Donderdag 06/08/2020

Interview

Yungblud: ‘Het is toch niet omdat je een penis hebt, dat je geen jurk mag dragen?’

‘Vroeger zong ik alleen over onnozelheden, maar de brexit heeft me boos gemaakt.’

Als er één muzikant kan worden beschouwd als een icoon van de Spotify-generatie, dan wel Yungblud, echte naam Dominic Harrison. De 22-jarige Brit gooit zowat alle muziekstijlen in de blender en serveert een hyperkinetische mix waarop deze week een uitverkochte AB tweemaal zal meehossen.

Harrison groeide op met muziek – zijn opa stond nog op het podium bij T. Rex – maar is nog het meest van al een muzikant van nú, die zich ook graag kwaad maakt over dat nu. 

De backstage van Werchter. Yungblud heeft het zwarte jurkje nog aan waarmee hij daarnet alle uithoeken van het hoofdpodium heeft verkend, als ik hem, bezweet en met uitgelopen eyeliner (hij, niet ik), te spreken krijg. Hij geeft me een compliment over mijn jurk, ik geef er één terug over de zijne.

Kurt Cobain van Nirvana en Anthony Kiedis van The Red Hot Chili Peppers, twee rockidolen uit de nineties, droegen graag jurkjes op het podium, als statement tegen de macho meatheads in hun publiek. Waarom doe jij het?

“Ik zeg ermee: fuck boundaries. Ik heb lak aan beperkingen. Waarom zou ik geen jurk mogen dragen, enkel en alleen omdat ik een penis heb? Leven we nog in de middeleeuwen of zo? ‘Meisje draagt jurk, dus jongen denkt: ‘O, met haar kan ik een baby maken.’’ ‘Meisje ziet lange broek en denkt: ‘O, hij heeft een penis, met hem kan ik een baby maken.’’ Fuck die onzin, dat is de oude manier van denken. Als je als jongen zin hebt om een jurk aan te trekken, trek er dan één aan.”

Er bestaat een foto van jou als baby waarop je poseert op de toog van je vaders tweedehandsgitarenwinkel, met een ukelele in je handen waarop ‘Beatles’ staat. Muziek werd je met de paplepel ingegoten. Een carrière als accountant zat er niet in?

“Het werd enigszins van me verwacht dat ik muzikant werd, maar ik denk niet dat dat volstaat om er ook één te worden. Al mijn hele leven zit ik vol energie. Ik wil met mensen communiceren, ik wil graag gezien worden, geaccepteerd worden. Mijn ouders vonden alles wat ik deed te gek, maar buiten mijn familie werd ik helemaal niet geaccepteerd. Leraars, jeugdleiders, ouders van vriendjes: ze moesten allemaal niet van me weten. I was the kid the mums didn’t like. Omdat ik ADHD had en het ook zéí aan tafel als ik je worstjes niet lekker vond. En toch begreep ik niet dat de mensen niet van me hielden, want ik wilde niets liever dan geaccepteerd worden.

“Muziek heeft toen mijn leven gered. Ze was een ontsnapping, ik voelde me begrepen. Als ik naar ‘Live Forever’ van Oasis luisterde, dan wilde ik gewoon naar buiten rennen en mijn vrijheid uitschreeuwen. Ik heb ooit gelezen dat die song Noel Gallaghers antwoord was op In Utero, de laatste plaat van Nirvana, die Kurt Cobain aanvankelijk I Hate Myself and I Want to Die wilde noemen. Noel dacht alleen maar: ‘Wie wil er nu sterven? Ik wil alleen maar léven.’”

Zo kleurrijk je muziek vandaag klinkt, zo grijs lijkt Doncaster me, waar je opgroeide.

“Klopt. Een grijs, industrieel, regenachtig stadje in het noorden van Engeland. Maar er was één plek waar de zon altijd scheen. Dat zat zo: ik heb het einde van het cd-tijdperk meegemaakt als jonge tiener. Had ik ergens 20 pond verdiend, dan trok ik daarmee naar de cd-winkel HMV, waar de afprijsbakken altijd vol lagen. En dan kocht ik een cd van 9 pond – vaak oldskool hiphop à la Grandmaster Flash, Beastie Boys of N.W.A. Met de rest van die 20 pond kocht ik dan wat wiet en een portie fish-and-chips: lekker thuis blowen, fish-and-chips eten en naar mijn nieuwe cd luisteren. Toen ik opgroeide, heb ik niets anders gehoord dan rock-’n-roll en gitaarmuziek. Ik kreeg als peuter al The Cure, Oasis en The Smiths te horen. Maar hiphop heb ik volledig zelf ontdekt. Ik was héél gulzig. Genres maakten me écht niet uit, als ik er maar iets bij voelde. Zo luisterde ik ook naar jazz, Slayer én musical. En emo, My Chemical Romance voorop. Dat zit allemaal in mijn sound.”

