Vrijdag 24/09/2021

SmaakmakerTommy Wieringa

‘Wie als auteur herinnerd wil worden, schrijft beter een kookboek dan een roman’

Tommy Wieringa: ‘Het liefst zou ik weer een boek met een pen schrijven. Hand, pen, papier: onverslaanbaar.’ Beeld BELGAIMAGE
Tommy Wieringa: ‘Het liefst zou ik weer een boek met een pen schrijven. Hand, pen, papier: onverslaanbaar.’Beeld BELGAIMAGE

Proeven, luisteren, kijken, lezen, reizen: de favorieten van een avontuurlijke wereldburger. Deze week vragen we schrijver Tommy Wieringa (54) naar wat hem vervoert, vervult en verbaast. Van een opwindend broodmes en een prijzige pen tot de trein waarin hij zijn roeping vond. ‘Liefst 270.000 kilometer heb ik in mijn schooltijd afgelegd.’

Tommy Wieringa gaat me vermoorden. Ik ben volgens mij keurig op tijd voor het interview, maar ik heb nog maar een paar stappen gezet in zijn woonboerderij en hij zwaait met een groot, gekarteld mes. “Ik móét je dit laten zien”, roept hij enthousiast en ik haal opgelucht adem. Het is een broodmes van Opinel, een van de dingen waaruit Wieringa een simpel, troostend geluk put. “Kijk dan”, zegt hij, terwijl hij het mes door het brood laat gaan. Daarna beent hij door zijn keuken en maakt hij koffie terwijl hij hoog opgeeft over het snijblad van zijn broodmes.

Aan het prikbord hangt een krantenknipsel met een foto van hem en Barack Obama, die Wieringa in november 2020 interviewde voor het Nederlandse tv-programma Nieuwsuur. Hij noemde de ontmoeting ook in een van zijn columns voor NRC Handelsblad, die eerder dit jaar gebundeld verschenen in het boek Gedachten over onze tijd.

Een paar minuten later, als Tommy Wieringa me niet heeft vermoord, staat hij op de voorsteven van een sloep, als Charon in de polder, en brengt hij ons met een paar grote peddelslagen de trekvaart voor zijn huis over. Aan de overkant wacht niet de onderwereld, maar de warme woonark van een vriendin, die Wieringa gebruikt als onderkomen wanneer zijn eigen huis te vol is. Er ligt een vloer van houten plankjes en er staan een ribfluwelen bank, een gietijzeren potkachel en een espresso­apparaat, dat hij niet weet te bedienen. Met een dampende kop thee voor zich op tafel vertelt Wieringa honderduit over wat hem vervoert, vervult en verbaast. Bloemrijk en tegelijkertijd aforistisch, zoals in zijn romans, columns en bundels.

Soms laat hij een lange stilte vallen, waarin alleen het gedempte gekwetter is te horen van de vogels in het aangrenzende weiland – om daarna met een klets zijn hand op zijn kale hoofd te slaan, waarna de pas gevonden woorden bedachtzaam en beslist naar buiten komen.

null Beeld .
Beeld .

Boek: ‘Train Dreams’ van Denis Johnson

“In de literatuur gaat mijn voorkeur vaak uit naar het allerkleinste wat schrijvers hebben gemaakt. Misschien is het wel zo dat we voor alles wat we maken een bepaalde hoeveelheid gevoel of ziel te verdelen hebben. Dat kun je uitsmeren over een hele roman, of samenballen in een novelle of een kort verhaal.

“Ik geloof dat dit het kleinste boekje van Denis Johnson is. Het gaat over een jongen van een jaar of 7, Robert Grainier, die met een briefje op zijn borst geprikt op de trein wordt gezet. Hij wordt naar familie gestuurd, maar zal nooit weten wat zijn ouders bezielde hem weg te sturen.

“Het is een erg mooie, volmaakte novelle; een verhaal over een man in de wervelstorm van de tijd. Hij wordt bezorgd met de trein, wordt houtvester en ziet op een gegeven moment, in een wagon van een stilstaande trein, de eenzaamste jongen die hij ooit heeft gezien: Elvis Presley. Die zit in een lege coupé, eenzaam in zijn roem, terwijl zich buiten een menigte verzamelt die naar hem kijkt. Dat vind ik zo’n mooi beeld.

“Johnson is een fantastisch schrijver.”

Tommy Wieringa ­pendelde wat af in zijn school­tijd. ‘In de trein ben ik schrijver geworden.’ Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Fotograaf onbekend
Tommy Wieringa ­pendelde wat af in zijn school­tijd. ‘In de trein ben ik schrijver geworden.’Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Fotograaf onbekend

Vervoermiddel: De trein

“Vanaf mijn 10de ging ik naar de Vrije School in Zutphen. Maar ik woonde in Geesteren, achter Almelo. Ik heb een keer uitgerekend dat ik in mijn schooltijd, tot mijn 16de, per trein, fiets en bus 270.000 kilometer heb afgelegd. Ik stond om zes uur op; om kwart voor zeven pakte ik de bus en om kwart voor acht nam ik op station Almelo de trein, om uiteindelijk om negen uur op school te zijn. En dan ’s namiddags weer terug.

“Tijdens die eindeloze treinritten schreef ik in dagboekjes en las ik de hele bibliotheek van Geesteren leeg. In de trein ben ik schrijver geworden. Ooit vond ik onder een treinbank een stompje potlood en een klein muntje, een dubbeltje. Ik deed er tape omheen en heb het altijd als een soort talisman bewaard: ik ga schrijven en ik zal ervan kunnen ­bestaan.”

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Gerecht: Ribollita

“Vergeleken met de Italiaan is de Hollander toch een wat armoedige boerenlul. De Franse schrijver Stendhal reisde in 1817 naar Florence en kreeg daar, door alle kunst en schoonheid, last van hartkloppingen, flauwtes en zelfs hallucinaties: het stendhalsyndroom. Ik ervoer, toen ik in 2005 voor een half jaar mijn liefje achterna reisde naar Florence, iets soortgelijks. Niet alleen door de kunst en de architectuur, maar ook door het eten, het klimaat, de wijn. De hartelijkheid, het opgetogene. De bijna ontroerende effecten van zoveel smaak, geur en schoonheid om je heen.

“Ik kende dat niet. Ik kon het nauwelijks bevatten. Nederland is toch een land waar je in esthetische zin genoegen mee moet nemen. Als je dan met die schamele Nederlandse ziel in Italië komt, loopt je beker al vlug over.

“In Trattoria La Casalinga aan het Santo Spirito-plein proefde ik voor het eerst een ribollita, een Toscaanse brood-bonensoep. Zó lekker. Het is een boerse soep, gemaakt van kool, bonen en oud brood. Ik groeide op met een regime van aardappelen en stamppot, dus deze soep past me goed. De ribollita heeft een heel mooi ingrediënt: de palmkool, de cavolo nero, een prachtige paarsgroene koolsoort. Het bereiden van de soep neemt een goed deel van een dag in beslag. Hakken, snijden, wachten, en uiteindelijk heb je een gerecht dat de tweede dag zelfs nog beter is. Ik heb er jaren op ge­oefend.

“Het kookboek waarin ik de smaak van die eerste Italiaanse ervaringen terugvind, heet De klassieke Italiaanse keuken en is geschreven door Marcella Hazan. Als je als auteur herinnerd wilt worden, kun je beter een kookboek schrijven dan een roman.”

Een geit van Jan Mankes (1889-1920). Beeld Alamy Stock Photo
Een geit van Jan Mankes (1889-1920).Beeld Alamy Stock Photo

Schilder: Jan Mankes

“Ik weet niet veel van schilderkunst, ik bewonder het alleen maar. Jan Mankes schiet me te binnen, een tuberculeuze schilder die jong gestorven is. Hij liet dode dieren opsturen en die schilderde hij. Ik hou van zijn uilen en kauwtjes, en ook van zijn landschappen. Hij heeft eens een geit gemaakt, ach, die is zo aangrijpend. De tederste geit die je ooit hebt gezien. Ze heeft een zachtheid over zich en een soort omfloerste blik, het is gewoon een verdomd mooie geit.”

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Schrijfmuziek: Beethoven - Pianosonates 17 en 32

“Hier kun je geen futloos proza bij schrijven. Dit jaagt je bloed op, hier raak je opgewonden van, vuur! Ik moet ook vaak grinniken om de uitdrukkingskracht die erin zit. Beethoven vertelt je een verhaal. In pianosonate nr. 32 speelt hij opeens puur ragtime, bijna boogiewoogie al, al vinden puristen dat heiligschennis. Hij steekt even zijn neus boven zijn eigen tijd uit en valt daarna weer terug in klassiek-klassiek. Gedurende een aantal maten ben je opeens een eeuw vooruit.”

AC/DC in 1985, op tournee in de VS. Beeld Redferns
AC/DC in 1985, op tournee in de VS.Beeld Redferns

Ontdekking: Spotify

“Door muziekstreaming voel ik me een soort inboorling die opeens met een stofzuiger wordt geconfronteerd. Ik heb Spotify pas twee maanden geleden ontdekt. Mijn hele muziekgeschiedenis verdween toen de platenspeler verdween; ik was min of meer afgesneden van mijn allereerste platen. Met Spotify heb ik alles weer terug. Hele dagen Prince luisteren en er opnieuw achterkomen hoe geniaal die man was. Of Exile on Main Street van The Rolling Stones, fantastisch.

