Woensdag 23/10/2019

Muziek

“We houden van muziek omdat we graag de toekomst voorspellen”

Deense prof en jazzmuzikant Peter Vuust van de Aarhus University & Royal Academy of Music. Beeld Bob Van Mol

Luisteren naar muziek is niet zomaar een passief proces, weet de Deense professor en jazzmuzikant Peter Vuust. In zijn Center for Music in the Brain onderzoekt hij samen met veertig andere specialisten de processen die schuilgaan achter onze liefde voor muziek. Ze ontdekten dat alles neerkomt op ons vermogen tot het voorspellen van de toekomst, en de kick die een juiste voorspelling teweegbrengt.

Peter Vuust fluit een deuntje in zijn Leuvense hotelkamer. Het is een trucje dat hij regelmatig uithaalt tijdens zijn Why Do We Have Music?-lezing. Publieksparticipatie is zijn ding. Hij is dan ook niet gewoon professor, maar evenzeer jazzmuzikant, met zes eigen platen op zijn cv. Maar net voor de laatste noot van zijn riedeltje eraan komt, stopt de professor met fluiten.

“Op dit eigenste moment speel ik een spelletje met jouw brein”, vertelt hij. “Er gebeurt bij jou hetzelfde als bij een aap wanneer hij denkt dat hij een lekker sapje gaat krijgen. Wanneer je met een lichtje flikkert telkens voor hij iets lekkers krijgt, gaan zijn dopaminelevels al pieken bij het zien van dat lichtje. En dat proces gebeurt nu ook in jouw hoofd, omdat jouw ervaringen zeggen: via deze noten werken we naar de grondnoot toe. Maar die geef ik je niet. Ongemakkelijk, hé?”

Muziek is dus als het ware leuk voor de mens omdat het voortdurend een Pavlov-reactie veroorzaakt. Door ons talent voor patroonherkenning hebben we bepaalde verwachtingen over de vorderingen of ‘progressies’ in de muziek, waardoor de dopamine in onze hersenen in werking treedt.

“In essentie is het dat wat we doen bij alle spelletjes: net als bij schaken of zelfs bij het opbouwen van een conversatie maak je berekeningen over een mogelijke uitkomst. Het neurohormoon dopamine speelt een belangrijke rol in voorspellingen maken over de toekomst, en het is daarom ook essentieel voor ons overleven: als we geen voorspellingen zouden kunnen doen, kunnen we ook niet veilig de straat oversteken.”

In 2014 kreeg de muzikant én wiskundige een riante beurs voor het opstarten van het Deense ‘Center for Music in the Brain’, waar hij en een team van veertig onderzoekers de hersenactiviteit van professionele muzikanten en amateurs onder invloed van muziek onderzoeken. Wanneer muziek de juiste balans kent tussen volledig onvoorspelbaar en volledig voorspelbaar – ergens tussen free-jazz en een droge beat in, dus – kunnen we de basis leggen voor menselijke verbindingen in een concertzaal of tijdens samenzang. En daarbij treedt nog een ander neurohormoon in werking: het ‘liefdeshormoon’ oxytocine. Dat helpt ons om op te gaan in een groep of, zoals Vuust het stelt, te ‘synchroniseren’.

“Oxytocine is de neurotransmitter die ons een gevoel van verbinding geeft”, vertelt Vuust. “Het is de stof die ervoor zorgt dat de melk door een moederborst begint te stromen, en die een belangrijke rol speelt bij de geboorte van een kind, maar ook bij seksuele betrekkingen. Wanneer mensen hetzelfde ritme aanhouden, gaan ze elkaar automatisch leuker vinden – dwing twee mensen in een schommelstoel om tegen elkaars ritme in te bewegen, en ze zullen elkaar achteraf ook als onsympathiek bestempelen. Hetzelfde geldt in de omgekeerde richting: wanneer we oxytocine toedienen, gaat het synchronisatieproces in de eerste plaats ook gemakkelijker.”

Beeld Bob Van Mol

Daarom stelt Vuust dat het bevorderen van sociale cohesie de belangrijkste reden is voor het beoefenen en beluisteren van muziek. Toch is zijn eigen luister- en speelgedrag vooral solitair. “Ik weet nog goed wanneer ik de eerste keer dacht: dit leven wil ik spenderen aan muziek”, vertelt hij. “Het was het moment waarop mijn buurmeisje de koptelefoon over mijn oorschelpen schoof en ik voor de eerste keer ‘Venus and Mars’ van Paul McCartney hoorde. Een heel schooljaar lang sloeg ik de lunch in de schoolcafetaria over om op m’n eentje thuis naar die plaat te gaan luisteren. Eigenlijk zijn muzikanten vooral individualisten: ze willen en moeten goed zijn in het bespelen van hun instrument. Als ik iets graag doe, wil ik er volledig in kunnen opgaan. En die concentratie verdraagt geen prikkels van de buitenwereld.” 

Toch beleeft ook hij op het podium of in de studio aan den lijve dat muziek een narratief is: zij het een monoloog, of een conversatie. Het was de gedachte die Vuust aanzette tot zijn eerste onderzoek: hoe kunnen we bewijzen dat muziek eigenlijk een taal is? Dat deden ze door te bewijzen dat onze linkerhersenhelft sterker reageert op muziek dan de rechter.

Soms heb ik bijvoorbeeld het gevoel dat een drummer tegen mij praat, terwijl hij me enkel iets duidelijk maakt via zijn trommels”, vertelt Vuust. “En zo’n twee keer per jaar – niet meer – krijg je het gevoel op het podium dat alles vanzelf gaat. Alsof het klikt, en de conversatie er gewoon is. Daarom wilde ik het onderzoeken: muziek moest sterke overeenkomsten hebben met taal. Maar ik ontdekte dat enkel bij professionele muzikanten vooral de linkerhersenhelft oplicht wanneer ze muziek beluisterden, én ze reageerden trouwens ook heftiger op bepaalde geluiden in de muziek”, verklaart Vuust. “Maar dat is normaal: wanneer je intens geoefend bent, kan je pas de details ervaren, en begrijpen wat er wordt gezegd.”

Beeld Bob Van Mol

Vuust kan wel uitleggen waarvoor we muziek gebruiken en wat ons juist dat fijne gevoel geeft, maar waar muziek vandaan komt, is ook voor hem nog steeds een raadsel. “Al van in de baarmoeder reageren kinderen anders op muziek dan op taal”, zegt hij met een verbaasde blik. “We weten simpelweg niet waar het juist begon: de universele aspecten doen ons vermoeden dat we muziek altijd hebben gehad. Het enige dat we kunnen bedenken, is dat het ons de mogelijkheid geeft om emoties uit te drukken waarvoor onze taal tekortschiet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234