Maandag 13/07/2020

InterviewFrank Deboosere

‘Wie een zwembad vult met drinkwater, zou daarvoor een paar duizend euro extra moeten betalen’

Frank Deboosere: ‘Toen onze kinderen het huis uit waren, gingen we in de stad wonen. Je kan niet zeggen dat het klimaat om zeep is en vervolgens met twee oudjes in een groot huis blijven.’Beeld Carmen De Vos

Zelf noemt hij zich bescheiden ‘een weermannetje’. Maar vergis u niet: Frank Deboosere (61) is een man met impact. Als hij spreekt over het klimaat, horen meer dan een miljoen mensen hem. Iedere dag. Maar of we wel goed genoeg luisteren? ‘We wandelen met zijn allen richting de afgrond.’

“Wat heb je nu bijgeleerd?”, vraagt Frank Deboosere op het einde van het interview. “Niks, toch?” Hij zegt het met die typische monkellach en bedoelt het allesbehalve uitdagend. “Ik vrees gewoon dat er bij mij geen spannende verhalen te rapen zijn. Het is allemaal saai en voorspelbaar.”

Niet dat de weerman van de VRT – al 33 jaar een baken op radio en televisie – zichzelf een saaie piet vindt. Deboosere is een open boek waarvan de hoofdstukken alle kanten opgaan. Zijn persoonlijke, ietwat knullig uitziende website leest als een zorgvuldig geordende fichebak van zijn interesses: hij houdt er meticuleus zijn fietsdagboek bij, bespreekt het nieuws over het ruimtestation ISS en geeft een helder antwoord op de vraag waarom de lucht blauw is. Er staan fragmenten op van de ambientmuziek die hij maakt en van de klassieke pianostukken die hij speelt.

Maar zijn privéleven schermt hij zorgvuldig af. Er is ­immers niets te melden: hij is nog altijd met dezelfde vrouw getrouwd en zijn vier kinderen heeft hij bewust uit de media gehouden. “En over de dood van mijn zus Paskal zal je mij niet meer dan een paar algemene dingen horen zeggen.”

BIO * geboren in Mechelen in 1958 * studeerde Latijn-Wiskunde en eerste licentie natuurkunde, maar koos daarna voor een opleiding regent Engels-Nederlands-Geschiedenis * is weerman op de VRT sinds 1987 * getrouwd met Hilde Simons, vader van vier kinderen: de tweeling Elke en Maarten, Tom en Dieter * speelt piano sinds zijn achtste, studeerde in 2003 af in de muziekschool van Londerzeel * houdt van Beethoven, Prokofiev en Skrjabin maar maakt ook ambientmuziek * is een cultfenomeen op het internet en bron van menige memes

Er zijn betere spanningsbogen om een artikel mee te beginnen. En toch: de komende twee uren zullen we ons niet vervelen. Deboosere, die van zichzelf vindt dat hij soms klinkt als een pastoor, is een bevlogen verteller, bezeten door zijn vak en veel meer. Bovendien is de weerman in zijn nopjes als hij zich voor het gesprek in een donker hoekje van het VRT-gebouw nestelt. Boven ons roffelt de regen op het dak – de eerste bui in tijden. Mei 2020 werd zelfs ­ uitgeroepen tot de droogste maand ooit sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Deboosere priemt met zijn vinger omhoog. “Hoor je dat? Puur goud”, zegt hij gelukzalig. En hij meent het nog ook.

Ik had verwacht een somber mens aan te treffen die baalt omdat hij slecht weer moet voorspellen.

“Slecht weer? Daar gaan we al! Als er één zaak is die ik geleerd heb, dan is het dat je nooit mag spreken van goed en slecht weer. Je moet proberen het weer juist weer te geven. Er zullen altijd winnaars en verliezers zijn, maar ik ­benadruk liever het positieve. Als ik nu zou zeggen dat er eindelijk goed weer aankomt, en het gaat dagen aan een stuk regenen, dan stroomt mijn mailbox vol. Dus zeg ik dat er fijn weer op komst is voor mensen met hooikoorts. Zij hebben de voorbije dagen enorm veel last gehad van pollen in de lucht, meer dan vorig jaar. De malse regen spoelt dat weg en de kwaliteit van de lucht wordt een stuk beter – toch wat de stuifmeelkorrels betreft. En alle mensen met uitgedroogde, bruine grasperken zijn nu de koning te rijk.”

