Vrijdag 19/07/2019

Dans

Welkom in Vlaanderen, waar zelfs kleuterdans een serieuze zaak is

Dansers van de Antwerpse school Arlekino. Beeld RV

In twee weekends tijd werkt de Antwerpse dansschool Arlekino 22 voorstellingen af, een balletschool in Destelbergen huurt al eens de Gentse Opera of het Capitole af. Welkom in Vlaanderen, waar zelfs kleuterdans een serieuze zaak is. 

Om tien uur 's ochtends, om twaalf, twee, vier, zes en acht uur: afgelopen weekend stonden de dansers van Arlekino elf keer op het podium van het Zuiderpershuis, en dit weekend doen ze dat nog eens vlotjes over. 1.500 leerlingen heeft de Antwerpse dansschool, de jongsten zijn amper drie, en dat betekent dat hun jaarlijkse optredens toch een paar duizend man trekken. 

"De kleuters moeten natuurlijk niet 22 keer meedansen", zegt voorzitter Remko Devroede. "Maar die optredens zijn toch een belangrijk moment om alle dansers te enthousiasmeren en te inspireren."  

De Destelbergse balletschool An Van Den Broeck vierde haar twintigste verjaardag in de opera van Gent, ze huurden ook al eens het Capitole of de zaal van NTGent af. "Onze laatste productie was kleiner, want zulke zalen kosten gigantisch veel. Dan is het kwestie van sponsoring zoeken en een goede kaartenverkoop", zegt oprichtster An Van Den Broeck. Ook zij kan zich geen dansschool zonder grootse optredens en uitgediepte choreografieën voorstellen: "Dat is fantastisch, voor kinderen is dat een droom die uitkomt." 

Haar balletschool telt 'slechts' 200 leerlingen. "Ik hou het bewust klein. Onze leerlingen zijn zeer goede dansers, maar die geen professionele carrière willen of net dat tikkeltje talent missen. Je kunt met hen heel mooie dingen bereiken." 

Wat we hier beschrijven, zijn geen uitzonderingen. Vlaanderen telt een hoop dansscholen die vlotjes de kaap van 1.000 leerlingen overschrijden, die spectaculaire dansoptredens organiseren en waar bovendien ook echt goed gedanst wordt. Van Den Broeck: "Ik heb een klassieke balletopleiding gehad en daar krijg je niets cadeau. Die filosofie neem je mee als je een dansschool opricht: als je iets doet, doe het dan goed." 

Spiegels en een barre

Het zijn, niet heel verrassend, vooral meisjes die graag dansen. Van alle meisjes in de lagere school die op één of andere manier aan sport doen (en dat is 89 procent) danst bijna de helft. Bij meisjes in het secundair is dans met 37 procent de populairste sport. 

De kans is groot dat het aantal dansers eigenlijk nog hoger ligt, zegt sportsocioloog Jeroen Scheerder (KU Leuven), die de cijfers verzamelde. "Niet iedereen kwalificeert dans als een sport, maar als een artistieke activiteit." 

Devroede ervaart dansen als een heel natuurlijke activiteit voor kinderen, Van Den Broeck vindt het ook belangrijk om kinderen zo discipline, doorzettingsvermogen en groepsgevoel bij te brengen. 

"Op school is er, in tegenstelling tot pakweg Nederland of de Verenigde Staten, weinig aandacht voor kunst en sport. Maar de interesse is er wel. Dus na de schoolbel begint het. Dat zit diep in onze cultuur genesteld", zegt Kiki Vervloessem, company manager van Ballet Vlaanderen. "We hebben ook de infrastructuur, vaak ondersteund vanuit de gemeente. Waar plaats is om spiegels en een barre te zetten, wordt gedanst." Iris Raspoet, directeur van Danspunt: "In het buitenland zijn ze daar echt jaloers op."

Die dansscholen bestaan vaak al decennialang en zijn ooit slim in het gat in de markt gesprongen, want het deeltijds kunstonderwijs (DKO) stelde wat teleur.
 Bij Arlekino kun je kiezen tussen klassiek ballet, jazz en hedendaagse dans of urban, terwijl het DKO meer rigide is qua dansstijlen en verplichte lesuren, en met een nadruk op techniek. 

"Er is nu wel een omslag bezig, maar dat ging ten koste van het plezier", denkt Devroede, wiens school deels met het DKO samenwerkt. "Privéscholen zijn breder en meer flexibel. We hebben dansers die tot vijftien uur per week trainen, en leerlingen die gewoon een uurtje per week willen dansen." 

Bovendien hoeven dansleraren hier niet per se een of andere opleiding te volgen, terwijl ze daar in pakweg Frankrijk wel erg streng in zijn en je niet zomaar een dansschool mag oprichten. De meeste scholen hier hebben een paar professionele leerkrachten rondlopen, maar het gros komt uit de dansschool zelf. 

600 kostuums 

Van Den Broeck geeft zelf nog les en dat is fysiek best belastend. Ze is de manager en het artistieke brein. Dat zijn werkdagen van minstens dertien uur. "Ik ontwerp zelf ook alle kostuums, naai de prototypes en zoek de stoffen. Daarna helpen de vrijwilligers om de kostuums op maat van de dansers te maken: elk optreden hebben we er toch zo'n 600-tal nodig."

"Qua decor kiezen we voor een eenvoudig concept en licht. Dit jaar is het thema Shakespeare, dus alle docenten hebben veel moeten lezen", vertelt Devroede. "De uren die ze kloppen voor de voorstellingen, dat kun je onmogelijk in geld omzetten. Maar kunst maakt veel los bij mensen."

"Ik heb me al vaak afgevraagd waar ik mee bezig ben", geeft Van Den Broeck toe. "Als je op voorhand weet wat er allemaal bij komt kijken, dan begin je er niet aan. Maar het is pure passie en het is erin gestampt: het is pas goed als het goed is. Het is dankzij die achtergrond dat onze dansscholen zo goed zijn." 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden