Zaterdag 04/07/2020

GOOSE

"We zijn verslaafd aan elkaar"

GOOSE, van links naar rechts: Dave Martijn (gitaar, synthesizer), Tom Coghe (basgitaar, synthesizer), Bert Libeert (drums) en Mickael Karkousse (zang, synthesizer).Beeld Joris Casaer

Kan een gans vervellen? GOOSE lukt het alleszins wél. Met What You Need stelt de Kortrijkse groep vandaag een verrassende popplaat voor. Die is tegelijk een ode aan een onderlinge vriendschap die al vanaf begin deze eeuw bestaat.

"Perféct voor op de muur in elke tienerkamer", grinnikt zanger Mickael Karkousse alsof het een reclamefilmpje betreft. Tegelijk klapt hij de vinylversie van What You Need open. Binnenin de hoes tref je een in vieren geplooide poster aan, met de gezichten van GOOSE.

Dat zo'n poster je spontaan terugvoert naar tienerkamers uit de jaren 80 en 90, is niet ongewoon: de vierde langspeler van het Kortrijkse kwartet klinkt evengoed alsof ze bij elkaar gesprokkeld werd op de radiogolven van die vervlogen tijden. Nu eens galmt een drumroffel alsof Phil Collins zich verschanst hield in de studio, dan weer hoor je een zweem Depeche Mode en - volgens Mickael - bespeur je mogelijk ook echo's van Michael Jackson en Sabrina, de rondborstige Italiaanse van 'Boys (Summertime Love)'.

"De muziek die ik hoorde als kind, maakt nog altijd de diepste indruk op mij", gelooft gitarist/toetsenist Dave Martijn. "Songs uit de jaren 80 horen, is voor mij als naar een oude foto kijken. Het geeft een warm, nostalgisch gevoel vanbinnen. Dat gevoel moest ook deze plaat geven."

Uit de comfortzone

Ook een zomerse zon komt voor het eerst voorzichtig piepen op een plaat van GOOSE. "Donkere klanken beheersen we van nature", vindt Dave. "Het is zoveel uitdagender om een happy song te schrijven. We klinken nu misschien nog altijd niet als vrolijke jongens, maar we zochten wel opzettelijk naar positiviteit in mineur."

Die positieve sound vonden ze in Los Angeles. Voor What You Need verruilden ze hun West-Vlaamse thuisstad tijdelijk voor de glamour van West-Hollywood. Wanneer we uitgenodigd worden in hun thuisstudio, menen we ook te weten waarom. De Kortrijkse boîte mist - hoe zullen we het zeggen - een vrouwelijke touch. De verf op de muren bladdert af, vochtvlekken ontsieren de wanden en je krijgt het idee dat kreupelhout als trapleuning dient in de pikdonkere trappenhal. Ze lachen wat groen wanneer we er een opmerking over maken: de plek die nu al meer dan tien jaar hun muzikale vrijplaats en toevluchtsoord is, verdient beter dan onze hoon.

"De enige reden waarom we naar L.A. gingen, was om letterlijk en figuurlijk uit onze comfortzone te raken", zegt Dave. "Deze studio in Kortrijk kan ook té comfortabel worden. Op die manier kun je niet groeien. In Los Angeles rukten we onszelf los van de wereld die we kenden. Dat betekende ook: géén telefoons, géén mails. Aan de andere kant van de oceaan hebben we voortdurend muziek opgenomen, zonder ons de vraag te stellen of het wel klonk als GOOSE. We schreven songs op akoestische gitaar en bongo's - niets was te ver van ons bed. Pas thuis hebben we de muziek weer een duwtje richting dance gegeven."

Dat GOOSE zichzelf graag uitvindt, weet elke fan van het eerste uur. Tien jaar geleden maakte de groep grote rimpels in het water met Bring It On. "Op die eerste plaat hoorde je jonge honden die werden losgelaten", blikt bassist Tom Coghe terug. "Die plaat bruist, maar klinkt ook een tikkeltje naïef. Met Synrise (2010) volgde dan weer een soundtrack van een film die niet bestaat."

"Iets van John Carpenter," pikt Mickael in, "of anders Bilitis, een Franse softpornofilm van David Hamilton uit 1977. Die softfocusstijl zit vervat in de muziek: ik zie spontaan wazige beelden voor me, een wereld die wat flou is, met meisjes in witte jurken die in vijvers gaan plonzen."

Opvolger Control Control Control (2012) was dan weer de synthese van beide werelden.

