Woensdag 17/07/2019

Reportage

Wat ik leerde van mijn trip naar Westeros

Zondagnacht is de grote finale van hitserie Game of Thrones. Maar in Noord-Ierland gaat de strijd om Westeros gewoon verder. De Ierse schrijver Mark O’Connell stapte op de ‘Game of Thrones Tour’-bus en zag hoe de magie van een fantasy-rijk de geschiedenis van de echte plek overschaduwt.

De eerste keer dat ik een kaart van Westeros, het fictieve rijk in de reeks Game of Thrones, zag, viel me op hoe sterk die op een omgekeerde kaart van Ierland leek. Er waren natuurlijk verschillen. Westeros is een uitgestrekt continent, terwijl Ierland zeven keer in Frankrijk past. En het noordelijke deel van Westeros lijkt alsof Groot-Brittannië er wat onhandig op geënt is. En er was het feit dat Westeros halverwege de jaren 90 volledig gevormd verrees uit de vulkanische verbeelding van de Amerikaanse fantasyschrijver George R.R. Martin. Ik kwam er al snel achter dat mijn vaststelling niet zo origineel was als ik dacht: “Westeros”, zei Martin in 2014 in een interview, “begon als een Ierland op zijn kop.”

Nog voor ik een episode van Game of Thrones gezien had, was ik gefascineerd door de relatie tussen mijn vaderland Ierland en Westeros. Die fascinatie begon op een reis in 2017 naar Noord-Ierland. Ik had net mijn eerste boek gepubliceerd, en werd uitgenodigd op een klein literatuurfestival in Enniskillen, een stad ongeveer twintig kilometer ten noorden van de grens met de republiek Ierland. Ook al bevindt de grens zich op minder dan 90 minuten rijden van mijn woonplaats Dublin, toch was het pas de tweede keer dat ik de grens overstak. Dat is niet ongewoon: het is heel normaal Dubliners te horen zeggen dat ze nog nooit in Belfast zijn geweest, de tweede grootste stad op dit kleine eiland, en dat ze niet van plan zijn dat snel te doen.

Toen, terwijl ik in de lobby van het hotel aan het wachten was op de auto die me zou oppikken, zag ik tussen de brochures voor busexcursies naar historische plekken en natuurschoon een flyer liggen van een bedrijf genaamd ‘Game of Thrones Tours’. De reeks werd in heel Europa – van IJsland tot Kroatië – opgenomen, maar het grootste deel werd gefilmd in Noord-Ierland, op locatie of in opnamestudio’s in Belfast. Dit bedrijf bood geleide bezoeken aan de echt filmlocaties van de reeks aan.

Gids Robbie zet zijn verklede toeristen op de foto bij de abdij waar Catelyn en Robb verschrikkelijk nieuws hoorden uit King’s Landing. Beeld Kenneth O Halloran

Terwijl ik het kaartje bestudeerde, viel me op hoe hard Westeros samenviel met deze getroebleerde en ambigue regio van het eiland. Het was een mysterieuze reflectie op het proces waarbij het kolonialisme de kaart van Ierland hertekend had, en tegelijk leek het een manier aan te reiken om een Noord-Ierland te bekijken dat niets te maken had met zijn eigen duistere en gewelddadige geschiedenis.

Zeven keer gestorven

Minder dan een half uur nadat de toerbus ons had opgepikt, besefte ik dat we ons niet meer in Noord-Ierland bevonden, maar het rijk Westeros hadden betreden. We reden voorbij Stormont Castle aan de rand van Belfast. Theoretisch is dit de zetel van de Noord-Ierse regering, maar al meer dan twee jaar was het orgaan – dat gecontroleerd wordt door de rechtse, unionistische (en grotendeels protestantse) Democratic Unionist Party en het linkse, republikeinse (en grotendeels katholieke) Sinn Fein – weggekwijnd in lethargie door een bijzonder complexe opeenvolging van meningsverschillen. De gids vermeldde het historische gebouw niet, omdat het niets te maken had met Game of Thrones.

De gids, een Robbie genaamde man met grijzende baard en hoge stem, was een paar jaar geleden figurant geweest in Game of Thrones. Het was een van de dingen waarmee Game of Thrones Tours het verschil maakte: zowat alle gidsen van de firma waren ooit betrokken bij de productie.

