Dinsdag 17/09/2019

Dieren in beeld

‘We kijken allemaal met grote ogen naar documentaires uit verre buitenlanden, maar vergeten dat er in de buurt ook prachtige dingen te zien zijn’

Vanuit zijn schuiltent probeert Pim Niesten een familie vossen op beeld vast te leggen. Beeld Illias Teirlinck

Pim Niesten filmde coyotes in de woestijn, wolven in Ethiopië en poema’s in de Grand Canyon. Maar tegenwoordig kampeert hij in eigen land. De komende twee jaar werkt hij aan Onze natuur, een groots opgezette natuurdocumentaire die in zeven afleveringen wil laten zien hoe mooi de Belgische natuur is. ‘We kijken allemaal met grote ogen naar documentaires uit verre buitenlanden, maar vergeten dat er dichter in de buurt ook prachtige dingen te zien zijn.’

Halfzes ’s morgens. Nationaal Park Hoge Kempen. Mijn rechterbeen wordt stilaan gevoelloos. De schuld van de ongemakkelijke positie waarin ik nu al een half uur zit. Ik probeer mijn been te strekken in de hoop de bloedtoevoer te normaliseren, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan wanneer je met twee andere mannen een minuscuul tentje van amper een paar vierkante meter moet delen. Bovendien moet die position switch in absolute stilte gebeuren. Kwestie van de dieren in de buurt niet af te schrikken. Het tentje waarin de fotograaf, Pim en ik ons een half uur geleden naar binnen hebben gewurmd, is een schuiltent in camouflagekleuren, afgewerkt met een laagje takken en bladeren. Het ding staat al een paar weken opgesteld in de buurt van een vossenburcht waar vader en moeder vos proberen een nest jongen groot te brengen. Een tafereel dat mooi beeldmateriaal op zou moeten leveren. Als de vossen tenminste een beetje mee willen werken. 

Het schuiltentje waarin we ons met drie man tevergeefs voor de vossenfamilie proberen te verschuilen. Beeld Illias Teirlinck

Pim Niesten, de man die ons naar het Nationaal Park Hoge Kempen meetroonde, had ons gewaarschuwd. “Mij een dag volgen? Geen probleem. Maar hou er rekening mee dat je vroeg op zal moeten staan, lang zal moeten wachten en dat er geen enkele garantie is op succes.” Dat vroeg opstaan blijkt alvast niet gelogen. Afspraak om 4.45 uur in Maasmechelen, mailt Niesten me de avond voor onze afspraak. En ook wat dat wachten betreft houdt hij woord. We zitten ondertussen al een paar uur in de veel te krappe tent. Terwijl ook mijn andere been verkrampt, blijft Niesten onverstoorbaar zitten. Met de gigantische lens die hij op zijn camera heeft gemonteerd, zoomt hij in op de plekken waar hij tijdens voorbije draaidagen beweging zag. Dat hij houdt van de rust en de stilte in zo’n schuiltent, vertelt hij. “Ik zit het liefst alleen in mijn tent. Dan hoef ik met niemand rekening te houden en kan ik zo lang blijven zitten als ik zelf wil.” 

Exotische dieren

Wachten heeft Niesten al wel vaker gedaan. De voorbije dertien jaar reisde hij als cameraman de wereld rond. Hij draaide beelden voor National Geographic en sleepte twee Emmy-nominaties in de wacht voor de documentaire Wild Nieuw-Zeeland, die hij in opdracht van de BBC draaide. Daarmee is hij met voorsprong ’s lands meest gereputeerde natuurdocumentairemaker. Logisch dus dat ze bij productiehuis Hotel Hungaria bij hem terechtkwamen toen ze plannen maakten voor Onze natuur

Drie jaar lang mag Niesten nu het land rondtrekken. Dat moet aan het einde van de rit genoeg beeldmateriaal opleveren voor een documentairereeks van zeven afleveringen die de troeven van onze binnenlandse natuur in de verf zet. 

