Zaterdag 23/10/2021

InterviewWard Hulselmans en stiefzoon Pieter Wachters

‘Witse’-scenarist en stiefzoon over hun verslaving: ‘Ik lag te bleiten in bed, met een halve lijn coke op het nachtkastje en een lege fles naast het bed’

null Beeld DIEGO FRANSSENS
Beeld DIEGO FRANSSENS

Jarenlang voerde schrijver Ward Hulselmans, bekend als scenarist van onder meer Witse en Salamander, een gevecht met de drank. Toen hij zijn stiefzoon Pieter aan alcohol en coke ten onder zag gaan, grepen hij en diens moeder drastisch in en stuurden ze hem drie maanden naar een afkickkliniek in Zuid-Afrika. De brieven die hij Pieter toen stuurde, bundelde Hulselmans zopas in Morgen word ik nuchter: ‘Onze liefde werkte averechts: ze hield de verslaving in stand.’

Vijftien jaar geleden werden Ward Hulselmans (70) en Pieter Wachters (36) stiefvader en -zoon. Van die vijftien jaar herinnert Pieter zich vooral de laatste vierenhalf: ‘Zo lang ben ik nuchter. De jaren daarvoor zijn troebel. Die tijdslijn reconstrueer ik aan de hand van de verloren jobs en de auto’s die ik in de prak reed.’

Hulselmans kende het zware beest van de drankverslaving, maar daar wist Pieter niks van tot hij het las in de brieven die hij in Zuid-Afrika kreeg toegestuurd.

Ward Hulselmans: “Ik schreef altijd met een nuchtere kop. Daarom zonk ik nooit zo diep als Pieter. Zeventien jaar lang was ik als krantenjournalist in de weer met de verhalen van andere mensen. In 1989 werd ik dan voltijds scenarioschrijver en putte ik uit mijn fantasie, en vandaag schrijf ik alleen nog zeer persoonlijke boeken.

“Vroeger schreef ik heel fanatiek, waardoor ik me telkens geestelijk uitputte. Ik zag maar één manier om mezelf weer overeind te helpen: met drank. Dertig jaar lang. ’s Nachts stond ik op om bij te tanken en rond vier uur in de ochtend nam ik vier Dafalgans om nog even te kunnen slapen. Ik dacht: misschien helpt mijn ervaring Pieter terwijl hij aan het afkicken is. Dus begon ik hem brieven te schrijven.”

Verstopte je de eerste brief in Pieters bagage, zoals je in Morgen word ik nuchter schrijft?

Ward Hulselmans: “Nee, dat was een dichterlijke vrijheid. Maar alle andere brieven stuurde ik hem wel. Ik was niet van plan om er een boek van te maken, ik wilde alleen maar Pieter helpen. Die brieven bleven in de schuif liggen, en in 2020 verscheen Enkele reis realiteit, mijn eerste persoonlijke boek. Nogal wat mensen voelden zich erdoor aangesproken en trokken aan mijn mouw: ‘Je hebt misschien nog ervaringen die anderen kunnen helpen. Schrijf daar ook over.’”

Pieter, wat vind jij van het boek?

Pieter Wachters: “Ik kende het tv-werk van Ward, maar had nooit iets van hem gelezen. Ik las helemaal niets, en plots stuurde hij me teksten van zijn hand. Dat was een ontdekking. Het was fijn om te verdwalen in de verhalen van iemand die ik dacht te kennen: Ward, de man die bij ons thuis kwam, mijn moeder hielp, en ook mij probeerde te helpen.

“Mama was altijd heel lief voor mij, terwijl ik zo veel mogelijk van haar stal.”

Je bestal je moeder?

Hulselmans: “Zeker! Van mij heeft hij nooit iets gepikt.”

Wachters: “Omdat ik heel goed wist tot waar ik kon gaan. Ooit ging ik er zonder te vragen met Wards auto vandoor, naar vrienden om de hoek. Hij belde me. Eerst klonk hij heel rustig, maar dan schoot hij uit zijn krammen: ‘Maak dat je terug bent!’ Ik was snel terug thuis. Ward begroette me zo innemend dat ik dacht: wat is dit?! Ik trok naar mijn kamer en raakte de rest van de avond geen drank of drugs meer aan. Vanaf dat moment wist ik: van Wards spullen blijf ik best af.”

