Zondag 19/05/2019

interview

Yves Petry: “Ironie wordt gewoon niet meer begrepen”

Yves Petry. Beeld Hatim Kaghat

Meer dan ooit breken de personages van Yves Petry (51) zich het hoofd over de heersende moraal. In De geesten, zijn eerste boek bij uitgeverij Das Mag, stuurt de schrijver een dokter naar Afrika om het wereldleed te lenigen. “Ik schrijf uit onenigheid met mezelf en de buitenwereld.”

Is het een kwestie van lef of eerder een jennerige kwajongenstreek om je hoofdfiguren te bedenken met de namen Mark Oostermans en Jeroen Ullings? Literatuurvolgers weten meteen op wie Yves Petry zijn pijlen richt: De Standaard-recensent Mark Cloostermans en Vrij Nederland-redacteur Jeroen Vullings. Zij durfden het ooit aan om iets onwelgevalligs op te tekenen over Petry’s boeken. Zo omschreef Cloostermans Liefde bij wijze van spreken (2015) als een ‘grillige roman’, die ‘eigenlijk op en neer [gaat] als een vliegtuig in een luchtzak.’

Het zijn dan ook geen montere, aaibare heerschappen die Petry (°1967) opvoert in zijn nieuwe roman De geesten, al zal de sympathie van de lezer meermaals van kamp wisselen en krijgen beide hoofdfiguren uiteindelijk veel pigment. Mark Oostermans is een ‘Dokter zonder Kleur’, zeg maar een soort Arts zonder Grenzen. Na een liefdesbreuk met de kordate Kristien Fielinckx – we kennen haar uit zijn vorige boek – zoekt Mark zijn heil in een Afrikaans vluchtelingenkamp. ‘Ga jij maar knutselen en sleutelen aan het wereldleed. (…) Want daar is Afrika goed voor: om jou de kans te geven voor Jezus te spelen. Met je wonderdoos vol medicijnen’, werpt ze hem voor de voeten. In het (fictieve) Port-au-Bout en in kamp Bilonga stuit Oostermans op Jeroen Ullings, die hij zich herinnert als ‘een buitengewoon ergerlijke windbuil’ en nu de trom roert als hoofd van de medische staf. Toch blijken de heren gaandeweg een verstandhouding te cultiveren. Tot het gruwelijk misloopt.

Voodooritueel

“Tja, die namen”, zegt Petry. “Het was een noodzakelijk voodooritueel om mezelf op te peppen bij het schrijven. Ik trek hun kop eraf en zorg voor een vulsel van eigen makelij. Ik zet een neus naar al die literaire critici die nog slechts praten over boeken op het niveau van Goodreads. Er zijn zoveel vlees- noch vis-recensies of zurigheden zonder argument. Dat punt wou ik even maken. Maar verder doen hun namen er weinig toe. Al zat ik met meer faalangst omdat dit mijn eerste boek is bij Das Mag. Je wilt je toch extra bewijzen.”

In De geesten mogen de meeste personages uitblinken als wandelende vehikels voor welluidend geformuleerde ideeën. ‘Het neerleggen van tegenstrijdige meningen en dierbare gedachten’, daar is de roman tenslotte voor bedoeld, zo benadrukte Petry vaker. Een motto dat hij in de praktijk bracht in bijvoorbeeld zijn met de Libris bekroonde De maagd Marino (2010) of De achterblijver (2006). “Tegenwoordig wordt er buitensporig veel autobiografisch geschreven”, merkt Petry. “Ik verdeel mezelf liever over verschillende personages. In elk figuur injecteer ik partikels van mezelf. Omdat mijn denkwereld niet afgebakend is. Ik schrijf om in beweging te blijven, al weet ik niet altijd waar dat toe leidt. Toch ga ik door. Wat niet belet dat ik mensen kan begrijpen die juist daarom kunst en literatuur flauwekul vinden.”

In de eerste hoofdstukken van
De geesten zijn we getuige van de ‘lange crisis van zelfbevraging’ waarin hoofdpersonage en verteller Oostermans verzeilt. Halsoverkop is hij teruggekeerd uit het vluchtelingenkamp Bilonga, alsof hij een traumatische ervaring achter de rug heeft. Hij gaat zich vertreden in het bos Mirandel, waar hij zichzelf theatraal een handvol humus over het hoofd strooit. Gaandeweg ontdekken we wat zich precies voltrok op Afrikaanse bodem. Welk aandeel heeft Mark in de brute dood van Ullings? Of koos de presuïcidale ex-jezuïet met een drankprobleem zelf voor zijn ondergang?

“Oostermans mag dan een geroutineerde dokter zijn, hij is ook een wat slappe, karakterloze figuur. Soms naïef, dan weer altruïstisch maar tegelijk ook egocentrisch”, aldus Petry. Voortdurend stelt hij gewiekst morele kwesties aan de orde. Bestaat die zogenaamde gutmensch wel? Is een Afrikaans mensenleven evenveel waard als een westers? En hoe zit het met de status van hulpverleners als ‘ongenaakbare weldoener’, terwijl de vluchteling slechts de ‘bescheiden status van beschermeling rest’?

Cynisme steekt geregeld de kop op. “Witte mannen die radicaliseren spelen in vrijwel al mijn boeken een hoofdrol”, bekent Petry. “Hier is dat Jeroen Ullings. In dat ‘landschap van laatste dingen’ beseft hij dat je je je eigen leven slechts kunt omgooien als er iets fundamenteels verandert aan je begrip van de dood.”

