Donderdag 24/09/2020

InterviewNicci French

‘We hebben vrouwen ontmoet die hun man hebben verlaten nadat ze ons boek hadden gelezen’

Beeld Jorgen Caris

Waar was u in de nacht van 8 op 9 juni? En hebt u een alibi? Ik las toen In hechtenis, het nieuwe boek van Nicci French, de fictieve vrouw die bestaat uit twee gelijke delen schrijvers van vlees en bloed: Nicci Gerrard (62) en Sean French (61). Niet alleen hebben ze samen vijfentwintig thrillers geschreven, ze zijn ook al dertig jaar getrouwd. ‘We hebben al vaak over overspel en ontrouw geschreven, en telkens besefte ik dat het echt niets voor mij is.’ Not guilty!

Critici brengen hun boeken onder in het genre van de psychologische thrillers, maar ik lees hun werk eerder als romans waarin toevallig een moord of twee wordt gepleegd. Hun boeken zijn spannend en menselijk – na het lezen van hun Frieda Klein-cyclus heb je het gevoel dat de psychologe die detective speelt, mee aanschuift aan de ontbijttafel, en dat de psychopaat Dean Reeve weleens dichterbij zou kunnen zijn dan je zou willen. Nicci Gerrard en Sean French kunnen schrijven, punt uit. Ik bel hen in het huis in Engeland waar ze met hun kinderen de quarantaine hebben uitgezweet.

Heeft de coronaquarantaine jullie schrijversinstinct geprikkeld?

Nicci Gerrard: “Neen! We hebben meteen gezworen dat we géén coronaroman zouden schrijven. Dat zou voorspelbaar zijn, en het thema zal snel verouderen. Maar tegelijk hebben we verbijsterd vastgesteld dat In hechtenis, dat al af was vóór de eerste berichten over het virus ons bereikten, in feite onze coronaroman is. Het hoofdpersonage, Tabitha, zit in de gevangenis en is verplicht om vanuit haar cel, in afzondering dus, haar onschuld te bewijzen. Bovendien is ze onzeker en onpopulair en valt ze ten prooi aan depressies: het is een driedubbel isolement. En ondertussen kan de moordenaar zijn sporen uitwissen en de politie op een dwaalspoor brengen.”

In de schuur van Tabitha wordt het bebloede lijk van een dorpsgenoot gevonden. Ze besluit geen advocaat in te huren maar zichzelf te verdedigen. Zijn er echt mensen die dat doen? Het lijkt me een ongelijke, tot mislukken gedoemde strijd.

Sean French: “Ooit deden alleen heel naïeve of megalomane beklaagden dat, nu zijn het vaak arme mensen: de voorbije jaren heeft de Britse overheid zwaar bezuinigd op de gratis gerechtelijke bijstand. We hebben overwogen om aan het einde van ons boek een waarschuwing af te drukken: ‘Doe het vooral níét, jezelf verdedigen is gedoemd te mislukken!’ Wat ons vooral verontrust, is de trend die vanuit de VS naar Europa overwaait, waarbij de openbare aanklager mensen die mogelijk onschuldig zijn aanmaant om schuldig te pleiten. Zo bespaart de staat zich een duur proces en zit de onschuldige weliswaar een onverdiende celstraf uit, maar die zal minder zwaar zijn dan wanneer hij of zij het proces verliest. Da’s geen rechtszaak meer, maar een ruilhandel of, in sommige gevallen, regelrechte chantage en intimidatie.”

Uit In hechtenis onthou ik regel nummer één in de gevangenis: vertel niemand waarvoor je bent veroordeeld. Waarom niet?

French: “Omdat het de rehabilitatie in de weg zit, omdat je het risico loopt dat iemand wraak neemt en omdat er in de gevangenis een dubieuze hiërarchie bestaat. Verkrachters redeneren snel: ‘Ik ben tenminste geen moordenaar.’ En het is geen toeval dat pedofiele moordenaars vaak voor hun eigen veiligheid apart opgesloten worden, want alle andere gevangenen kijken neer op hen.”

Gerrard: “Tijdens onze bezoeken aan gevangenissen viel ons vooral het grote aantal arme mensen op. Hoe groter de armoede, hoe groter de kans dat iemand op het slechte pad belandt. Toen we onverwacht op een gevangene stuitten die uit een welgesteld gezin kwam, was dat een schok voor ons.”

