Dinsdag 15/10/2019

Interview

"Wie topgeneeskunde wil bedrijven, moet af en toe de grenzen van het denken opzoeken": ‘Topdokter’ Frank Plasschaert

Beeld Geert Van De Velde

Op VIER begint het zesde seizoen van Topdokters, en als eerste komt kinderorthopedist Frank Plasschaert van UZ Gent en AZ Sint-Jan Brugge in beeld. Hij trekt met schroeven en staven kromme ruggen recht, knutselt met klompvoetjes en puzzelt gebroken ellebogen van trampolinekunstenaartjes aan elkaar. “Ik heb altijd graag getimmerd.”

Frank Plasschaert: “Als kind speelde ik niet met speelgoed. Ik haalde liever de stofzuiger uiteen en legde alle stukjes op de grond, om die daarna weer in elkaar te steken. Ik wil weten hoe iets in elkaar zit. Je vindt die karaktereigenschap bij veel orthopedisten terug: er zijn er veel die oldtimers herstellen of hun eigen huis bouwen of verbouwen.”

“Arts worden was geen kinderdroom. Wetenschappen en wiskunde lagen me goed in de middelbare school, al zag ik er het nut niet van in om pure wetenschap te bedrijven: ik heb nood aan menselijk contact. Als je begint rond te kijken naar een mix van die voorkeuren, kom je al snel bij de geneeskunde terecht.”

Wist u al even snel dat u met kinderen wilde werken?

“Tijdens mijn eerste stagejaren in de chirurgie werd ik geparkeerd bij iemand die in kinderheelkunde was gespecialiseerd en ik heb mij daar van het begin af heel goed bij gevoeld. Die chirurg was ook een charmante man, met wie ik het fijn vond om samen te werken.”

Bij kinderen gaat het vaak om aangeboren afwijkingen, zoals klompvoetjes of ontbrekende ledematen.

“Sommige kinderen worden zelfs geboren met een zo goed als afwezige dij en hebben een knie die bijna onmiddellijk onder de heup staat. Andere kinderen missen een voet of hebben een slecht gevormd onderbeen, of hun wervelkolom is misvormd.”

“De meeste kinderen kun je een functionele oplossing aanbieden: wie een lidmaat mist, kun je een beenverlenging geven. Daarbij maken we een kunstmatige breuk en laten we die genezen. Tijdens het genezingsproces wordt het bot zodanig uitgerekt dat het botweefsel van de breuk wordt gebruikt om nieuw bot aan te maken. Op die manier kun je het been tot 7 à 8 centimeter verlengen. Bij een minderheid gebruiken we prothesen.”

Klompvoeten, waarbij de voeten naar binnen en naar beneden zijn gedraaid, komen het vaakst voor.

(knikt) “Eén à twee op de duizend kinderen komt met klompvoeten ter wereld. Dat is veel, ja.”

Hoe komt het dat er twee keer zoveel jongens als meisjes met klompvoetjes worden geboren?

“Er is waarschijnlijk een erfelijke voorbestemming die meisjes beter beschermt, maar als ze het toch krijgen, is het vaak ernstiger.”

”Een onderontwikkeld heupgewricht, heupdysplasie, komt dan weer vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de houding in de baarmoeder. (Glundert) Heupdysplasie behandel ik trouwens het liefst. Het is een combinatie van verregaand knutselen en inzicht in de groei van een heup.”

Andere patiëntjes van u lijden aan dwerggroei. Sommige ouders kiezen tijdens de zwangerschap voor een abortus als ze te weten komen dat hun foetus die aandoening heeft.

“Ik word zelden of nooit betrokken bij die discussie. In het geval van dwerggroei zou ik de vraag naar abortus niet ondersteunen, want de meeste van die kinderen die ik zie, zijn zeer vrolijk en stellen het goed, ondanks hun kleine gestalte.”

U moet soms de tere lijfjes van baby’tjes opereren. Is dat intussen bandwerk of nog steeds een bron van stress?