Een Belg wil altijd goed weer. Maar wat is dat, goed weer?

“Voor veel mensen betekent het dat de zon moet schijnen en dat het ’s nachts moet regenen. Maar ik wil ’s nachts ook eens helder weer om naar de sterren te kijken. Laat het dan overdag of in de vroege ochtend regenen!

‘Wie een zwembad vult met drinkwater, zou daarvoor een paar duizend euro extra moeten betalen. Omgekeerd ook: wie zuinig is, moet beloond worden.’Beeld Carmen De Vos

“Sowieso hebben we meer regen nodig. Vlaanderen is een van de droogste, meest verharde regio’s van Europa. We zijn een dichtbevolkt land en verbruiken veel water – duur drinkwater dat we minder ter beschikking hebben dan Spanje, Portugal of Italië. De voorbije jaren hebben we de regen zo snel mogelijk willen afvoeren: al het water moest in een zo recht mogelijke lijn naar de zee. Maar nu komen we tot de vaststelling dat we het water moeten bijhouden voor droge periodes en dat we het in de bodem moeten laten dringen.

“Als de bodem hard is door de droogte en we krijgen een paar zware regenbuien, dan kan het water nergens naartoe. En de mensen die in de Broekstraat of de Benedenstraat wonen maar klagen over wateroverlast! Het water stroomt immers van de velden naar de lager gelegen gebieden.”

In Gent hebben buurtbewoners een tank laten komen om het grondwater dat op een bouwwerf werd opgepompt en in het riool verdween, op te vangen en te verdelen. Zijn we op de goede weg?

“Het begint te beteren. Onlangs is op de Demer, waar veel meanders zijn afgesneden, een project gestart om het water te vertragen door meer kronkels in te voeren. Dat is goed: door het water bij te houden en te vertragen, zal het in de grond zakken, waardoor die minder snel uitdroogt. Water is een kostbare grondstof. Om een kilo rundvlees te produceren, heb je 15.000 liter water nodig. Je schakelt beter over naar kip, maar dat is nog altijd vlees. Kaas: ook veel water voor nodig. (gespeeld betrapt) Shit, en dan ben je al vegetariër!”

Waar trekt u de grens?

“Ik vind dat er nogal gemorst wordt met drinkwater in onze toiletten. Thuis proberen we niet door te spoelen na een kleine boodschap – dat is telkens drie liter bespaard. En moet je elke dag onder de douche? Ik zal het maar toegeven: ik douche niet elke dag. Voilà!”

Maar u fietst twee keer per dag.

“Met een washandje kan je veel oplossen. (gniffelt) Het is sowieso absurd dat het toilet en de afwasmachine op de waterleiding zijn aangesloten. En wie een zwembad vult met drinkwater, zou daarvoor een paar duizend euro extra ­moeten betalen. Omgekeerd geldt ook: wie weinig ­verbruikt, moet beloond worden met een lagere prijs.”

Hoe hebt u het weer de voorbije jaren zien evolueren?

“In de winter neemt de hoeveelheid regen toe en in de zomer krijgen we steeds meer te maken met lange, droge perioden. En als het regent, regent het intenser. Een teken dat het klimaat aan het veranderen is. Je kan nooit een punt aanduiden en zeggen: hier, dit is de klimaatopwarming. Een hittegolf of een warme dag met een hitterecord wijzen niet op klimaatverandering. Maar de hoogste maxima in ­dagrecords situeren zich wel bijna allemaal in de laatste twintig, dertig jaar. Op lange termijn vinden er meer extreme gebeurtenissen plaats: meer hittegolven, meer ­lentedagen, minder sneeuwdagen, minder vorst, minder ijs. Al die vaststellingen kan je niet langer negeren.”

Sommigen vinden die gebeurtenissen statistisch niet voldoende relevant om van een klimaatverandering te spreken.

“In Ukkel hebben we waarnemingen vanaf 1833 over de ­temperatuur en de neerslag. Het is een van de langste ­waarnemingsreeksen ter wereld. Daar kan je wel degelijk de klimaatverandering uit afleiden – het is zo klaar als een klontje.”

