Woensdag 20/10/2021

Bettina Rheims

"We hebben de rock-'n-roll verloren"

null Beeld peter steffen
Beeld peter steffen

Jacques Chirac is un ami, en onlangs ontdekte Bettina Rheims (63) een foto van Andy Warhol die ze maakte en toch vergat: zo gevuld kan een leven zijn. Une vie waarin ze 35 jaar lang vooral naakte vrouwen fotografeerde. 'Ik lees geen kritieken en ik fotografeer niet voor de critici.'

Ooit, in 1986 of zo, zagen we een foto Béatrice Dalle. Die maakte veel hoofden gek in 37°2 le matin en ook in de cinema, waar mensen die film zagen. De foto vergaten we nooit. De film niet. Béatrice Dalle non plus. Die foto maakte Bettina Rheims.

De telefoon rinkelt op een bureau in Parijs en even later heb je de fotografe aan de lijn. We zouden haar zien in Brussel. Op de Grote Zavel, het was lang geregeld, we zouden twintig minuten praten. Want ze zou het druk hebben: boek voorstellen bij Taschen, signeren, een reeks interviews en dan weer op de TGV à Paris. We zouden blij moeten zijn met die 1.200 seconden.

De voorwaardelijke wijs is een ellende: "Excuseer me dat ik er niet ben", zegt de fotografe, van wie de stem niet laat vermoeden dat ze straks 63 wordt. "Maar van hieruit gezien was het geen goed idee om naar Brussel te komen. Zeker maandag of dinsdag niet. Brussel was toen nog een dode stad. Ik ben in Parijs gebleven."

Dat is haar Parijs, de stad waar op 13 november de spots doofden in Le Bataclan en waar - ze mogen schrijven wat ze willen - het licht nog altijd uit is. Vertelt zij, die dus Parijs nu wel veiliger vindt dan Brussel en daarover dit zegt: "Mijn zoon woont met zijn vrouw en hun zoontje op 50 meter van de Bataclan. Al vlug wist ik dat ze veilig waren, maar die dode mensen zijn allemaal onze kinderen. Iedereen verloor een kind, of een kind van een vriend. Achtenveertig uur lang leefden we in een nachtmerrie, je kunt dat onmogelijk beschrijven en sindsdien heb ik niet één boek meer gelezen: al veertien dagen zit ik voor de televisie."

Parijs is een woestijn, zegt ze. "Er lopen amper mensen op straat, de winkels zijn leeg, het is verschrikkelijk. Want les types lopen nog altijd op de straat en je gaat bijna leven zoals in Tel Aviv: onbezorgd zal nooit iemand meer op een terras gaan zitten. Het zal nooit meer zoals vroeger zijn."

We zouden over fotografie praten. Over haar beelden en boeken. Maar nu even blijft het over jihad gaan. Over wat Europa moeten doen. Er valt een zwaar begrip: une troisième guerre mondiale? Een kind met Joodse roots gebruikt die term niet licht. "Maar het is wel een vorm van oorlog, wat er aan de gang is", zegt ze. "Wat er op 13 november in Parijs gebeurde, is niet te vergelijken met de aanslag op Charlie Hebdo. Toen werd nog gezegd: het ging tegen de vrije meningsuiting. Iets later waren Joden het slachtoffer. Maar nu is het contre tout le monde. Het verschil met andere oorlogen is dat de vijand vandaag niet meer bang is om te sterven. Dat is een andere manier van oorlogvoeren dan alle oorlogen die de geschiedenis al gekend heeft. En die angst voel je overal. Twee dagen geleden zat ik op de trein. Het viel me op dat iedereen naar zijn voeten zat te staren. Niemand keek elkaar in de ogen. Tot ik even opstond om naar het toilet te gaan: plots hield iedereen me in de gaten. Zo ver is het dus gekomen. Naar het toilet gaan is een verdachte daad geworden. Alle vrijheden zijn weggevallen. En zij (de terroristen, rvp) zijn de enige echte Europeanen. Ze reizen probleemloos de grenzen over, terwijl onze politiediensten op grenzen stoten: iemand die in België geregistreerd is, blijkt dat daarom niet in Frankrijk te zijn."

