Zondag 26/05/2019

Analyse

Wissels aan de top in deSingel en Toneelhuis bieden kansen voor Antwerpse cultuurhuizen

DeSingel in Antwerpen. Hendrik Storme treedt vanaf 2020 in de voetsporen van Jerry Aerts als algemeen en artistiek directeur. Beeld RV © Geert Van Hoeymissen

Gisteren maakte deSingel bekend dat Hendrik Storme vanaf 2020 in de voetsporen treedt van Jerry Aerts als algemeen en artistiek directeur. Ook Toneelhuis kondigde aan een opvolger te zoeken voor huidig artistiek leider Guy Cassiers. Dat betekent dat zich een grondige hertekening aandient van het Antwerpse podiumlandschap.

Naast de twee officiële nieuwsberichten zijn er geruchten dat zich ook bij kunstencentrum Monty binnen afzienbare tijd een wissel van de wacht zal voltrekken. Hoewel Monty niets wil bevestigen, is een denkoefening over de toekomst van de Antwerpse podiumsector op zijn plaats. Daarbij staat de vraag naar eigenaarschap centraal. Want van wie en voor wie zijn deze podia er eigenlijk?

Een stedelijke symfonie

Een eerder kleinschalig kunstencentrum, een stadstheater en een grote Vlaamse Kunstinstelling: qua profiel kunnen de drie huizen haast niet sterker van elkaar verschillen. Wat ze gemeen hebben is dat ze jarenlang geleid werden door een directie die sterk de identiteit van haar organisatie bepaalde.

Het duo Denis Van Laeken/Ann Schoeters wist Monty halverwege de jaren 80 uit te bouwen tot de place to be voor iedereen nieuwsgierig naar een nieuwe generatie theatermakers. Regisseur Guy Cassiers verzamelt sinds 2006 een selecte groep kunstenaars rond zich in het Toneelhuis en na zijn aantreden als directeur van deSingel in 1991, zette Jerry Aerts in op een sterk internationaal profiel.

Allemaal leiden ze hun huis met hart en ziel. Dit is geen vingerwijzing naar de zittende machten. But the times they are a changin’ . Dat al deze posities ongeveer gelijktijdig vrijkomen, is een kans. Het is geen nieuws dat er de voorbije jaren schokgolven door de maatschappij zijn getrokken. Dat weerspiegelt zich zowel in de noden van de kunstenaars als in die van het publiek en van de samenleving als geheel.

Ook Gerardo Salinas, stadsdramaturg bij het Brusselse KVS en oprichter van het Antwerpse Mestizo Arts Festival, ziet mogelijkheden: “Vergeet niet dat zowel de Roma, de Arenberg als Rataplan recent ook een nieuwe directeur kregen. Al die Antwerpse huizen zouden samen een symfonie kunnen vormen, een breed palet waarin alle behoeften complementair worden ingevuld en meer en andere verhalen kunnen worden verteld.”

Nieuwe canon

Salinas legt de vinger op een open wonde. Het feminisme- en dekoloniseringsdebat woedt al een tijdje hevig in de sector. De diverse samenleving wordt onvoldoende vertegenwoordigd in de kunsten, zo luidt de aanklacht. Kunstenpunt bracht in 2018 een onderzoek naar buiten waaruit bleek dat een meerderheid van de Vlaamse kunstenorganisaties – en bij uitstek de grote huizen – wordt geleid door mannen.

Het mag duidelijk zijn dat Salinas niet alleen staat met zijn hoop op een grotere diversiteit in deze machtsposities. Een hoop die, wars van het potentieel van de nieuwe directeur, alvast door deSingel niet wordt ingelost. Al stipt Salinas aan dat diversiteit bijvoorbeeld ook slaat op het onderscheid tussen autodidacten en geschoolden.

