Dinsdag 27/07/2021

InterviewSquid

‘Wie weet maken we op een dag een plaat vol videospelstrijkers’

null Beeld AFP
Beeld AFP

Als Bright Green Field van Squid geen kanshebber is voor Plaat van het Jaar, dan zeker voor Debuut van het Jaar. De groep uit Brighton wordt gemakshalve onder de postpunk geklasseerd, maar zo simpel ligt het niet: de groep koppelt field recordings en klanktechnische experimenten aan een liefde voor krautrock.

Ook de bezetting is apart: de frontmannen doen de backings, de drummer neemt de lead voor zijn rekening. Die drummer, Ollie Judge, krijgen we met gitarist/backingzanger Louis Borlase aan de Zoom vanuit Londen.

Ollie, ik las dat je nachtmerries had over de release van de plaat en droomde dat ze overal maar één ster zou krijgen.

Ollie Judge (lacht): “Dat is alweer een tijdje geleden, toen sommige tracks niet zo snel hun vorm vonden als ik had gewild. De dromen zijn weg, maar ik ben wel nog altijd een beetje zenuwachtig voor de release. We hebben dit nog nooit gedaan.”

Louis Borlase: “Het is als wanneer je eerste kindje voor het eerst naar school gaat.”

Judge: “Mooie vergelijking, Louis.”

Mag ik zeggen dat het, in vergelijking met de singles die jullie al uitbrachten, een vreemde plaat is geworden?

Borlase: “Dat mag. We waren niet van plan om een vreemde plaat te maken, net zo min als we van plan waren om een popplaat te maken. Er waren een aantal obstakels die maakten dat de plaat is wat ze is. We waren volop een setlist aan het opstellen om op tournee te gaan toen covid uitbrak, en dan zijn we maar meteen aan de plaat begonnen. Iedereen in zijn eentje thuis, en dan stuurden we files rond. Als je in je eentje werkt, ben je meer geneigd om gekke dingen te proberen. Wellicht omdat je de gefronste wenkbrauwen van de anderen niet kunt zien (lacht).”

Judge: “We hadden ons niets van het samenscholingsverbod kunnen aantrekken en samen kunnen komen om te schrijven, maar waar we in onze muziek graag de regels overtreden, lukt ons dat daarbuiten veel minder.”

Borlase: “Vanaf het moment dat het weer mocht – begin juni – kwamen we vier dagen per week samen. We klopten werkdagen van tien uur.”

In het repetitiehok wordt er bij Squid naar verluidt nauwelijks gepraat. Gaven jullie nu bij het doorsturen van de files er wel een woordje uitleg bij?

Judge: “Tegenwoordig praten we misschien zelfs iets te veel (lachje). Het gevolg van de lockdown, wellicht. Maar om op je vraag te antwoorden: bij het sturen van de files werd er nog steeds een zekere onuitgesprokenheid in acht genomen. Vooral omdat we elkaars creativiteit niet willen indijken. Als je wilt dat de ander speelt wat jij in je hoofd hoort, moet je het zelf spelen en solo gaan.”

Borlase: “Ergens in de periode dat we files aan het doorsturen waren, hebben we beslist dat we arrangementen voor blazers en strijkers op de plaat wilden, en om daar een idee van te krijgen, hadden we die zelf ingespeeld met Sibelius, een softwareprogramma met midisounds. Die klonken als iets uit een videospel uit de jaren 90. Misschien heeft dat de weirdness nog in de hand gewerkt.”

Heb je nooit overwogen om die videospelstrijkers te behouden?

Borlase: “Heel even maar (lacht).”

Judge: “Wie weet maken we er op een dag wel een volledige plaat mee.”

Hoe zijn jullie bij producer Dan Carey beland, bekend van zijn werk met Kae Tempest en Fontaines D.C.? Op foto’s in zijn studio doet hij me wat denken aan Conny Plank, het betreurde genie achter vele krautrockplaten.

Judge: “Een kleine vier jaar geleden hoorde ik op mijn werk een interview met Clottie en Rosy van Goat Girl, en ze hadden het erover hoe hun producer, een zekere Dan, zot was van krautrock. Dat hij je aan Conny Plank doet denken is dus geen toeval. Wij zijn toevallig ook dol op krautrock, dus dacht ik: laat ik die Dan eens een mailtje sturen. Intussen werken we al drie jaar samen.”

