Zaterdag 01/10/2022

AchtergrondKunst

Worstelt de kunstwereld met een genderkloof? ‘Quota zijn nu nodig. Het is gênant’

Linksboven: ‘Rabbit’ van Jeff Koons (90 miljoen euro), rechts: ‘Jimson Weed/White Flower No. 1' van Georgia O’Keeffe (35,6 miljoen euro), linksonder: ‘Salvator Mundi’ van Leonardo da Vinci (385 miljoen euro).
 Beeld AFP/Georgia O'Keeffe/Web
Linksboven: ‘Rabbit’ van Jeff Koons (90 miljoen euro), rechts: ‘Jimson Weed/White Flower No. 1' van Georgia O’Keeffe (35,6 miljoen euro), linksonder: ‘Salvator Mundi’ van Leonardo da Vinci (385 miljoen euro).Beeld AFP/Georgia O'Keeffe/Web

‘Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum terecht te komen?’, vroeg de actiegroep Guerrilla Girls zich in 1989 af. Nu 33 jaar later is er nog altijd een groot verschil tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars.

Charles Gadeyne

“Het is de schokkendste genderkloof die ik ooit ben tegengekomen”, stelde Helen Gørrill, schrijfster van het boek Women Can’t Paint. Samen met journaliste Mary Ann Sieghart maakt ze voor BBC Radio 4 de documentaire Recalculating Art, waarin ze het verschil tussen mannen en vrouwen in de kunstwereld onderzochten.

Neem nu bijvoorbeeld het werk Salvator Mundi van Leonardo da Vinci, dat in 2017 onder luid applaus verkocht werd voor 385 miljoen euro, een absoluut recordbedrag. Enkele jaren eerder werd Jimson Weed/White Flower No. 1 van Georgia O’Keeffe door Sotheby’s van de hand gedaan voor 35,6 miljoen euro. Ook een record, namelijk het duurste schilderij gemaakt door een vrouwelijke kunstenaar, maar tegelijkertijd tien keer minder dan haar mannelijke tegenhanger.

En daar blijft het niet bij. Onder nog levende kunstenaars voert Jeff Koons met Rabbit de mannelijke ranglijst aan (90 miljoen euro), een groot verschil met de nummer één van de vrouwelijke ranglijst: Jenny Saville met Propped (10,5 miljoen euro). Een internationaal onderzoek uit 2017 analyseerde 69.189 kunstwerken tussen 1970 en 2016, en vond dat schilderijen van vrouwen de helft minder in waarde geschat werden dan de werken van mannen. Sterker nog: wanneer een vrouw haar werk signeert, daalt de prijs, schrijft Sieghart in The Guardian.

Historische uitsluiting

De genderkloof is niets nieuws. Al in 1989 verspreidde de actiegroep Guerilla Girls, een collectief van anonieme vrouwelijke kunstenaars, posters met de leuze “Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum terecht te komen?”. De kunstwereld worstelt nog steeds met die grote genderongelijkheid, zo lijkt het.

“Ook in België is dat het geval”, stelt Anneleen Lemmens, coördinator van Engagement, een organisatie die zich inzet tegen seksisme in de culturele sector. In ons land verdienen vrouwelijke beeldende kunstenaars tot hun 35ste op jaarbasis evenveel als mannen of zelfs iets meer, “maar vanaf dan gaat het exponentieel de andere kant uit”. Het grootste verschil zit tussen de 45 en 54 jaar, waar mannen het dubbele verdienen van hun vrouwelijke collega’s. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van Kunstenpunt, een agentschap van de Vlaamse overheid, uit 2019.

Hoe komt dat dan? “Volgens mij betalen we nog steeds de prijs voor een historische uitsluiting”, meent Lemmens. “Dat valt heel moeilijk te corrigeren. Er werd van vrouwen niet verwacht dat zij zich met kunst bezighielden, zij waren kindermachines en huishoudhulpjes. Ook vandaag zijn de beeldende kunsten nog steeds een mannenwereld. Galeristen en artistiek directeuren zijn bijna uitsluitend mannen, en dat zijn natuurlijk ook de poortwachters.”

Daarin valt kunstexpert Christiane Struyven haar bij: “Internationaal gezien is slechts 8 procent van de totale opbrengst van veilingen afkomstig van werken van vrouwen en dat is dan eigenlijk slechts een beperkt groepje van twintig artiesten. Dat komt omdat driekwart van de galeristen en kunstverzamelaars een man is. De kunstmarkt is een mannenbastion.”

De poster van Guerrilla Girls in 1989. Beeld rv
De poster van Guerrilla Girls in 1989.Beeld rv

De cijfers spreken haar niet tegen. Journaliste Marianne Van Boxelaere schreef in 2019 in het kunstblad rekto:verso dat minder dan 12 procent van de kunstwerken in de collecties moderne kunst gemaakt zijn door een vrouw. Daarnaast vertegenwoordigen de 95 kunstgaleries opgelijst in de databank van Kunstenpunt gemiddeld 15 procent vrouwelijke kunstenaars.

Poortwachters

Hoe pak je zo’n diepgeworteld probleem aan? ‘Poortwachters’ Adriaan Raemdonck, voorzitter van de Belgische moderne en hedendaagse galerieën, en Philippe Van Cauteren, artistiek directeur van het Gentse SMAK, beseffen de rol die hun tentoonstellingen moeten spelen in deze ommezwaai.

“Geen enkel museum, veilinghuis of galerie kan die historische uitsluiting rechttrekken en corrigeren”, stelt Van Cauteren realistisch. “Wat we wel kunnen doen, is alerter zijn voor deze problematiek en nog meer die gelijkheid opzoeken.” Voor Raemdonck is dat ook de start van een inclusievere inhaalbeweging. “Door als museum of galerie een trendsetter te zijn, kan de kunstmarkt daarop inspelen.”

De musea in België kunnen dus van grote symbolische waarde zijn. “Hoe goed een kunstwerk verkoopt, heeft te maken met de belangstelling die het gekregen heeft door tentoonstellingen, galerijen en door de media”, analyseert Lemmens. Van Cauteren valt haar hierin bij. “De mediatisering van kunstenaars speelt een grote positieve rol op hun marktwaarde. Het zijn de media die, onder impuls van musea, de perceptieverandering rond vrouwelijke kunst in gang kunnen steken en zo de loonkloof eventueel kunnen dichten.”

Ook volgens Mary Ann Sieghart is die verandering op komst. De Biënnale van Venetië verlegt de focus sinds de jaren negentig naar het werk van vrouwelijke kunstenaars, Caroline Pauwels cureerde begin deze zomer een expo in Schonfeld Gallery in Brussel met alleen vrouwelijke werken en in 2023 komt Jemima Kulumba naar Brussel met haar Biënnale Women in Art, waarmee ze vrouwelijke Belgische kunstenaars onder de aandacht wil brengen. “Vrouwen breken zachtjesaan door op hedendaagse kunstfora en zo krijgen ze langzamerhand meer visibiliteit”, aldus Struyven.

“Positieve initiatieven, maar een beetje een druppel op een hete plaat”, stelt Lemmens. “De historische ongelijkheid lost zichzelf niet op. Er wordt al te lang gewacht op een organische correctie, ook voor uitsluiting op basis van kleur, beperking of seksualiteit. Volgens mij zijn quota de enige manier om de structurele ongelijkheid in de kunsten snel genoeg recht te trekken.”

“Dat kan door bijvoorbeeld musea te verplichten om te streven naar een genderbalans. Daarbij mag gerust wat overcompensatie zijn. Quota zijn zeker niet de ideale oplossing, maar de praktijk toont dat, als je wacht tot het vanzelf gebeurt, er quasi niks verandert.”

Voor Van Cauteren zullen quota geen soelaas brengen. Voor hem is dat een gemakzuchtige oplossing: “Quota banaliseren het genderprobleem. Het is complexer maar noodzakelijk om alert te zijn voor deze problematiek en de vinger aan de pols te hebben in de maatschappij waarin we leven.”

Een raad die lang niet altijd in de praktijk omgezet wordt, zo blijkt. “Neem nu de Biënnale van de Schilderkunst, waar 36 kunstenaars exposeren, waarvan 32 mannen. Of het stille protest uit 2019 toen bleek dat het SMAK zelf slechts 11 van de 66 solotentoonstellingen van de afgelopen tien jaar gewijd heeft aan vrouwelijke kunstenaars. Dat is gewoon gênant”, zegt Lemmens.

