Donderdag 21/11/2019

Het Zesde Metaal

"We zijn allemaal sukkelaars en dat is schoon"

Beeld Joris Casaer

"Als alles goed gaat, waarover kan ik dan nog vertellen?" Wannes Cappelle, frontman van Het Zesde Metaal, had een probleem: hij was gelukkig. Nieuwe plaat 'Nie voe kinders' versmelt pijn met geestigheid. Iets wat hij ook doet in 'Wie zal ons redden?', een literaire voorstelling met Griet Op de Beeck.

Citaat uit de Krant van West-Vlaanderen van vrijdag 12 augustus 2005: "Wannes is een product van Studio Herman Teirlinck en zou graag een cd opnemen. Hij schrijft daarvoor nog een aantal nieuwe songs. En in het najaar wil hij uitpakken met een eigen cabaretprogramma. Ten slotte zegt theater hem ook wel iets."

Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. "Samen met Dries Helsen had ik aan de Studio een cabaretvoorstelling gemaakt", zegt hij. "Sketches en liedjes door elkaar. En toen we afstudeerden wilden we iets maken waarmee we echt vertrokken zouden zijn. Vier maanden lang hebben we er dag en nacht aan gewerkt. Maar het resultaat was een beetje mislukt. We wisten heel goed wat we niet wilden, maar niet zo goed wat we dan wel wilden. Door die voorstelling heb ik wel ingezien dat ik de dwang van de grap niet meer tof vond, en zo is Het Zesde Metaal ontstaan. Als zanger mocht ik grappig zijn, maar het moest niet meer per se."

Je eerste album, 'Akattemets', ­eindigde met een oerschreeuw: "Peis je nog aan mie?" Het tweede, 'Ploegsteert', met de kalme vaststelling: "Van nu voort zijn we met drie." 'Nie voe kinders' sluit af met het repetitieve "Ik ben blijven hangen." Trek zelf maar een conclusie.
Cappelle: "Eerst en vooral wil ik zeggen dat deze plaat weinig autobiografisch is. Als je moet wachten tot er in je leven genoeg interessante dingen gebeuren, maak je maar om de tien jaar een plaat, denk ik. Of toch in mijn geval. En het hoeft ook niet over jezelf te gaan om persoonlijk te zijn. De woorden die je kiest, het vertelperspectief, de opbouw, de frasering, dat maakt het allemaal persoonlijk. Dat heb ik nu pas beseft. Bij de meeste nummers van 'Nie voe kinders' kan ik dus niet goed zeggen wat ik ermee wil vertellen. Ik heb bij het laatste nummer, 'Zet mie af', niet het gevoel dat de tekst concreet over mij gaat. En toch voel ik er heel veel bij, laat dat duidelijk zijn."

Toen ik 'Dag zonder schoenen', de nieuwe single, voor het eerst hoorde, dacht ik: wannes is gelukkig. En meteen daarna: dju.
"(lacht) Ja, ik ben gelukkig. Ik heb gevonden met wie ik door het leven wil gaan, ik heb kinderen gekregen, noem maar op. Maar diezelfde angst heb ik ook gehad: als alles goed gaat, waarover kan ik dan nog vertellen? Gelukkig gaat het rondom mij niet altijd allemaal even goed en kan ik daarover zingen. (lacht) En zingen over dingen die goed gaan, is sowieso een uitdaging. Niets is moeilijker."

Twee jaar geleden, bij de release van 'Ploegsteert', heb ik je ook geïnterviewd. Toen zagen we elkaar na een solotry-out in de Beursschouwburg in Brussel, waar hoogstens veertig man aanwezig was. Nu is er 'Nie voe kinders' en sta je aan de vooravond van een literaire tournee langs twaalf zalen aan de zijde van Griet Op de Beeck, een van de meest succesvolle auteurs van het moment. Wanneer besefte je dat er iets veranderd was?
"Het moment dat alles op zijn plek leek te vallen, was 1 januari 2012. Ik had bij familie nieuwjaar gevierd en toen ik 's avonds thuiskwam, zag ik dat er in mijn mailbox een recensie van 'Ploegsteert' zat. Dat was eigenlijk niet de bedoeling, want de cd was nog niet uit. Maar die recensie was zo positief dat ik opeens moest huilen. Er was zo'n lange weg aan dat album voorafgegaan dat de ontlading ook even intens was."

Waar was de recensie verschenen?

"Op demening.be."