Had je moeder door dat je stal van haar? Tolereerde ze het?

Hulselmans: “Ze miste altijd dingen. Alles drukte Pieter achterover.”

Wachters: “Jij zag hoe ze reageerde. Ik niet, want ik was dan weg.”

Hulselmans: “Na een tijd werd er niet meer gereageerd.”

Wachters: “Ik begon mijn eigen leugens te geloven.”

Hulselmans: “Je hield jezelf voor de gek, zoals elke superverslaafde. Zo erg was het bij mij gelukkig niet. Jij manipuleerde niet alleen jezelf, maar ook de mensen in je omgeving. Alles stond bij jou in het teken van de volgende bak bier of lijn coke. Je was ook heel geslepen. Toen je uiteindelijk écht om hulp vroeg, wisten wij: Pieter móét weg, hier ver vandaan. In een afkickcentrum in de buurt zou je binnen de kortste keren opnieuw alles en iedereen beginnen te manipuleren. Daarom stuurden we je naar het andere eind van de wereld. Zonder geld, zodat je er niet weg kon. Ik hoopte dat het strenge regime je leven structuur zou geven, maar ook dat je overweldigd zou worden door de prachtige Zuid-Afrikaanse natuur, zodat je zou beseffen dat er iets veel groters is dan jij.

“De eerste maanden mochten we af en toe skypen. Je zei dan altijd dat alles oké was: ‘Ik kom snel terug naar huis.’ Achteraf keken je moeder en ik elkaar aan en schudden we het hoofd: nee, het was niet oké.”

Wachters: “Ik kan me zo voorstellen hoe jullie van zodra het scherm op zwart ging, tegen elkaar zeiden: ‘Pieter is er nog lang niet.’”

Hulselmans: “Ja, en dan vonden we: er moet zeker nog een maand bij.”

Wachters: “Mijn Zuid-Afrikaanse therapeuten vroegen me dan: ‘Wat denk jij, Pieter? Misschien nog een maand extra?’ Ze gaven me het gevoel dat het míjn keuze was (lacht).”

‘Mijn eerste lijn coke was het beste wat ik ooit had meegemaakt! Plots werd ik een spraakwaterval.’ Beeld Diego Franssens
‘Mijn eerste lijn coke was het beste wat ik ooit had meegemaakt! Plots werd ik een spraakwaterval.’Beeld Diego Franssens

TOP VAN IJSBERG

Hoe raakte je verslaafd, Pieter?

Wachters: “Het begon met een jointje. Dat hou ik wel onder controle, dacht ik, want cannabis is ‘iets natuurlijks’. In het begin leek het ook alsof ik ermee overweg kon, maar gaandeweg werd blowen een automatisme. Ik verloor de controle.”

Hulselmans: “In de jaren 80 ging ik als journalist een week in Amsterdam op stap met professionals die heroïnejunkies helpen. Eén van hen zei me: ‘Na al die jaren vind ik een heroïneverslaving niet meer zo erg. Het klinkt hard, maar ze zijn meestal toch een vogel voor de kat. Veel erger is de algemene versuffing door cannabis onder tienerjongens en -meisjes.’ Ik stond als aan de grond genageld.”

Wachters: “Lang geloofde ik dat blowen niet aan de basis lag van mijn afdaling in de hel. Het is niet de schuld van alles, maar het legde wel het fundament voor mijn continue verlangen naar een roes.”

Die roes zocht je in cocaïne en drank?

Wachters: “Alcohol en cocaïne gingen hand in hand. Het ene is een upper, het andere een downer: daar kon ik heel lang op teren.”

Jij wist niets van Wards worsteling met de drank?

Wachters: “Als verslaafde herkende ik bepaalde handelingen. Ik zag hem een glas drinken en kreeg soms het gevoel dat ik naar het topje van de ijsberg keek. Ward was de eerste die ik belde toen ik op de bodem zat: ‘Jullie weten veel over mijn drankmisbruik, maar er is ook nog cocaïne.’”

Je moeder en stiefvader wisten lang niet dat je ook aan de coke zat?

Wachters: “Nee, en die verslaving was minstens even erg. De drank was míjn topje van de ijsberg.