Jullie zijn ongetwijfeld al benaderd door gevangenen die willen dat jullie hun levensverhaal neerschrijven.

Gerrard: “Dat gebeurt vaak, maar daar hebben we geen tijd voor, en het is ook niet onze taak. Bovendien is het veel beter dat zo iemand zelf zijn levensverhaal inspreekt of noteert en het daarna laat corrigeren door een strenge eindredacteur: zo zal het veel authentieker klinken. Nu, de realiteit is dat een moord vaak heel banaal is, en het leven van misdadigers is vaak veel minder boeiend en kleurrijk dan ze zelf denken.

“Ook gewone lezers sturen ons weleens hun ‘ongelooflijke levensverhaal’. Na Bezeten van mij hebben we honderden brieven en e-mails gekregen van lezers die dachten dat we dat boek op hun leven hadden gebaseerd. Eén Amerikaanse vrouw beweerde zelfs dat zíj Nicci French was en heeft een proces tegen ons aangespannen (lacht).

“Jaren geleden werden we benaderd door een vrouw die een lange gevangenisstraf uitzat. Onterecht, volgens haar. Ze was kleurling en kwam uit een marginaal gezin, en volgens haar was ze door haar blanke buren gepest. Ze hadden haar valselijk beschuldigd en beweerd dat ze bloemen onthoofdde. Ik heb haar naam gegoogeld en ze bleek paranoïde en schizofreen te zijn: zij had één van die buren vermoord! Dat detail was ze ons vergeten te vertellen.”

Als ik naar detective- of politieseries kijk, erger ik me vaak. Met stip op één staat bij mij de vrouw die iets op het spoor is, maar van wie iedereen denkt dat zij het zich inbeeldt, haar pedante echtgenoot voorop.

French: “Echt? Dat lijkt mij net heel waarschijnlijk en geloofwaardig (lacht).”

Gerrard: “Oh god, de betuttelende omgeving die een scherpzinnige vrouw niet ernstig neemt! Dat staat ook in mijn top vijf van ergernissen. Maar ik lees en kijk als gewone burger. Ik laat me graag meeslepen door een verhaal.”

French: “Ik kijk met twee persoonlijkheden: de neutrale kijker in mij en de technicus die elke scène meteen ontleedt. Ik ben allergisch voor scènes of handelingen die niet logisch zijn. Het valt me ook op dat scenaristen vaak een spectaculaire stunt niet kunnen weerstaan, ook al houdt die het verhaal aan de grond. Wat voor ons telt is: is het geloofwaardig? En ook: dienen we de zaak van het slachtoffer? We vragen ons niet af of we op deze of gene bladzijde kunnen scoren met een sensationele of opwindende scène. We houden niet van goedkope effecten. Soms bezondigen televisiemakers zich aan martelporno – dat genre bestáát. In de serie The Fall zag ik een scène waarin een seriemoordenaar een vrouw molesteert en om het leven brengt. De regisseur bracht die misdaad zo wellustig mogelijk in beeld. We waren zo geïrriteerd dat we niet verder hebben gekeken.”

Sean French: ''In hechtenis' is gebaseerd op een slordig gevoerd politieonderzoek en een dossier dat bol stond van overhaaste conclusies. Nu is dat vaak niet de schuld van de politie, maar van de politici en de kiezers, die zo weinig mogelijk belastingen willen betalen.'Beeld BelgaImage

LEUKE PSYCHOPAAT

Nicci French heeft devote lezers. Willen die het soms beter weten?

Gerrard: “Dat gebeurt. Ze laten ook duidelijke voorkeuren blijken, en soms maant iemand ons aan om een personage strenger te straffen. Er waren ook lezers die Frieda Klein te streng en te intimiderend vonden. Wat ons verraste, want iedereen roept altijd om een Sterke Vrouw.”