“Normaal moest ik nu op de Galapagos-eilanden zitten”, vertelt Niesten. “Maar voor dit project heb ik al mijn buitenlandse opdrachten on hold gezet. Ik vind het fantastisch dat er eindelijk iets met de Belgische natuur wordt gedaan. We kijken allemaal met grote ogen naar de documentaires die in verre buitenlanden worden gedraaid, maar ondertussen vergeten we dat er veel dichter in de buurt ook prachtige dingen te zien zijn.” 

Bijkomend voordeel van werken dicht bij huis: de twee jonge dochters van Niesten krijgen tegenwoordig hun papa wat vaker te zien. “Al is dat even wennen. Wanneer ik vroeger een maand in het buitenland zat, was ik daarna een maand thuis. Dat was duidelijk. Nu is mijn draaischema minder voorspelbaar.” 

Of hij dan als cameraman zelf niet liever wat exotischer dieren voor de lens heeft staan dan de exemplaren die je in het Nationaal Park Hoge Kempen aantreft, willen we weten. “Een leeuw of een vos, eigenlijk maakt dat amper verschil”, reageert Niesten. “Misschien geeft die laatste zelfs nog meer voldoening.” 

Hij vertelt dat sommige van zijn buitenlandse collega’s zijn missie om Belgische dieren op beeld te zetten gekkenwerk vinden. “En misschien hebben ze wel een beetje gelijk. Op Antarctica of de Galapagos-eilanden is het veel makkelijker werken. Het enige probleem is er raken, maar eens je er bent, komen de dieren zich voor de lens van je camera verdringen. Op Antarctica kun je te midden van een pinguïnkolonie gaan staan. En als je naar de volgende ijsschots vaart, vind je walrussen bij hopen. Dan is dat in België wel anders.” 

Door de hoge bevolkingsdruk zijn de echt wilde dieren zoals edelherten of vossen heel schuw geworden. “En ze zijn veel slimmer dan we denken. Ze zien, horen en ruiken alles.” 

Om de oeverzwaluwen niet af te schrikken, trekt Niesten vlak bij hun nesten een schuiltent op. Beeld Illias Teirlinck

Blik kattenvoer

Blijkbaar ruiken ze ook dat er op een paar tientallen meter van hun hol drie mannen in een veel te kleine tent zitten te zweten. Want ook na vier uur wachten is er van de vos nog steeds geen spoor. Veel beeldmateriaal zal deze dag sowieso niet meer opleveren. Dat we zo vroeg moesten opstaan, heeft immers niet alleen met de ochtendlijke activiteiten van de vos te maken. Het is ook een kwestie van belichting. ’s Morgens en ’s avonds is het licht veel zachter, wat mooiere beelden oplevert. Overdag, wanneer de zon op haar hoogste punt staat, is het contrast tussen licht en donker veel te groot. “Vroeger had ik daar veel minder oog voor”, vertelt Niesten. “Dan trok ik naar Afrika en filmde ik de hele dag door. Om dan achteraf te merken dat de helft van dat beeldmateriaal onbruikbaar was. Nu wil ik alleen maar mooie beelden draaien. Liever geen beelden dan lelijke beelden van een vos.” 

Mooi en puur. Dat is waar Niesten voor gaat. Ook daarom heeft hij een hekel aan de zogenaamde trucs van het vak. “Toen ik een collega vertelde dat ik vossen zou gaan filmen, had hij een gouden tip: ‘Neem altijd een blik kattenvoer mee. Na verloop van tijd komen de vossen zo op je af gelopen.’ Maar dat soort dingen doe ik niet. Ik wil het natuurlijke gedrag van die beesten vastleggen. Niet een of ander kunstje dat ze opvoeren in ruil voor eten.” 

Al is die strikte filosofie niet altijd naar de zin van de opdrachtgever. “Voor National Geographic was ik aan de slag in de Grand Canyon. Bedoeling was om daar beelden te maken van poema’s die vanop de flanken van de Canyon de schapen beneden aanvielen. Maar na een week was er nog geen poema in beeld verschenen. Daarop kwam de productie met het idee aanzetten om een tamme poema over te vliegen. Ik heb geweigerd. Als ze dat plan wilden doorvoeren, moesten ze ook maar meteen een nieuwe cameraman invliegen.”