“Er bestaat geen bandwerk in de chirurgie. Het is iedere keer een topwedstrijd die je moet winnen. Maar je bent vooral afhankelijk van de artsen die het kind in slaap houden. Dat lijkt me trouwens uitdagender dan het werk van een chirurg. Als de anesthesisten niet mee zijn in het verhaal, is het kindje ten dode opgeschreven.”

Bent u zich nog bewust van het feit dat u dan een baby opereert?

“Op het moment zelf niet. Je focust op het probleem, of dat nu bij een kind van één dag oud of een van 17 jaar oud is. Het is altijd iemands kind. Het is wel technisch uitdagend, omdat een baby heel klein is.”

Zijn er operaties die u nooit zult vergeten?

“Ik herinner me een kind van vijf jaar met zware epilepsie, bij wie de ingreep perfect verlopen was. De mama week de dagen na de operatie geen seconde van de zijde van haar kind, omdat het veel stuiptrekkingen had. Ik heb haar kunnen overhalen om toch eventjes de kamer te verlaten, omdat ze er echt al lang zat. Het kind is overleden in het uur dat ze weg was. Daar heb ik me heel slecht over gevoeld. Ik heb de moeder nog een paar keer tijdens mijn spreekuur gezien, omdat ze erover wilde komen praten. Het is al achttien jaar geleden, maar ik weet nog altijd hoe het kind heette.”

“Nu, je moet zulke incidenten van je kunnen afzetten, anders ga je eraan ten onder. Als ik een hele dag patiëntjes heb gezien, heb ik daarna niet veel behoefte om nog met mensen te praten. Dan ben ik liever alleen. Meestal ga ik dan knutselen. Ik woon in een oude brouwerij, waarin altijd wel aan iets te prutsen valt. Zo kan ik mijn gedachten verzetten. Ik wil anderen niet belasten omdat ik stoom moet aflaten, al gebeurt dat soms toch. Als ik gestresseerd ben, kan ik weleens boos worden op degene die op dat moment toevallig in de weg staat. Daar heb ik al spijt van nog voor het laatste woord mijn mond verlaten heeft. Maar mijn omgeving weet dat, en met de jaren ben ik ook kalmer geworden.”

Hebt u bepaalde rituelen voor een operatie?

“Ik heb geen konijnenpoot in mijn zak zitten, en ik trek evenmin altijd hetzelfde T-shirt aan. Ik laat wel minder vaak dan vroeger muziek spelen tijdens een operatie, maar dat heeft vooral te maken met de slechte kwaliteit van de luidsprekers in de operatiezaal. Een paar weken geleden stond de muziek zó hard dat de hoofdverpleegkundige kwam kijken wat er aan de hand was. In de zeldzame gevallen dat een operatie echt moeilijk is, wil ik niet dat er muziek speelt: dat vind ik ongepast.”

Beeld Geert Van De Velde

“Een operatie is voor een chirurg de bekroning van het voorafgaande denkwerk, en vaak het plezantste deel van de job. Je bent de kapitein van het schip, maar de kunst bestaat erin om de anderen te organiseren zonder dat ze het gevoel hebben dat ze gestuurd worden.”

Raakt u nooit in paniek?

“Als ik een situatie niet onder controle kan krijgen in mijn geest, dan kan dat een onbehaaglijk gevoel teweegbrengen. Meestal komt de oplossing zodra ik stop met ernaar te zoeken. (glimlacht) Soms weet je vooraf dat je problemen zult hebben en denk je daar zo hard over na, dat je ze bijna kapotdenkt. En dan doe je niets meer. Maar hoe langer je het vak uitoefent, hoe meer trucs je in je hoed hebt zitten om iets op te lossen, ook al gaat het maar om een tijdelijke oplossing — dan weet je de acute fase toch te overbruggen. Ik heb geleerd om tien minuutjes koffiepauze te nemen als ik het echt niet meer weet. Niet dat dat dikwijls voorvalt.” (lacht)

Want u bent een topdokter?

