Dinsdag 15/10/2019

Streetart

'Wie heeft ooit gezegd dat streetart protest moet zijn?'

Beeld Illias Teirlinck

Ook de stad Brussel ziet heil in streetart. De Franse kunstenaar Oak Oak heeft het straatbeeld in de Kaaienwijk opgefleurd met kleine, kleurrijke interventies, in opdracht van de schepen van Cultuur. Maar druist dat niet in tegen het rebelse karakter dat we met streetart associëren?

Het is een bizar zicht, voor wie op de hoek van de Brusselse Kalkkaai en de Vaartstraat naar de straatstenen kijkt. Een riooldeksel is er tot een kunstwerk omgevormd, dat een kikker die een bal inslikt afbeeldt. Wie naar boven kijkt, ziet er dan weer de inmiddels befaamde ‘anusmuur’, waarbij de oude Zanussi-reclame werd bewerkt tot een welja, anus.

Dat laatste werk werd clandestien aangebracht, ’s nachts, door een anonieme artiest. Het eerste is van de hand van Oak Oak (spreek uit: ‘wak-wak’, “zoals een eend”), een Franse kunstenaar die in de Kaaienwijk in totaal elf kunstwerkjes maakte. Allemaal in opdracht van Brussels schepen voor Cultuur Karine Lalieux (PS). “Het zijn geen muurschilderingen, maar hij speelt met het stedelijk landschap”, vindt Lalieux.

Oak Oak is een kind van de jaren 80, en hij haalt zijn inspiratie vooral uit videospelletjes, animatiereeksen en strips – een van zijn opvallendste werken is een portret van Lucky Luke-slechteriken de Daltons, achter de tralies van een hekwerk. “Ik hoop dat de mensen even kunnen lachen wanneer ze over straat lopen”, zegt hij zelf.

Het laatste werk van de Britse kunstenaar Banksy, het boegbeeld van de streetart, is geïnspireerd op de Britse uitstap uit de Europese Unie. Beeld Getty Images

Banksy

Het contrast met de monumentale en vaak choquerende muurschilderingen die het afgelopen jaar in Brussel verschenen – denk aan de penis in Sint-Gillis, de onthoofdingsmuur aan het Kanaal of het opgehangen, leeggebloede lijk aan de Kapellekerk – kan niet groter zijn. Markeren de publieksvriendelijke werken van Oak Oak het einde van de streetart als protestvorm, doordrongen van rebellie en anti-establishmentsentiment? Is streetart ten dode opgeschreven, nu het steeds meer mainstream wordt?

Al in 2011 toonde The Guardian zich bijzonder pessimistisch. “Streetart is niet meer nieuw of verrassend, laat staan controversieel. Er bestaat waarschijnlijk al een app voor.” De muurschilderingen in Brussel bewezen het tegendeel, maar na het succes van het Oostendse festival The Crystal Ship en de nieuwe werken in de Kaaienwijk, krijg je toch de indruk dat kunstenaars steeds meer in opdracht van de politiek werken, in plaats van die aan te klagen.

Maar misschien is die tegenstelling te rigoureus. “De kunstenaar die illegaal muren beschildert in Brussel maakt waarschijnlijk even goed werken in opdracht”, duidt Bjørn Van Poucke, curator van The Crystal Ship. “En wie heeft ooit gezegd dat street art protest moet zijn? Als je zulke stellingen maakt, ben je verkeerd bezig.”

De schuldige: Banksy. Dankzij de bekendste streetartist ter wereld associeert het grote publiek straatkunst steevast met (antikapitalistische) maatschappijkritiek en illegaliteit. “We nemen te snel aan dat alle openbare kunst zo moet zijn”, aldus Van Poucke. “Banksy heeft ons beeld vertekend.”

Heilige huisjes

Draagt ook bij aan die misvatting: de verwarring tussen graffiti en streetart. In het eerste geval gaat het om vaak haastige, clandestiene tags op treinen en muren, in het tweede geval om weloverwogen kunstwerken die het straatbeeld kleuren. “Graffiti zal altijd hard blijven, en vaak een maatschappelijke mening in zich dragen”, vertelt straatkunstenaar Steve Locatelli. “Maar ik denk dat het graffiti-aspect de afgelopen jaren wat verwaterd is, en streetart een steeds meer aanvaarde kunstvorm is geworden.”

De Belgische graffitikunstenaar Steve Locatelli, actief sinds begin jaren 90, hult zich niet in anonimiteit. Beeld Alex Vanhee

Voor Oak Oak is het zelfs een voltijdse broodwinning, vertelt hij: “Ik ben ongeveer twaalf jaar geleden begonnen met kleine, illegale werken, maar sinds een jaar of zes-zeven werk ik steeds meer ook in opdracht.” Met de nadruk op ‘ook’: hij blijft nog steeds zijn eigen zin doen, wanneer hij een gelegenheid ziet. Meteen ook een van de redenen waarom hij liever anoniem blijft. “Op die manier laat je niet alleen het werk voor zich spreken, maar heb je ook minder last als je iets doet dat niet mag.”

Op die manier krijgen zelfs de vrolijke, ietwat triviale kunstwerkjes van Oak Oak toch een iets scherper randje. Al is het geen toeval dat de stad net een kunstenaar uitnodigt die meer voor het speelse kiest, en minder voor het rauwe karakter van sommige andere kunstwerken in Brussel. “Ze zullen geen kunstenaars uitnodigen die heilige huisjes intrappen", vermoedt Van Poucke. “Maar in Brussel is de graffiticultuur nog groot, zeker in de stationsbuurten. In Brussel zullen altijd nog wel dingen gebeuren in de marge.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234