Misschien is dit een brug. In 1998 maakte Bettina Rheims samen met haar ex-man (en tot vandaag boezemvriend) Serge Bramly I.N.R.I. Daarin evoceerden ze bijbelse taferelen à la Rheims: een jonge vrouw met mooie borsten hing aan het kruis, en ook moeder Maria had maar weinig kleren aan. Daar kwam heisa van maar, zegt ze, "geen censuur. Het is niet te vergelijken met wat vandaag gebeurt. Wel kreeg ik in Frankrijk twee processen. Een van het Front National, die ook Martin Scorsese en Jean-Luc Godard voor de rechter sleepten. En een van hardleerse bisschoppen die zich van de officiële kerk hadden afgescheiden.

"Het FN en die bisschoppen, dat waren dus mijn vijanden. Maar het waren goeie vijanden. Eigenlijk een cadeau om die tegen je te krijgen. Ik won trouwens beide processen. De enige gelijkenis was de angst. De Fnac, waar mijn boeken werden verkocht, werd aangevallen en er kwamen doodsbedreigingen. Mijn zoon werd op school bedreigd. Dat was zeker niet aangenaam, maar van censuur was geen sprake. Trouwens: morgen vlieg ik naar Lucca in Toscane, waar I.N.R.I. tijdens het Photolux Festival voor het eerst in een Italiaanse kerk getoond wordt."

null Beeld bettina rheims
Beeld bettina rheims

De Italianen zijn minder gechoqueerd door die beelden?

"Dat weet ik niet, maar het gaat me niet om choqueren. Daar denk ik ook helemaal niet aan terwijl ik werk. Artiesten moeten wel mensen doen nadenken, eventueel derangeren en vragen stellen. De mens in vraag stellen. Dat is onze taak. Maar choqueren? Dat denk ik niet."

Bettina Rheims was al eind de twintig toe ze een camera opnam. Ze noemt het "une chance incroyable", een ongelooflijk geluk dus, dat ze een fototoestel vond. "Na mijn studie had ik van alles gedaan: zes maanden journalist geweest, twee jaar mannequin in New York, en dan werkte ik in een galerie. Maar dat ging allemaal slecht. Alles verveelde me snel en ik zag niks wat me kon rechthouden. Tot Serge (Bramly, rvp) me overtuigde dat er toch íéts moest zijn. 'Iedereen heeft iets waar hij of zij goed in is. Anders is het leven alleen frustratie.' Ik dacht aan de Rolleiflex die mijn moeder me ooit cadeau had gedaan. Ik herinnerde me het plezier in de donkere kamer, zien wórden wat je gemaakt had: dat gevoel. Serge trok meteen naar de rommelmarkt en kwam terug met een Rolleiflex. Ik keek door de zoeker en, echt waar, ik dacht: je suis à la maison. Ik kwam thuis. Alleen moest ik nog een onderwerp vinden, maar dat ging vanzelf. Ik wilde meteen naakte vrouwen fotograferen. Zes maanden later stelde ik tentoon in Centre Pompidou."

In Diaries en in Bettina Rheims, de boeken die ze dus donderdag bij Taschen zou presenteren, zie je die vrouwen. Niet allemaal naakt, maar toch: Madonna, Kate Moss, Kristin Scott Thomas, Sophie Marceau, Valeria Golino, Monica Bellucci en, évidemment, Béatrice Dalle.

Veel onbekende vrouwen ook, passend in boeken en reeksen als Chambre close, Paris, c'est Rose en Modern Lovers. Ze heeft zichzelf wel eens photographe de la peau genoemd. Je vindt het mooi of je vindt het niet mooi. Maar is het meer? Terugkijkend in haar eigen archieven - voor Diaries dan, een boekje dat eigenlijk vooral een soort autobiografie is met herinneringen aan haar jeugd, privéfoto's en dagboeknotities en dat bij een groot nieuw overzichtsboek hoort - antwoordt ze: "Ja."

Was dat terugblikken na 35 jaar fotografie nodig om een antwoord op die vraag te krijgen?

"Ik had het nodig om in al die dozen terug te zoeken naar oude foto's en clichés om te begrijpen waar ik mee bezig was, om het te verdiepen en om mezelf af te vragen: is er een rode draad en heeft die zin? Ik ben op verrassingen gestoten, hoor. Een foto die ik van Andy Warhol had gemaakt en die ik compleet vergeten was. Ook Serge Gainsbourg als vrouw gekleed: ik herinnerde me die niet. Maar ik vond een antwoord op mijn vraag: ja, het had zin. Want ik denk dat ik met een aantal reeksen poorten geopend heb. Niet dat ik de sleutels gaf om te begrijpen hoe je ze moest openen, maar ik gaf kijkers wel de kans binnen te gaan. In de jaren 80 en 90 heb ik al rond genderproblematiek gewerkt. Wat ik ook in die dozen zie, is dat de wereld in de jaren 70 en begin jaren 80 veel leuker was. Veel meer rock-'n-roll. Er was een grote vrijheid die vandaag weg is."

Edward V. III, June 2011, Paris Beeld bettina rheims
Edward V. III, June 2011, ParisBeeld bettina rheims
Claire Stansfield crying in the Formosa Café, February 1994, Los Angeles. Beeld bettina rheims
Claire Stansfield crying in the Formosa Café, February 1994, Los Angeles.Beeld bettina rheims

U schrijft over hoe aids halfweg de jaren 80 jullie wereld veranderde.

"Mijn archief is een soort kerkhof. Aids heeft een hele generatie van mensen weggevaagd, jarenlang ging ik elke week naar een begrafenis. Dat heeft een deken van zwaarte op ons gelegd. De generatie voor ons had de oorlog, onze generatie kreeg aids. En later kwam de economische crisis. Dat heeft allemaal gezorgd voor een andere samenleving, maar ook de hele luxe-industrie heeft daarvoor gezorgd. Er zijn markten geopend naar Azië en Rusland, naar landen met veel geld, maar met weinig cultuur. Stilaan verloren we de rock-'n-roll en de onbezorgdheid. De feesten stopten."

Het feesten, niet het leven: Bettina Rheims staat er naar eigen zeggen nog altijd gulzig in. In een rijk leven, waarin die richesse zeker cultureel bedoeld is. Ze kan zich niet herinneren wanneer ze de vonk van de schoonheid ontdekte: ze groeide op in een bad vol kunst. Haar vader Mau- rice was een gerenommeerd kunst- en veilingexpert. "Als ik aan mijn kindertijd denk, dan loop ik samen met mijn broertje achter hem aan door de gangen van een museum." Haar zus werd schrijfster. Zij fotografe. Haar eerste man Serge Bramly is schrijver. Haar huidige partner is advocaat. Ze was zestien toen in Parijs de revolutie van mei '68 uitbrak. "Ik zat op een progressieve school en onze leraars waren formidabel. Ze namen ons mee de stad in om ons te tonen wat er op straat gebeurde. We begrepen zeker niet alles, maar er waren op zijn minst geen barrières."

'Art is a word' hangt thuis als een statement tegen haar muren. Waarmee maar gezegd wordt: kunst is wat je het noemt. Of dat er veel over gepraat wordt. Of haar foto's kunst zijn? Binnen de wereld van de fotografie wordt dat niet altijd zo gepercipieerd.

In een portret schreef de Franse krant Libération in 1998: "La dame a des amis: puissants, présentables, passionés. La dame a des ennemis: puristes, puritains, perspicaces." Bij die vrienden Jacques Chirac, Catherine Deneuve en Madonna. Bij die vijanden fotografen die haar verwijten plat te scoren en te kopiëren: haar voorbeelden zijn Diane Arbus en Helmut Newton, die ze ooit assisteerde. "In januari opent een retrospectieve van me in het Maison Européenne de la Photographie in Parijs. Zegt dat niet genoeg over de erkenning? En verder lees ik de kritiek niet. Ik fotografeer niet voor de critici."

Maar art is dus a word en thuis hangen geen foto's aan haar muren. "Zeker niet van mezelf, maar ook niet van anderen. Enkel in mijn studio hangen er. Ik heb werk van Arbus en Newton, maar ook van Robert Mapplethorpe. Van vrienden, dus. Maar ook van Araki, Brassaï, Avedon en Irving Penn. En veel anonieme foto's die ik op de rommelmarkt koop. Van grote namen koop ik al twintig jaar niets meer. Samen met Serge kocht ik af en toe foto's, maar als we dan weer eens geld nodig hadden, verkochten we die. Nu is het niet meer betaalbaar. Pas op: de fotografie is dat waard. Maar ik heb er het geld niet voor."

Je hoort het wel eens van een fotograaf: iedereen heeft werk dat niemand ooit zag. Een ander genre, atypisch, volledige stijlbreuken. Voor Bettina Rheims zou dat straatfotografie kunnen zijn. Of landschappen. Bomen, à la limite naakt in de winter. "Maar ik heb niks", zegt ze. "Ik heb zelfs nooit een toestel bij. Alleen in de studio fotografeer ik."

Het enige echte buitenbeentje was toen ze Jacques Chirac tijdens de presidentiële campagne van 1995 vroeg of ze hem mocht volgen in de dagen tussen eerste en tweede ronde. "Op televisie had ik een reportage gezien over de Kennedy's en dat gaf me dat idee. Chiracs secretaresse belde me: ik was welkom van donderdag tot en met zondag. (lacht) Ik, die geen reporter ben, mocht plots een grand reportage over de president doen."

Zondagavond was Jacques Chirac president en Rheims keerde naar huis met haar materiaal. Maar op dinsdag belde de communicatieverantwoordelijke van het Elysée: of ze het officiële portret van de president wilde maken? "Ik ben naar het Elysée gereden en kwam er samen met de familie Chirac aan. We ontdekten letterlijk op hetzelfde moment hun nieuwe woonst. Ik herinner me dat Chirac een deur opende naar een volgende gang, maar hij kwam in een bezemkast terecht."

Even later stonden ze buiten, en zij was de eerste fotografe die de president daar fotografeerde. Later deed Raymond Depardon dat ook met François Hollande. Rheims: "Het duurde twintig minuutjes. Ik hoopte op wind, zodat de Franse vlag op de achtergrond zou wapperen. Helaas. Maar op de foto wappert ze wel. Dat waren mijn eerste stapjes in Photoshop."

De twintig Brusselse minuten zijn al lang voorbij, maar door de telefoon klinkt de toon die stilaan de laatste vraag vereist.

U draagt uw boek op aan uw kleinzoon Alfred, met de woorden '... opdat hij op een dag zou begrijpen dat zijn grootmoeder een vreemd mens was'. Apart zijn, was dat uw lot of was het uw doel?

"Zeker geen doel. Iedereen is anders. Sommigen hebben rood haar, anderen een grote neus. Ik ben gewoon een beetje vreemd. Waarom weet ik niet. Ik heb gewoon gedaan wat ik wilde doen en heb stappen vooruit gezet. Zoals ik het zelf wilde. (lacht) Mijn grootvader was tijdens de Eerste Wereldoorlog generaal in het leger. Misschien heb ik wel een beetje van hem."

Op 1 december begint de Maand van de Fotografie van De Morgen, met elke dag in de krant extra aandacht voor beelden die intrigeren, verleiden en informeren.

undefined

Kristin Scott Thomas playing with a blond wig, May 2002, Paris Beeld bettina rheims
Kristin Scott Thomas playing with a blond wig, May 2002, ParisBeeld bettina rheims

Bettina Rheims, het boek van Bettina Rheims (waarbij het kleine Diaries hoort) is uitgegeven bij Taschen, telt 452 bladzijden en kost 500 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234