De artistiek directeur van het SMAK gaat er prat op dat zijn museum wel degelijk veel aandacht geeft aan vrouwelijke kunstenaars, maar niet aan de hand van quota. “Wie vandaag door ons museum wandelt, vindt daar Lydia Ourahmane, N. Dash, of de tentoonstelling Splendid Isolation, waar de helft van de kunstenaars vrouwelijk zijn.” Ook Raemdonck maakt zich sterk dat er in de afgelopen jaren in België al veel gedaan is om vrouwelijke representatie in de kunst op te trekken.

“Representatie is zeker een belangrijk deel van de oplossing, zeg maar een eerste stap, maar het is lang niet genoeg”, relativeert Sofia Dati, programmator in de Brusselse Beursschouwburg. “We moeten herbekijken hoe we waarde toekennen in de kunst. Bijvoorbeeld door educatie kunnen we het denkkader van iedereen die met kunst bezig is verruimen.”

Ook voor Kulumba is de representatie die het SMAK vandaag aan de dag legt een mooi voorbeeld, maar volgens haar is dit eerder een alleenstaand geval. “We moeten gewoon veel meer doen.” Voor haar is het een samenspel tussen representatie, educatie en politiek engagement. “Het is de politiek die initiatieven om gelijkheid in de kunst te promoten breder moet ondersteunen.”

Verschillende werelden

Anderzijds opperen Raemdonck en Van Cauteren toch enige nuance. Volgens hen moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de commerciële kunstmarkt en de rest van de kunstwereld – musea, galerieën, vernissages – waar emancipatie wel hoog op de agenda staat. “De cijfers van de veilingresultaten zijn niet altijd even representatief voor de hele kunstwereld”, aldus Van Cauteren.

Ook Raemdonck wijst op dat verschil: “Van Gogh, die nu zo’n hoog aanzien heeft, kreeg destijds ook geen appreciatie op de kunstmarkt. Tegelijkertijd werd Georgia O’Keeffe tijdens haar leven tot de groten der aarde gerekend, maar dat weerspiegelde zich niet in de prijzen die op haar werk geplakt werden. Het is gevaarlijk om die twee werelden met elkaar te verwarren.”

Maar zullen al die positieve veranderingen ook doordringen tot in de commerciële kant van de kunstwereld? Van Cauteren hoopt van wel, maar vreest van niet. “Het zijn niet de musea met een klein budget die voor de grote verschillen kunnen zorgen. Dat is aan de grote verzamelaars en veilinghuizen, de mannelijke grootverdieners, de machines die echt wegen op de miljardenomzetten die in de sector gemaakt worden. Zij kunnen een statement maken.”

“En de ommekeer is ook daadwerkelijk aan de gang”, stelt Emmanuel Van de Putte, directeur van het Belgische filiaal van Sotheby’s. Uit cijfers van het veilinghuis blijkt dat in de afgelopen vijf jaar de prijzen van vrouwelijke werken met 32 procent stegen, tegenover 29 procent voor mannelijke werken. Sotheby’s organiseert Women Artist-veilingen, waar ze volledig de focus leggen op vrouwelijke kunstenaars, “maar wat voor mij primeert is dat ze ook in de gewone veilingen evenwaardig aan bod komen”. Ook de claim van Sieghart, die stelt dat vrouwelijke werken in waarde zakken wanneer ze gesigneerd worden, ontkent hij met klem: “totaal uit de lucht gegrepen.”

Georgia O'Keeffe. Beeld Getty Images
Georgia O'Keeffe.Beeld Getty Images

Ook het aanbod speelt hierin mee. Het is normaal dat veilinghuizen meer leunen naar mannelijke werken. Door de historische uitsluiting is het aanbod nu eenmaal groter. “Maar ook dat is langzamerhand aan het veranderen”, aldus Van de Putte. “Uiteindelijk is gender voor mij niet van belang. Enkel de kwaliteit van de kunst telt.”

“In mensentermen zeggen die cijfers van de veilingen ons één ding: als vrouwelijke artiest is het inderdaad tien keer harder knokken dan als man, met die kanttekening dat het voor mannelijke kunstenaars vandaag evenmin een walk in the park is. Het is voor iedereen lastig, maar voor vrouwen nog net iets meer”, besluit Van Cauteren.

“De genderkloof dichten zal tijd nodig hebben”, nuanceert Struyven. “De ingebakken misogynie en de patriarchale conservatieve reflex in het mannenbastion van de kunst laten zich niet zo snel weggommen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234