(blaast) “Ze zijn waarschijnlijk bij mij terechtgekomen omdat ze geen topdokters meer vonden. (lacht) Plots werd ik opgebeld: of ik het zag zitten om gevolgd te worden voor Topdokters? Ik heb geantwoord dat ik erover wilde nadenken en het eerst met mijn kinderen wilde bespreken. Ze komen ook thuis filmen en stellen vragen over je privéleven: ik vind niet dat ik het recht heb om dat toe te staan zonder het thuis op tafel te gooien. (Toont een whatsappje op zijn gsm) Vandaag werd de trailer voor het nieuwe seizoen gelost, en één van mijn zonen stuurde me een berichtje: ‘Frank for president!’” (lacht)

“Ik heb ook mijn oor te luisteren gelegd bij een aantal collega's die al de revue gepasseerd zijn. Zij verzekerden me dat alles professioneel verlopen was, met veel respect voor de patiënten en hun privacy. Uiteindelijk heb ik niets laten wegknippen. Op een bepaald moment in je carrière vragen veel mensen wat je doet en hoe alles precies in zijn werk gaat: dan is zo'n programma één van de beste manieren om het te tonen.”

Ik zal de vraag anders stellen: wat maakt van u een topdokter?

(blaast opnieuw) “Ik heb daar nog nooit over nagedacht. Ik probeer gewoon elke dag opnieuw voor elke patiënt mijn best te doen. De ene dag zal dat beter lukken dan de andere, maar als je het blijft najagen — je kunt dat een vorm van ambitie noemen — kan dat het verschil maken.”

In het eerste seizoen van Topdokters zei neurochirurg Guido Dua dat een topdokter narcistisch moet zijn, omdat je ego groot genoeg moet zijn om beslissingen zelf te nemen.

“Maar je moet ook met een groep overweg kunnen. Misschien worden chirurgen individualistischer getraind, maar als je het echt goed wilt doen, kun je dat niet in je eentje. Je zult inderdaad sommige beslissingen zelf moeten nemen: in acute omstandigheden heb je geen tijd om eerst vijfentwintig mensen te consulteren. Maar de kunst bestaat erin om alles zo te structureren dat het denkwerk met de hele groep vooraf is gebeurd.”

U bent onder meer afdelingshoofd van de dienst orthopedie en traumatologie aan het UZ Gent, hoofddocent aan de faculteit geneeskunde van UGent en verantwoordelijke voor het Labo voor Bewegingsanalyse. U onderscheidt zich toch van andere orthopedisten?

“Ja, maar zoiets groeit. Het is geen bewust uitgestippeld parcours. Je doet iets wat je graag doet, en je wordt er goed in. En je eigen nieuwsgierigheid zal ook die van de mensen rondom je triggeren. Zo bouw je een steeds grotere ploeg uit waarmee je een groep van patiënten kunt dragen. De term ‘topdokter’ zou misschien beter vervangen worden door ‘topteam’.”

Hebt u veel moeten opofferen om te staan waar u nu staat?

“Ik niet, maar mijn omgeving wel.”

Guido Dua zei over zijn privéleven: ‘Je voedt je kinderen niet helemaal op en je verwaarloost je echtgenote.’ Is dat het lot van elk lid van een topteam?

“Voor een deel wel: je job werkt isolerend. Toch studeert één van mijn zonen nu zelf geneeskunde: daaruit leid ik af dat hij geen jeugdtrauma's heeft opgelopen. Het is een kunst om je kinderen in vrijheid op te voeden, en de kwaliteit van de tijd die je met je kinderen doorbrengt, is belangrijker dan de kwantiteit. Ze weten dat ik er voor hen ben als ze mij nodig hebben en dat ze mij alles mogen vragen.”

“Ik heb ook niet het gevoel dat ik een groot deel van mijn jeugd heb opgegeven voor mijn studie. Ik heb veel geïnvesteerd zonder te weten wat het zou opbrengen, maar dat is niet belangrijk. Als je dat begint af te wegen, ben je niet goed bezig.”

U hebt vandaag mondelinge examens afgenomen van uw studenten en daarna nog consultaties afgewerkt. Loert er geen burn-out om de hoek?

“Volgens mijn kinderen zou ik het niet merken als ik een burn-out heb, omdat ik er los doorheen zou werken. Ik tel mijn werkuren niet, die zijn afhankelijk van wat er in het ziekenhuis en met de patiënten gebeurt. Gelukkig is er veel afwisseling.”

Voelt u soms niet...

(onderbreekt) “....dat het genoeg is geweest? Dat gebeurt, ja. Als ik op het einde van de week naar huis ga, moet ik soms langs de kant van de weg parkeren omdat ik te moe ben om verder te rijden. Vakantie nemen? Ik verveel mij vlug. (lacht) Mijn werk voelt ook niet als werk aan. Alleen als er te veel vergaderingen en administratieve klussen bij komen die weinig met mijn kerntaak te maken hebben, namelijk voor mensen zorgen, kan ik het op mijn heupen krijgen.”

Merkt u een evolutie in het soort studenten dat voor uw vak kiest?

“Ik heb soms het gevoel dat er, mogelijk door het toelatingsexamen, meer ingenieurs dan artiesten bij zijn. Vroeger noemde men geneeskunde ‘geneeskunst’. De kunst moet er blijkbaar uit, omdat alles evidencebased moet zijn, gebaseerd op wetenschappelijke feiten. Toch blijft goede geneeskunde bedrijven een kunst, waarin je berekende keuzes moet durven te maken die niet voor de hand liggen, maar waarvan je vermoedt dat ze de beste oplossing zullen zijn. Wie topgeneeskunde wil bedrijven, moet af en toe de grenzen van het denken opzoeken. Dat is een vorm van creativiteit.”

Worden er ook grapjes gemaakt in uw branche?

“Orthopedisten staan bekend als mensen die hard feesten en de vuilste moppen vertellen, samen met de urologen.” (lacht)

Ziet u een stijging van het aantal klachten over rugproblemen door urenlang gamen of surfen?

“Het feit dat peuters al met een iPad in de weer zijn, is op zich geen probleem. Ik heb nog geen kinderen zien kromgroeien omdat ze aan de computer zitten. Maar ik heb wél al disfunctionele kinderen gezien omdat ze niet meer bewegen en alleen maar aan een scherm gekluisterd zitten. Je moet als ouder je gezond verstand gebruiken en zorgen dat niet elke activiteit uit gamen of scrollen bestaat. Vroeger groeiden kinderen ook niet krom doordat ze plots op school op een stoel moesten zitten, hè. We zijn allemaal kinderen van onze tijd: ik zat vroeger schuin in de zetel om een boek te lezen, nu zitten kinderen schuin om naar een scherm te kijken.”

Wat zijn wel de belangrijkste oorzaken van kromgroeien?

“Voor de wervelkolom zijn dat veelal erfelijke factoren. Dat ledematen scheefgroeien, kan veel oorzaken hebben: een infectie die de groeischijf kapotmaakt, een breuk die niet goed herstelt... Vaak is er meer dan één oorzaak.”

Kinderen lopen vaker dan vroeger complexe elleboogbreuken op na een ongeluk op de trampoline. Groeit alles sneller terug aan elkaar bij kinderen en jongeren?

“Er gebeuren wel minder ongevallen met trampolines, omdat ouders nu veiligheidsmaatregelen nemen en opvangnetten spannen. Maar op familiefeesten zijn volwassenen vaak de boosdoeners: ze nuttigen enkele aperitiefjes en springen dan mee op de trampoline. Maar omdat ze veel zwaarder zijn, kogelen ze al eens een kind als een projectiel door de lucht.

“Bij elleboogbreuken kan het technisch moeilijk zijn om alles weer op zijn plaats te zetten. Veel orthopeden voelen zich niet op hun gemak als ze zulke breuken bij kinderen moeten behandelen. Er zijn een aantal regels die je moet respecteren als je een goed resultaat wilt. En de kunst bestaat erin te weten welke breuken je moet behandelen en welke niet, en welke stand je kunt aanvaarden en welke niet. Bij kinderen hoeft niet alles anatomisch correct op zijn plaats te staan, want ze remodelleren zich als het ware.”

Ik zag in de wachtkamer Het ik ben zó boos dat ik bijna niet meer weet wat ik doe-boek van Gisela Frisén en Per Ekholm liggen. Zijn kinderen boos omdat ze een beperking hebben?

“Kinderen kunnen daar merkwaardig goed mee om, en ze hebben er ook vaak beter over nagedacht dan ouders denken. Ik leer nog elke dag bij van mijn patiëntjes. Sommigen hebben hulp nodig om ermee om te gaan en vragen zich af waarom ze beperkt zijn in hun mogelijkheden, maar er zijn er ook die zeggen: ‘Het is wat het is en ik zal er het beste van maken.’”

Kinderen zijn boeddhistisch ingesteld?

“Niet allemaal, maar toch veel van hen, zelfs op heel jonge leeftijd. In het begin is het vaak moeilijker voor de ouders om te aanvaarden dat ze een zwaar beperkt kind hebben. Een kind begint zich pas vragen te stellen als het ouder wordt. Voor kleine kinderen is de wereld waarin ze leven hún wereld, en die is oké voor hen. Maar kinderen met een zware beperking puberen natuurlijk ook. Dat is voor henzelf moeilijk, en voor het gezin heel belastend. Ik kan niet alles opvangen, maar ik kan wel dingen detecteren en hen naar de psycholoog van ons team doorverwijzen.”

Kunt u zich de impact voorstellen van een kind met een beperking?

(denkt na) “Ik heb zelf twee gezonde kinderen. Als ervaringsdeskundige kan ik ouders dus niet helpen. Maar je groeit met die gezinnen en patiënten mee. En als je een beetje empathisch bent, leer je met de jaren ook wat bij hen leeft. Sommigen zeggen mij dat ik niet weet wat ze moeten doorstaan, om dan op de volgende consultatie te zeggen dat ze dat niet kwaad bedoeld hebben. Waarschijnlijk beseffen we het inderdaad niet ten volle, maar door met zo veel verschillende situaties in contact te komen, kunnen we het op den duur wel inschatten. Dan kun je ouders zelfs waarschuwen: ‘’e zult het zo en zo ervaren, maar eigenlijk mag je dat niet doen, want in werkelijkheid is het anders.’”

Geven kinderen u vaak cadeautjes uit dankbaarheid?

“Kijk naar de vensterbank: ze bevoorraden me met van alles en nog wat. Of ze maken kaartjes, schrijven tekstjes of sturen mailtjes.”

Hebt u de koffiemok met het opschrift ‘De beste, meest betrouwbare dokter’, waarmee we u in Topdokters aan het ontbijt zien zitten, van een patiënt gekregen?

“Het is puur toeval dat die in de reeks te zien is, maar die heb ik ook van een patiënt gekregen, ja. Daarvoor doe je het niet, maar het is natuurlijk leuk.”

Waarvoor doet u het dan wel?

“Om mij creatief te kunnen uiten, en ook... (denkt na) Je probeert anderen te helpen, maar het is niet alsof ik elke morgen opsta met de gedachte: ‘Ik ga de wereld verbeteren!’ Mijn talent is mij ook maar gegeven. Je maakt zelf keuzes, maar er is ook de omgeving, je persoonlijkheid, je brein en een portie geluk. Zitten al die factoren goed, dan komt het erop aan je talent te gebruiken om iets terug te geven.”

Wat vindt u het mooiste aan uw job?

“Het is een heel gevarieerde, boeiende en uitdagende stiel, die me verplicht om alert en ad rem te blijven. En er zit in elke dag wel iets moois, hoe moeilijk het soms ook is.”

Topdokters, iedere maandag om 20.35 uur op VIER.

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234