“Voor mij ontstaat een roman uit onenigheid”, vervolgt Petry. “Uit onenigheid met de buitenwereld en met mezelf. De geesten komt voort uit een onvrede met het zogenaamde publieke debat, een wrevel over de al te makkelijke opdeling in goed en kwaad. Voor mij zijn beide eerder onontwarbaar verstrengeld. Maar op het publieke forum is ambivalentie blijkbaar niet langer van tel. Voor het gemak reken je jezelf tot het kamp van de goeden. Maar is dat werkelijk zo? Onze Facebook-achtige manier van discussiëren is erg dwingend geworden. Narcistische betweterij en gelijkhebberigheid gaan ten koste van waarheidsliefde, ironie, twijfel en nuancering. Ik ontkom er zelf niet aan. Telkens wanneer ik een stellig standpunt heb ingenomen, voel ik een zekere intellectuele schaamte. Gelukkig kan ik in een roman zoveel nuanceren als ik wil.” (lacht)

Heilig geloof in het goede

Petry pikt met zijn roman ook in op het heersende debat over de gutmensch, hier gepersonifieerd door arts Margot, met haar heilige geloof in het goede, zij het niet vrij van persoonlijke motieven. “We zijn geëvolueerd naar een christendom zonder religie, naar een vermoeiend humanistisch moralisme onder ‘aardige mensen’”, stelt Petry. “Maar dat is evengoed conformistisch. Net waren we bevrijd van het katholieke moralisme. En zie, nu voert het linkse moralisme her en der de boventoon. Het zijn lastige tijden voor onafhankelijke geesten. Niemand mag nog ironisch zijn. Het wordt gewoonweg niet meer begrepen.

“Over het rechtse moralisme zwijg ik dan nog. Daar is helemaal geen debat mee mogelijk.”

Ook bij de klimaatacties heeft Petry zo zijn bedenkingen. “Wat betekent dat, de wereld redden? Roerend hoor, die klimaatjongeren. Ik kan me hun opwinding heel goed voorstellen. Ik ben zelfs een beetje jaloers op ze. Zo’n buitenkans om op die leeftijd met een glasheldere boodschap op het maatschappelijk debat te wegen? Die heeft mijn generatie nooit gekregen. Ze hebben zelfs de wetenschap, onze enig overgebleven intellectuele autoriteit, helemaal aan hun zijde. Persoonlijk kijk ik zeer uit naar een toekomst met meer bossen, meer wilde dieren, minder auto’s en vlietuigen en minder consumptieve megalomanie. Laat wetenschappers, ingenieurs, economen, de vrije markt en politici van goede wil dat nu maar uitzoeken. Toch zullen zij nooit de vraag kunnen beantwoorden hoe ik als individu moet leven. Als kunstenaar interesseert die kwestie mij veel meer.” Voor Petry is het meteen een knipoog naar de titel: “Geest staat in mijn boek voor datgene wat ons verdeelt, wat ervoor zorgt dat we elkaar nooit echt kunnen doorgronden.”

De vraag dringt zich op, aangezien een flink gedeelte van het boek zich in Afrika afspeelt en gedetailleerde evocaties biedt van het prangende vluchtelingendrama: is Petry ter plekke research gaan doen? “Mijn uitgever had me gewaarschuwd voor die vraag”, grinnikt hij. “Nee, dus. Al heb ik het wel overwogen. Ik vroeg me af of het de geloofwaardigheid van mijn boek zou vergroten. Uiteindelijk leek het me beter om het niet te doen. Het zou me te zeer afleiden. Ik zou wellicht overweldigd worden door gevoelens van deernis en empathie.”

Gemeen en gevaarlijk

En toch. Wie denkt dat De geesten een ‘derdewereldroman’ is, komt bedrogen uit. Zeker, de Afrikaanse passages zijn cruciaal (en waaieren nogal behoorlijk uit). Maar ook de liefde – zweverig omschreven als ‘een botsing van duisternissen waaruit niet noodzakelijk licht ontstaat’ – krijgt een ruim aandeel. Hoofdpersonage Mark Oostermans legt voortdurend zijn fluctuerende relatie met psychotherapeute Kristien Fielinckx op de rooster. We kennen Kristien uit Liefde bij wijze van spreken, waar ze, samen met haar broer Jasper, het weeskind is van verongelukte ouders. Nu krijgt ze meer contouren.

Even opvallend is hoe seks in deze roman vaak grimmige trekjes aanneemt: ‘Wat is tenslotte een orgasme? Een wekker die afloopt en je doet ontwaken in het besef dat er niets is veranderd’, lezen we bijvoorbeeld. Petry: ‘Seksualiteit als louter pret en plezier is voor een auteur geen boeiend schrijfmateriaal. Over seksuele problemen kun je meer melden.’

Meer dan ooit heeft Petry in
De geesten oog voor ensemblespel en weeft hij een paar licht burleske tableaus in. Denk maar aan het satirisch beschreven huwelijksfeest van Marks ex-vriendin Petra. Telkens weer tonen zijn personages zich rad van tong. Of gemeen én gevaarlijk, even ‘listig als een orakel’. Als elegante stilist blijft Petry in de Vlaamse letteren een apart verschijnsel. Maar inhoudelijk ontdek je een subtiele koerswijziging. “Ik spreek me explicieter uit over de wereld. Voor mijn doen ben ik hier vrij betrokken op de tijdgeest. Wedden dat mijn volgende boek weer intiemer wordt?”

Yves Petry, ‘De geesten’, Das Mag, 304 p., 24,99 euro. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.