“Mijn cannabisdealer had ook altijd cocaïne. Hij legde een lijntje voor zichzelf en vroeg: ‘Jij ook?’ ‘Nee, daar begin ik niet aan’, zei ik. Tot ik iemand anders een lijn zag snuiven en vroeg: ‘Mag ik ook eens?’ Het was het beste wat ik ooit had meegemaakt! Ik ben vrij stil van aard en plots werd ik een spraakwaterval. Een week later kocht ik mijn eerste gram.”

Hulselmans: “Toen ik in Pieters leven kwam, zat ik nog aan de drank. We hebben net samen een wandeling van drie kwartier naar hier achter de rug, en heel de tijd haalden we herinneringen op. Dat gebeurt elke keer als we elkaar ontmoeten. Met een verslaving ophouden, is als verdriet. Telkens weer moeten we daarover praten.”

Omdat een leven in nuchterheid aanvoelt als een verlies?

Hulselmans: “Toch niet. We zoeken bij elkaar de bevestiging dat het door ons gekozen pad het juiste is. Een verslaving is zo verdomd ingrijpend. Zoveel jaar later raak ik er af en toe nog door geëmotioneerd: waarom dronk ik toch zoveel?

“Ik zakte soms heel diep. ’s Morgens zat ik dan ziek op het toilet te jammeren: ‘Nooit meer.’ Ik méénde dat, maar ’s avonds zag de wereld er weer anders uit: vanmorgen voelde ik me wat slapjes, maar nu ben ik weer het heertje.”

AFSCHEIDSBRIEVEN

Heb je de alcohol helemaal afgezworen?

Hulselmans: “Nee, ’s middags en ’s avonds drink ik bij het eten nog een glas wijn. Het is niet zo dat ik opnieuw verloren ben als ik een glas drink. Ik zonk nooit zo diep als Pieter, misschien omdat ik meer verantwoordelijkheden had. Ik kon mijn drankzucht in de mate van het mogelijke beheersen.”

Maar op de momenten dat het niet lukte, zoop je je lam?

Hulselmans: “Dan was ik weg. En elke keer opnieuw zweerde ik op mijn communieziel: ‘Dit was de allerlaatste keer.’”

Wachters: “Morgen word ik nuchter is de perfecte titel voor Wards boek. Ik ken heel wat ‘gelijkgezinden’ over de hele wereld, en iedereen had dezelfde mantra: morgen stop ik. Veertien jaar lang werd ik elke ochtend wakker met een kater. Ik lag dan te bleiten in bed, met een halve lijn coke op het nachtkastje en een lege fles naast het bed. ‘Dit nooit meer.’”

Hulselmans: “Als de spijt het overneemt, geloof je dat je nuchter een ander mens zult zijn. Maar dat is niet zo.”

Want dan is de magie weg?

Wachters: “Precies. Je wordt geconfronteerd met jezelf en denkt: is dit alles? Dus drink je bier en snuif je coke tot je jezelf terug een topkerel voelt.”

Hulselmans: “Ik probeerde al drinkende het perfecte punt te bereiken: dat ultieme niveau waarop ik het best functioneerde. Maar eens dat bereikt, stampte ik het totaal om zeep.”

Is het een drang tot zelfvernietiging?

Hulselmans: “Bij mij niet. Ik kende mijn plaats in de wereld niet. Het leek alsof alle anderen wél zichzelf waren en in het bezit waren van de juiste code. Alsof zij hun verleden kenden en wisten waar ze naartoe gingen. Ik heb nog altijd het gevoel dat ik die code niet heb. Drinken is een makkelijke weg om die frustratie te onderdrukken. De schroom om gewoon te leven, smelt dan als sneeuw voor de zon.”

Wachters: “Ik had een godcomplex: het heelal draaide rond mij. Ik kroop in mijn eigen wereld en door de drank en de drugs kon het me niet schelen wat ik mama en Ward aandeed – ik had geen enkel schuldgevoel als ik haar bankkaart pikte. Ik lag er niet wakker van als ik opnieuw een job verloor. Het gevoel alleen op de wereld te zijn, werd alleen maar groter. Een knuffel zei me niets meer, een ongeval met de auto maakte totaal geen indruk op me. Een straf gleed van me af als water van een eend. Seks vond ik te veel moeite, en verdween totaal uit mijn leven. De drugs palmden mijn hele gevoelswereld in.”

Hulselmans: “Je zat ook altijd alleen.”