French: “Toen we de serie boeken met psychologe Frieda Klein als hoofdpersonage schreven, kregen we na elk boek de vraag wanneer zij nu eindelijk met Malcolm Karlsson in bed zou duiken, de inspecteur met wie ze bevriend is. We zijn allemaal geconditioneerd om te denken dat, als een man en een vrouw elkaar vaak zien en een speciale band ontwikkelen, daar vroeg of laat wel seks van moet komen. Maar nee, ze blijven gewoon goede vrienden. Dat kan, dat mag, het is niet illegaal! (lacht)

Bezeten van mij gaat over een normale, evenwichtige vrouw die niet beseft dat de charismatische man met wie ze een relatie is begonnen, een moordzuchtige psychopaat is. Toen dat boek was verschenen, kregen we reacties van lezeressen die zich afvroegen waarom die twee aan het eind van het boek niet trouwden! Hállo, hij is een moordzuchtige psychopaat! Sommige vrouwen vonden zo’n man blijkbaar toch aantrekkelijk genoeg om zijn moordzuchtige neigingen te reduceren tot een bijkomstigheid (lacht).”

Gerrard: “Maar we hebben ook vrouwen ontmoet die hun man hebben verlaten nadat ze Bezeten van mij hadden gelezen. Ze beseften plots dat hun wederhelft hen onderdrukte en misbruikte.”

Jullie schrijven niet wat mannelijke critici vaak smalend ‘vrouwenboeken’ noemen, maar jullie hoofdpersonages zijn vaak vrouwen. Net als het leeuwendeel van jullie lezers, durf ik te wedden.

Gerrard: “Maar dat is bij álle schrijvers het geval: vrouwen kopen meer boeken dan mannen.”

Aan het eind van jullie nieuwe boek In hechtenis dacht ik: hier begint een ander boek. Het einde van de lijdensweg van Tabitha triggert indirect een nasleep waarbij het hele dorp minstens één generatie behoeft om van de fall-out te herstellen.

Gerrard: “Klopt. Ik heb zelf een grote hekel aan keurige eindes. Zo is het leven niet. Hoe zeldzaam zijn de keren dat een voorval wordt afgesloten zonder gevolgen op lange termijn voor de betrokkenen? Wij werken altijd volgens het principe dat we na de ontknoping nog hoofdstukken in ons hoofd hebben of soms zelfs neerschrijven, zonder ze te publiceren. En je hebt gelijk: het dorp zal op termijn boeten voor hoe het Tabitha heeft behandeld. Wangedrag is iets wat ondergronds gaat en daar nog lang broeit.”

Jullie doen grondige research, maar vaak is de realiteit vreemder dan de fictie. Is het al gebeurd dat je die sappige details niet kunt gebruiken omdat de lezer ze vergezocht zou vinden?

French: “Ik heb eens een dossier uitgespit waarbij een hele familie was vermoord en de politie concludeerde dat de dochter eerst vijf familieleden en uiteindelijk zichzelf had doodgeschoten. Maar de buren kenden die familie goed en konden niet geloven dat de dochter het had gedaan. Ze gingen zelf op onderzoek uit en braken ’s nachts binnen in het verzegelde huis. Dat had hen zuur kunnen opbreken, want op het betreden van een plaats delict staan zware straffen. En het maakte hen verdacht, want zoiets zou een dader eigenlijk doen, om zijn sporen uit te wissen. En weet je wat: ze vonden het moordwapen! Dat stond netjes in een keukenkast. De politie had het huis zo slordig doorzocht dat ze het moordwapen niet eens had gevonden! In één moeite door was de onschuld van de dochter bewezen, want je kunt niet eerst jezelf doodschieten en daarna het geweer in een kast opbergen. Het was een ongelooflijk geval van verregaande incompetentie. Maar zelfs een lezer die niet hoog oploopt met de politie, zou zeggen: ‘Komkom, geen enkele politieman is zo dom.’

“Toevallig is ook In hechtenis gebaseerd op een heel slordig gevoerd politieonderzoek en een dossier dat bol stond van half werk en overhaaste conclusies. Nu is dat vaak niet de schuld van de politie, maar van de politici en de kiezers, die zo weinig mogelijk belastingen willen betalen. De voorbije decennia zijn de misdaadcijfers explosief gestegen én is forensisch onderzoek efficiënter maar ook veel complexer geworden, en tegelijk is er drastisch bespaard op mankracht: álle politiediensten zijn onderbemand en overwerkt. Vaak worstelen speurders met acute tijdnood of beveelt een overste om budgettaire redenen geen of slechts een minimale autopsie. Of de leiding zegt: ‘Je krijgt drie dagen om het onderzoek af te ronden’, terwijl je er tien nodig hebt om het goed te doen.”

