Dinsdag 06/12/2022

AchtergrondBoeken

Wat vond zíj er eigenlijk van? Griekse mythes die de vrouw centraal stellen, zijn razend populair

null Beeld  Sarah Yu Zeebroek
Beeld Sarah Yu Zeebroek

Wat ging er om in Odysseus’ vrouw Penelope? En was de wrede Medea echt waanzinnig? De afgelopen tijd verscheen een reeks hervertellingen van klassieke mythologie met vrouwen in de hoofdrol. Een genre dat razend populair blijkt.

Emilia Menkveld

De beeldhouwer Pygmalion voelt zo’n afschuw bij de aanblik van prostituees, dat hij besluit zich verre te houden van álle vrouwen. Wel maakt hij een ivoren beeld, mooier dan een echte vrouw ooit zou kunnen zijn. De kunstenaar wordt verliefd op zijn eigen creatie; hij streelt en kust haar en overlaadt haar met cadeautjes. Dan bidt hij tot Venus, de godin van de liefde, die de vrouw voor hem tot leven wekt. Verrukt voelt Pygmalion hoe het ivoor warm wordt onder zijn handen, soepel en kneedbaar als bijenwas. Hij maakt haar tot zijn echtgenote, en negen maanden later wordt hun dochter Paphos geboren.

Zo’n vijftig verzen besteedt de Romeinse dichter Ovidius aan dit beroemde liefdesverhaal in zijn dichtwerk Metamorphosen, maar háár kijk op de zaak krijgen we niet te lezen. Ze komt niet aan het woord, krijgt niet eens een naam. Ze is een lustobject, gewillig en dienstbaar, niets meer. Zoals zoveel vrouwen in de klassieke mythologie. En krijgen ze wel een stem en een echt karakter, dan zijn het vaak ofwel vlijtige, deugdzame huisvrouwen (Odysseus’ echtgenote Penelope, Hectors vrouw Andromache) ofwel griezelige, gevaarlijke figuren (koningin Clytaemnestra, die haar eigen man vermoordt, of het monster Medusa met het slangenhaar).

Het vrouwbeeld in de klassieke literatuur is dus, zacht gezegd, niet bepaald woke. Dat heeft de laatste jaren, niet toevallig sinds de opkomst van #MeToo (in dit geval ook wel: #MythToo), tot een overvloed aan mythologische hervertellingen geleid, die het eenzijdige beeld bijstellen, nuanceren of uitbreiden. Door bekende verhalen vanuit nieuwe perspectieven te vertellen, rand­figuren centraal te plaatsen, een gevoelsleven en een geschiedenis te geven. Deze – voornamelijk Engelstalige – romans zijn razend populair, ook onder jongere lezers, mede dankzij hashtags als #booktok en #instabook. Wat maakt deze boeken zo aantrekkelijk? En welke zijn de moeite waard?

Achteloze moord

Net vertaald is Galatea, een kort verhaal van de Amerikaanse auteur Madeline Miller, met fraaie illustraties van Ambra Garlaschelli. Miller schreef een antwoord op Ovidius’ versie van de mythe over de vrouw van Pygmalion. Galatea is de naam die zij kreeg in andere, latere bronnen – en zo heeft de auteur haar hoofdpersonage dus ook maar genoemd. Ze stelt zich voor hoe het Galatea ná haar huwelijk is vergaan. Het voormalige standbeeld zit opgesloten, onder voortdurend toezicht van personeel, want haar man vindt haar maar ongehoorzaam. Gelukkig heeft ze van Miller ook humor gekregen: als haar echtgenoot weer eens langskomt in haar slaapkamer voor zijn favoriete spelletje (‘O, leef, mijn leven, mijn liefste, leef’), begint ze expres zachtjes te snurken.

Madeline Miller brak in 2011 door met een roman over de vriendschap tussen de Griekse strijders Achilles en Patroclus (in haar versie een liefdesgeschiedenis) en vestigde haar naam met het magistrale Circe, uit 2018, het levensverhaal van de heks die Odysseus’ mannen in de Odyssee in zwijnen verandert. Bij Miller is de koning van Ithaca slechts een van de passanten in een lang, tragisch, schitterend beschreven godenleven.

Madeline Miller, 'Galatea', Orlando, 80 p., 17,50 euro. Vertaald door Jacqueline Smit.  Beeld RV
Madeline Miller, 'Galatea', Orlando, 80 p., 17,50 euro. Vertaald door Jacqueline Smit.Beeld RV

Miller was bij lange na niet de eerste; het fenomeen bestond al ver vóór #MeToo. Zo schreef Mary Shelley, de auteur van Frankenstein, rond 1820 samen met haar man Percy een toneelstuk over Ceres en haar dochter Proserpina, die wordt geroofd door de god van de onderwereld.

De nadruk ligt op háár drama, háár onderdrukking; hij verschijnt niet eens op het toneel. Destijds werd Proserpine nauwelijks opgemerkt door kritiek en publiek. Tijdens de tweede feministische golf beleefde het genre een bescheiden bloei, met Margaret Atwoods novelle The Penelopiad (2005, vertaald als Penelope. De vrouw van Odysseus) als een van de hoogtepunten: zij laat Penelope treuren om de achteloze moord op haar slavinnen na de thuiskomst van haar man – een voorval waaraan Homerus in de Odyssee slechts tien verzen wijdt. Het nieuwste aanbod is opvallend groot én divers.

Koren op de molen

Niet alle hervertellingen baseren zich op de klassieke mythologie. Ook sprookjes en andere mythen zijn in trek; daarin valt aan het vrouwbeeld ook nog flink te schaven. Dit voorjaar verscheen Het hart van de heks door Genevieve Gornichec, die zich baseert op de Noorse mythologie. Het onlangs vertaalde Liefde in kleur van Bolu Babalola bevat mythologische verhalen van over de hele wereld, van Nigeria en China tot het oude Perzië.

Toch gaat het gros van wat er nu zoal verschijnt steeds weer over dezelfde verhalen uit de Griekse en Romeinse mythologie. Met stip op één: de Trojaanse Oorlog en zijn nasleep, zoals beschreven in Homerus’ Ilias en Odyssee. Pat Barker, Emily Hauser, Claire Heywood, Jennifer Saint: allemaal schreven ze de afgelopen jaren romans over de vrouwelijke personages uit deze epen, telkens met net andere hoofdfiguren en accenten.

Vanwaar die fascinatie voor de klassieken? Die hangt ongetwijfeld samen met de alomtegenwoordigheid, de sjabloonfunctie die deze verhalen eeuwenlang hebben gehad in de westerse cultuur. Ze zijn al tientallen, zo niet honderden keren herverteld, telkens aangepast naar de normen van de eigen tijd. Mythen liggen nooit vast – in de oudheid bestonden er vaak al meerdere versies van één verhaal – en zijn dus uitermate geschikt om het heersende beeld bij te stellen, het verleden ter verantwoording te roepen.

De Britse classica Natalie Haynes (die ook al een roman schreef over de Trojaanse Oorlog) werkt deze gedachte verder uit in De kruik van Pandora. Haar boeiende, nu vertaalde bundel bevat tien essays over vrouwen in Griekse mythen, van de Amazonen tot Eurydice en Medea.

‘Mythen mogen dan de wonderlijkste wezens herbergen’, schrijft ze in haar inleiding, ‘ze zijn ook een afspiegeling van óns.’ In vroege versies van klassieke mythen waren vrouwenfiguren lang niet altijd eendimensionaal, benadrukt Haynes. De tragedieschrijver Euripides schreef meerdere toneelstukken met complexe vrouwelijke personages in de hoofdrol. En hij was zeker niet de enige. Juist in moderne bewerkingen is de rol van deze vrouwen, in Haynes’ woorden, ‘met geestdodende regelmaat geminimaliseerd. En dat is koren op de molen van degenen die liever geloven dat deze verhalen altijd zo zijn geweest.’

Natalie Haynes, 'De kruik van Pandora', Meulenhoff, 376 p., 24,99 euro. Vertaald door Henny Corver en Frits van der Waa.  Beeld RV
Natalie Haynes, 'De kruik van Pandora', Meulenhoff, 376 p., 24,99 euro. Vertaald door Henny Corver en Frits van der Waa.Beeld RV

Haynes’ analyses zijn scherp, goed beredeneerd en toegankelijk geschreven, al zijn de grapjes soms wat flauw. Een sterk voorbeeld is Medea, vooral bekend als de vrouw die haar kinderen doodde. Minder bekend zal zijn dat zij volgens de traditie ook een cruciale rol speelt in de queeste naar het Gulden Vlies, aangevoerd door Jason, haar latere echtgenoot. In het epos Argonautica (3de eeuw v.Chr.) beschrijft de hellenistische dichter Apollonius van Rhodos hoe Medea haar niet altijd even daadkrachtige geliefde bijstaat met haar toverkrachten en zelfs een onkwetsbare reus verslaat. Niets van dit alles zien we terug in Jason and the Argonauts (1963), een film van Don Chaffey. Medea krijgt een plaats aan de zijlijn, als typische Hollywood wife.

Verscheurend verdriet

Ook opvallend: van Euripides’ tragedie Medea, die uitmondt in de moord op haar kinderen, zie je tegenwoordig zelden een bewerking waarin het hoofdpersonage níét krankzinnig wordt in de laatste scène. Medea’s waanzin lijkt voor een modern publiek een noodzakelijke voorwaarde om haar onvoorstelbare daad te begrijpen, schrijft Haynes. Begrijpelijk, maar hoe anders is het beeld bij Euripides: die laat Medea worstelen, aarzelen, terugkomen van haar besluiten. Na lange, beredeneerde overwegingen komt ze tot haar keuze. Aan haar geestelijke gezondheid wordt geen moment getwijfeld.

De kruik van Pandora is een pleidooi voor complexiteit, weg van de platte karakteriseringen. De verhalen van Medea en andere vrouwen ‘moeten in al hun ongemakkelijke, groezelige, moorddadige details worden gelezen, gezien, gehoord’. Een lovenswaardig standpunt, maar in haar poging om vrouwen de ruimte te geven, komen de mannen er soms bekaaid vanaf. De Griekse commandant en krijgsheer Agamemnon is, als we Haynes mogen geloven, weinig meer dan een naïeve, dommige, ijdele bruut, die zich na thuiskomst uit Troje nietsvermoedend laat afslachten door zijn intelligente, sluwe vrouw Klytaimnestra (hier worden de Griekse namen gebruikt). Ook bij Homerus is Agamemnon geen groot denker, maar hiermee doet Haynes hem toch tekort.

Het is een bekende valkuil, ook in hervertellingen zelf: de auteurs doen zo hard hun best om de vrouwen goed voor het voetlicht te brengen dat ze, bewust of onbewust, de mannelijke personages verwaarlozen.

In haar tweede roman Elektra heeft de Britse Jennifer Saint dat ook niet helemaal voorkomen. Vanuit het perspectief van drie vrouwen – de Trojaanse prinses Kassandra, koningin Klytaimnestra en haar dochter Elektra – vertelt de auteur een breed uitgesponnen verhaal dat al vóór de Trojaanse Oorlog begint en eindigt met de moord op Klytaimnestra, jaren na de dood van Agamemnon. De mannen in het verhaal blijven ondoorgrondelijk, op afstand, vaak schijnbaar gevoelloos.

Net als in haar vorig jaar vertaalde debuut ­Ariadne grijpt Saint elke gelegenheid aan om nóg meer mythen in haar boek te proppen; de zang van een nachtegaal is een excuus om meteen maar even het verhaal van Philomela te vertellen. De goden gaven haar de gedaante van deze vogel nadat de man van haar zus haar had verkracht en haar de tong had uitgerukt, zodat ze er met niemand over kon praten – een gruwelijk verhaal, maar niet per se relevant op het moment dat Saint de mythe aanhaalt.

Dit alles maakt Elektra een wat overvolle, onevenwichtige roman, maar in haar beste passages laat Saint zien waartoe ze in staat is. Vooral de verhaallijn van Klytaimnestra is knap uitgewerkt. Afschuwelijk is de scène waarin zij moet toezien hoe Agamemnon hun oudste dochter Iphigeneia de keel doorsnijdt om de goden te behagen. Net als bij de Griekse schrijver Aeschylus (in zijn tragedie Agamemnon) wordt dit trauma de grootste drijfveer voor de wraak op haar man.

Jennifer Saint, 'Elektra', Orlando, 318 p., 24,99 euro. Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte.  Beeld RV
Jennifer Saint, 'Elektra', Orlando, 318 p., 24,99 euro. Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte.Beeld RV

Geen machtswellust, geen jaloezie, zoals andere versies van de mythe suggereren, maar verscheurend verdriet om een vermoorde dochter drijft deze vrouw tot haar misdaad. En dat maakt Saint misschien niet begrijpelijk, maar wel heel invoelbaar. Zoals ze ook aannemelijk maakt dat haar dochter Elektra de zaken anders ziet: ja, het is jammer dat haar zus is gestorven, maar het was haar vaders plicht. Het lot van heel Griekenland lag in zijn handen!

Géén miezerig mannetje

Het verhaal van Elektra overlapt deels met de debuutroman van Claire Heywood, Dochters van Sparta, die komende maand in vertaling verschijnt. Dit boek beslaat tientallen jaren uit het leven van Klytaimnestra en haar zus Helena, vanaf hun kinderjaren in Sparta tot aan – opnieuw – de moord op Agamemnon.

Lees de boeken achter elkaar en de verschillen springen meteen in het oog. Klytaimnestra weet bij Heywood al wél van tevoren wat er met Iphigeneia zal gebeuren. Haar minnaar Aegisthus is géén miezerig mannetje, maar een volwaardige geliefde en partner in crime. Ook van Agamemnon krijgen we veel meer te zien. De goden zijn juist alleen op de achtergrond aanwezig, als invloedrijke maar onbestemde kracht.

Bij Heywood komen personages tot extreme daden door toeval, door omstandigheden. Helena besluit pas op het laatste moment met de knappe Trojaanse prins Paris mee te gaan, na een krenkende opmerking van haar moeder. Ook Klytaimnestra is minder vastberaden dan bij Saint. Het verdriet om Iphigeneia is niet allesbepalend, haar wrok is alweer bijna weggezakt op het moment dat Agamemnon terugkeert naar huis. Het is de aanblik van Kassandra, meegevoerd als slavin uit Troje, die haar tot het uiterste drijft.

Zo levert hetzelfde, feministische streven toch weer heel verschillende versies van een mythe op. Dat is hoe dan ook een verrijking.

Claire Heywood, 'Dochters van Sparta', Orlando, 352 p., 24,99 euro. Vertaald door Ine Willems. Beeld RV
Claire Heywood, 'Dochters van Sparta', Orlando, 352 p., 24,99 euro. Vertaald door Ine Willems.Beeld RV

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234