Wachters: “Dat is typisch voor verslaafden: ze trekken zich op hun kamer terug. In het begin zei ik tegen mijn drinkebroers: ‘Dit houd ik voor altijd vol.’ Ik geloofde écht dat ik een sociale mens was. Maar op het eind trok ik me helemaal terug: met anderen op café drinken, was saai. Het dagelijkse leven werd de meest vervelende ervaring ooit. Mijn lichaam reageerde op geen enkele prikkel meer. Er was alleen die nooit aflatende behoefte aan alcohol en coke. Ik dronk geen pinten meer voor het genot, ik had ze nodig om me niet ellendig en depressief te voelen. Heel lang had ik niet door dat ik een dwangmatige gebruiker was. Ik bleef mezelf wijsmaken: als ik wil, stop ik.

“Coke was even makkelijk te bestellen als een pizza. Ik had nummers van meerdere dealers in de stad, en ik ben er zeker van dat de service er de voorbije vier jaar nóg op vooruitgegaan is. Mijn dealer deed alsof hij mijn vriend was. Hij kwam FIFA spelen en een paar lijnen leggen in het huis waar Ward en mama vier uur later arriveerden.

“Elke avond dronk ik veertien pinten en snoof ik een halve gram coke om te kunnen slapen. Soms zat de combinatie niet goed, en raakte ik niet in slaap. Ik moest dan op zoek naar nog een fles. Soms was er alleen rode wijn: hét recept voor een smerige kater.”

Ward Hulselmans: ‘Toen ik in Pieters leven kwam, zat ik nog aan de drank. We hebben net samen een wandeling van drie kwartier naar hier achter de rug, en heel de tijd haalden we herinneringen op. Met een verslaving ophouden, is als verdriet.’ Beeld Diego Franssens
Ward Hulselmans: ‘Toen ik in Pieters leven kwam, zat ik nog aan de drank. We hebben net samen een wandeling van drie kwartier naar hier achter de rug, en heel de tijd haalden we herinneringen op. Met een verslaving ophouden, is als verdriet.’Beeld Diego Franssens

In Morgen word ik nuchter onderteken je de brieven naar Pieter met ‘Thomas’. Waarom?

Hulselmans: “Het boek is een mengeling van fictie en non-fictie. Het grote kader is echt: we moesten jaren leven met de collateral damage van Pieters allesvernietigende verslaving. Al die jaren wilden we hem helpen, maar onze liefde werkte averechts: ze hield de verslaving in stand. Een verslaafde is heel geslepen: hij kent al je zwakke plekken en profiteert er genadeloos van. Tot de dag dat we hem lieten vallen als een baksteen. Niet veel later vroeg hij me om hulp.”

Wachters: “Ik maakte hen medeplichtig en afhankelijk. Mama en Ward konden vreselijk kwaad worden op Pieter-de-alcoholist, maar twee dagen later stond diezelfde Pieter fris en monter uitgebreid te koken voor de hele familie: ‘Nog een wijntje, Ward?’ Stiekem had ik dan al een fles porto op.”

Door je te laten vallen, zonden ze je het signaal: nu is het menens?

Wachters: “Het is heel goed dat ze dat gedaan hebben. Ze bliezen alle bruggen op en sloten alle wegen af. Jarenlang kon ik mijn moeder van alles wijsmaken, al geloofde ze me niet altijd. Duizenden keren zei ze: ‘Ik zet je valies klaar.’ Maar ze deed het nooit.

“Na een tijd kwam ze steeds minder naar huis en bleef ze zo lang mogelijk bij Ward. Ik vond dat prima. Maar op een keer kwam ze de keuken binnen en riep ik: ‘Hey mama, ik ga koken, waar heb je zin in?’ Ze keek me aan met een blik die ik nooit eerder gezien had, en zei: ‘Ach jongen, het kan me niet meer schelen.’ Ze draaide zich om en verdween.”

Hulselmans: “We stopten met liefde te geven en maakten dat er geen cent meer te vinden was.”

Wachters: “Het klinkt gek, maar daar ben ik jullie heel erg dankbaar voor. Ik had zo lang op jullie liefde geteerd, tot duidelijk werd dat jullie écht niet meer in me geloofden. Zelfs de vrouw die mij op de wereld gezet had en me altijd onvoorwaardelijk graag gezien had, kon het niks meer schelen: dat kwam hard aan.”

Hulselmans: “Voor het eerst in je leven besefte je dat je jezelf aan het voorliegen was. Je moeder had je een spiegel voorgehouden.”