De politie komt er in jullie boeken vaak bekaaid af. En uit In hechtenis onthou ik dat je in de gevangenis met een vergrootglas naar een menselijke en correct handelende cipier moet zoeken.

Gerrard: “Je bent niet de eerste die ons verwijt dat we te vaak incompetente en gevoelloze politiemensen neerzetten. Maar om te beginnen is niemand perfect: iedereen maakt fouten, ook de politie. Ten tweede is het zinloos om een misdaad met een kristalhelder motief, een oerdomme dader en een hyperefficiënt onderzoek te beschrijven, want dat wordt dan een heel dun en voorspelbaar boekje. En ten derde is het begrijpelijk dat veel politiemensen die in een carrière van minstens drie decennia geconfronteerd worden met de allerslechtste impulsen van de mens, na verloop van tijd hard en cynisch worden.”

French: “Maar veel belangrijker is dat onze empathie en sympathie niet bij de politie hoort te liggen, en natuurlijk ook niet bij de misdadigers, maar wel bij de slachtoffers. Daarom hou ik niet van de boeken van Thomas Harris: hij schrijft zo enthousiast over de zogenaamd geniale en charismatische Hannibal Lecter dat je zou vergeten dat die psychopaat onschuldige mensen martelt en vermoordt.”

Nicci Gerrard: 'Wij geven nooit prijs wie van ons wat heeft geschreven. En wie het probeert te raden, heeft het bijna altijd fout.'Beeld BelgaImage

EEN LEEG NEST

Jullie verplaatsen je al dertig jaar in het brein van de dader. Wat doet dat met een mens?

Gerrard: “Mij interesseert niet zozeer de moord, het geweld, het bloed, de doodsangst of de forensische wetenschap. Mij boeit vooral hoe kwetsbaar de mens is, hoe wankel de beschaving en hoe relatief veiligheid. Wat ik me keer op keer wil afvragen, is: wat doet het met een mens als onverwachte omstandigheden zijn of haar leven overhoopgooien? En wat dat met ons doet, en met de lezer, is dat het ons doet beseffen dat niemand immuun is: ook wij kunnen buiten onze wil om betrokken raken bij een voorval dat van ons gezapige leventje een nachtmerrie maakt.”

French: “Ik heb het ook vaak als therapeutisch ervaren dat ik me tijdens het schrijfproces afvroeg: wat voel ik hierbij? Of: wat zou ik in deze situatie doen? Nicci is een heel lieve en evenwichtige vrouw, maar ik ben er door de jaren heen wel een paar keer van geschrokken hoe zij zich schijnbaar moeiteloos kan verplaatsen in het brein van een doorslechte mens. Het verbaasde me dat Nicci zoveel goede ideeën had voor het personage van de psychopaat in Bezeten van mij, ook op het gebied van seksuele perversie.”

Gerrard: “Dank je voor dat twijfelachtige compliment, schat (lacht). Als je zo’n vent geloofwaardig wilt neerzetten, moet je je filters uitschakelen. En voor beleefdheid en redelijkheid is dan geen plaats. Meer dan andere schrijvers moeten wij tegenover elkaar ons harnas afleggen omdat we samen één fictieve schrijfster belichamen.”

Ook jullie zaten in lockdown thuis. Sijpelt de omgeving waarin je je beweegt, soms door in jullie boeken?

French: “Neen, dat laten we niet toe, en daar zijn we heel goed in geworden. In hechtenis speelt zich af in een Engelse gevangenis en in een Engels dorpje, maar we hebben het tijdens een verblijf van drie maanden in Lucca geschreven. Toch zal geen enkele lezer ook maar iets van Toscane in het verhaal bespeuren.”

In één van jullie Frieda Klein-boeken heet een tv-programma De huizendokter. Ik heb het gegoogeld en het niet gevonden, dus jullie hebben dat verzonnen. Waarom maak je het niet? Er zit geld in.

Gerrard (lacht smakelijk): “We hebben het inderdaad verzonnen. Ooit had elk land één nationale zender, nu zijn er dozijnen commerciële zenders en overal zie je dezelfde idiote formats. En er is een explosie aan interieurprogramma’s. Ik dacht: het is een kwestie van tijd voor iemand een programma bedenkt met een psychologe die op basis van een interieur een profiel opstelt van het karakter en de problemen van de eigenaar – is het een moordenaar, een psychopaat of een slachtoffer? Ik zou het een fout programma vinden, maar als iemand het maakt, verwachten we wel een procentje.”

Wie is jullie toetssteen? Zeggen jullie soms tegen elkaar: ‘Hoe zou Arthur Conan Doyle dit aanpakken?’

French: “Zeker níét Sir Arthur Conan Doyle! Ik heb zijn boeken gelezen en ik kan genieten van zijn beschrijvingen van het victoriaanse en edwardiaanse Londen: de dokken, de sloppenwijken, de hypocrisie... Maar wat was hij toch een luiwammes! De helft van wat Sherlock Holmes en zijn aartsrivaal Moriarty denken, zeggen en doen, is idioot! Je kunt geen detective schrijven, en al helemaal geen rééks boeken waarin de speurneus geen professional is, zoals in ons geval met Frieda Klein, zonder dat daar de schaduw van Sherlock Holmes over hangt. Holmes is een briljante creatie, maar op elke bladzijde vind je fouten, onwaarschijnlijkheden, losse eindjes, tegenstrijdigheden... Ik heb van Conan Doyle vooral geleerd hoe het niet moet (lacht). Eerlijk, ik denk nog het vaakst: hoe zou Nicci dit aanpakken?”

Het wonderlijke van het schrijfproces is dat, ook al begin je met een strak meesterplan en het voornemen om niet navelstaarderig te schrijven, je toch altijd deuren in jezelf ontsluit waarvan je het bestaan niet vermoedde.

Gerrard: “Klopt. Wat vaak gebeurt, is dat wij een boek beginnen te schrijven met een duidelijk beeld van waar we naartoe willen, maar toch ook instinctief. En soms blijkt pas veel later wat het kloppende hart ervan is. Vaak is er een onderliggend verhaal dat wordt blootgelegd door de reacties van lezers. Schrijvers hebben soms blinde vlekken. In Verloren, een thriller waarin de 15-jarige Charlie verdwijnt en haar moeder Nina een wanhopige strijd levert om haar levend terug te vinden, drong het pas lang na de verschijning tot ons door dat we met dat onderwerp indirect ook onze rouw hadden verwerkt om onze eigen kinderen, die de leeftijd hadden bereikt waarop ze het ouderlijke huis verlieten. We leden zelf meer dan we beseften aan het legenestsyndroom.”

Hebben jullie kinderen jullie ooit gepest met iets wat ze uit jullie boeken hebben geleerd over hun ouders?

French: “Natuurlijk. Niet vaak genoeg, zullen zij zeggen (lacht). Maar het mooiste moment was toen ze Huis vol leugens lazen. Daarin is het appartement waarin het hoofdpersonage Neve Connolly het lijk van haar minnaar ontdekt onze eigen voormalige woonst, waar onze kinderen zijn opgegroeid. Natuurlijk was dat onverwacht en akelig herkenbaar voor hen. Terwijl ze het lazen, zag ik ze kippenvel krijgen.”

MAN MET STRIKJE

Hebben jullie soms de neiging om literair overspel te plegen en met een andere partner een boek te schrijven?

Gerrard: “Niet echt. Onze verbeelding is synoniem met ons DNA. Het werkt niet als je je eigen unieke stem aanlengt of mixt. We hebben één keer deelgenomen aan groepsseks – om jouw beeldspraak door te trekken – toen het voorstel kwam om op basis van een opgelegd uitgangspunt onze versie van de feiten te schrijven. Dat werd het boek ‘#Youdunnit’. Toen bleek dat de versies van die andere schrijvers, op basis van dezelfde feiten, zozeer verschilden van de onze dat een mengvorm me onmogelijk leek. Door de jaren heen zijn Sean en ik ten volle gaan beseffen hoe dankbaar we moeten zijn dat het toeval ons heeft samengebracht en dat we in volmaakte symbiose kunnen werken. Wij geven nooit prijs wie van ons wat heeft geschreven. En wie het probeert te raden, heeft het bijna altijd fout. Ook al omdat mensen vaak te simpel redeneren: ‘O, een fragment over eten, kleren en kinderen, typisch een alinea van een vrouw.’ Niet, dus.”