“Ik heb mijn hele muziekgeschiedenis weer opgegraven en realiseerde me nu pas dat mijn smaak eigenlijk gekopieerd was van mijn vader. Zijn muziekkeuze was zo goed, ik had niets zelf te ontdekken, het was me allemaal voorgeleefd. The Rolling Stones, Johnny Hodges, Ben Webster, Duke Ellington, JJ Cale. Ik heb daar zelf alleen nog maar het vroege werk van AC/DC aan moeten toe­voegen.”

null Beeld Universal Images Group via Getty
Beeld Universal Images Group via Getty

Dier: De kauw

“Ik ben dol op kauwtjes. Ze zijn interessant om te bestuderen, ze hebben een complexe taal en sociale structuur. Achilles Cools, een kunstenaar uit de Kempen, had een columbarium achter zijn huis waarin een kauwenkolonie nestelde. Cools heeft die kauwentaal heel precies ontleed en die vogels ook veel geschilderd. De kauw is een intelligent, leuk dier. Een schande dat er nog altijd op mag worden gejaagd.”

Keukengerei: Opinel, broodmes 116

“Dit mes maakt elk woord van de belofte waar. De belofte is, ik citeer: ‘Opinel Broodmes nummer 116. Ideaal voor het snijden van alle soorten brood. Roestvrij staal, perfecte snijkwaliteit, corrosiebestendig. Gebogen lemmet voor meer snijcomfort. Kartelsnede van superieure kwaliteit.’

“Waarom is dit zulk opwindend proza? Omdat het allemaal waar is! Dat maakt me zo gelukkig omdat je je in transacties vaak toch een beetje genaaid voelt. In tijden van corona moet je het van dit soort dingen hebben, als er verder niet zo heel veel prikkelends is.”

In 2013 maakte Wieringa een Mont Blanc van 4.000 euro zoek. ‘Uiteindelijk heb ik de pen terug­gevonden. Hij schrijft verrukkelijk.’ Beeld De Agostini via Getty Images
In 2013 maakte Wieringa een Mont Blanc van 4.000 euro zoek. ‘Uiteindelijk heb ik de pen terug­gevonden. Hij schrijft verrukkelijk.’Beeld De Agostini via Getty Images

Voorwerp: Mijn pen

“Ik was in 2013 genomineerd voor de Gouden Uil in België. Die kreeg ik niet, maar ik kreeg wel de publieksprijs. Die kon me gestolen worden. Ik strompelde misnoegd het podium op. ‘Hier hebt u een pen’, zei die meneer. ‘Ik heb al een pen’, zei ik. ‘Wat gaat u met de pen doen?’, vroeg die meneer. Fuck off, dacht ik, ik wil naar huis. Samen met een vriend dronk ik die avond het verdriet weg en gooide ik die pen ergens in de auto.

“Een week later was de uitreiking van de Libris Literatuur Prijs, die ik wel kreeg. En daar was weer die man van de pen, die me vroeg hoe de pen beviel. Jezus man, dat weet ik niet. Ik weet niet eens waar hij is. ‘Oei,’ zei die man, ‘het is een pen van 4.000 euro, weet u dat wel?’

“Uiteindelijk heb ik de pen teruggevonden. Het is een Mont Blanc en het is inderdaad een superieure pen. Een gewone vulpen hapert vaak, bijvoorbeeld bij je handtekening, maar deze pen vult alle leegten moeiteloos. Hij stopt nooit en hij schrijft verrukkelijk. Het liefst zou ik weer een boek met pen schrijven. Om mezelf te disciplineren, omdat met pen schrijven je dwingt meteen precies te zijn. Je moet nadenken over wat je opschrijft, want het is een ander soort inspanning dan werken op een toetsenbord.

“Met pen schrijf je in een ander tempo, je vertraagt. Het is mijn natuurlijke tempo, denk ik. Hand, pen, papier: onverslaanbaar. Kan niet worden verbeterd.”

null Beeld Hilde Harsha000
Beeld Hilde Harsha000

Architect: Dom Hans van der Laan

“Dom van der Laan was een architect en een benedictijner monnik. Hij ontwikkelde het plastisch getal, een soort veruitwendiging van de gulden snede, alleen dan volgens zijn eigen getallenleer. In Vaals (op het drielandenpunt tussen Nederland, België en Duitsland, red.) werd hij abt en bouwde hij een klooster volgens die getallenleer. Ik ben er een paar keer geweest. Het is er heel sereen, maar niet koud. Alle meubilair, de bedden, de kasten, de stoelen, is naar dat plastisch getal vervaardigd, zelfs de grafstenen. Het brengt je als vanzelf in een contemplatieve stemming.”

Bio Tommy Wieringa

1967 geboren in Goor, Overijssel (NL), op 20 mei

1995 debuutroman Dormantique’s manco

2002 Halewijn­prijs voor Alles over Tristan

2005 Joe Speedboot

2009 Caesarion

2012 Dit zijn de namen (Libris Literatuur Prijs, Gouden Uil-publieksprijs)

2014 Een mooie jonge vrouw (Boekenweekgeschenk)

2017 De heilige Rita (Bookspot Literatuur- en Bookspot Lezersprijs)

2019 Dit is mijn moeder

2021 Gedachten over onze tijd (columns)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234