Nood aan een gesprek?

Praten helpt, dat kan bij Tele-Onthaal: bel 106 of ga naar de website tele-onthaal.be.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website zelfmoord1813.be.

Wachters: “De kracht vloeide uit me weg. Toen ik Ward belde, wou ik niet meer leven. Ik heb afscheidsbrieven geschreven en gefantaseerd hoe ik met mijn auto tegen een boom knalde, maar ik kon het niet – en ik wou het ook niet. Ik was vanbinnen aan het sterven.”

Waarom belde je Ward?

Wachters: “Ik was zoals elke avond bezig aan mijn dieet van alcohol en coke, en las op een krantensite een artikel waar ik hevig van schrok. Er stond dat langdurig cocaïnegebruik de hartkamers doet krimpen – coke bleek een stille doder te zijn. Al zag mijn lichaam er nog redelijk goed uit, toch belde ik Ward: ‘Ik zit ook aan de coke.’ Hij reageerde rustig. Ik haakte in, voelde even opluchting, maar meteen daarna sloeg ik in paniek: wat heb ik nu gedaan? Ik begon een bericht te tikken: ‘Ward, het was maar…’ Ik aarzelde. Eén stem in mijn hoofd zei: ‘Wees blij dat je het hebt uitgesproken.’ De andere fluisterde: ‘Je gaat er toch niet mee kappen?’ Ik heb die sms nooit verstuurd, maar die avond en de dagen erna heb ik wel zo veel mogelijk gesnoven en gezopen.”

Hulselmans: “Meteen na die telefoon schoten wij in actie. Tien dagen later zat hij op het vliegtuig naar Zuid-Afrika.”

Wachters: “Als je echt wilt afkicken, moet je radicaal kappen met mensen, plaatsen en dingen die gelinkt zijn aan je verslaving. Zuid-Afrika trok mij finaal over de streep. Ik dacht: ‘O, het strand, zalig.’ Wist ik veel.”

Pieter Wachters: ‘Ik had geen enkel schuldgevoel als ik de bankkaart van mijn moeder pikte, ik lag er niet wakker van als ik opnieuw een job verloor, seks vond ik te veel moeite en verdween totaal uit mijn leven. De drugs palmden mijn hele gevoelswereld in.’ Beeld Diego Franssens
Pieter Wachters: ‘Ik had geen enkel schuldgevoel als ik de bankkaart van mijn moeder pikte, ik lag er niet wakker van als ik opnieuw een job verloor, seks vond ik te veel moeite en verdween totaal uit mijn leven. De drugs palmden mijn hele gevoelswereld in.’Beeld Diego Franssens

HET MOOISTE MEISJE

Raakte je er overweldigd door de natuur, zoals Ward hoopte?

Wachters: “Ja, dat had hij goed ingeschat. Ik was nog nooit in Zuid-Afrika geweest, en door het jarenlange drinken en snuiven had ik maar weinig kennis verzameld. Op het vliegtuig dronk ik vier glazen wijn, evenveel gin-tonics, en daarna stortte ik me op de Zuid-Afrikaanse likeur Amarula. In mijn notitieboekje noteerde ik: ‘Die moet ik kopen als ik terug thuis ben.’

“Op weg naar de rehab besefte ik niet eens dat het mijn definitieve afscheid van alcohol en cocaïne zou worden. Ik ga ontnuchteren, geloofde ik – dat was niet hetzelfde als stoppen. Toen ik die eerste ochtend in Kaapstad het gordijn opentrok, dacht ik: wat is dat? Ik zag een rare berg in de vorm van een gigantische tafel.”

Hulselmans: “De Tafelberg (lacht).”

Hoe ging het eraan toe in de afkickkliniek?

Wachters: “Het was keihard werken. Ik werd omringd door medeverslaafden en therapeuten en kwam er met niets meer weg. Geregeld kreeg ik te horen: ‘Stop bullshitting the bullshitter, Pieter.’ Het duurde een maand vooraleer ik ook bij mijn therapeuten ‘brak’.

“Toen ik de eerste dag mijn kamer uitstapte, passeerde het mooiste meisje dat ik ooit had gezien. Mijn hart maakte een vreugdesprong: het is hier een sportkamp! De eerste maand speelde ik het behulpzame type en sloofde ik me uit. In elke sessie vroeg therapeute Lindsey: ‘Pieter, how are you?’ Waarna ik begon te ratelen over hoe fantastisch alles was. Ze luisterde en zweeg. Tot ik na vier weken zei: ‘Ik weet het niet. Wat moet ik doen?’ Ze keek me aan en sprak de gevleugelde woorden: ‘Aha, een vraag!’ (lacht) Ze zei: ‘Probeer niet zoveel te overdrijven en te liegen.’ Dat was het begin van de verandering. Ik ontdekte dat ik eerlijk moest leren zijn, want dat kon ik niet meer.”

Hulselmans: “Soms vragen we ons allebei af: wat is het leukste aan niet meer drinken? Dan antwoorden we allebei: ‘Nooit meer moeten liegen.’ (lacht) Gewoon jezelf kunnen zijn en niet langer al die nieuwe leugens moeten onthouden. Dat is een gigantische opluchting.”

Ben jij ooit in therapie geweest?

Hulselmans: “Nee. Al mijn hele leven word ik achtervolgd door de dood – mijn broer en zus, mijn kinderen – maar die overlijdens speelden geen rol in mijn drankmisbruik. Nooit. Drank maakte gewoon deel uit van het ritme waarop ik leefde en schreef. En ik dronk omdat ik mijn plek niet vond. Van zodra ik die plaats min of meer gevonden had, nam het drinken geleidelijk af. De eerste avond dat ik in slaap geraakte zonder whisky was een bevrijding.

“Ik verloor mijn zoon toen hij 20 was. Tien jaar later stierf mijn dochter. Ik kon niet meer dezelfde lucht inademen. Onmiddellijk na haar begrafenis liet ik alles in de steek en verhuisde ik naar Wallonië. Daar begon het langzaamaan te helen, ook dankzij Pieters moeder. Al flakkert het net als bij een veenbrand af en toe weleens op.”

Wachters: “Ward had een reden om te drinken, ik niet. Hij was een ‘functionerende alcoholist’: iemand die ondanks zijn verslaving zijn job perfect uitvoert.”

Hulselmans: “Amper 10 procent van de verslaafden raakt er uiteindelijk vanaf. Pieter hoort bij die minderheid.”

Wachters: “Ja, maar de meeste mensen raken níét verslaafd. Dat mogen we niet uit het oog verliezen. Ze drinken een periode veel, blowen of snuiven, en beseffen op een keer: ‘Tijd om ermee te kappen.’ Waarna ze er écht een punt achter zetten, net zoals al die mensen die op een bepaald moment stoppen met roken. Dat is een natuurlijk proces waar te weinig aandacht voor is. De schijnwerper wordt altijd op de uitzonderingen gericht: op mensen zoals ik die de grens oversteken, nooit genoeg hebben, en er niet zelf mee kunnen ophouden.”

VOOR DE NACHTWINKEL

Hoe gaat het nu met jullie?

Hulselmans en Wachters (in koor): “Heel goed.”

Wachters: “Ik stond een half jaar droog en begon te voelen wat het betekent om iemand een knuffel te geven. Die eerste keer lekker eten, dat eerste diepgaande gesprek, die eerste keer nuchter verliefd worden: al die ‘nieuwe’ ervaringen gaven me een duw in de rug. Ik begon opnieuw te studeren, een bachelor toegepaste psychologie. Nu geniet ik volop van alle nieuwe ervaringen en emoties. Er zijn ook slechte dagen, maar dat is geen ramp. Dat heb ik moeten leren: er is niks mis met af en toe ongelukkig zijn.”

Hulselmans: “Het was heel spannend voor ons toen Pieter een tijdje na zijn terugkeer uit Zuid-Afrika alleen ging wonen.”

Wachters: “Ook voor mij. Ik moest in déze samenleving nuchter leren zijn. Dat was veel makkelijker in Kaapstad – alles werd daar voor mij geregeld.

“De laatste week in rehab sloeg de schrik me om het hart: wat wordt het in het boze België? Ik landde in februari op Zaventem: in Zuid-Afrika was het zomer en hier was het nat, kil en koud. Ik zocht werk dat ik niet mee naar huis moest nemen en werd orderpicker in een magazijn. ’s Avonds ging ik sporten en daarna kroop ik braaf in bed. Het eerste jaar legde ik me die saaie routine op en ging ik geen relaties aan. Het had geen zin om me met iemand te verbinden: ik was nog op zoek naar mezelf.”