Dat ken ik niet.
"Ik toen eerlijk gezegd ook niet. Het is blijkbaar een soort blog met zeer uitgebreide recensies. Wie er ook achter die blog zit, zijn of haar recensie deed me beseffen dat het allemaal goed zou komen. De respons werd ook effectief alleen maar groter: de radio draaide de single, ik werd uitgenodigd door De laatste show, en sindsdien is het niet meer gestopt."

Beeld Joris Casaer

Met het succes komen ook de commerciële, artistieke en persoonlijke voorstellen. Wat is het vreemdste voorstel dat je de voorbije twee jaar hebt gekregen?
"Dat kwam van de brandweer van Wingene. Ze drongen al jaren aan bij het gemeentebestuur om een nieuwe brandweerwagen te kopen, maar ze kregen geen gehoor. Ze wilden het nu ludiek aanpakken door een aangepaste tekst op het lied 'Ploegsteert' te maken. Ik heb dat uiteraard niet gedaan, maar ik vond hun vraag, euh, apart."

Heb je hun versie van 'Ploegsteert' ooit gehoord?
"Nee. Of wacht, misschien wel. Ik ­herinner me dat ik hen het akkoordenschema van 'Ploegsteert' heb gegeven, zonder zang, en dat zij hun tekst hebben doorgestuurd. Ha, hier is het. 'Het was voor de pompiers dat we die dag in ons dorp zijn geboren. Lang voordat we de borst kregen, hadden we het al overwogen. Vlijtig een vuurtje stoken bij de buren. We zijn nog kind, we waren voor de gevaren nog wat blind.' (lacht) Geen idee of ze hun nieuwe brandweerwagen hebben gekregen."

In welke zin heeft de erkenning je leven gemakkelijker gemaakt?
"Ik zit niet meer om werk verlegen en ik kan kiezen wat ik wel en niet wil doen. Dat heeft een grote rust in mijn leven gebracht. Vóór 'Ploegsteert' voelde ik altijd de angst dat ik zou sterven en dat niemand zou gehoord hebben wat ik wou zeggen. Ik ben dus zeer dankbaar voor wat me is overkomen."

Die rust hoor je ook op 'Nie voe kinders'. Het lijkt alsof de liedjes er als vanzelf zijn uitgerold.
"Dat is ook zo. Deze plaat is in alle rust en vertrouwen gemaakt. Met 'Ploeg­steert' heb ik enorm geworsteld. Ik vroeg me voortdurend af of ik nog een plaat kon maken, of ik alles niet al had verteld. Maar ik heb me erdoor gesparteld en sindsdien weet ik dat het goed komt. Het is gewoon een kwestie van doen.

"Het verschil met vroeger zit in mijn ideeënschriftje. Ik had het ­vroeger altijd op zak en toen ik het eens verloren had, stortte mijn wereld in. Want ja, ik was al mijn ideeën kwijt. Voor 'Ploegsteert' heb ik al mijn mails opnieuw binnenstebuiten gekeerd, al mijn Worddocumenten, alle opnames op mijn computer. Nu ben ik gewoon van een wit blad begonnen. Ik zit niet meer te wachten tot me een idee te binnen schiet. Ik ga gewoon aan de slag."

En het ideeënschriftje?
"Ik heb er nog een, maar ik gebruik het vooral om er af en toe papier uit te scheuren. Het klinkt misschien raar, maar nummers schrijven gebeurt tegenwoordig een beetje tussen de soep en de patatten. Ik ben van alles aan het doen en wacht tot Robin (Aerts, de bassist van Het Zesde Metaal en producer van 'Ploegsteert', LD) op een dag vraagt om nog eens af te spreken. Dan bekijken we samen waarover we een liedje kunnen maken."

Beeld Joris Casaer

Wat zou Willem Vermandere van 'Nie voe kinders' vinden?
"(imiteert) 'Oei Wannes, met drums. Je mag dat niet doen. Jij moet de baas zijn.' (lacht) Ik snap wat Willem bedoelt als hij dat zegt. Je kan een nummer snel verkloten door het als singer-songwriter in de groep te smijten: een band kan het nummer in de weg staan of een nummer kan de band volledig verlammen. Het zou dus veel gemakkelijker zijn om de nummers te arrangeren op een klarinet en een akoestische gitaar. Maar ik vind het net de uitdaging om het muzikaal wat spannender te maken. En een band kan ook hard gaan, het kan pijn doen. Met een akoestische bezetting is dat minder evident."

Wat is de mooiste tekstregel op 'Nie voe kinders'?
"Uit 'Ip mijn knieën' vind ik deze echt goed: 'Mijn lief, zelfs ons bed is moe, ons kussen versleten.' Toen dat er uitkwam, dacht ik: we zijn vertrokken."

