Maandag 21/10/2019
Beeld Biosphoto

Column

Wij dragen, op onze eigen manier, bij tot het succes van het broedsel van de roodstaart

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels en zijn vrouw. Zijn nieuwe boek, In elke vrouw schuilt haar moeder, is nu uit.

Het is ons deze zomer weer niet gelukt om de raven te zien. Er zit een echtpaar niet zo ver hiervandaan, maar ze zijn schuw en bovendien ­lijken ze, zeker vanaf een afstand, hard op kraaien, en je wilt toch ­helemaal zeker zijn vooraleer je zegt: ik heb een raaf gezien.

Het was een uitstekende vogel­zomer. Het zwaluwbestand was na een slecht jaar weer op volle ­getal­sterkte. Op warme dagen ­caprioleerden ze in de vooravond met z’n tientallen voor de ramen aan de zuidkant, druk schertsend. Er vloog er wel eens eentje door het open raam naar binnen, een jonkie meestal, en dan zetten wij alles open en zaten wij stil te wachten tot het diertje van de schrik was bekomen en van de balk af durfde.

Nu vliegt dat weer naar Afrika, en overkomt me weer die zinloze, onplezierige bezorgdheid.

Elk jaar nesten er mussen onder de leien boven de keuken. Door het dunne plafondhout heen horen wij het gekras van hun pootjes als zij hun nest bouwen. Na een paar weken van relatieve stilte sta je op een ochtend op en hoor je plots dat amechtige, schrille gepiep uit een half dozijn piepkleine keeltjes, dat enkel eventjes wordt gesmoord wanneer het voer wordt binnengevlogen – geritsel, stilte, een paar seconden maar, opnieuw geritsel, en dan maar weer krijsen.

Door het raam zien wij vader mus in de weer in het gras, vechtend met een weerspannige worm.

Ook in het houten balkwerk van het afdakje boven de voordeur was er midden juli plots een vogelnest verschenen, van een roodstaart. Om hem rust te gunnen, had ik een touw gespannen met een briefje eraan, om bezoekers te vragen langs de tuin te komen. Als wij boodschappen deden, moesten wij dat hele eind met zakken en dozen sjouwen, maar dat hadden wij er wekenlang graag voor over – een roodstaart is niet zo’n vriendelijke, wel een nogal achterdochtige en bazige vogel, maar het wemelt er niet van en wij waren vereerd dat wij hen te gast mochten hebben.

Na enkele weken was er geen beweging meer, en toen wij nog wat later heel voorzichtig durfden te ­kijken, bleek het nest leeg te zijn gebleven, wat ons teleurstelde, en niet omdat wij al die tijd met onze koopwaar door de tuin hadden gesjouwd.

Je voelt je daar dan toch op een rare manier verantwoordelijk voor, zei ik, als zo’n dier je voordeur ­uitkiest. Ze moeten dan toch niet zo tevreden geweest zijn.

Er staat hier dat sommige vogels decoy nesten bouwen, zei mijn vrouw. Ze maken met veel misbaar een zichtbaar nest om rovers op een dwaalspoor te brengen, terwijl ze hun eieren stilletjes vijftig meter ­verderop gaan leggen, op een goed beschermd plekje.

Dit was er vast zo eentje, zei ik. Alles wijst hier in de richting van een decoy nest. Wij hebben, op onze eigen manier, bijgedragen tot het succes van het broedsel van de roodstaart.

Dat staat zo goed als vast, zei mijn vrouw glimlachend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234