Wordt de verleiding naar drank en drugs niet heel groot als je alleen leeft?

Wachters: “Ik heb na mijn terugkeer nooit dat vreselijke verlangen naar drank en coke gehad. Ik werk nu in een sportclub waar ik zelfs af en toe achter de bar sta, en dat is geen enkel probleem. Ik worstelde wel met hardnekkige gedragsverslavingen.”

Hulselmans: “Zoals: schoenen en kleren kopen, reizen, fitnessen, eten en het geld door ramen en deuren smijten. Op een bepaald moment zei hij opgewekt: ‘Ward, weet je hoeveel ik aan reizen heb uitgegeven? 10.000 euro!’ Ik was pissed.”

Wachters: “Ik dacht dat je blij zou zijn met mijn hervonden joie de vivre (lacht). Dus ja, die gedragsverslavingen probeer ik te bedwingen. Al is het verzamelen van sportschoenen toch heel wat onschuldiger dan coke snuiven.

“Ik weet dat ik moet oppassen voor mogelijke tegenslagen. Ik mag die niet in mijn eentje proberen op te lossen. Daar hebben ze me in Kaapstad voor gewapend: ‘Praat op tijd met anderen. Ga sporten. Lees een boek. Mediteer.’ Een zelfhulpgroep zoals de AA levert fantastisch werk.”

Hulselmans: “Het twaalfstappenprogramma van de AA is gebaseerd op generatielange ervaring in het omgaan met verslaving. Ook veel andere zelfhulporganisaties maken er gebruik van en ook ik val erop terug.”

Volg jij bijeenkomsten van de AA?

Hulselmans: “Nee, maar veel lotgenoten hebben daar wel veel aan. Kijk naar beroemdheden zoals Elton John of Anthony Hopkins: al decennialang zijn zij nuchter dankzij de AA.”

Wachters: “De bijeenkomsten van een zelfhulpgroep ondersteunen ook mij, net als de hulp van mama, Ward en iedereen die me graag ziet, zoals die oom bij wie ik altijd terecht kan. Maar mijn therapeuten in Kaapstad waarschuwden me: ‘Vrienden en kennissen hebben na verloop van tijd minder in de gaten dat jij die strijd voert.’ Gelijkgezinden in een zelfhulpgroep blijven zich daar altijd van bewust.”

Hulselmans: “Pieter is mijn zelfhulpgroep. Een paar weken geleden belde ik hem: ‘Ik moet je iets vertellen. Daarnet stond ik voor een nachtwinkel en ik heb het niet gedaan.’”

Wachters: “Er is een speciale band tussen ons. Maar toen ik nog gebruikte, zei mama vaak: ‘Ward komt niet, hij kan je even niet horen of zien.’ Verbeter me als ik fout ben, Ward, maar in die tijd walgde je soms van me. Je zag hoe ik mama ongelukkig maakte.”

Hulselmans: “We leefden in heel moeilijke omstandigheden, Pieter.”

Wachters: “Zeker, al waren er ook betere momenten. Als ik een paar dagen niets achterover had gedrukt, eens geen auto in de prak had gereden, net een nieuwe job had versierd en helemaal up was, kookte ik voor jullie, reed ik het gras af, kwam ik een paar dagen op tijd naar huis, of waste ik jouw auto. Eén avond zaten we dan gezellig samen en maakten we grapjes. Tot ik het opnieuw verknoeide en de walging bij jou terug de overhand nam. Maar die is nu helemaal weg en ingeruild voor een échte relatie.”

Zijn jullie bang om te hervallen?

Wachters: “Als ik ‘nee’ zeg, is het alsof ik mijn verslaving te weinig respecteer. Maar ik weet wat ik moet doen om nuchter te blijven én als het mis dreigt te gaan.”

Hulselmans: “Ik ben niet bang om te hervallen, ook al stond ik twee weken geleden voor die nachtwinkel. Een half jaar geleden stond ik daar ook, en toen ik thuiskwam, was de fles leeg. Maar deze keer kocht ik niets en belde ik Pieter. Ik heb er vertrouwen in dat het zal blijven lukken, want wat ik nu heb, wil ik niet kwijt. Nooit meer.”

Ward Hulselmans, Morgen word ik nuchter, Manteau

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234