Boven het mengpaneel in zijn studio hangt een poster van King Tubby. Zijn jullie dubfans?

Borlase: “I absolutely love, love, love dub.

“Vorige week nog waren we een nieuwe song aan het schrijven en stelden we vast dat we naar een dubby jam waren afgedwaald. Dat overkomt ons geregeld, en dan moeten we onszelf er weer aan herinneren dat we een postpunkgroep zijn (lacht).”

Is er een genre dat je níét snapt?

Borlase (denkt lang na): “In een discussie over pakweg mathrock zal ik mij wellicht afzijdig houden, maar dat betekent niet dat er geen mathrock is die ik zou kunnen appreciëren. Als luisteraar denk ik niet in genres. Als ik iets hoor, denk ik: nice, of nah. Ollie, jij bent dol op PC Music, niet?”

Judge: “Yep. PC Music is een Londens label dat zich toelegt op een overdreven versie van de cheesy pop uit de jaren 90 en 2000 – een soort hyperpop. Maar als het té silly wordt, haak ik af, hoor. Er is een Amerikaanse groep die 100 Gecs heet, en als ik daar naar luister, voel ik mij heel… oud (lacht).”

Is er een artiest of groep waar je vrienden dol op zijn maar die jij maar weinig aandacht hebt gegeven?

Borlase: “Ollie houdt van Nine Inch Nails, en ik ben er bijna zeker van dat ik het ook goed ga vinden, maar de occasionele song uitgezonderd heb ik er nooit echt naar geluisterd.”

Judge: “Andersom is Louis gek op Neil Young, terwijl ik de man en zijn muziek nauwelijks ken.”

Met welke muziek ben je thuis opgegroeid?

Judge: “Mijn ouders hadden een interessante muzieksmaak: veel Talking Heads, Pixies ook. En chillout dance, groepen als Lemon Jelly en Air.”

Borlase: “De liefde voor Neil Young kreeg ik van mijn ouders mee. Dat was hun muziek: Neil Young, Joni Mitchell, Jackson Browne. Toen mijn vader 40 werd, had hij een existentiële crisis en besloot hij om in de tuin te slapen. Als ik dan ’s ochtends naar buiten ging, lag hij daar met Groove Armada op repeat (lacht).”

Is er muziek waar je bent uitgegroeid?

Borlase: “Bright Eyes. Op mijn 14de was ik geobsedeerd door de muziek van Conor Oberst. Samen met mijn zus, die vier jaar ouder is, gingen we naar elk concert in Engeland. Toen ik 19 was en thuis wegging, heb ik al die platen nog eens opgelegd: die muziek deed mij niks meer. Veel te emo. Wat ik niet voor mogelijk had gehouden.”

Judge: “Ik heb hetzelfde gehad met Death Cab for Cutie. Ik was dol op die band, maar als ik ze nu hoor, is het mij a bit too much on the naive side (lacht).”

Wanneer besefte je voor het eerst dat jouw groep iets betekende voor anderen?

Judge: “Toen we voor de derde keer in The Windmill in Brixton stonden. De eerste keer speelden we nagenoeg uitsluitend voor vrienden. De tweede keer vonden we het heel bijzonder dat er mensen waren die we níét kenden. En de derde keer waren er mensen die we niet kenden die songs meezongen die we nog niet eens hadden opgenomen: een magisch moment!”

Om af te ronden: hebben jullie al coronaproof shows gespeeld?

Judge: “Eentje, vorige zomer in Zwitserland. Negen maanden later ben ik er nog altijd niet uit of het voor herhaling vatbaar is. Het was… raar.”

Borlase: “Laten we hopen dat het nooit meer zover komt.”

Judge: “We hebben nu een kleine tour met normale shows gepland voor het najaar, maar die is volgens mij nog niet aangekondigd (als alles goed gaat, staat de groep op 8 oktober in de Botanique, red.).”

Borlase: “We noemen het de Fingers Crossed Tour.”

Bright Green Field van Squid is uit via Warp Records.

‘Bright Green Field’ van Squid. Beeld RV
‘Bright Green Field’ van Squid.Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234