Vrijdag 18/10/2019

Achtergrond

‘We overwonnen burenruzies, aardbevingen en kanker’: Mark Coenen schrijft boek over Italië en zichzelf

Looft nu allen de heer. Nonnen prijzen het eerste boek van Mark Coenen aan bij het bedevaartsoord van Loreto. Beeld Mark Coenen

‘Heb je echt een huis in Le Marche nodig om gelukkig te zijn? Natuurlijk niet. Maar het helpt wel een beetje.’ Mark Coenen wilde per se zijn Italiaanse verhaal vertellen in de vorm van een boek – Italië voor idioten – maar debuteren op je 61ste, hoe gaat dat?

Ik ben al heel mijn leven actief in de verkeerde sectoren: de media (op sterven na dood), het onderwijs (dramatisch laag niveau tegenwoordig) en nu dus de boekdrukkunst (hartstikke dood maar de patiënt weet het nog niet).

Er zijn onderhand meer mensen die boeken schrijven – zeggen zij die het kunnen weten – dan mensen die boeken lezen.

Toch volhard ik in de boosheid. Volgende week ligt mijn debuut in de betere en de slechtere boekhandel, maar ook, naar ik hoop, in elk tankstation en ziekenhuis, grootwarenhuis en buurtwinkel, pizzeria en trattoria.

Hoe is dat zover kunnen komen, en waarom?

Audiëntie

De redactie van het Radio 1-programma Touché bestaat, als ik me niet vergis, uit dezelfde dame die het ook presenteert: Friedl’ Lesage. Bij Friedl’ uitgenodigd worden staat ongeveer gelijk met een audiëntie bij koning Filip, dus ik was geheel verguld dat zij aan mij gedacht had.

Als voorbereiding op het interview van twee weken geleden vroeg ze me onder meer: “Wat houdt u op dit moment het meeste bezig?” Mijn antwoord: “De titel van mijn boek uitleggen aan de slechte verstaanders.”

Zeker in Italië kijken ze raar op als ik de titel vertaal: L’Italia per gli idioti klinkt heel agres­sief.

Als je op zoek gaat naar synoniemen, begrijp je dat helemaal. ‘Idioot’ (zelfstandig naamwoord): domkop, domoor, dwaas ei, gestoorde, krankzinnige, malloot, maniak, domkop, waaghals, waanzinnige, zonderling, zot, zakkenwasser en uilskuiken. Ik laat de ergste dan nog weg. Een compliment is het niet.

De auteur en zijn geheide bestseller. Beeld Mark Coenen

Gefrons en afkeuring zijn dan ook mijn deel, want iedereen in Italië en daarbuiten denkt dat de idioot in de titel hijzelf is, terwijl de idioot alleen de auteur betreft.

Ik hou nogal van alliteraties, ook. En de titels Italië voor infantielen en Italië voor illusionisten bekten net iets minder. (Mijn volgende boek gaat Duitsland voor Duitsers heten, trouwens).

Goed begonnen is half gewonnen, moet u maar denken. De kans dat een boek met ‘idioot’ in de titel opvalt, is groot. Groter dan wanneer we het boek Italië voor beginners vanuit het standpunt van een jonge vijftiger die een huis kocht in Le Marche en daar geen spijt van kreeg, met wat mopjes, ontroering, recepten en handige tips zouden hebben genoemd. Terwijl het dat een beetje is.

Een snelle marktanalyse leerde me dat ik het meeste kans op succes zou hebben als ik een grappige strip zou maken over koken, met wat uitweidingen richting meditatie en galblaas. Zonder gluten, dat spreekt.

De Bourgondiërs in stripvorm met een op Suske gelijkende Filips de Schone en als ondertitel ‘Wat aten ze en hoe zag hun stoelgang eruit’: ik zweer u dat het zou verkopen.

Mijn voorstel werd door de uitgeverij zelfs niet overwogen.

Debuteren op je eenenzestigste in de wondere wereld der boekdrukkunst, hoe gaat dat?

Geen idee. Altijd al een trage geweest en zeker als het over schrijven gaat. Mijn onervarenheid is een troef: ik ben in voor alles. Het is een beetje zoals Stevie Wonder die zegt, telkens wanneer hij de straat oversteekt: op hoop van zegen.

Maar ik ga er wel mijn stinkende best voor doen. Daarom sta ik vanaf volgende week volledig ter beschikking van u, geacht lezerspubliek. Organiseert u een opendeur in uw parenclub, een bingo in het gesticht, een karaoke voor de jeugdbeweging: ik ben aanwezig om de verkoop van het boek aan te zwengelen. Powerpoint kan, maar moet niet. Dansje is optioneel. Afrekenen graag in het zwart. Voor niets gaat alleen de zon op. Schrijven kan iedereen. Maar verkopen: ho maar!

De lancering van Italië voor idioten vervult mij ook met enige vrees en onzekerheid. Als je in een krant publiceert, ben je beschut en beschermd: zolang de krant het goed doet, doen de journalisten het goed. Lezersbrieven zijn zeldzaam en op Twitter kun je natte sokken en gesjeesde staatssecretarissen blokkeren. Een veilige cocon: dat is die column op pagina 2 en de Gebeten Hond op zaterdag.

Bij een boek is dat anders. Je staat alleen in de poolwind op een open grasvlakte met je naam op de cover en de hyena’s cirkelen algauw rond hun nieuwe prooi. Wat denkt dat manneke wel! Jarenlange vetes worden opgepoetst of uitgevonden, drog- en andere redenen gezocht, het synoniemenwoordenboek opengeslagen bij de grootste scheldwoorden. Glaasje azijn van een goed jaar erbij.

Grapje hè mannen!

Ik heb ze niet geteld, maar ik schat dat er in september een paar honderd boeken ongeveer tegelijkertijd uitkomen. Waarvan maar een beperkt aantal de publicatiestorm overleeft. De rest is voor de ramsj of voor op zolder bij de auteur, die ze voor een prijsje mag inkopen.

Fans op het terras van Da Priori, het beste restaurant van de streek. Beeld Mark Coenen

Het lijkt op dwergslingeren, waarin men tracht in velcro verpakte medemensen met alle macht tegen een muur te smijten, in de hoop dat ze blijven plakken.

De grootste successen van de laatste jaren zijn de kook- en BV-boeken: genres die bedoeld zijn voor mensen die allicht sneller een cote à l’os met bearnaisesaus van Jeroen Meus dan een boek tot zich zullen nemen.

Uitgeverijen voor mensen die niet lezen, hebben het meeste succes, vertelde ooit een uitgever van een literaire uitgeverij mij wat jaloers, maar ik begreep wat hij bedoelt: in boekenland zorgt dat publiek voor de omzet en niet de schijnbaar steeds schaarser wordende literaire fijnproever.

Wie de top 10-lijsten van boek.be bekijkt, weet dat de bestseller­auteurs, in tegenstelling tot bij het veldrijden, geen Vlamingen zijn: het merendeel van de toppers in de afdeling fictie en literaire non-fictie zijn immigranten – op de onverwoestbare Pieter Aspe na.

Vijfsterrenbespreking

In dat soort van lijsten raken is voor een debutant in september een huzarenstuk. Toch zijn er in recente tijden auteurs die sneller dan een Ferrari Testarossa van nul naar honderd zijn gegaan. Of van plaats 100 naar nummer 1. Laatste in de rij was de wonderlijke Lize Spit, die van haar debuutroman Het smelt uit 2016 een paar honderdduizend exemplaren verkocht.

Niet alleen schreef ze een boek dat mensen raakte en over de tongen ging, ze kreeg in dezelfde week twee keer een vijfsterrenbespreking, in De Standaard en De Morgen, en was daardoor meteen gelanceerd. Hoe meer sterren je krijgt, hoe groter de kans op succes.

Ook televisie zet een turbo op de verkoop. Voor de kookboekenmarkt is dat duidelijk. Als er tegen de boekenbeurs trouwens geen boek van Loïc, de nieuwe kookheld van VTM, in de winkels ligt, dan vreet ik mijn hoed op (met een zelfgemaakte bearnaisesaus van Jeroen Meus).

Om een zitje bij Van Gils & gasten vroeger, of Vandaag (nu op Eén), wordt nog net niet gevochten, om van De wereld draait door nog niet te spreken. Vele Vlaamse literaire bestsellers kregen daar een kick­start – getuige Griet Op de Beeck. Haar ontwapenende, telegenieke optredens bij DWDD hielp om van haar tweede roman Kom hier dat ik u kus een mega­seller te maken.

Langzaam telt de oude boer zijn kloten, bij Porto San Giorgio. Beeld Mark Coenen

Het publiek lustte wel pap van haar positieve energie en persoonlijke verhaal. De recensenten niet. Ook dat is dikwijls zo: recensenten willen oordelen over het boek, en niet over de mediagenieke uitstraling van de schrijver.

Je moet, als succes­auteur, toch serieus tegen een stoot kunnen.

Samengevat: als je geen bestseller voortbrengt, verdient het weinig, word je door de mangel gehaald door de kritiek en uitgelachen op straat. Waarom schrijven zoveel mensen dan een boek? Behalve dat ze beschikken over een groot ego en een aanleg tot zelfoverschatting?

Zoveel redenen zijn er als er schrijvers zijn. Misschien willen mensen die boeken schrijven als een soort Klein Duimpje een spoor nalaten. Misschien willen ze hun eigen verhaal vertellen, hun eigen herinneringen toevoegen aan al die herinneringen die samen ‘geschiedenis’ heten, als een dijk tegen de tijd, een stormwering tegen de niet-aflatende orkaan van het grote vergeten. Iemand moet het toch allemaal opschrijven?

Burenruzies

Mijn boek is een lappendeken van verhalen en anekdotes en herinneringen die samen één verhaal vormen: dat van mij en van mijn geliefden, die op de terugreis van een memorabele vakantie in Le Marche dachten dat het een goed idee zou zijn om daar ook een huis te kopen.

Wat ook zo bleek te zijn. Na tien jaar kijken we ons nog steeds de ogen uit: achter elke bocht ligt weer een nieuw vergezicht dat nog mooier is dan het vorige, elk seizoen heeft zijn eigen geuren en kleuren.

We overwonnen burenruzies, aardbevingen en kanker en leerden veel over onszelf. Dat Vlamingen, ook in den vreemde, een talent hebben om te bemiddelen, bijvoorbeeld. Wij wonen tussen Italianen en Engelse expats, twee koppige volkeren die in ons dorp hun koppigste exemplaren hebben geposteerd. Daartussen laveren wij, als een miniversie van de Verenigde Naties, om beide volkeren met elkaar te verzoenen. Dat kost veel overtuigingskracht en nog meer wijn, maar het gaat. Veel van de conflicten zijn dan ook gebaseerd op misverstanden en slechte communicatie. We leerden dat een doos Godiva dan al veel kan helpen. Ook een glaasje Duvel wil er dan wel in blijven.

Duozit in Montelparo. Beeld Mark Coenen

We zagen ook de vernietigende kracht van de natuur, die ons idyllische Le Marche bij de aardbeving van 2016 in dertig seconden omtoverde tot een rampgebied. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar, maar de mensen zijn taai en maken van de gelegenheid gebruik om eindelijk eens grondig te verbouwen – als de verzekering over de brug komt, tenminste.

Ondertussen deelden boer Beppe en ik naast een afkeer van leugenachtige politici ook dezelfde kanker, waarvan we beiden gelukkig voorspoedig hersteld zijn. (Hout vasthouden.) Als we elkaar zien, roepen we al van ver: “Due amici, zero prostate!” Ik denk dat ik dat niet moet vertalen. Maar als wij ermee kunnen lachen, mag iedereen ermee lachen. Kanker schept een band, ook in Italië.

We waren in San Venanzo in het begin even vreemd als een gevluchte Soedanees in Brussel.

Al is er natuurlijk een zee van verschil tussen een vluchteling en een expat. Je kunt er wel iets aan doen: vriendelijk lachen, de taal leren en proberen de rare gewoontes die iedereen heeft op zijn minst te begrijpen, zonder ze daarom meteen goed te keuren.

Zodra het ijs gebroken is, komt er snel warmte. Wij pasten ons aan aan hen, zij aan ons: dat liep niet altijd van een leien dakje, maar het was ook nooit echt moeilijk. Alleen toen we hun vertelden dat we geen vlees meer aten, vroegen ze zich hardop af of we ze niet alle vijf meer op een rij hadden. Mensen die in de winter zo ongeveer overleven op everzwijnenvlees, op 61 wijzen bereid, kunnen daar niet mee lachen.

De volgende keer kookte Cecilia echter moeiteloos de heerlijkste cucina povera senza carne. Net zo makkelijk. En net zo lekker.

En wij houden ons in als onze vrienden weer over de paus beginnen. Zeker nu die rare Duitser weg is, zijn ze weer hevig fan. Wij rollen dan wel eens met onze ogen, maar nooit als onze Italiaanse vrienden het zien. Zij rollen de hele tijd met hun ogen als ze ons zien. Die rare Belgen. Typisch Italiaans: hart op de tong, hard maar eerlijk. En achteraf even goede vrienden.

Ik schreef het boek ook als een reactie op dat rare identiteitsdenken, dat plots het leitmotiv is van een generatie bange politici, die bij gebrek aan persoonlijkheid hopeloos op zoek zijn naar iets om zich in het steeds donker wordende Avondland aan vast te klampen.

Terwijl er zoveel meer gelijkenissen dan verschillen zijn. Veertienhonderdzevenenzestig kilometer van ons huis in Vlaanderen zijn de mensen in Italië met dezelfde dingen bezig als wij. Al spreken ze een andere taal en leven ze een ander leven, wat zij willen is wat wij willen en wat iedereen wil: geluk, gezondheid, rechtvaardigheid. Goed leven zonder elkaar de duvel aan te doen. Want waar je ook vandaan komt, we gaan uiteindelijk allemaal dezelfde richting uit.

Driegeslacht: Vincenzo, kleinzoon Antony en capo di capi Beppe Barchetta. Beeld Mark Coenen

De mechanismen om dat tegen te werken zijn in Italië net dezelfde en net zo efficiënt en perfide als in Vlaanderen: wantrouwen tegen ‘de ander’ en ‘het vreemde’; angst voor mensen met kleur; jaloezie en achterdocht, verdrinkend in vooroordelen die aangepraat en doorgegeven zijn. Voeg daar nog een scheut religieus favoritisme bij – mijn God is beter dan de uwe – en het spel zit op de wagen.

Of je nu Marokkaan bent in Antwerpen, Palestijn in Israël of Vlaming in Italië, de aard – niet de impact – van de reacties is dikwijls dezelfde. ‘Wat komt ge hier zoeken? Wie denkt ge wel dat ge zijt?’ Het probleem met identiteit als politiek leidmotief is dat het niet verenigt, maar scheidt. Identiteit is dan een constructie die gebruikt wordt om het eigen gelijk te bewijzen, dikwijls aan de hand van een zeer eigen en daardoor oneigenlijke interpretatie van de geschiedenis.

Voeg daar haatpraat en hondenfluitjes aan toe, en je hebt een cocktail die in sommige kringen wel heel graag gedronken wordt.

Salvini is overal: aan de stranden van de Adriatische kust maar ook bij de nieuwjaarsduik in het meer van Rotselaar.

Wasmachine

Tien jaar in den vreemde geeft ook de ervaring een mooi patina en verwijdert de ingebeelde romantische blink die je er onvermijdelijk overheen legt voor je eraan begint. Wie ongelukkig is in Vlaanderen, zal dat ook in Le Marche zijn. Een wasmachine die lekt in Italië, lekt even hard als een wasmachine bij ons.

Buren die om welke akkefietjes dan ook niet met elkaar spreken: lijst op eenvoudig verzoek. Vakmensen die zeggen dat ze iets van loodgieterij weten maar eigenlijk gewiekste oplichters zijn: welzeker. Eenvoudige mensen die je wantrouwig aankijken bij het eerste bezoek maar snel echte vrienden worden: ook, gelukkig.

Het is geen verrassing, maar een geruststelling: mensen zijn overal mensen, de verschillen zijn klein en worden alleen uitvergroot door degenen die ze willen uitbuiten.

Het boek geeft ook een antwoord of je nu echt een huis in den vreemde nodig hebt om gelukkig te worden.

De vraag stellen was ze beantwoorden: natuurlijk niet. Maar het helpt een beetje. Het is een plek waar we graag zijn en graag naartoe komen. Waar de zomers langer duren en de herfst van goud is. Waar vrienden wonen die de ramen komen sluiten als de storm ze heeft opengeblazen.

Waar vrienden uit Vlaanderen graag naartoe komen. Waar je op het terras van Paolo van ons huisrestaurant Vecchi Sapori voor zes euro de hemel proeft in een pizza margherita.

Waar we drinken van onze eigen flutwijn en die heel lekker vinden.

Waar we in november met onze vrienden van de hele familie Barchetta aanschuiven aan het feestmaal voor de doden.

Waar we gaan peddelen op het Lago di San Ruffino en gaan picknicken aan het Lago di Fiastra.

Waar we de lekkerste vongole gaan eten op het strand van Porto San Giorgio.

Waar we meezingen met de Italiaanse pop­muziek op Radio Subasio.

Waar we ons nog altijd in de arm moeten knijpen om te geloven dat dat allemaal van ons is.

Meer is het niet. Maar zeker ook niet minder.

Mark Coenen, Italië voor idioten, Standaard Uitgeverij / Manteau, 224 p., 21,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234