Salinas: “Kijk, ik zou het goed vinden mocht er in Antwerpen minstens één instelling geleid worden door iemand met andere roots, maar je moet die organisaties natuurlijk ook van binnenuit veranderen. Er is nood aan medewerkers die nieuwsgierig zijn naar wat er zich buiten de reguliere podia afspeelt. Ik vind het huidige veld erg homogeen, ook qua programmatie. Ik wil op de podia nieuwe verhalen zien die tegemoetkomen aan wat er leeft in de stad.”

Marc Verstappen, algemeen directeur van Villanella, zit op eenzelfde lijn. “Hendrik Storme heeft zijn sporen verdiend, maar het blijft een ietwat behoudsgezinde en veilige keuze van deSingel. Ik hoop dat Monty en Toneelhuis wel zullen aanhaken bij de vraag naar een nieuwe canon en dito makers. Zeker Monty zou een nog straffere, radicalere aanjager kunnen worden. En mocht Toneelhuis de weg opgaan van de stadstheaters in Brussel en Gent, waar een artistiek leider aan het hoofd staat met een sterk maatschappelijk engagement, dan zou dat alleen maar goed zijn.”

Om de drie Antwerpse huizen echt te ‘actualiseren’, acht Elsemieke Scholte van werkplaats detheatermaker het nodig dat de samenleving erop kan inbreken. En dat kan alleen door de infrastructuur meer te delen met het publiek.

Scholte: “Ik vraag me soms af waarom die huizen maar vier avonden per week open zijn, en dan nog in de avonduren. Als ik 's morgens om 10 uur binnenwandel in deSingel is het gebouw leeg, dat vind ik schrikbarend.”

“Te midden van al die verschrikkelijk interessante artistieke projecten mis ik sociaal weefsel”, zegt Scholte. “Een podiumhuis mag door veel mensen bewoond worden, en bewonen betekent: delen.” Aan politiek doen dus. Niet de ‘kleine’ partijpolitiek – de huizen moeten geen kleur bekennen – wel het politieke. De organisaties zouden van hun huizen weer een democratische arena kunnen maken door toe te staan dat het debat er binnenbreekt. Niet als apart ‘geëngageerd’ project, maar als core business.

Switchen tussen huizen

Niet enkel de samenleving vraagt om een geactualiseerde invulling van de huizen, ook de kunstenaars doen dat. Een hele generatie theatermakers laat zich steeds moeilijker vastspijkeren op één artistieke plank. Wie denkt aan de Brusselse K.A.K.-ploeg, aan het Decoratelier van Jozef Wouters, de manier waarop KVS-boegbeeld Junior Mthombeni werkt of de participatieve creaties van Lucinda Ra begrijpt dat gedeelde, collectieve praktijken in opmars zijn.

Ook zij aarden slecht in omgevingen die zich hun werk exclusief willen toe-eigenen. Nog meer dan vroeger is het voor hun ontwikkeling cruciaal dat ze kunnen switchen tussen de huizen die hen steunen bij de verschillende stappen in hun carrière. Zij kunnen maar groeien in een gezond ecosysteem dat werkt op maat, en waarin elk huis zijn specifieke expertise opneemt.

In ieder geval lijkt het erop dat het
worstcasescenario voor Antwerpen zou bestaan uit een status quo: de huizen die zich ongenaakbaar tonen voor de maatschappelijke veranderingen, die niet bereid zijn hun eigenaarschap te verbreden zodat er op het einde van de rit niets is veranderd.

Het zou een gemiste kans zijn. Het excuus dat de maatschappelijke veranderingen te snel gaan raakt langzamerhand uitgewerkt. Er komt naast een nieuwe subsidieperiode ook een nieuwe cultuurminister aan – zo’n beleidswissel is in wezen voor alle kunstenorganisaties een cadeau.

Vanaf 2021 krijgen ze volop de kans om te vervellen en zich opnieuw in lijn te stellen met de tijd. Hopelijk beseft de podiumsector in en buiten Antwerpen dat de toekomst nu is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.