De zussen Kirsty, Katherine (zonder hoofd) en Amy Fraser uit het Schotse Aberdeenshire vechten een familievete uit in Ballintoy Harbour, de plek waar Theon ooit aan land kwam op Pyke Island. Beeld Kenneth O Halloran

De status van de regio als ‘thuishaven van Game of Thrones’ was volgens het Noord-Ierse agentschap voor toerisme goed voor omgerekend 58 miljoen euro aan ontvangsten voor het toerisme alleen. Er waren busrondleidingen, wandelingen, fietstochten, helikopterexcursies, boottochten, privérondleidingen in luxewagens... Je kon zelfs een bezoek brengen aan een 17de-eeuws kasteel aan de kust van het graafschap Antrim voor een afternoontea rond het thema ‘Game of Thrones’.

Toen we Stormont voorbijreden, was Robbie net bezig aan een lange en doorwrochte monoloog over zijn ervaringen op de set. “Ze leerden honderden figuranten hoe ze met zwaarden moesten vechten en hoe ze moesten sterven”, zei hij. “Ik denk dat ik een van de besten was om te sterven, want in één aflevering stierf ik wel zeven keer.” Vrolijk begon hij zijn vele gewelddadige overlijdens en verrijzenissen toe te lichten.

De weg leidde langs een grote plas water. In het echte leven, zei hij, stond die bekend als Strangford Lough. Maar voor ons was dit nu de Narrow Sea, en van hieruit zouden we de oversteek maken naar Winterfell Castle, de grootste burcht in de North en de aloude zetel van het geslacht Stark.

Over de befaamde touwbrug bij Carrick-a-Rede. Beeld Kenneth O Halloran

Toen het – met behulp van CGI-technologie – zijn opwachting nog niet had gemaakt in de reeks als Winterfell, stond het gebouw bekend als Castle Ward. Ik zocht het op op mijn telefoon en kwam erachter dat het dateerde uit de 18de eeuw en dat het toebehoorde aan de familie Ward, lokale aristocraten. Vanwege zijn symbolische connectie met de Britse overheerser was het in 1973 het doelwit van een mislukte bomaanslag van de IRA. Twee mensen, onder wie een tienermeisje, werden gedood toen een explosief dat ze aan het bereiden waren per ongeluk ontplofte.

Plots werd ik me ervan bewust wat ik aan het doen was. Ik hield mijn gsm wat schuiner voor me, zodat de vrouw naast mij op de bus niet kon zien dat ik aan het lezen was over de echte geschiedenis van deze plek. Ik had het gevoel dat ik een onuitgesproken overeenkomst schond om gedurende de rondleiding de feitelijke cartografie van verovering en geweld even te vergeten die zich onder de kaart van Westeros bevond. Zo zat dat met Noord-Ierland: bewust of niet schurkte je altijd tegen de geest van iets gruwelijks aan.

Vervelend en onopvallend

Het is geen bijzonder subtiele manier om tegen de historische en culturele complexiteiten in de regio aan te kijken, maar toch kan ik me telkens als ik er ben niet van de indruk ontdoen dat Noord-Ierland al even hard bedacht is als Westeros, maar dan grondiger en concreter.

Zelfs voor het Anglo-Ierse Verdrag uit 1921 dat een einde maakte aan de onafhankelijkheidsoorlog van Ierland en dat het eiland splitste in twee politieke entiteiten, was de provincie Ulster – bestaande uit negen graafschappen, waarvan zes momenteel Noord-Ierland vormen – anders, althans in demografisch opzicht. Het was de enige van de vier Ierse provincies met een meerderheid van protestanten. De meesten waren afstammelingen van kolonisten uit de 17de eeuw die gehecht waren aan de eenheid met Groot-Brittannië. Die verdeeldheid was de voornaamste reden voor de opdeling en voor decennia van etnonationalistisch geweld waarnaar door de Ieren stoïcijns werd verwezen als de Troubles.

Tollymore Forest Park was het decor van talrijke Game of Thrones-scènes. Zo vond Will hier in de sneeuw enkele uiteengereten lichamen. Beeld Kenneth O Halloran

Ik ervaar Noord-Ierland als een vervreemdend rijk. Het begint al bij de bijzondere gewaarwording een onzichtbare grens te passeren. Ik zie de Union Jack aan een lantaarnpaal wapperen, betaal in ponden in plaats van in euro’s. Ik vraag me af waarom iedereen doet alsof ze in Groot-Brittannië zijn. De onzichtbaarheid van de scheiding als infrastructureel gegeven versterkt het subtiele gevoel dat de mensen hier doen alsof, en zich onderdompelen in een soort collectieve fantasie.

Het lidmaatschap van de Europese Unie was de reden om de grens weg te nemen.