In je late tienerjaren verhuisde je naar Londen. Naar eigen zeggen kreeg je daar pas écht inspiratie voor je songs. Kun je dat uitleggen?

“Ik was net 18 geworden, woonde al twee jaar op mezelf in Londen, betaalde netjes de huur en mijn belastingen. Ik werkte in pubs, deed er de afwas en kwam ook in aanmerking voor een lening om naar de universiteit te gaan. Daar had ik sowieso al weinig zin in – ik wilde muzikant worden en dat kon geen enkele universiteit me leren – maar die weerbarstigheid werd nog groter toen ik die studentenleningen eens goed bekeek en besefte dat ze me voor jaren aan een stuk volledig klem zouden zetten. En toen moest het ergste nog komen: de brexit. Dat referendum was de eerste keer dat ik mocht gaan stemmen, de eerste keer dat ik mijn mening kon laten gelden. En de uitkomst was zo’n opdoffer voor mijn generatie: het hele referendum bleek gekaapt door een generatie die binnen tien jaar dood is, als ze al niet fucking dead zijn, en in een hoop leugens was getrapt.

“Mijn hele frustratie rond de brexit was dé reden die ik nodig had om songs te schrijven. Vroeger schreef ik alleen maar over onnozelheden. Het was zelfs zo erg dat ik dacht: ‘Jezus, als mijn songs mezélf al niet raken, wie gaan ze dan verdomme wél raken?’ Na het referendum was ik zo kwaad dat de songs eruit spoten. ‘Tin Pan Boy’, bijvoorbeeld, een song over geld en hebzucht en over hoe die fucking gentrificatie de Londense buurt Soho naar de knoppen heeft geholpen. Ooit waren daar alle instrumentenwinkels en sinds de sixties ging iedereen daar z’n gitaar kopen, mijn vader en grootvader incluis.”

Hoe is het eigenlijk met die grootvader van je? Rick Harrison is een gitarist die volgens artikels over jou nog bij T. Rex zou hebben gespeeld, alleen vond ik daar weinig van terug.

“Hij heeft een paar keer live gespeeld met T. Rex, da’s alles. But he’s still alive, man. En hoe: hij woont in Spanje, draagt zijn haar nog steeds in een paardenstaart én hij gaat nog altijd gekleed in olifantenpijpen. (droog) Iets te veel lsd genomen, wellicht.”

Je song ‘Polygraph Eyes’ gaat verder waar ‘I Bet You Look Good on the Dancefloor’ van Arctic Monkeys stopte. Het is eveneens een song over het morsige Engelse nachtleven, maar heeft het onverbloemd over verkrachting: ‘He walks her straight up to the front door / As she stumbles on the floor / We all know what happens next / A bit of fun turns to regret’.

“Het zijn taferelen die ik zo vaak heb gezien als tiener in Doncaster. Toen we een jaar of 14, 15 waren, gingen we al uit met een vervalste identiteitskaart. Ik ben opgegroeid in een cultuur waarin we al op jonge leeftijd dronken meisjes uit nachtclubs zagen waggelen, om in taxi’s geduwd te worden door jongens die nog niet half zo dronken waren als zijzelf. The most fucking fundamental fucked up thing aan dat alles was: ik vond dat normaal, heb er ook nooit iets tegen gedaan. Als je je hele jeugd gelooft dat de lucht groen is in plaats van blauw, dan zul je dat geloven tot iemand je eens een blauwe hemel toont, hè.

“Pas toen ik in Londen was, zag ik de wereld niet meer door die roze bril van mijn jeugd, en drong de harde werkelijkheid tot me door. En ik was beschaamd en boos op mezelf. Ik heb ‘Polygraph Eyes’ geschreven een jaar voor #MeToo, daar heeft de song niets mee te maken. De song is gebaseerd op wat een vriendin van me is overkomen. Op een ochtend belde ze me, in tranen: ze was verkracht tijdens zo’n dronken avondje uit. Man, ik voelde me zo slecht. Wat kon ik eraan doen? Niets. Of ik kon er een song over schrijven, en die song op ieder optreden ook aankondigen als iets om bij stil te staan. Zodat er misschien tien, honderd, duizend, tienduizend mensen in de zaal aan het denken worden gezet. Zodat ze wél ingrijpen wanneer ze een lad een stomdronken meisje in een taxi zien duwen, met overduidelijk slechte bedoelingen. En dat zij níét die omstaander zijn die niets doet.”

Yungblud speelt vandaag en morgen in de AB. Beide concerten zijn uitverkocht.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234