Beeld © Joris Casaer

Mysterieuze kortfilm

En de nieuwe plaat? Daarop lapt de groep alle oude regels aan zijn laars, vinden ze zelf. Daardoor voelt de plaat voor hen aan als een nieuw debuut. De/ReConstruction bleek deze keer de katalysator: "Voor dat project in Kortrijk hebben we alle vaste conventies overboord gekieperd", gelooft Mickael. "We maakten tabula rasa over de hele lijn."

Modefotograaf Willy Vanderperre, bekend van Dior en Givenchy, zette mee de schouders onder De/ReConstruction. Ook op de nieuwe plaat is zijn hand voelbaar. Vanderperre stond in voor het artwork en maakte een kortfilm die bij de plaat hoort. De modefotograaf is trouwens ook al lang fan van de groep. "Het gaat niet uitsluitend om de muziek bij GOOSE", lauwert hij hen. "Het is ook de bar, de concertzaal en de studio. Dat is wat GOOSE cool maakt, net als de mensen om hen heen: de fans."

Die synergie wilde hij duidelijk maken in een mysterieuze kortfilm, die aanvoelt als een koortsige droom. Daarin primeert de muziek niet noodzakelijk, al is ze wel voortdurend aanwezig, desnoods in de gesprekken van figuranten.

"Willy voelt onze muziek perfect aan", vindt Mickael. "Hij heeft de muziek perfect kunnen herformuleren in zijn beelden. Hij hoorde de verschillende lagen die in elkaar overvloeien.

En hij merkte dat de songs niet ééndimensionaal binnenkomen. In het verleden hebben we in clips nooit ten volle kunnen doen wat we wilden. Eerlijk gezegd twijfelen we over het bestaansrecht ervan: wie kijkt nog echt naar muziekvideo's? Deze film biedt zoveel méér, net zoals die clip van 'All I Need' van Air."

Ook de albumhoes van de plaat bedacht Vanderperre. Die herinnert ons dan weer aan de cover van het magazine van De Morgen, dat GOOSE een paar jaar geleden cureerde. "Nu je het zegt", lachen ze. "Wij moesten in de eerste plaats denken aan Talking Heads en The Beatles - het is echt een klassieke platenhoes. Al zijn het niet meteen de meest flatterende foto's van onszelf. Wij vonden de hoes aanvankelijk zelfs te hard, rauw en confronterend. Maar net daarom is het zo'n goede keuze: deze plaat toont hoe we écht zijn, zonder opsmuk, mét gebreken."

Hecht blok

Over die gebreken zul je de groepsleden evenwel niet snel uit de biecht horen klappen. Al meer dan een decennium vormen ze een hecht blok. Eén tegen allen, allen tegen één. Wanneer we kwansuis aan Mickael vragen hoe zijn boezemvriend Dave door de jaren heen is veranderd, klinkt het droog en afgemeten: "Zijn haar ligt vandaag anders". Door het GOOSE-cordon raak je niet zomaar.

"Als je een eerlijk antwoord van me zou verwachten, dan zou ik over persoonlijke zaken moeten spreken", zegt Mickael. "En dat wil ik echt niet doen. Maar als je wilt weten hoe de groep fundamenteel veranderd is in de laatste tien jaar, kan ik je dat wel vertellen. In het begin sprongen we veel braver om met elkaar. We wilden elkaars gevoelens niet kwetsen, maar net daardoor kropten we frustraties op en laaiden de spanningen hoog op. Vandaar sparen we elkaar niet meer. Omdat we elkaar blindelings kunnen vertrouwen, werkt die aanpak."

Volgens Dave was het ook de Britse tekenaar Storm Thorgerson, voor eeuwig bekend als de illustrator van Pink Floyds Dark Side of the Moon, die mee verantwoordelijk was voor een nieuw reveil van GOOSE. "Hij maakte de albumhoes voor Synrise, maar heeft uiteindelijk veel méér voor ons betekend. Onverhoopt werd zijn rol in GOOSE groter dan we ooit hadden verwacht. Hij heeft ons bijvoorbeeld opnieuw doen geloven dat we zélf het heft in handen moesten nemen. Met management of label wilde hij bijvoorbeeld nooit praten: wij hadden een directe lijn met hem. Hijzelf was zeer koppig, en liet buitenstaanders amper toe in zijn wereld: we mochten zelfs niet bij de shoot aanwezig zijn.

"Onze eerste kennismaking was trouwens effenaf dramatisch: hij geloofde onterecht dat we te laat op de afspraak waren, en negeerde ons vlakaf. Misschien maakte hij het ons toen extra moeilijk om te zien of we uit het juiste hout gesneden waren. Maar hij had ook veel humor. De hoes van Synrise was bijvoorbeeld bijna een eend geworden. GOOSE als een eend: dat vond hij kennelijk bijzonder grappig. Gelukkig hebben we dat uit zijn hoofd kunnen praten." (lacht)

Toen GOOSE Thorgerson in 2010 voor het eerst ontmoette, drie jaar voor zijn dood, rekende de illustere kunstenaar af met de naweeën van een hartaanval. "Zijn geest was nog altijd heel scherp, alleen lichamelijk had hij het steeds moeilijker", knikt Mickael. "Maar hoewel hij zich in zijn tekenstudio liet omringen door jonge mensen, bleef hij het meeste werk uiteindelijk nog zelf doen."

Dat heeft GOOSE van die samenwerking onthouden: "We beseften dat we geen behoefte hadden aan een grote, logge structuur rond de groep. Daarom houden we nu zo veel mogelijk in eigen handen. Met ons vieren hebben we bijvoorbeeld geen ellenlange meetings nodig om tourplannen te maken. Hoe eenvoudiger het blijft, hoe meer ontspannen we zijn."

Met dank aan Soulwax

'Eenvoudig' is dan weer geen woord dat bestaat in het woordenboek van Soulwax. Niettemin hadden de zonen van Zaki een grote hand in de beginjaren van GOOSE. "Toen Soulwax me in 2004 vroeg om met hen op tournee te gaan, was dat een grote uitdaging", zegt Dave. "Voor mij waren dat helden. Met hen op het podium staan, heeft de lat hoger gelegd. Soulwax, dat werden echt onze oudere broers."

Dave en Stephen zijn cruciaal geweest bij de eerste stappen van GOOSE, geeft ook Mickael toe: "Na onze eerste plaat hebben ze ons losgelaten. Maar zij waren het wel die ons dwongen om beter én breder na te denken. Om niet bang te zijn van het buitenland. We hebben veel steun gekregen van hen, alsof ze een natuurlijk reflex voelden om ons te beschermen. En om ervoor te zorgen dat we niet met de foute mensen in zee zouden gaan."

Uiteindelijk was het dan ook Stephen die de muziek van GOOSE in de handen duwde van Damian Harris, labelmanager van de Britse platenfirma Skint. Een kleine daad met grote gevolgen. "Damian hoorde potentieel, geloofde in ons en zorgde dat we de eerste succesvolle stappen konden zetten in Engeland."

Aan de andere kant van het Kanaal werd dat avontuur uiteindelijk een steekvlamverhaal. "Toen nu rave hyperpopulair was, konden ze ons perfect plaatsen als het Europese antwoord op Klaxons", knikt de zanger. "Maar daarna wisten ze niet meer goed wat ze met ons moesten aanvangen. Desondanks blijven we het in Engeland redelijk goed doen: het tijdschrift MixMag is bijvoorbeeld altijd goed geweest voor ons: de laatste plaat schopte het tot een van de toppers van het jaar, en binnenkort mogen we weer in Londen spelen. In Amsterdam, Berlijn en Parijs vullen we ook nog steeds de clubs. En in Zwitserland en Italië zien ze ons net zo goed graag komen. Het blijft een moeilijk verhaal, maar doorheen de jaren hebben we wel een heel stevige basis kunnen opbouwen en behouden."

In eigen land werd de basis voor de elektronicaprinsen dan weer gelegd in... een rockcafé. Zonder Den Trap geen GOOSE? Dat is mogelijk wat overtrokken, maar de groepsleden geloven toch dat die uitspraak ook niet zo ver naast de waarheid ligt.

Het legendarische rockcafé in de stationsbuurt van Kortrijk was volgens hen van groot belang om uit te groeien tot een echte band. Cafébaas Peter Deurinck mag zich trouwens een van de eerste believers van GOOSE noemen. Eén verdieping onder de studio treffen we hem aan in de zetel. Hij herinnert zich nog hoe zijn huurders als tieners in Loamy Soil speelden, en hem imponeerden met een cover van AC/DC. Achteraf haalde die groep de finale van Humo's Rock Rally, in 1998.

"Maar een van hun eerste optredens hebben ze bij ons gegeven in Den Trap. Ik had eerlijk gezegd al vroeg het gevoel dat ze het ver konden schoppen: iedereen met oren kon horen dat ze heel veel talent hadden en een grote drive. Ze zitten nu al meer dan tien jaar in dit gebouw, maar ze zijn in mijn ogen veel meer dan huurders. Het zijn échte vrienden: de vrouw van Dave is al lang de beste vriendin van mijn vrouw, onze kinderen spelen samen. Ik heb ook groot respect voor de groep: hoe bekender ze worden, hoe meer ze met hun voeten op de grond lijken te blijven." Dat respect blijkt wederzijds: "Deurinck is echt wel een mentor geweest", klinkt het eensgezind bij de groep. "Hij is er al sinds het begin bij voor ons."