Maar toen kwam het referendum over de brexit in 2016 die ons met een schijnbaar onoplosbaar probleem opzadelde. Als Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat, dan moet het naar alle waarschijnlijkheid zijn grens met Europa versterken. En die grens ligt nu, vervelend en onopvallend, tussen Noord-Ierland en de republiek. Er lijkt geen manier te zijn om de stemming over de brexit te respecteren waarbij er niet opnieuw harde infrastructuur (douaneposten, grenspolitie) komt en de onvolledig geheelde wonde die door het Ierse landschap loopt te heropenen. De vrees is dat die terugkeer naar de vroegere toestand het hele eiland opnieuw in de nachtmerrie van de geschiedenis stort waaruit het nog maar net wakker aan het worden was.

Rillen in het bos

We stonden in een brede kuil in Tollymore Forest Park, zo’n 60 kilometer ten zuiden van Belfast. Allemaal samengepakt rond Robbie, die een video zocht op zijn tablet. Deze put was ook bekend als ‘The Wildling Pit’, waar in de allereerste scène van de allereerste aflevering drie Rangers van de Night’s Watch de gehavende lijken vinden van enkele Wildlings, leden van stammen die in de wildernis leven ten noorden van the Wall. Dit was, voor Game of Thrones-toeristen, de heiligste der heilige plekken. Het orakel van Delphi.

Zwaarden en ander gevaarlijk wapentuig rond Castle Ward. Beeld Kenneth O Halloran

Robbie hield de tablet in één hand, een Bluetooth-speaker in de andere. Het was een bijna religieus moment. We bekeken de scène op dezelfde plek waar die was gefilmd. Hier, recht voor ons, was de boom waarop een Wildling-kind werd gespietst. Hier, exact waar we stonden, werd een van de leden van de Night’s Watch gedood door een White Walker, een moordpartij die zich afspeelde op Robbies tablet. We stonden op hetzelfde moment in twee werelden: een echte en een fictieve. Een plotse wind deed de takken boven ons bewegen, alsof de bladeren fluisterden. Zelfs ik, die niet bepaald veel gaf om Game of Thrones, voelde het: een rilling die door het bos ging.

Twee weken later zaten we in de grot waar Melisandre een schaduwwezen baarde. Onze gids Brian, een pezige man met felle ogen en gevatte humor, had het over de sterk variërende kwaliteit van sommige andere aanbieders van Thrones-excursies in de begindagen van de hype. Zoals zijn collega Robbie ging ook Brian prat op zijn passages als figurant in de reeks en het repertoire van anekdotes dat hij zo had verzameld.

Sinds het vredesproces was in Belfast een informele toeristische industrie ontstaan van rondleidingen met de typische zwarte taxi’s door loyalistische – zeg maar protestantse– en nationalistische (Iers-gezinde) buurten en langs muurschilderingen ter ere van terroristen, hongerstakers, politieke gevangenen, koloniale veroveraars, enzovoort. Vele gidsen op die tours waren zelf voormalige leden van paramilitaire groepen, zei Brian. Hij verkneukelde zich erin dat velen van hen aangevoeld hadden dat de winden van de markt aan het keren waren, en van Troubles-toerisme waren overgeschakeld op Thrones-toerisme.

“Ik ben heel blij dat Game of Thrones hiernaartoe is gekomen”, zei hij. De bus slalomde over een smalle weg, met aan stuurboord de glinsterende uitgestrektheid van de Ierse Zee. “Vóór Game of Thrones stond mijn land bekend om twee dingen: de Titanic en de Troubles. De internationale perceptie was: rellen, ontploffende bommen, bloed in de straten. Dat deed het toerisme geen deugd.”

Brian maakte daarop een grap over hoe de paramilitaire groeperingen aan beide zijden hun wapens hadden ingeleverd, en dat de ‘Game of Thrones’-touroperators nu zwaarden hadden, en ik bedacht dat het enigszins bizar en zelfs wonderlijk was hoe het echte geweld vervangen was door fantasygeweld. Maar die nieuwe werkelijkheid was fragiel en hing af van ruimere politieke gebeurtenissen.

De relatie tussen Westeros en onze eigen realiteit gaat dieper dan alleen cartografie. Voor zijn intriges leunt Martin sterk op de Rozenoorlogen, een dertig jaar durende reeks burgeroorlogen in de 15de eeuw tussen Engelse troonpretendenten. Zijn verzonnen wereld haalt ook veel materiaal uit het middeleeuwse Europa, maar zijn draken en verzamelde monsters zijn echt en de politiek is duidelijk afleesbaar aan onze tijd.

Toen Game of Thrones in 2011 voor het eerst op antenne ging, zat Barack Obama halverwege zijn eerste termijn, en ondanks de financiële crisis die de wereld kort ervoor op zijn grondvesten had doen daveren, leek het erop dat de internationale technocratische orde zou aanblijven. De reeks daarentegen verzon een universum van machiavellistische kuiperijen tegen de alsmaar duisterder wordende achtergrond van de klimaatverandering – een wereld waarin macht en legitimiteit radicaal ter discussie worden gesteld en cohesie en kracht wijken voor decadentie en eindeloze crisis. Als het succes van de reeks het gevolg was van een sluimerend cultureel verlangen naar een terugkeer van een politiek van geweld en verraad, dan kreeg we sindsdien in overdaad wat we niet beseften dat we wilden.

De campagne voor het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie stoelde ook op een regressieve en fantaisistische visie op het verleden van het land: een onbedwingbare natie die de wereld veroverd had, het fascisme had verslagen en nooit zou toegeven aan de pietluttige bureaucratie van Brussel. De Leave-campagne was niet alleen manifest misleidend, ze toonde duidelijk de mogelijkheden van ahistorische fantasy aan – en de mate waarin naties het product van de verbeelding zijn.

In maart besloten mijn vrouw en ik een uitstap naar Belfast te maken, samen met onze zoon en onze babydochter. We dachten dat het misschien wel de laatste keer was dat we dat konden doen zonder rekening te moeten houden met de grenscontrole. Mijn vrouw was nooit eerder in Belfast geweest. Aan onze zoon, die net zes was geworden, verkochten we het als een trip naar het Ulster Museum, waar je dinosaurussen en oude wapens kon zien.

Het laatste akkoord van de EU met Groot-Brittannië verlengde de uitstap tot 31 oktober. Maar de dingen leken met een alarmerende snelheid te verslechteren. Een brexit zonder deal, tot voor kort een ondenkbaar vooruitzicht, werd plotseling gruwelijk realistisch.

De ‘schrikwolven’ Thor en Odin (voor de show heten ze hier Summer en Gray Wind) bij de haven van Strangford. Beeld Kenneth O Halloran

Die ochtend kregen we een brief van onze autoverzekeraar met bijgesloten een ‘groene kaart’ die we nodig hadden als we grens overstaken en die in het geval van een brexit zonder deal zou garanderen dat we ook in Noord-Ierland verzekerd waren.

Een bom in Derry

Een paar weken voor mijn eerste ‘Game of Thrones’-tour bracht een dissidente republikeinse groepering een bom tot ontploffing voor een rechtbank in Derry. Kort daarna werden bompakketten aangetroffen in Londense luchthavens en een treinstation, die verzonden waren vanuit locaties in Ierland. Een grimmige reeks van mogelijkheden drong zich op: een brexit zonder deal, de terugkeer naar een harde grens en een gewapende republikeinse reactie daarop.

Op de bovenste verdieping van het museum kwamen we in een grote, schaars verlichte ruimte waar meer mensen waren dan elders in het museum. Het enige tentoongestelde stuk was een met de hand geweven, 80 meter lang tapijt dat tegen de muur hing. Zoals het tapijt van Bayeux, dat het verhaal van de Normandische verovering van Groot-Brittannië in de 11de eeuw vertelt, bestaat het uit een reeks naadloos aansluitende panelen die scènes uit een gewelddadige geschiedenis illustreren. Een kind dat door een man met gouden haar uit een toren wordt geduwd. Een figuur met een kap die verslonden wordt door een reusachtige wolf terwijl een vrouw met bebloede handen toekijkt. Een ridder die met zijn zwaard een paard onthoofdt. Een naakte vrouw in een grot die een schaduwwezen baart. Die netjes afgebakende gruweltaferelen bleven elkaar opvolgen en werden levendiger naarmate het tapijt zich ontplooide.

Het was een slim marketingidee, bedacht door HBO en Tourism Ireland en gerealiseerd door een groep van bijzonder vaardige linnenwevers uit Belfast. Voor elke aflevering werd een nieuw paneel toegevoegd, zodat kort na de ultieme finale van de reeks in mei het tapijt van Game of Thrones langer zou zijn dan het tapijt van Bayeux. Ik wist niet goed of ik het tapijt vernuftig of gruwelijk moest vinden, of een diffuse combinatie van beide. Maar ik had vooral het gevoel dat ik aan het kijken was naar iets wat in feite een vorm van historisch artefact was, een extra bewijs van de verstrengeling van het rijk Westeros met het onze.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden