Zaterdag 19/10/2019

Radio

Wie heeft Studio Brussel eigenlijk nog nodig?

Jan Van Biesen, netmanager van Studio Brussel. Beeld Isabel Pousset

Zeuren over de muzikale koers van Studio Brussel, dat is op zich even nieuw en spannend als zeuren over het weer. Niettemin is de frustratie groot bij de Belgische muzieksector: flink scoren op de festivals of op Spotify garandeert niet per se veel airplay op de radio. "Ik heb het altijd over het grote excuusboek van Studio Brussel." Wat is er aan de hand? En wie heeft StuBru eigenlijk nog nodig? 

Elke dinsdagnamiddag loopt een hoop jongens en meisjes door de gangen van de VRT met een stapeltje platen onder de arm. Promomedewerkers van platenlabels, onderweg naar Studio Brussel om de verse lading singles en platen te pitchen. “Je probeert dan wat gewicht in de schaal te werpen. Je wijst hen op lovende recensies in kranten en tijdschriften, je vermeldt waar die groep zoal kan optreden”, vertelt een manager van een aantal succesvolle Belgische indiebands. 

En dan is het wachten. Want op vrijdag stuurt Studio Brussel zijn playlist voor de komende week uit. En de keuzes die daar worden gemaakt, worden niet door iedereen gesmaakt. “Tot een paar jaar geleden scoorden we goed. Maar tegenwoordig is het veel moeilijker om nog singles op de radio te krijgen”, zegt Yves Vaes van WasteMyRecords, en dat vinden zijn collega's ook. 

Tsar B maakte onlangs grote sier in LA op uitnodiging van topchoreograaf Alexander Chung, en op Spotify is haar single 'Escalate' ruim 3.3 miljoen keer beluisterd. Maar op Studio Brussel is dat nummer de afgelopen twee jaar welgeteld 20 keer gespeeld, zo blijkt uit cijfers die deze krant opvroeg bij RadioMonitor, een Brits bedrijf dat voor platenlabels radiozenders screent.

De band VRWRK (voorheen Vuurwerk) deed op Rock Werchter en Pukkelpop de tenten vol lopen, stemde de recensenten vrolijk én ze mocht zelfs al eens aantreden op de aftershow van Jamie XX. Op Spotify leverde hen dat 472.488 luisterbeurten op voor het nummer 'New Flow', op Studio Brussel blijven ze steken op 60 plays. Girls in Hawaii: de nieuwe single 'Walk' wordt er niet gedraaid.

Dimitri Vegas & Like Mike vs. Millionaire

Millionaire maakte de comeback van het jaar. De snedige cultband rond muzikaal genie Tim Vanhamel speelt overal voor volle zalen en festivalweides. Op Studio Brussel strandde de eerste single van de nieuwe plaat, I’m Not Who You Think You Are, op 29 plays. Ter vergelijking: De single 'Complicated' van Dimitri Vegas & Like Mike vs. David Guetta feat. Kiiara is de afgelopen vier weken 33 keer gespeeld.

Of zoals een manager het stelt: “Ik vind het huidige geluid van de Belpop best spannend. We hebben het hier ook niet over de nieuwste release van een noiseband, maar coole, alternatieve groepen die nummers uitbrengen met een duidelijke popstructuur. Maar dan nog vindt Studio Brussel het blijkbaar te moeilijk.”

Joris Jonckheer, de muziekcoördinator van Studio Brussel, legt het zo uit: “Wij krijgen elke week een dikke 200 singles onder onze neus geschoven. Wij proberen dan, naar eer en geweten, in te schatten welk nummer een goede radiosingle is en op welk moment van de dag die het best tot zijn recht komt. Zo gedijt een meer donkere of hardere sound doorgaans beter in de latere uren."

Parkeerplek

Toch begrijpen de labels niet altijd goed waarom een single wel of niet wordt opgepikt. “Creature with the Atom Brain bijvoorbeeld lukt niet meer en Tin Fingers lijkt ons gesneden koek voor Studio Brussel. Een paar jaar geleden was die band wellicht meteen hoog de playlist binnengekomen, maar nu geraken we er niet in. Met Faces on TV hebben we dan weer wel gescoord”, zegt Vaes. “Het is een beetje koffiedik kijken, zelfs na twintig jaar ervaring in de sector.”

Een manager van een groot label: “Ik grap vaak over het grote excuusboek van Studio Brussel: de argumenten zijn altijd vaag en ze gaan alle richtingen uit. Als we bijvoorbeeld wijzen op hoge streamingcijfers, dan is een nummer plots te oud. Of het past niet in hun profiel, dat horen we ook vaak. Maar het is me niet altijd duidelijk wat dat profiel precies is.” 

Een andere bron: “Een klassieker is de belofte om met een single te starten in het meer alternatieve avondprogramma Zender, zodat het kan ‘doorgroeien’. Maar dat betekent niets, want zo’n nummer groeit zelden door. Het is een parkeerplek voor een nummer waar ze niet omheen kunnen.” En alle interviews of livesessies ten spijt, uiteindelijk jaagt iedereen toch op een plek in dagrotatie of de titel van hotshot van de week. Want dat is waar de hits geboren worden.

Er is geen geheime formule, geeft Jonckheer toe, wel een aantal parameters om de relevantie van een artiest in te schatten: met Spotify en YouTube houdt de muziekredactie rekening, maar evengoed de zalen waarin een band staat, wie zijn publiek is, of in welke mate luisteraars interesse tonen via De afrekening of verzoekprogramma’s. “Er zullen altijd artiesten zijn die er meer van verwachten.”

Ook Jan Van Biesen, netmanager van Studio Brussel, kent het riedeltje, maar hij is het er niet mee eens. Volgens hem bestaat er enige verwarring over de muzikale identiteit van zijn zender: “Wat is tegenwoordig nog alternatief of commercieel? We brengen kwalitatieve, bekende en minder bekende muziek voor een breed publiek.”

Het geslacht der engelen

Het is kortom aan Studio Brussel om oog te hebben voor wat er beweegt in de marge van de muzieksector, maar het is minstens even belangrijk om de grote groep liefhebbers, die niet per se naar Pitchfork surfen, te informeren. “Luisteraars willen jonge muzikanten als Tamino ontdekken en de nieuwe single van de Foo Fighters. Spelen we die band te veel of te weinig? Dat is zoals het geslacht der engelen: een eindeloze discussie.”

Je zou je ook kunnen afvragen: wie heeft Studio Brussel eigenlijk nog nodig? In tijden van Spotify, YouTube en iTunes zijn er toch genoeg kanalen om je muziek aan de man te brengen, zonder klassieke FM-radio als onvermijdelijk doorgeefluik? En dat is ook de vraag die de sector die zich steeds vaker stelt: hoe kan het zonder Studio Brussel?

Evident blijkt dat toch niet. “Als je een concertpromotor of een zaal contacteert om een optreden te regelen, dan krijg je nog steeds de vraag: hoe zit het met de dagrotatie op Studio Brussel? Wie het groots ziet, heeft die machine nodig”, zegt de bandmanager. Een radiohit is nu eenmaal meer waard dan zeven lovende krantenartikels.

Ook buitenlandse bands en labels willen weten hoe vaak ze op Studio Brussel gedraaid worden. Een platenbaas: “Weet je hoe ik dat oplos? Ik mail ze de meest recente playlist, dan snappen ze wel waarom ze niet per se in het rijtje passen.”

Radio blijft belangrijk

Iedereen die in Vlaanderen met muziek bezig is, ervaart Studio Brussel als een oppermachtig kanaal. Steun van Studio Brussel betekent het verschil tussen snel succes of een lang timmeren aan de weg. Kijk ook maar naar Tamino, Bazart of Oscar and the Wolf. Groepen die Studio Brussel enthousiast aan de borst drukte en die vlotjes richting sterrendom surfen.

Een platenbaas vertelt over een groep die al jaren airplay krijgt bij Radio 1. Sinds kort is ook Studio Brussel op de kar gesprongen. “En dan zie je dat we plots op een heel ander niveau spelen. Dus hebben we Studio Brussel nodig? Nee. Gaat het veel makkelijker en sneller? Jazeker.”

Verbazend is dat niet: radio is en blijft belangrijk. Volgens een nieuw rapport van IFPI, de internationale belangenvereniging van de muziekindustrie, luisteren muziekliefhebbers wereldwijd 40 procent van de tijd naar de radio, en dan pas volgen streamingdiensten of platen die ze zelf hebben gekocht. En Studio Brussel heeft als zender een marktaandeel van 12 procent in Vlaanderen.

Ter vergelijking: Radio 1 zit aan 7,7 procent en Qmusic aan 11 procent. Studio Brussel is ook voor velen een gegeerde mediapartner. Een ecosysteem, zoals een platenbaas het noemt, met veel zichtbaarheid op de zomerfestivals en allerhande evenementen. Ook online geldt de zender als het schoolvoorbeeld van een succesvol merk. Alles bij elkaar geteld, is het bereik enorm.

“Studio Brussel is voor veel mensen nog steeds de smaakmaker”, stelt iemand met een topfunctie bij een grote platenmaatschappij. Tegenwoordig springt hij, net als zijn collega’s, regelmatig binnen bij Radio 1. Want daar kunnen ze tegenwoordig bijna met alles terecht. “Maar Studio Brussel is en blijft de zender waar een jonge band uit de startblokken schiet, en voor ons is het een probleem als ze niet meer door de selectie geraken. Maar zolang de zender bevestigd wordt door luistercijfers, hebben zij geen reden om ons tegemoet te komen.”

Geen verwijt

Alexander Vandriessche, manager van Oscar and the Wolf, Warhola en Bazart ziet dat anders. “Ik ben de manager van jonge, beginnende bands, en in mijn ervaring biedt Studio Brussel net ondersteuning. Het is ook goed dat je niet alles meteen op een dienblaadje krijgt aangeboden. Een single geeft niet automatisch recht op een plaatsje in de playlist. Warhola heeft ook niet van in het begin cadeaus gekregen. Maar uiteindelijk hebben we de juiste track opgebouwd en is de single ook hotshot geworden.”

Het valt op dat niemand echt kwaad is op Studio Brussel. De zender heeft een koers gekozen en die werkt. “De sector kan klagen wat die wil, de luisteraar vindt het blijkbaar goed. Ik verwijt Studio Brussel dus niets”, vat Vaes het samen.

Het is een beetje dubbel, vindt hij. Een band als Tin Fingers, zo merkt hij, vindt het niet per se erg vindt dat hij geen plek heeft op Studio Brussel. “Maar je mag niet vergeten dat niet gedraaid worden ook financiële gevolgen heeft. Geen airplay is geen Sabam. Faces on TV bijvoorbeeld heeft met twee singles hoge rotaties gehad. Die royalty-inkomsten zijn echt wel stevig en kunnen hoger zijn dan de inkomsten uit cd- en lp-verkoop. En natuurlijk nemen we minder risico’s: als er 20 procent kans is dat een jonge band niet op de radio komt, dan teken je die niet.”

Zoals een collega het stelt: “Het frustreert mij niet zozeer dat Studio Brussel zoveel bands links laat liggen, het frustreert mij dat er niets anders is. Een openbare omroep moet ook weergeven wat leeft in de hedendaagse muziekscene. En daar zit nu een grote blinde vlek.”

Niet akkoord, reageert Studio Brussel. Luister eens naar de openbare omroep in Frankrijk, Spanje of Nederland, daar is de programmatie veel beperkter. Jonckheer: “Ook hier zijn wij de enige zender die Romeo Elvis, Queens of the Stone Age en Vince Staples door elkaar draaien. Elk jaar organiseren we De Nieuwe Lichting. En de studiedienst heeft het eens uitgerekend: zonder Studio Brussel zouden minstens 1.600 muzikanten niet te horen zijn op de radio. Dat is onze bijdrage aan de muzikale diversiteit. ” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234