweest. Ik heb al lang mijn les geleerd, ik weet dat ik mensen nodig heb om samen iets te creëren. ”

Het is fantastisch om te zien hoe vrouwen ook in de muziekindustrie hun plek opeisen, zich niet langer als poppetjes laten dirigeren. Maar het verhoogt ook de druk: je moet sterk genoeg zijn om alles zelf in handen te nemen.

“Ja, ik vrees dat het ondertussen bijna taboe is om te zeggen dat je iemand nodig hebt. Dat vind ik jammer, want dat is menselijk. Ik ben feministe, natuurlijk. Vanuit een positie van wederzijds respect en gelijkwaardigheid kunnen ook heel mooie samenwerkingen ontstaan. Maar misschien heb je soms eventjes geen zin of geen energie om alle druk op je schouders te nemen. Dat moet ook kunnen.

“Het is fijn om bij Hooverphonic weer even ‘alleen maar’ de zangeres te zijn. Om me te focussen op de zangtechniek, het interpreteren van een nummer, het performen.

“Zonder de verantwoordelijkheden en de vele probleempjes die bij een project komen kijken.”

Bij je eerste soloplaat werkte je samen met je toenmalige vriend Sam Touzani, die ook je manager was. Ook je zussen zongen mee. Is dat het ideaalbeeld? Werken met de mensen die je het liefste ziet?

“Dat is of was voor mij altijd het ideaalbeeld, ja. Maar het is natuurlijk ook een risico. Het werken aan die eerste plaat is onwaarschijnlijk leuk geweest. Sam is een fantastische artiest, die me in die tijd artistiek heel veel heeft gevoed. Mijn zussen zongen beiden backing vocals op de plaat, Kaatje trad mee op, en Anneke hielp met praktische en administratieve zaken.

“Ik heb altijd een sterke band met mijn zussen gehad, maar in de jaren van Hooverphonic was er toch een zekere afstand gegroeid. We hebben in die periode daarna weer een veel mooier contact gevonden, dat was heel belangrijk voor mij. We kennen elkaar door en door, alleen zij weten waar ik vandaan kom. En als de kans zich ooit voordoet, zou ik heel graag nog eens met hen samen een project doen. Kaatje is als actrice en theatermaakster ook heel inspirerend. Haar oordeel is voor mij altijd belangrijk.”

Ook als je – zeg maar – moet beslissen om terug naar Hooverphonic te gaan?

“Dan zijn mijn zussen bij de eersten die ik bel, ja. Zij weten ook perfect hoe ik me op het einde bij Hooverphonic voelde, die hele rit hebben ze vanaf het begin meegemaakt. Maar zij zien ook hoe ik geëvolueerd ben. Kaat zei direct: ‘Gewoon doen, ga ervoor’.”

Jij bent de oudste van de drie. Ben je zowat de mama van de bende?

“Ik voelde me altijd verantwoordelijk voor hen, ja. Ik ben zorgend en beschermend. Maar onze band is geëvolueerd, zeker sinds zij kinderen hebben gekregen, en ik niet. Dat verandert iets heel fundamenteels aan de manier waarop je in het leven staat.

“De liefde die ik voor mijn neefjes en nichtjes voel, valt met geen woorden te beschrijven. Anneke heeft een dochter van 5, Kaat een tweeling van 4,5. Ik ben ook meter van het kindje van mijn beste vriendin. Al die kinderen zijn… (raakt met haar handen haar hart aan, red.) alles voor mij.”

Een groot moederhart en geen eigen kinderen. Is dat iets wat je betreurt?

“Ik vond altijd dat ik een stabiele omgeving aan een kind moest kunnen bieden. Dat is een voorwaarde die ik niet heb kunnen waarmaken. In de juiste omstandigheden, of met andere prioriteiten was ik als mama heel gelukkig geweest. Maar het voelt vandaag niet als een groot verdriet of gemis in mijn leven.”