In de gracht

Ook bij het maken van Onze natuur  was het in het begin wat zoeken naar de optimale verstandhouding met de opdrachtgevers. Een natuurdocumentaire is een heel specifiek genre, legt Niesten uit. Voor een productiehuis als Hotel Hungaria, dat normaal programma’s als Dagelijkse kost en Goed volk maakt, is het even wennen aan het tempo. 

“Ik ben onlangs naar de Ardennen getrokken om everzwijnen te filmen. Maar die beesten hebben zich een week lang niet laten zien. Toen ik dat aan het productiehuis liet weten, merkte ik toch enige nervositeit. (lacht) Terwijl dat soort dingen er nu eenmaal bijhoren. Ik heb ondertussen geleerd me daar niet meer druk in te maken.” 

Het budget dat voor Onze natuur is uitgetrokken, is ongeveer hetzelfde als voor de betere fictiereeks. Maar omdat de ploeg die aan het programma werkt een stuk kleiner is dan bij zo’n fictiereeks, kun je met hetzelfde budget een stuk langer draaien. Wat niet betekent dat er helemaal geen tijdsdruk is. “Ook al hebben we nog twee jaar te gaan, ik weet nu al dat het krap wordt om alles wat we op de planning hebben staan ook effectief te filmen.” 

Pim Niesten inspecteert de vossenburcht waar hij eerder een vossenfamilie filmde. Beeld Illias Teirlinck

Natuurschoon registreren zou je in het geval van Niesten een roeping kunnen noemen. “Ik was als kind gefascineerd door de natuur. Dat is bij wel meer kinderen het geval waarschijnlijk, maar bij mij is het nooit overgegaan.” Met het oog op een carrière als natuurdocumentairemaker ging hij eerst biologie studeren. Zodra dat diploma op zak stak, stapte hij over naar de filmschool. “Ik heb in totaal acht jaar gestudeerd. Best lang, maar ik heb geen spijt van die keuze. Dat ik bioloog van opleiding ben, opent veel deuren. Ook voor dit project. Ik werk voor Onze natuur nauw samen met de boswachters van de verschillende domeinen. Die weten perfect waar welke dieren het vaakst te zien zijn. Maar ze geven natuurlijk niet zomaar gelijk wie carte blanche om in hun gebied aan de slag te gaan. Dan helpt het als ze merken dat ik weet waarover ik praat.” 

Dat de fascinatie voor de natuur er bij Niesten nog steeds diep inzit, merken we wanneer hij tegen tienen beslist om er de brui aan te geven wat vossen spotten betreft. Terwijl ik nog volop mijn stramme spieren aan het stretchen ben, heeft hij al een door diezelfde vossen geplukte vogel, een spechtennest en een paar hoornaars gespot. “Pim kijkt constant rond”, zal zijn assistent Yannis later vertellen. “Ook achter het stuur trouwens. In het Zwin zijn we ooit bijna in de gracht beland omdat  Pim ergens in de graskant een of andere vogel had gezien. Sindsdien ben ik chauffeur van dienst.” 

In de hoop toch nog wat te zien te krijgen, zetten we koers naar een paar vlakbij gelegen grindputten. Daar heeft een kolonie oeverzwaluwen van de menselijke graafwerken gebruikgemaakt om in de oever van een van de putten holen te graven. In tegenstelling tot de vossen zijn de zwaluwen wel op de afspraak. Althans zo lijkt het. Tot we dichterbij komen. Waar er daarnet nog tientallen vogels door de lucht schoten, zijn die ineens allemaal verdwenen. Niesten kijkt er niet van op. “Toen ik hier gisteren was, gebeurde net hetzelfde.” 

Daarom werd uit voorzorg ook aan de putten een schuiltent geplaatst. Niesten weet wat hem te doen staat. In de tent gaan zitten en wachten. Wachten tot de rust en daarmee ook de zwaluwen terugkeren. En gebeurt dat niet, dan is dat ook geen ramp. “Dat is het voordeel van mijn job. Lukt het op het einde van de dag niet, dan is het de schuld van de natuur.” 

Onze natuur is in het voorjaar van 2022 op Canvas te zien.

De voortgang van het project is te volgen op onzenatuur.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234