Voor weerman bestaat geen specifieke studie. U hebt twee jaar natuurkunde gestudeerd en volgde daarna een regentaatsopleiding. Kwam de klimaatverandering tijdens die opleidingen ter sprake?

“Nee. Ik heb nog rapporten van het KMI van midden jaren negentig waarin het idee van de mens die het klimaat opwarmt naar het rijk der fabelen wordt verwezen.”

Wanneer bent u zich bewust geworden van de rol die de mens speelt in de opwarming van de aarde?

“Na een artikel in De Morgen over de hittegolf van 2003. Kijk, ik ben maar een gewone mens. Maar ik heb mijn ­bronnen en luister naar het KMI. Toen daar in de jaren ­tachtig en negentig nog geen alarmisme was over het ­klimaat, vond ik niet dat het aan mij was om de held uit te hangen en het tegendeel te beweren. Het is luisteren, ­afwegen en op een bepaald moment zeggen: we neigen naar menselijke betrokkenheid.”

Toch blijft uw pleidooi genuanceerd. In 2015 zei u in Humo: “Het kan geen kwaad om mensen een geweten te schoppen wat het klimaat betreft, maar doemdenken helpt niet.”

“Het is zonneklaar dat we zo niet kunnen verdergaan. Toch wandelen we met zijn allen richting de afgrond. Dat is ­jammer, want nu is het nog mogelijk om het tij te keren. Als we er nu aan beginnen, kost het ons weinig en brengt het iedereen veel op. Door te wachten, wordt het alleen maar erger.”

'Ik vrees dat klimaat absoluut geen issue meer is. Dat is jammer, we gaan dat als een boemerang terugkrijgen.'Beeld Carmen De Vos

In hoeverre denkt u dat er vandaag nog een draagvlak is voor een maatschappelijke transitie? De klimaatjongeren waren in het nieuws, Europa had zijn Green Deal. Maar plots moesten we drie maanden in ons kot blijven, waardoor het momentum verdampte.

“Ik vrees inderdaad dat klimaat absoluut geen issue meer is. Dat is jammer, we gaan dat als een boemerang terugkrijgen. Terwijl we nu net de mogelijkheid hebben om industrieën die erg CO2-intensief zijn aan te manen meer hun best te doen. Dit is het moment om een kerosinetaks op te leggen aan vliegmaatschappijen: ‘Jullie willen blijven bestaan? Prima, maar vliegreizen voor 20 euro naar Faro, dat kan niet meer.’ Je betaalt verdorie meer om met de trein naar Aarlen te reizen!

“We hebben de mensen in het verleden te veel gegeven. Dat gaan we moeten afpakken en dat wordt moeilijk. Er zijn nu al veel klimaatvluchtelingen en er zullen er nog meer komen. Wat gaan we daarmee doen? Een muur bouwen? Erop schieten? En ondertussen laten we idioten als Trump de steenkoolindustrie promoten, terwijl Bolsonaro het Amazonewoud platbrandt.”

Móét je je als weerman uitspreken over het klimaat?

“Het maakt deel uit van onze job. Sommige kijkers vinden dat we ons daar niet mee moeten bezighouden. Maar we geven al jaren een maandoverzicht mee: de droogste maand zus, het zonnigste voorjaar zo. Als wij dat niet meer mogen zeggen, wie dan wel? Het KMI heeft een dienst klimatologie. Moeten zij dan ook hun mond houden? Sorry, maar dan zou ik geen weerman meer willen zijn.

“Via sociale media ga ik de desinformatie te lijf. Soms is dat frusterend – ik zal niet ontkennen dat de eerste tweets van klimaatnegationisten pijn deden. Maar je mag die ­mensen niet blokkeren, dan zouden ze maar al te fier zijn. Ook op mijn website probeer ik alles klaar en duidelijk uit te leggen. Ik heb meer dan 30 miljoen pageviews: dat kan tellen.”

U steekt veel tijd in uw website. Toch is het geen technisch uitgepuurde of strak vormgegeven site.

“Ik zie veel sites met gebakken lucht, maar zonder inhoud. Ik hou me niet bezig met verfraaiing. Een zwarte ­achtergrond met witte letters was lang not done, maar veel toestellen bieden die functie nu aan. Bij mij primeert de inhoud. Enkele jaren geleden vroegen ze mij voor het ­peterschap van de Vlaamse Olympiade voor Natuurwetenschappen. Als belangrijke proffen dat vragen aan een weermannetje, dan kan ik alleen maar gevleid zijn.”

