Donderdag 06/10/2022

AchtergrondFestivalzomer

‘We zijn hier eigenlijk te oud voor. Maar telkens als de festivalzomer nadert, zeg ik: nog één keer’: op zoek naar de ziel van de festivalganger

Een doorgewinterde festivalganger showt zijn bandjes op Dour, deze zomer.  Beeld BELGA
Een doorgewinterde festivalganger showt zijn bandjes op Dour, deze zomer.Beeld BELGA

Passie voor muziek is niet voldoende om je dagenlang over de zoden te sleuren, maar wie enkel voor de beleving gaat, kan beter een all-in vakantie boeken. Wat maakt de unieke samenstelling van de festivalliefhebber?

Katrin Swartenbroux

Of je moet niezen als je in het licht kijkt. Of je een hoge pijngrens hebt. Of je urine stinkt nadat je asperges hebt gegeten. Er zijn heel wat dingen die af te leiden zijn uit ons DNA, maar vooralsnog heeft deze cluster genetische informatie geen invloed op hoe je het liefst muziek beleeft. Althans, dat concludeer ik toch nadat mijn zus dit jaar, op 25-jarige leeftijd, voor het eerst een combiticket voor Pukkelpop heeft gekocht. We delen een vader en dus een stukje genetische code, maar duidelijk geen liefde voor festivals. Op mijn dertiende begon ik al te zeuren, op mijn vijftiende mocht ik eindelijk mijn bij elkaar geharkte verjaardagscenten gebruiken voor een dagje Werchter. Een paar weken later voor een combiticket Dour. Gevolgd door Pukkelpop. En sindsdien heb ik geen zomer meer gemist.

Amberkleurig

Er is iets verslavends aan amberkleurige augustusavonden overgoten met amberkleurige drank waarop je voor de derde keer die zomer in de amberkleurige stroboscoop van Tame Impala (het is altijd Tame Impala) staart en je plots alles helder ziet. Hoe de muziek over je heen golft en je besef van tijd en ruimte met zich meeneemt. Hoe de armen die je vrienden om je schouders slaan net zwaar genoeg voelen om alle angsten te dempen. Hoe je de ochtend gulzig tegemoet danst, want morgen mag je gewoon nog een keer.

Festivalgangers dansen de limbo op Tomorrowland. Beeld © Stefaan Temmerman
Festivalgangers dansen de limbo op Tomorrowland.Beeld © Stefaan Temmerman

Wie van festivals houdt, kent het gevoel dat ik omschrijf. Wie niet van festivals houdt, kan voorgaande paragraaf makkelijk weerleggen. In wezen zie ik mijn vrienden ook op café, kan ik mijn favoriete bands beter op fietsafstand van mijn eigen bed beleven en heb ik smakelijker bier in de koelkast. Het zijn argumenten die soms zelfs door collega’s opgeworpen worden – hun namen staan vaak genoeg in deze krant gedrukt dat ik ze niet meer hoef te vermelden. Doorgewinterde muziekminnaars en cultuurvreters met een platenkast en algemene kennis indrukwekkender dan de mijne, die verzuchten niets, maar dan ook niets met festivals op te hebben.

Dus. Als het DNA of opvoeding niet is, en muziekliefhebbers niet per se festivalliefhebbers zijn, wat maakt iemand dan eigenlijk een festivalpersoon?

Modderige moshpit

“Vandaag is het onmogelijk geworden om de festivalganger te duiden”, zegt muziekjournalist Arne van Terphoven, auteur van het boek Het festivalgevoel (2009) wanneer ik hem die vraag stel. Hij heeft de afgelopen jaren de sector zien veranderen in een ontzettend groot en divers landschap dat niet één afgebakend type persoon aantrekt. Daar is wat van aan. Wie natuurwijn aan twaalf euro per glas (glas!) sipt op het nieuwe Unwind-festival in het openluchttheater van het Rivierenhof, is doorgaans niet uit hetzelfde hout gesneden als wie in een modderige moshpit duikt tijdens het Duffelse Brakrock, ook al heb ik beide festiviteiten met gusto bijgewoond.