Even kleine mededeling tussendoor: de Geike Arnaert die hier aan het woord is, is niet helemaal dezelfde vrouw die u hiernaast op de foto ziet. Tussen het gesprek en de fotosessie, komt er wat make-up en styling aan te pas. Alsof het zo hoort, dat er tussen de mens en de artiest een flinterdun beschermlaagje ligt. En omdat het niet de taak van performers is om ons ‘gewonigheid’ en alledaagsheid voor te schotelen, toch?  

“Natuurlijk wil je iets van jezelf laten zien, om een persoonlijke connectie te maken met het publiek. Maar ik vind het jammer dat je als artiest geen mysterieus beeld meer intact kunt houden. Die luxe heeft niemand meer, vooral door de sociale media.”

null Beeld Daniil Lavrovski
Beeld Daniil Lavrovski

Even wennen dus, als je bijvoorbeeld een camera op je gezicht krijgt zodra je uit bed rolt, zoals tijdens de opnames voor Liefde voor muziek, ergens volgend jaar te zien op VTM. “Het was een heel fijne ervaring, met toffe mensen. Of ik het op het scherm wil terugzien, dat is nog iets anders. (lacht) Constant gefilmd en geïnterviewd worden, dat is echt wel wat anders. In de wind aan zee bovendien, ik zie er soms echt niet glamoureus uit, vrees ik.”

Toen jou in oktober vorig jaar, in tempore non suspecto, gevraagd werd wat je van de deelname van Hooverphonic aan het Eurovisiesongfestival vond, zei je in deze krant: ‘Die wereld, dat circus van Eurosong, staat héél ver van mij’. Maar in mei volgend jaar zul je toch op het grote podium van dat circus staan.

“Natuurlijk is dat niet de biotoop waar ik me als artiest helemaal op mijn plaats voel, maar mijn liefde voor het zingen is daar wel mee begonnen: met Sandra Kim die het Eurovisiesongfestival won toen ik 6 jaar was, en ik die ocharme niet zo laat mocht opblijven. ‘Door de wind’ van Ingeborg, ‘Soldiers of Love’ van Liliane Saint-Pierre, dat waren de eerste liedjes die ik zong, ik vond dat de max. Ik zie zeker de charme van dat hele gebeuren. Ik heb enorm veel goesting om naar het Eurovisiesongfestival te gaan, en ga daar volop van genieten. Ik hoop echt dat ik me daar niet voor hoef te verantwoorden.”

Vorig seizoen nam je deel aan De slimste mens, je trad met BLØF op in Ahoy en de Ziggo Dome, de grootste zalen van Nederland, en binnenkort ben je te zien in Liefde voor muziek. Je lijkt er geruster op dat je ook met wat ‘frivole’ uitstapjes best wel je artistieke integriteit kunt blijven behouden?

(knikt) “Ja, zeker. Ik zal daar altijd over waken, maar ik vind dat ik wel wat sérieux mag laten vallen.

“Ik stam uit een generatie toen alles nog veel meer in vakjes werd ingedeeld: je was grunge of hippie of dance en je hele identiteit werd door de ‘juiste’ muziek en stijl bepaald. Die tijden zijn nu voorbij, maar misschien heb ik daar nog te veel aan vastgehouden.

“Toen ik bij Hooverphonic vertrok, wilde ik muzikaal helemaal mijn eigen – meer alternatieve – richting volgen. Misschien heb ik me daar een tijd te veel door laten verlammen: wat is mijn identiteit? Wat is mijn DNA als artiest? Is dit wel 100 procent wie ik ben? Terwijl dat net het mooie is van samenwerkingen, dat je aspecten in jezelf naar boven brengt die je misschien eerder niet had aangeboord.

“Als ik met wat afstand kijk naar alle muziek die ik gebracht heb, dan klopt het allemaal, het zijn verschillende aspecten van wie ik ben. En Hoo­verphonic is ook een deel van mij. Bij de nieuwe nummers die we aan het opnemen zijn, zitten ook heel lichte, vrolijke liedjes, die ik fantastisch mooi vind.

“Zingen is mijn grote passie, en ik doe dat met heel veel liefde en aandacht en overgave, maar uiteindelijk wil ik me nu vooral ook heel erg amuseren. Het zijn maar liedjes, toch?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234