Raf Simons

Opmerkelijk genoeg speelt ook een andere naam al lang mee in het verhaal van GOOSE. Amper 15 jaar was Mickael Karkousse toen hij ontdekt werd door de mode-industrie. Toen werd hij van de straat geplukt voor een show van Raf Simons. Die stak later ook niet onder stoelen of banken dat hij grote bewondering had voor GOOSE. "Hun energie is fenomenaal", zei de voormalige Dior-ontwerper, nadat hij de band uit Kortrijk de soundtrack liet maken bij een clip van datzelfde modemerk.

Op de muziek van Synrise stelde Dior de nieuwe dames- en herfstcollectie voor. De clip werd overigens opgenomen in de Opéra Garnier in Parijs, alwéér met regisseur Willy Vanderperre.

Simons heeft het evenwel minder voor het fashiongevoel van de groep op het podium. "Voorlopig blijft Goose a bunch of guys together on stage - very Belgian rock. Al moet ik er meteen bij zeggen dat het erg goed werkt op dat podium. Alleen is het beeld dat je krijgt, nogal klassiek."

Mickael lacht. "Raf ziet een groep graag in iets extravagants, maar dat zijn wij niet. We zweren bij zwart. Ten tijde van de eerste plaat droegen we wel eens een gewone blauwe jeansbroek, maar dat was een kinderziekte: we kwamen letterlijk récht uit de slaapkamer, hè. Ik herinner me nog dat we in Reading van het podium kwamen, en Stephen Dewaele ons hoofdschuddend stond op te wachten. Hij vond dat we écht wel iets aan onze look mochten doen. Daar houden we sindsdien meer rekening mee: het verhaal moet ook op het podium kloppen."

Wie er ook bijzonder vroeg bij was om te zien dat het podiumverhaal van GOOSE klopte, was Eppo Janssen van Pukkelpop. Hij herinnert zich zelfs nog hoe ze veertien jaar geleden op de Rock Rally nog een vorm van poprock beleden, om daarna met een heel ander geboetseerd geluid te debuteren: "Ik volgde hen al van in het begin voor Studio Brussel. Volgens mij heb ik zelfs een van hun allereerste interviews afgenomen. Heel leuke gasten, en bijzonder getalenteerd.

"De Dewaeles hebben ongetwijfeld een hand gehad in hun debuut, maar GOOSE had ook toen al wel degelijk een eigen sound. En een schitterende livereputatie. Toen we hen in 2006 programmeerden in de Wablief?!-tent, heb ik hun concert helaas gemist, maar in een poll is dat optreden achteraf in de top-10 beland van meest legendarische shows in die tent. Om die reden mochten ze nog vier keer terugkomen bij ons, bijna steeds op een ander podium: ze zijn van de piepkleine Wablief?! doorgestoten naar de Dance Hall en de Marquee om uiteindelijk het hoofdpodium te mogen afsluiten. Steeds stonden ze volgens mij op de juiste plek."

Dat de groep zo'n steile klim op de festivalladder kon maken, zonder te stagneren of terug te vallen, is ongetwijfeld mee te verklaren door de hechte structuur van de groep. Sinds 2002 is de bezetting van de band ook altijd dezelfde gebleven: een unicum waar heel wat internationale bands hen om zullen benijden. Zelfs nu de groepsleden elk met andere projecten bezig zijn, blijven ze nog aankloppen bij elkaar. Raken ze elkaar dan nooit beu?

"Ik denk écht dat we verslaafd zijn aan elkaar", gelooft drummer Bert Libeert. "Zelfs als we iets afzonderlijks willen doen, komen we uiteindelijk toch weer bij elkaar uit. We verrassen elkaar dan ook voortdurend. Hoe dat komt? Eigenlijk zijn we altijd naïef op zoek naar iets nieuws, iets onbekends."

Dave stemt daarmee in: "Op die manier kon GOOSE op een natuurlijke manier evolueren, zelfs al voelen luisteraars dat extremer aan. Maar eigenlijk heb ik het gevoel dat we met GOOSE de hele tijd in de auto zitten, de wereld afreizen en jullie af en toe een foto willen sturen van het geweldige uitzicht."

What You Need is net verschenen bij Safari Records / Universal GOOSE speelt op 22/4 in AB, Brussel, op 2/7 op Rock Werchter en op 28/10 in de Lotto Arena, Antwerpen, goosemusic.com

Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234