De tijd lijkt op u geen vat te hebben, maar vorig jaar moest u in uw fietsdagboek toegeven dat de motor begon te sputteren.

“Ik kon niet anders. Als je dagboek stilvalt en mensen zien je vervolgens op de trein stappen, dan moet je daar eerlijk in zijn. Ik heb het vaag gehouden en de media dachten dat het mijn knie was, maar het zit tussen mijn nek en schouders. (knoopt zijn hemd los en wijst boven zijn sleutelbeen) Dertig jaar geleden hebben ze me hier opengelegd en kraakbeen uit mijn heup via de voorkant van mijn lichaam in mijn nek geplaatst. Opereren langs de nek ging niet: daar loopt te veel bedrading.”

Dertig jaar geleden was u amper dertig. Kreeg u toen al te horen dat u artrose hebt?

“Het is niet zeker dat het artrose is. Het kan ook door een val komen. In ieder geval: een tussenwervelschijf in mijn nek was aangetast. Eigenlijk houdt het me niet zo bezig. Het is vooral belangrijk dat ik blijf bewegen. Niet alleen om mijn lijf fit te houden, maar ook om de geest fris te houden. Ik ben voorzichtig opnieuw aan het fietsen – ik zit dit jaar al aan 1.000 kilometer. Twee jaar geleden klokte ik nog af op 15.000 kilometer.”

Veel fietsrecreanten zijn nu jaloers.

(wuift weg) “Ze denken dat ik snel fiets, maar dat is niet waar. Ik heb een gewone stadsfiets omdat ik kaarsrecht op de fiets moet zitten – ik haal een gemiddelde van zeventien per uur. Toen we in Meise woonden, fietste ik elke dag 52 kilometer heen en terug naar de VRT. Na onze verhuis naar Mechelen is dat 47 kilometer geworden. Toen onze kinderen het huis uit waren, was het moment gekomen om in de stad te gaan wonen. Je kan niet zeggen dat het klimaat om zeep is en vervolgens met twee oudjes in een groot huis blijven wonen met een hoop lege kamers.”

U bent in 1987 als weerman begonnen bij de openbare omroep, samen met uw vrouw Hilde Simons. Ze bleef slechts zes maanden aan boord. Wat doet zij nu?

“Hilde werkt in de zorg, zij is een van de mensen voor wie we elke avond om acht uur applaudisseren. Ik ben blij dat Hilde met mij heeft gewerkt, zodat ze weet wat het is. Als ik zeg dat ik weerman ben, vragen velen wat mijn echt beroep is. Drie minuutjes hier, twee minuutjes daar: zoveel werk is dat toch niet? Maar Sabine (Hagedoren) en ik hebben het jarenlang met ons twee gedaan. Als de ene vakantie had, was het voor de andere zeven dagen op zeven werken.

“Vier dagen per week presenteer ik het weerbericht op televisie. Op Radio 1 houd ik elke ochtend, zeven dagen op zeven, een of twee weerpraatjes. Tijdens de zomervakantie komt daar nog MNM bij. Wie televisie heeft, doet ’s middags ook nog Radio 2. (samenzweerderig) Maar ik zal je een geheim vertellen: eigenlijk werk ik niet, ik amuseer me.”

Is dat geen huizenhoog cliché: dat het niet voelt als werken omdat het zo plezant is?

“De dag dat ik vind dat ik aan het werk ben, moet ik ­stoppen. Dan functioneer ik op automatische piloot en dat is niet goed voor mij, noch voor wie me volgt. Ik zit ­voortdurend op vinkenslag en wil met nieuwe dingen bezig zijn: sociale media, podcasts.”

Moet je uit speciaal hout gesneden zijn om weerman te zijn? Overal waar u komt, spreken mensen u aan over het weer.

“Je moet enthousiast zijn en alles op een verstaanbare manier kunnen overbrengen. Het probleem van veel ­wetenschappers is dat ze ontzettend slim zijn, maar het niet gezegd krijgen. Ik ben al jaren vrijwilliger op de ­sterrenwacht van Grimbergen. Daar kom ik in contact met mijn publiek. Praten, jonge mensen enthousiast maken om zich in de ruimte te verdiepen: dat is plezant.”