Maar niet alleen de kalender is diverser geworden, ook de festivals zelf hebben een metamorfose ondergaan.

Craftbeer en kolfruimtes

“Je moet er de archiefbeelden van pakweg Pinkpop maar eens op nagaan”, zegt van Terphoven. “Dertig jaar geleden was dat publiek veel alternatiever, mensen droegen ook het typische muziekliefhebberuniform. Veel zwart, spijkerjasjes, bandshirts. Vandaag zie je een ontzettend veelzijdig kleuren- en kledingpalet, omdat festivals veel toegankelijker zijn geworden. Het eten is gevarieerd en de infrastructuur en de campings zijn schoner. Dit jaar waren we met een vriendin op Werchter die moest kolven en dat kon daar dus gewoon, er was zelfs een speciale ruimte voor voorzien. Vroeger was het allemaal primitiever en je moest er ook echt wel wat voor over hebben. De drempel was veel hoger.”

Dat festivals tegenwoordig naast muziek inderdaad ook interessante foodconcepten, craftbiertjes, maatschappelijke debatten, chillzones of streetart huisvesten, wordt graag vermarkt onder het vaandel “beleving”. “Die beleving is gaandeweg belangrijker geworden om een steeds breder publiek aan te spreken, maar ironisch genoeg heb ik het gevoel dat het de kloof wel groter heeft gemaakt tussen mensen die van festivals houden, en mensen die festivals haten”, zegt radiomaker Sofie Engelen (Radio Willy), die al meer dan twintig jaar de Belgische weides afschuimt, al dan niet met een microfoon in de hand. “Ik ga al sinds mijn vijftiende elke zomer naar verschillende festivals, voornamelijk om mijn favoriete bands te zien. Ik vind het, nu ik de dertig al even gepasseerd ben, ook wel aangenaam dat de wc’s wat properder zijn en dat je eens iets anders kan eten dan frieten, maar ik zal nooit begrijpen dat je naar een festival gaat alléén voor de sfeer. Zeker op Werchter of andere mastodonten spreek je soms met mensen die geen idee hebben wat er op de podia zal staan.”

Gelijkgestemde zielen

Het is wellicht het meest gehoorde argument bij muziekliefhebbers die geen festivalliefhebbers zijn: in een zaalshow zit je met gelijkgestemde zielen, die allemaal betaald hebben om een bepaalde artiest aan het werk te zien, een artiest op wie het licht en het geluid tot in de puntjes afgestemd is, terwijl je op een festival met een gemengd publiek en een gemengde geluidskwaliteit zit – zeker als het een festival is dat meerdere uiteenlopende muziekstijlen huisvest. Dat durft er weleens voor te zorgen dat “de beleving” van de muziek ondergeschikt is aan die van een bende bro’s die vooral komen voor “de beleving” van het bier.

Jongeren amuseren zich op Werchter.  Beeld Guy Kokken
Jongeren amuseren zich op Werchter.Beeld Guy Kokken

“En toch zorgt die mix er net voor dat je ook eens van andere dingen durft te proeven”, zegt Engelen, die herinneringen ophaalt aan een set van King Gizzard & The Lizard Wizard – een band waar ze wel nieuwsgierig naar was, maar die ze niet goed genoeg kende om een ticket voor een zaalshow te kopen. “Omdat ze spelen op een plek waar je sowieso een ticket voor hebt, ga je sneller eens een kijkje nemen. Bij een zaalshow weet je waarvoor je betaalt en weet je doorgaans ook welke sensatie er op je af zal komen, op een festival kan je nieuwe lievelingsband overal op de loer liggen. Dat is toch cool?”

Vakantiesfeer

“Ik denk niet dat iedere muziekliefhebber automatisch ook van muziekfestivals houdt, maar toch denk ik dat van muziek houden een essentieel onderdeel is in de cocktail van de festivalmens”, beaamt Thibault Christiaensen. Hij is eveneens een doorgewinterd festivalganger die sinds zijn veertiende bij ieder goed rapport een dag Werchter cadeau kreeg van zijn ouders, die hem voor zijn eerste keer ook vergezelden naar de wei. Sinds een aantal jaar loopt hij er zonder ouderlijk toezicht rond, interviewt hij achter de schermen artiesten voor Studio Brussel of staat hij zelf op het podium met Equal Idiots, waar hij de zang en gitaar voor zijn rekening neemt. Vandaag roepen festivals bij hem nog steeds een vakantiesfeer op, ook al moet hij er doorgaans werken.

“Ze geven me een gevoel van vrijheid. Op zaalshows ben je soms bezig met hoe je erna naar huis zal rijden, hoe laat je in je bed zal liggen omdat je de volgende dag weer op moet, terwijl je op festivals doorgaans meer tijd doorbrengt en dus ook kan acclimatiseren. Je kan er echt in het moment zijn, vaak omringd door vrienden, en je maakt er ook een unieke show mee, net omdat de omgeving zo bepalend is – een set in de regen of de stralende zon, in een tent of in openlucht, dat is allemaal anders. Daarom speel ik zelf ook heel graag op festivals. Het klopt op zich wel wat puristen zeggen: je hebt minder tijd om te soundchecken en soms is de helft van je publiek daar voor een andere band en moet je hen overtuigen, maar dat maakt het net dat tikje spannender. Bovendien kan het geen kwaad dat je soms je muzikale helden kan ontmoeten achter de schermen.”

Sacrale belevenis

Het vrijheidsgevoel dat Christiaensen beschrijft, is de drijfveer die mij telkens weer naar drassige velden of gonzend asfalt lokt, het gevoel dat ook van Terphoven beschrijft in zijn boek. Festivals zijn volgens hem nog een van de weinige plekken waar je even kan ontsnappen, waar je je als iemand helemaal anders (of eindelijk net als jezelf) kan gedragen, waar je kan keuvelen met vreemden of vrienden voor de eerste keer ontmoet. Waar je jezelf terugvindt of net helemaal kwijt danst. Het is dat waar festivals ook meer op zouden moeten intappen, vindt van Terphoven.

“Lowlands biedt bijvoorbeeld enkel nog maar weekendtickets te koop aan – geen dagtickets – om dat saamhorigheidsgevoel te versterken. Het idee van: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dit maakt de soms lastige omstandigheden, zoals slecht weer, vermoeidheid, drukte of een dixi die niet helemaal schoon meer is, ook veel draaglijker. Omdat je onderdeel bent van iets. In dat opzicht zijn festivals haast een sacrale belevenis. Er zit een gevoel van oneindigheid in, wat wij als sterfelijken natuurlijk heel aantrekkelijk vinden.” Bovendien is het een veilige vorm van escapisme: na die paar dagen kan je de draad van je gewone leven gewoon weer oppikken. Als je tenminste nog op je benen kan staan.

Want in principe zou een mens, vanaf dat je je bewust bent van je onderrug, er beter niet meer voor kiezen om dagenlang verticaal door te brengen, overgeleverd aan de grillen van de weergoden, het afsluitdopje van een luchtmatras en de verantwoordelijke geluidstechnici. En toch. “En toch”, lacht Engelen. “Telkens ik huiswaarts keer na een meerdaagse, denk ik: dit doen we best niet meer. Telkens een affiche aangekondigd wordt, twijfel ik: we zijn hier eigenlijk te oud voor. Maar telkens de festivalzomer nadert, zeg ik: allee. Nog één keer. Ik denk eerlijk gezegd niet dat die drang ooit voorbij zal gaan en ik zie mezelf nog met mijn zoon op de wei staan. Je zegt wel dat festivalliefde niets genetisch is, maar ik hoop ze toch door te kunnen geven.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234