Woensdag 16/10/2019

Studio Tarara

“We zijn niet gemaakt om publiek bezit te worden”

Beeld Geert Van de Velde

Met Studio Tarara heeft Janne Desmet (39) haar eerste grote rol te pakken als Christine, producer en ex-vrouw van de op drift geslagen tv-ster Rik. Lauren Versnick (24), dochter van Lynn Wesenbeek en vriendin van Jens Dendoncker, maakt haar tv-debuut als Babs, een kleedster met acteerambities, die het zoveelste slachtoffer wordt van de grijpgrage Jean. 

Jullie werken allebei bij Shelter, het productiehuis van Tim Van Aelst, die Studio Tarara heeft bedacht.

Desmet: “Ik heb destijds auditie gedaan voor Wat als?, maar ik heb toen geen rol kunnen bemachtigen. Maar doordat de mensen van Shelter al theatervoorstellingen van mij hadden gezien, hebben ze mij na die auditie gevraagd om de redactie te komen versterken. Ik deed mee aan brainstormsessies voor Hoe zal ik het zeggen?, waardoor ik al in de buurt was van Tim Van Aelst en Sofie Peeters (producer bij Shelter en vriendin van Van Aelst, red.). Ik heb geen auditie meer hoeven te doen voor Studio Tarara, ik kreeg meteen de rol van Christine aangeboden. Een groot cadeau.”

Versnick: “Ik heb bloednerveus auditie gedaan voor Babs. Ik had daarvoor bewust een lange jurk aangetrokken, omdat ik m’n trillende benen wilde verbergen (lacht). Maar de zenuwen verdwenen snel: ik moest een scène spelen met Jonas Vermeulen (regieassistent Glenn in Studio Tarara, red.), die heel lief was.”

Desmet: “De allereerste scène van Studio Tarara die werd opgenomen, was er één tussen ons tweeën. Daarin komt Babs vakantie vragen aan Christine om met Jean in een film te kunnen spelen. Dat er in een klein bureau twintig man rond je staat, daar werd ik erg zenuwachtig van. Terwijl Lauren er net rustig van werd.”

Versnick: “Dat komt door mijn modellenwerk: op een fotoshoot ben je ook omringd door heel wat volk. Ik voel mij dan in mijn natuurlijke habitat, terwijl Janne een toneelpodium gewend is, waar je veel ruimte hebt.

“Gelukkig is Janne zo lief geweest om tijd vrij te maken en mij te coachen. Ik heb veel van haar opgestoken en ze gaf me bevestiging: ‘De repetitie was goed, je kúnt het.’ We zijn op slag vriendinnen geworden.”

Desmet: “Gek genoeg kun je een ander altijd beter geruststellen dan jezelf. Ondanks mijn toneelervaring dacht ik vaak: ik sta hier tussen rasacteurs als Koen De Graeve, Geert Van Rampelberg, Ruth Beeckmans en Peter Van den Begin! Ik krijg hier een kans, ik ga uit mijn kot moeten komen.

“De combinatie van goed materiaal, straffe acteurs en een warme omgeving gaf iedereen enorm veel goesting. We voelden allemaal dat we met iets bijzonders bezig waren.”

Versnick: (knikt) “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ze dachten: allee, ze hebben hier de dochter van Lynn Wesenbeek binnengegooid! Ik kreeg tips en complimentjes: ‘Ik heb staan kijken op de monitor: keigoed gedaan!’ Dat geeft een boost.”

Beeld Geert Van de Velde

Studio Tarara speelt zich af in 1993. Lauren, jij was toen nog niet geboren.

Versnick: “Ik zag het levenslicht pas een jaar later, in 1994.”

Desmet: “Ik was 13 in 1993. Ik zat toen te naaien op school terwijl ik dacht: fuck, ik wil advocaat worden (door haar dyslexie werd Desmet destijds afgeraden om een aso-richting te volgen, red.). Maar het is uiteindelijk allemaal goed gekomen.

“Ik zie heel mijn tienertijd passeren als ik naar Studio Tarara kijk. Nummers als ‘Your Ghost’ (van Kristin Hersh, red.) kan ik nog van begin tot eind meezingen. Dan zit ik op slag weer met de Chiro in jeugdcafé De Harp. Of op Torhout/Werchter. Toen ik voor het eerst naar T/W mocht gaan, trad The Prodigy op. Mijn moeder en haar vriendin stonden toen achter de hekken te wachten om ons terug naar huis te brengen. Keith Flint had me aangeraakt, en ik heb m’n handen toen twee dagen niet gewassen (lacht).”

Versnick: “Er is nu een Spotify-lijst met alle nummers uit de reeks, die na elke aflevering geüpdatet wordt. Ik heb ze integraal gedownload: fenomenale muziek. Heel tof om op die manier de nineties te kunnen beleven.”

In de eerste aflevering speelde Rik ‘Zat van fortuin’, met shotjes alcohol en lijntjes coke op het rad. Zou dat ooit echt gespeeld zijn?

Versnick: “Volgens mijn moeder was VTM in de jaren 90 een fijne werkplek, maar ging het er niet zo decadent aan toe als in Studio Tarara. Ik kan je dus geen sappige verhalen vertellen.”

Desmet: “Volgens mij worden er in om het even welk bedrijf heftige feestjes gehouden.”

De roem blijkt Rik niet gelukkig te maken. Het doet hem in de drank en de drugs vluchten.

Desmet: “Stap een leraarskamer binnen en je zult ook niet weten wat er in de hoofden van die leerkrachten omgaat. Wie weet zijn ze doodongelukkig of houden ze tijdens de zomervakantie seksfeestjes op een eiland aan de overkant van de oceaan. Ik denk niet dat de media daarop een uitzondering vormen, en VTM in de jaren 90 dus ook niet.”

Versnick: “Van modellen wordt vaak gezegd dat ze coke snuiven om mager te blijven, maar ik heb dat nog niet gezien. Het is sowieso niets voor mij: ik heb zelfs nog nooit een sigaret gerookt.”

Desmet: “Ik geloof wel dat bekendheid enige druk met zich meebrengt. Ik heb echt te doen met mensen die publiek bezit geworden zijn. Daar zijn we niet voor gemaakt. Elke mens heeft nood aan anonimiteit. Je moet je kunnen terugtrekken en kunnen twijfelen, zonder dat de fotograaf van één of ander boekske je op de hielen zit. Er zijn genoeg documentaires die daarover gaan.

“We waren met de hele Studio Tarara-ploeg aan het barbecueën toen we hoorden dat Avicii zelfmoord had gepleegd. Dat sneed er diep in, omdat je weet dat het over exact hetzelfde gaat, met dat verschil dat Avicii een piepjonge kerel was. Uit de docu Avicii: True Stories blijkt, dat hij meermaals heeft geroepen: ‘Ik kán niet meer.’ Maar zijn entourage heeft niet naar hem geluisterd. Verschrikkelijk.”

Versnick: “Dat is het belangrijkste in elk beroep: dat je omringd bent door mensen die je kunt vertrouwen. Misschien geldt dat nog meer voor de media, omdat je er snel het gevoel kunt hebben dat je wordt uitgebuit. Maar ik denk dat de druk in Vlaanderen nogal meevalt. Ik word nooit lastiggevallen op straat, en mijn moeder ook niet.”

Hard tegen de muur

Laten we het eens over jullie personages hebben. Het eerste wat Christine zegt als Rik ontwaakt in het ziekenhuis nadat hij zich bewusteloos heeft gedronken, is: ‘Je hebt ons weer veel werk opgeleverd! Ik ga al die sketches opnieuw mogen plannen!’

Desmet: “Christine laat de complexiteit van de mens zien. Het lijkt alsof ze haar werk belangrijker vindt dan het welzijn van haar ex-man, maar dat is niet zo: ze zegt niet wat ze bedoelt. Ook al doet het haar pijn om te zien hoe Rik aan het afzien is, toch is ze niet in staat om hem dat duidelijk te maken. Ze zaagt veel tegen hem, maar ik hoop dat de kijker voelt hoezeer ze er ook mee worstelt. Iemand die je graag ziet niet kunnen helpen, dat is voor iedereen herkenbaar. Ik heb het zelf van dichtbij meegemaakt en vind het één van de heftigste dingen in het leven.

“Tegelijk vind ik dat gepruts het allermooiste aan de mens. Daar gaan mijn gesprekken met Lauren vaak over: we zijn allebei extreme helpers. We vinden het superbelangrijk dat mensen gelukkig zijn.”

Ook ten koste van jezelf?

Desmet: “Ik mag ja knikken.”

Versnick: “Ik ook, maar dan bij een beperkte groep mensen. Soms kun je het gevoel hebben: ‘Ik heb nu al zoveel gegeven, begrijp ook even mijn kant.’”

Desmet: “Lauren is van een andere generatie. Zelfzorg, grenzen stellen, weten wat je wilt: dat vind ik heel inspirerend aan haar. Leg de blauwdruk van onze levens naast elkaar en je zult misschien weinig raakvlakken vinden. En toch zien we elkaar zo graag!”

Is dat eigen aan jouw generatie, Lauren, grenzen kunnen stellen?

Versnick: “Dat is eerder eigen aan mijn opvoeding, denk ik. Ik ben opgevoed met het idee: ‘Ga voor je dromen.’ Wel met een plan B achter de hand: mijn zus en ik moesten allebei een diploma behalen, maar verder mochten we doen wat we willen.”

Desmet: “Onze ouders hebben ons allebei even graag gezien in onze jeugd. Ze gunnen ons dezelfde eindstreep, maar de weg ernaartoe werd anders ingevuld. Mijn ouders hebben ons te allen tijde voor alle leed proberen te behoeden, ook voor falen. Ze hebben ons enorm gestimuleerd, maar de kans op mislukken hebben ze altijd in het achterhoofd gehouden. Het plan B lag al klaar.”

Versnick: “En waarom is die weg ernaartoe anders? Omdat mijn papa nooit een vader heeft gehad: die is gestorven toen hij 2 was. Zijn moeder stond er op haar 28ste plots alleen voor en moest vier jobs tegelijk doen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Mijn vader moest dus van jongs af aan veel verantwoordelijkheid op zich nemen. Net zoals mijn moeder, die op haar 21ste haar moeder heeft verloren. Ze had niet veel contact met haar vader, dus de ingesteldheid was: het leven gaat voort, ondanks je grote verdriet. Zij zijn allebei opgegroeid met het idee: ‘Je komt er wel.’”

Desmet: “Ik ben een kant uitgegaan waar mijn ouders erg veel angst voor hadden. Mijn vader heeft duizend keer gezegd: ‘Je zult geen nagel hebben om aan je gat te krabben!’ Ze waren bang dat ik iets tekort zou komen: dat zou hun hart gebroken hebben. Ik heb daar ondertussen prachtige gesprekken over met hen: ‘Misschien was het toch goed geweest om ons eens keihard tegen de muur te laten knallen, of ons onze portefeuille te laten vergeten in plaats van ermee op de oprit te staan zwaaien.’ Nu staan we op de luchthaven en denken we: kak! Portefeuille vergeten! (lacht)”

Is die angst op jou overgeslagen?

Desmet: “Als ik met mijn lief op reis vertrek, dan ligt niet alleen plan B, maar ook plan C, D, E en F klaar. Dan word ik een kopie van mijn ouders (lacht).”

Versnick: “Mijn ouders zijn vroeg gescheiden. Ik zag mijn vader alleen in de weekends, waardoor ik het altijd had over het driemeisjeshuis: mijn mama, mijn zus en ik. Er waren geen taboes. Ik ben nooit op kousenvoeten naar huis gegaan omdat ik niet durfde te vertellen wat ik had uitgestoken. Bij ons thuis lagen er bijvoorbeeld zwangerschapstesten, vanuit de gedachte: als je eens twijfelt, ze liggen hier. We hebben ze nooit hoeven te gebruiken, maar zulke details zorgden er wel voor dat onze thuis een veilige haven was. Daardoor ben ik ook niet bang om openlijk te communiceren tegen vrienden of partners. Ik ben ook heel slecht in piekeren. Als ik ergens mee zit, praat ik erover. Er ’s nachts over liggen tobben lost je probleem toch niet op.”

Was het vreemd om een reeks te maken over en voor de zender die jouw moeder als nieuwsanker aan de kant heeft geschoven omdat ze de 50 naderde?

Versnick: “Toen ik op de set stond, dacht ik vooral: amai, wat voor een topmoeder heb ik! En wat een knappe vrouw, ook. Ik kon me niet omdraaien in dat decor of ik zag haar: op een ingekaderde foto, op de cover van Dag Allemaal, op een tv-scherm op de achtergrond. Ze heeft 25 jaar standgehouden! Hoe haar professionele verhaal is geëindigd, is iets tussen haar en VTM. Dat is ondertussen verteerd en hoeft mij niet te beïnvloeden.”

Je personage Babs krijgt via Jean een rolletje in een film aangeboden. Uit vriendelijkheid, denkt ze eerst, tot hij plots met z’n geslachtsdeel uit zijn broek achter haar staat: ‘Die sprong er vanzelf uit, hij komt even goeiendag zeggen.’

Versnick: “Babs ziet altijd het goede in iedereen en was dus verrast: ‘Wat moet ik hiermee doen? Ik kan er niets over zeggen: dit is de grote Jean Van Hoof en ik ben maar een kleedster van 20 jaar.’ Ze heeft hem uiteindelijk gewoon genegeerd.”

Toen hij de tweede keer avances maakte en naakt uit de douche stapte, heeft ze hem wel afgedroogd.

Versnick: “Omdat ze het goede wilde doen, ook al overschreed ze daarmee haar eigen grenzen. Opkomen voor jezelf vraagt soms veel moed. En acteren is haar grote droom: dan ga je niet over één nacht ijs.”

Desmet: “Als Babs Jean staat af te drogen, denkt ze volgens mij niet: anders krijg ik de filmrol niet. De tijd staat gewoon stil en je systeem gaat in survivalmodus. Pas als je weer tot jezelf komt, kun je terugblikken: wat heb ik nu gedaan? Ik geloof dat slachtoffers van dat soort toestanden in een staat van ontoerekeningsvatbaarheid kunnen terechtkomen, net zoals de dader. Dat vind ik zo mooi aan hoe Lauren het speelt: alsof er een knop uitstaat.”

Lauren, ben jij in de modellenwereld al eens in dubieuze situaties beland?

Versnick: “Oneerbare voorstellen heb ik nooit gekregen. Maar op je strepen staan, je grenzen bepalen en benoemen: het is een nooit eindigend proces waar soms moed voor nodig is. Het is goed dat #MeToo het onderwerp bespreekbaar heeft gemaakt. Maar niet alle mannen zijn machtsgeile perverten die vrouwen in een benarde situatie willen brengen. Vrouwen kunnen evenzeer over grenzen gaan.”

Desmet: “Het is belangrijk voor de volgende generatie. Mijn metekind is 9: ik droom van een wereld waarin zij in een ongepaste situatie gewoon kan zeggen: ‘Dit is zeer ongepast.’ Zonder dat ze daarvoor scheef bekeken wordt. Dat ze er verontschuldigingen voor krijgt en dat de man in kwestie het nooit meer doet. De ene vrouw laat zich niet intimideren, maar een andere misschien wel. Dat boezemt mij angst in.

“Het gaat erom dat je in staat moet zijn om te kijken naar wie voor je zit, en hem of haar stap voor stap te verkennen. Pas dan kun je iemand respecteren zoals hij of zij is. Wat bij de ene mag, kan iemand anders kwetsend vinden.”

Je personage Christine blijkt er meer seksistische ideeën op na te houden dan de mannen rond haar. Eén van haar uitspraken: ‘Zoals sommige vrouwen gekleed gaan! Dat is niet meer de kat bij de melk zetten, dat is de melk er met een trechter in gieten.’

Desmet: “Door #MeToo word je nu scheef bekeken voor zo’n opmerking, maar dat neemt niet weg dat sommige mensen nog steeds zoiets zullen denken. Volgens mij zijn er veel mensen zoals Christine, maar als ik zo’n personage speel, dan veroordeel ik het niet. Omdat ik ook in het dagelijkse leven probeer om geen vooroordelen te hebben. Ik betrap mezelf trouwens weleens op een bekrompen gedachte.”

Jean staat plots te masturberen in de nabijheid van Sandra, het personage van Ruth Beeckmans. Zij durft de naam van ‘de grote Jean Van Hoof’ niet te besmeuren door de zaak openbaar te maken.

Desmet: “Dat is de complexiteit van een slachtoffer. Er gebeuren fascinerende dingen met slachtoffers van carjackings of overvallen. Soms blijven ze zich afvragen: ‘Waarom ben ik juist díé dag met mijn auto dáárheen gegaan?’ Alsof zij ook een verantwoordelijkheid dragen.

“Dat bedoelde ik daarnet met die ontoerekeningsvatbaarheid. Dat ene moment valt nooit samen met wie je bent. De omstandigheden spelen ook een rol. Als het over jonge delinquenten gaat, wordt er vaak zo hard op iets ingezoomd, dat ik denk: uitzoomen! Kijk naar de omstandigheden waarin die kinderen zijn opgegroeid! Dikwijls heb je zelf geen vat op de dingen, of snap je achteraf ook niet waarom je iets hebt gedaan.”

Versnick: “Elk slachtoffer verwerkt zoiets op zijn eigen manier. Sommigen moeten het kunnen ventileren tegen Jan en alleman, anderen spreken er liever helemaal niet over.”

Vinden jullie het bijzonder dat Tim Van Aelst met Studio Tarara een heel feministische reeks gemaakt heeft? Naast ongewenste intimiteiten kaart de reeks ook gelijk loon voor gelijk werk aan.

Desmet: “Tim is een held. Net zoals Sofie en David (Vennix, red.), die mee het scenario heeft geschreven. Ik ken geen feministischere plek om te werken dan Shelter. Ik krijg er soms van de mannen te horen: ‘De mop die je net hebt verteld, is nogal seksistisch.’”

'Janne is zo lief geweest om tijd vrij te maken en mij te coachen. We zijn op slag vriendinnen geworden' Lauren Versnick (Foto: samen in 'Studio Tarara')

Gieren met Koen

Op een bepaald moment staat Christine op instorten: ‘Denk je dat ik mijn leven niet anders had voorgesteld? Maar ik kon altijd zeggen: ‘Ik doe mijn job goed.’’ Haar job is haar enige houvast?

Desmet: (knikt) “Haar werk is het enige wat ze nog heeft, en daar projecteert ze haar geluk op. Dat is gevaarlijk, temeer omdat haar werk een zeer onbetrouwbare pijler is. Als je merkt dat je hele leven op één pijler rust – voor anderen kan dat evengoed een partner zijn – dan moet je beseffen dat je het gewicht moet herverdelen. Ik herken dat, want alles verandert continu in je leven: je bent nooit op álle vlakken even gelukkig. Als het er in mijn privéleven wat woeliger aan toegaat, ben ik blij dat ik een job heb die ook heel veel geluk binnenbrengt. Tegelijk ben ik blij dat ik een leven naast mijn job heb. Je moet een balans weten te vinden.”

Versnick: “Geluk is voor iedereen anders. Acteren en produceren verschaft mij geluk. Mijn vriend Jens wordt gelukkig door met humor na te denken over het leven, die bedenkingen in een show te vatten, en met die show mensen een leuke avond te bezorgen. Verder probeer ik optimistisch te zijn en het geluk ook uit kleine dingen te halen.”

Desmet: “Soms versmelten je werelden. Als je zeven maanden aan een stuk aan hetzelfde project werkt, zoals bij Studio Tarara het geval was, dan komt het privéleven van je collega’s er natuurlijk bij. Ik ben Koen De Graeve dankbaar voor elke autorit die we gedeeld hebben, want we hebben toen mooie gesprekken gevoerd. En hetzelfde geldt voor Ruth, Peter, Geert, Jonas en Frances (Lefebure, die Roxanne speelt, red.). We hebben gegierd van het lachen, maar we hebben ook elkaars leven zien passeren.”

Lauren, jij hebt eens gezegd dat je totaal niet grappig bent. En nu ben je samen met een stand-upcomedian.

Versnick: “Ik heb het concept humor herontdekt (lacht).”

Desmet: “Ik vind jou nochtans megagrappig!”

Versnick: “Ik heb een hilarische zus die ad rem is en de beste oneliners spuit. Ik was thuis altijd de praktische doener, zij stond in voor sfeerbeheer. Maar ook op dat vlak ben ik opengebloeid op de set van Studio Tarara: ik schud misschien geen vijf jokes na elkaar uit mijn mouw zoals Jens, maar ik sla in al mijn impulsiviteit wel de raarste dingen uit mijn botten.

“Jens heeft zich al een paar keer tranen gelachen met mij, waardoor ik die lade steeds meer durf open te trekken. Hij brengt mij uiteraard heel vaak aan het lachen. We waren een paar dagen geleden in Barcelona en hebben toen veel bekijks gehad: mensen op de Ramblas dachten dat we een attractie waren (lacht). We halen het onnozelste in elkaar naar boven.”

Studio Tarara, VTM, dinsdag 26 maart, 20.35 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234