Zou u dezelfde volkse, benaderbare mens zijn zonder deze job?

“Dat is dubbel. Mijn privéleven scherm ik af. Je zal van mij geen foto’s vinden van hoe ik woon en waar ik op vakantie ga. Maar als de gidsen van de VRT een groep rondleiden, weten ze dat ze mij mogen roepen om even hallo te zeggen. Die mensen komen niet voor de decors, ze willen een BV zien. Wel, dan kom ik graag een woordje doen en een ­onnozel mopje vertellen. Wie een glimlach geeft, krijgt er een terug. Ik weet dat ik nu als pastoor klink, maar het klopt toch?”

Frank Deboosere, Marleen Merckx en Maarten Vangramberen tijdens de 'Iedereen tegen Kanker'-uitzending van de VRT, op 30 April 2017.Beeld BELGA

U zoekt het geluk in de kleine dingen?

“In mijn vrije tijd ga ik graag fietsen. Daarna trek ik een ­donkerbruin biertje open. Een brasserie hoeft niet, koken doen we liever zelf. Drie jaar geleden ben ik gaan fietsen in Frankrijk, van de ene gotische kathedraal naar de andere. Ik heb serieuze problemen met die van hierboven, maar het was prachtig. Ik kan zo genieten van geschiedenis en musea, ook in mijn eigen stad. Verre reizen, dat hoeft voor mij niet. Ik heb niet het gevoel dat ik iets mis. Je kan evengoed een goed boek lezen of naar een documentaire kijken. Pianospelen, met mensen praten, muziek maken met de demente bewoners van het woonzorgcentrum Akapella in Kapelle-op-den-Bos: dat ontspant mij.”

U bent ook hondstrouw in uw engagement. Sinds 2003 bent u onafgebroken actief bij Kom op tegen kanker.

“In de jaren negentig was ik ambassadeur van Unicef. Dat was fijn, maar ik zag het niet zitten om naar het buitenland te gaan en vliegreizen te maken. Toen vroeg Kom op tegen ­kanker me, eerst om een show te presenteren, later ook als gezicht. Als ik dan ’s avonds naar huis ga, weet ik dat ik iets goeds heb gedaan. Maar als ik terugkom van het vakantiekamp voor kinderen met kanker, blijft dat nazinderen. Iedereen vindt het er tof en wil volgend jaar terugkomen, maar je weet dat dat niet voor iedereen het geval zal zijn.”

U werd ook in uw nabije omgeving geconfronteerd met kanker. In 2016 overleed uw zus Paskal, die jarenlang De zevende dag presenteerde, aan borstkanker. Hoe hebt u dat beleefd?

“Dat het zo dichtbij kwam, was heel erg. Er gaat geen dag voorbij of ik denk daaraan... (slikt) Nu heb ik het toch even moeilijk, hoor. (zoekt woorden) Ja, ahum. Dat is lastig. Er zijn mensen die in deze periode te laat naar het ziekenhuis gaan en bijgevolg een slechtere diagnose krijgen. Via Kom op tegen kanker proberen we nu iedereen op te roepen zich te laten screenen zodra er iets mis lijkt te zijn.”

Uw voorganger Armand Pien gaf ons de straalstroom en de warmte- en koudefronten. Wat gaan we van u onthouden?

“O, daar ben ik niet mee bezig.”

Vondsten als ‘winterprik’ en ‘ochtendgrijs’ hebben Van Dale gehaald. Bent u daar niet trots op?

“Natuurlijk, en het is fijn dat ook Nederlandse collega’s die termen oppikken. Maar dat is vergankelijk. Mijn privéleven, dat is het belangrijkste. En jonge mensen enthousiasmeren voor wetenschap en techniek. Het is fijn om Bram Verbruggen, de nieuwe weerman, bezig te zien.”

Hoe voelt het om de stok door te geven?

(twijfelt) “Dat is moeilijk. Maar niemand heeft het eeuwige leven, hè. Ik heb best wel schrik van de dood. Maar (citeert uit  Monty Pythons ‘Always look on the bright side of life’) “You come from nothing, you’re going back to nothing. What have you lost? Nothing.” Dat houdt mij recht.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234