Welke platen liggen er momenteel in je auto?
"Ik heb altijd iets van Wilco mee. Op verloren momenten probeer ik weleens een nummer van hen naar het Nederlands te vertalen. Het lukt me nooit. Hun teksten zijn heel mooi, maar ook hermetisch. Daar heb ik veel van geleerd. Radiohead heb ik ook liggen, 'Hail to the Thief'. En Richard Hawley's 'Truelove's Gutter'. Van hem had ik eerst de verkeerde plaat gekocht, de laatste nieuwe, denk ik. Een compleet andere stijl dan zijn oudere albums. Ik had er niets mee."

Het zal mensen die Het Zesde Metaal willen leren kennen niet snel overkomen.
"Nee, ik denk niet dat deze plaat een schok zal zijn voor de fans. Maar dat wil niet zeggen dat ik mezelf in een hokje wil vastzetten. Ik heb al lang zin om eens iets helemaal anders te doen. In mijn kast liggen veel lichte dingen, dansbaar zelfs. Ooit zal ik ze uitbrengen, als ik wat meer tijd heb. Of als ik het gevoel heb dat ik mezelf te veel aan het herhalen ben."

Verplaats je eens in je grootste tegenstander. Wat is dan het beste argument dat je na 'Nie voe kinders' tegen jou zou gebruiken?
"Ik kan me voorstellen dat mensen het allemaal wat te serieus vinden. Of te negatief. Of te melancholiek. Ik hou enorm van melancholie en in mijn ogen is 'Dag zonder schoenen' een vrolijk nummer, maar ik kan me inbeelden dat andere mensen het depressieve muziek vinden. (lacht) Mijn zoontje van vijf verwoordde het onlangs grappig. Via Kapitein Winokio had hij Flip Kowlier leren kennen. 'Papa', zei hij, 'later wil ik coole liedjes maken, zoals Flip Kowlier. En niet mooie liedjes zoals jij.' Ik vond dat hij een punt had."

Je hebt een derde plaat uit, gaat op literaire tournee, schreef scenario's voor 'Bevergem', de nieuwe tv-reeks van Freddy De Vadder. Wat zit er in de dwarsdoorsnede van al die projecten?
"Ik weet dat zelf niet zo goed. Er zijn mensen die mij op dingen wijzen, maar het is een onbewust proces waar ik zelf nog het minst van al zicht op heb. Ik zou graag eens bij een psycholoog op de bank gaan liggen om te snappen waarom ik schrijf wat ik schrijf. Ik kan me inbeelden dat er mensen zijn die daar iets zinnigs over kunnen zeggen, en dat ik er zelf ook veel van zou kunnen bijleren.

"Er zijn een paar dingen die me ook opvallen. Het gebruik van het woord 'zuster', bijvoorbeeld. Dat komt geregeld terug. In drie of vier nummers zing ik over zusters."

Heb je een zus?
"Ik heb drie zussen. Maar ik heb ook niet het gevoel dat het over mijn eigen zussen gaat, al zal er onbewust wel iets zijn blijven hangen."

Het juryrapport van Theater Aan Zee, waar Het Zesde Metaal in 2005 laureaat Jonge Muziek was, had het over "eenvoud, ontroering, authenticiteit en eigenheid, in tekst en compositie." Het had zo uit een recensie van 'Nie voe kinders' kunnen komen.
"Het woord 'ontwapenend' zou ik daar nog aan willen toevoegen. Misschien is dat wel de kern van wat ik wil doen: mensen ontwapenen, door zelf ook de wapens en mijn schild af te werpen. We zijn allemaal sukkelaars en dat is schoon. Het is ook schoon hoe mensen dat proberen te verbergen en doen alsof ze alles onder controle hebben. Dat wil ik doen, denk ik: mezelf en andere mensen in hun hemd zetten. Op de voorstelling van Griet Op de Beecks laatste boek hield Pascale Platel een mooie speech. We zijn allemaal prutsers, dat was de teneur. Ik kan me daar wel in vinden. We zijn allemaal prutsers en dat is schoon en triestig tegelijk. Dat besef is ook wat Griet en mij bindt, denk ik. Haar personages zijn vaak prutsers en die van mij ook."

'Nie voe kinders' verschijnt maandag, via Unday Records. Het Zesde Metaal speelt op 12 februari in de AB. 'Wie zal ons redden?' (met Griet Op de Beeck) loopt nog tot 28 november.

Beeld Joris Casaer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234