French: “Het prettige aan samenwerken met Nicci is dat wij elkaar totaal vertrouwen. En dat is nodig, want je moet bereid zijn om jezelf naakt te presenteren aan de ander. Ik weet dat mijn vrouw er geen misbruik van zal maken als ik tijdens discussies over een moord of seksueel misbruik zou zeggen: ‘Ik zou het zo doen.’ Of: ‘Ik heb ook een perverse afwijking.’ Dat zijn theoretische voorbeelden, haast ik me te zeggen (lacht). In elk geval zou ik niet bereid zijn om mezelf dermate binnenstebuiten te keren tegenover iemand die ik amper ken. Ik krijg al hoofdpijn van de gedáchte dat ik met iemand anders dan Nicci dit soort boeken zou schrijven, echt waar.”

Soms heb ik de indruk dat personages jullie persoonlijke mening vertolken. Zoals hier: ‘Dr. Leonard droeg een strikje en had z’n schaarse overblijvende haren dwars over zijn hoofd gekamd. Beide stijlkeuzes leken haar ridicuul.’

Gerrard: “Ik pleit schuldig. Als Sean zich daaraan had bezondigd, dan waren we al lang gescheiden. Tijdens de lockdown heb ik een paar keer naar de tondeuse gegrepen. Op het gevaar af dat we mannelijke lezers met een strikje verliezen: ik heb hen nooit vertrouwd. En ze zijn ook altijd veel ijdeler dan ze willen toegeven.”

Het was mijn ambitie dat jullie aan het eind van dit gesprek de echtscheiding zouden aanvragen.

Gerrard: “Dan had je beter je best moeten doen (lacht). Wij zijn meer dan dertig jaar samen en er is vooralsnog geen donkere wolk aan de horizon. We hebben al vaak over overspel en ontrouw geschreven, en telkens besefte ik dat het echt niets voor mij is. Een dubbelleven leiden lijkt me verschrikkelijk vermoeiend.”

French: “En het gras is vaak níét groener aan de overkant. Door overspel, zo hebben we in onze omgeving vastgesteld, belanden mensen vaak van de regen in de drop.”

Jullie moeten toch geregeld felle discussies voeren over plotwendingen, invalshoeken of de ontknoping? Wie heeft dan de beslissende stem, in acht genomen dat jullie met z’n tweeën zijn?

French: “In ons privéleven kibbelen we vaak. Met name ik ben soms onredelijk en ik maak me te snel druk om futiliteiten. Maar als schrijversduo werken we echt perfect samen. We discussiëren, maar we maken nooit ruzie. We zijn niet competitief. We vertrouwen op elkaar en op het schrijversinstinct van de ander. En we werken niet met een beslissende stem: we kunnen allebei te allen tijde ons veto stellen. Een idee gebruiken we alleen als we er allebei erg enthousiast over zijn.”

Gerrard: “We vullen elkaar perfect aan. Ik werk met een tunnelvisie: ik concentreer me op het struikelblok van de dag met de precisie van een laserstraal. Sean is meer all over the place: terwijl we aan een lastig hoofdstuk werken, spuit hij constant ideeën, vaak zelfs voor volgende boeken. En áls Sean en ik al eens drastisch van mening verschillen, dan hakt Nicci French de knoop door.”

Een laatste poging: in één van de Frieda Klein-boeken wordt het eten in de gevangenis beschreven als ‘grijze smurrie met vormeloos vlees in een vieze saus’. Nicci, is dat een sneer naar Sean zijn kookkunst?

Gerrard (lacht): “Neen! Eén: wij geven nooit prijs wie welke passages schrijft. Twee: ik ben vegetariër, dus van vlees is hier in huis geen sprake. Drie: Sean kookt heel lekker!”

Nicci French, In hechtenis, Ambo/Anthos

Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234