Dinsdag 21/01/2020

Televisie

Want dieren zijn precies als mensen: 50 jaar geleden kwam de allereerste 'Fabeltjeskrant' op televisie

Beeld Fabeltjeskrant

"Hallo meneer de Uil, waar brengt u ons naartoe?" Vijftig jaar nadat Jacob de Uil voor het eerst uit de Fabeltjeskrant voorlas, blijven de dieren uit het Grote Dierenbos even populair en actueel. Met een boek, expo en film gaan de oogjes nog eens dicht, en de snaveltjes nog eens toe. Hatsikidee!

Een lening om een Citroën 2CV-bestelwagen te kunnen kopen in ruil voor een scenario voor een nieuwe kinderreeks? Ex-reclamemaker Leen Valkenier (1924-1996) – platzak, twee keer gescheiden en opnieuw hopeloos verliefd op een twintig jaar jongere vrouw – moest niet twee keer nadenken. Hij wou per se op reis, dat klusje nam hij er met plezier bij.

Dus zette hij zich op vakantie aan het schrijven van een scenario dat gebaseerd moest zijn op een fabel van de Franse schrijver Jean de la Fontaine. Regisseur Thijs Chanowski, de man die het geld voor de auto leende, had al langer het idee om iets met die fabels te doen en had er zelfs al een uilenpop voor gemaakt. 

Toen de Nederlandse openbare omroep op zoek ging naar een nieuw 'naar-bed-stuur-programmaatje' omdat Pipo de Clown zonder inspiratie zat, haalde hij de uil opnieuw van het schap. De combinatie met het schrijftalent van Valkenier bleek een gouden zet: De Fabeltjeskrant was geboren, en Valkenier wist wat hij de volgende jaren zou doen.

Rotterdamse connectie

De allereerste aflevering van De Fabeltjeskrant kwam op 29 september om 18.55 uur op het scherm. De reacties waren aanvankelijk nog weifelend, maar dat veranderde snel. Zeker toen Valkenier de fabels van De la Fontaine links liet liggen en alles zelf verzon, ging Nederland plat voor meneer de Uil, juffrouw Ooievaar, Zoef de Haas en de gebroeders Bever. Dat je op dat uur naar niets anders kon kijken, hielp uiteraard.

Uiteindelijk zouden er 1.613 afleveringen gemaakt worden. De laatste episode kwam op 1 juni 1990 op het scherm. Maar mede dankzij vele herhalingen bleef de serie populair. in 2005 werd De Fabeltjeskrant zelfs verkozen tot beste kinderserie van de eeuw.

De kracht van De Fabeltjeskrant zat hem onder meer in de kleurrijke cast: elk dier had zijn hebbelijkheden, en iedereen kende wel een sarcastisch iemand als meneer de Raaf of een egoïst als Zoef de Haas. Dat leidde al snel tot speculaties. Waren ze op echte personages gebaseerd? Nee, hield Leen Valkenier steevast vol. Zelf herkende hij zich wel het meest in Bor de Wolf, die het soms wat somber inzag en zich dan in het Enge Bos terugtrok. 

De makers van de tentoonstelling over 
De Fabeltjeskrant diepten onlangs een andere theorie op. Valkenier had de belangrijkste personages gebaseerd op mensen uit de Rotterdamse wijk Vreewijk, waar hij opgroeide en een toneelgroep uit de grond stampte. Meneer de Uil is dan de nu 92-jarige Jan Straaijer (die in een video op de expo te zien is), een actrice werd juffrouw Ooievaar en de twee Rotterdamse decorbouwers werden de gebroeders Bever. Volgens familieleden van Valkenier is de immer ijverige Truus de Mier dan weer gebaseerd op zijn moeder.

Feit of fictie? De in 1996 overleden Valkenier zal het niet meer zeggen. Maar Patrick Bremmers, die een heerlijk nostalgisch boek over de serie schreef, denkt dat het wel zou kunnen kloppen. "Elke schrijver haalt elementen uit zijn eigen leven, al zal hij dat niet altijd toegeven. Maar het zijn natuurlijk universele karakters: iedereen kent wel een juffrouw Ooievaar of ome Gerrit de Postduif."

Een progressieve reeks

“Juffrouw Ooievaar en ik vormen samen de Vast- en Zekerpartij. De partij tot behoud van alle dierenbosse zekerheden, zoals geluk, voorspoed, liefde en saamhorigheid. En de hoop op veel kijkbuiskinderen. En dit alles laten we ons niet afnemen door vreemde elementen! Door dieren die hier niet horen. Dieren uit de Buitenste Buitenbossen! De buitenbeentjes. Wij zijn voor Vast en Zeker. Voor eigen dierenbos.”

Producer Thijs Chanowski en schrijver Leen Valkenier. Beeld ANP

Aan het woord is Woefdram, de hielenlikkende medewerker van juffrouw Ooievaar. In een verkiezingstoespraak acht hij het nodig de dieren uit het Grote Dierenbos op te ruien tegen nieuwkomers als Zaza Zebra, Chico Lama en Mister Maraboe, die allen uit het Buitenste Buitenbos komen. 

Alleen – en daar ligt misschien het grootste verschil met vandaag – vindt hij nauwelijks gehoor. Alle andere dieren reageren met afschuw op de vreemdelingenhaat van Woefdram. Alleen juffrouw Ooievaar blijft achter hem staan. Zij zal later ook het gemengde huwelijk tussen dokter Meindert het Paard en Zaza Zebra veroordelen. “Zo’n raspaard als dokter Meindert met zo’n kunstpaard als Zaza Zebra?”

De scène zit in een aflevering van De Fabeltjeskrant uit de tweede helft van de jaren 80. Een beetje typerend voor die tijd, zegt Patrick Bremmers. “Het was nooit met het opgeheven vingertje en altijd op vriendelijke manier, maar zeker in die periode kaartte het zulke thema’s vaker aan en leerde het de jonge kijkertjes begrippen als honger en apartheid kennen.”

De jaren 80 waren op dat vlak explicieter, maar Valkenier deed het daarvoor ook al. “Op een subtiele manier was hij maatschappijkritisch”, zegt Bremmers. "De actualiteit kwam op de een of andere manier terug in
De Fabeltjeskrant, die zo een spiegel van de maatschappij vormde.” 


En nog steeds vormt, meent Theo Braams, die de tentoonstelling in Rotterdam maakte. “Ik heb voor de tentoonstelling veel afleveringen herbekeken en was verbaasd over hoe relevant die nog zijn.” Alleen jammer dat dat aspect nauwelijks belicht wordt op de expo.

Thema’s als migratie en de derde wereld kwamen dus aan bod, maar evengoed ging Greet Koe na haar scheiding een vrouwenhuis openen om de rechten van de vrouw te verdedigen of kreeg je met Rokus de Vrije Vogel opeens een hippie. “De Fabeltjeskrant was natuurlijk heel progressief”, zegt Aart Staartjes, die de stem van Rokus insprak, daarover in het boek. “Dat zat 'm in de dingen die gezegd werden en in de onderlinge verhoudingen.”

En na alle commotie rond het al dan niet samenzijn van Bert en Ernie mag je vooral niet vergeten dat de eerste homokus al in 1968 in De Fabeltjeskrant te zien was, zegt Bremmers. “Droes de Beer en Jodokus de Marmot waren dat. Maar dat was op een heel subtiele manier in het programma gebracht, zodat het bijna niet opviel. Toen kon dat nog allemaal zonder dat er meteen naar gekraaid werd. Mensen konden ook niets opnemen of terugkijken. Men zond iets uit en het was voorbij.”

Bemoeiden de omroepbazen zich dan nooit uit angst voor boze reacties? Bremmers vond in zijn research maar één voorvalletje waarbij de omroep even naar de makers belde. “Bor de Wolg ging ‘snuif’ gebruiken, maar dat vond de NOS te ver gaan. De softdrugs werd vervangen door ‘pruim’, als verwijzing naar pruimtabak. Maar je zag subtiel wel dat de gebruikers onder invloed waren.” 

In De Fabeltjeskrant voor de Groten, een mislukte spin-off voor volwassenen uit 1979, konden zulke dingen dan weer wel. Myra Hamster besprong er zomaar Meindert het Paard – ‘je reinste porno’, dixit Piet Pad – terwijl Harry Lepelaar pakjes uit Papavertjesland liet overkomen.

Kijkbuiskinderen en andere neologismen

Een spiegel van de maatschappij: allemaal goed en wel, maar als je dat niet goed verpakt, loopt het voor geen meter. De allereerste afleveringen van De Fabeltjeskrant waren nog vrij getrouw aan de fabels van De la Fontaine, maar toen die bron opgedroogd was, ging Valkenier pas echt voluit.

“Hij was briljant”, zegt Patrick Bremmers. “Met alle toespelingen op de actualiteit, maar ook hoe hij het opschreef. Prachtig. De taal is het allermooiste. Alleen al hoe meneer de Uil alles verwoordde: een beetje gezwollen en plechtig, maar wat een mooie zinnen. Of dat voortdurende heen-en-weergekletter tussen Ed en Willem Bever. Echt knap.”

De invloed was groot. Kinderen noemden niet alleen hun huisdieren naar de personages,
De Fabeltjeskrant introduceerde ook nieuwe woorden en staande uitdrukkingen. Met als bekendste voorbeeld kijkbuiskinderen en ‘oogjes dicht en snaveltjes toe’. Maar Valkenier haalde ook oude woorden vanonder het stof. Appelig bijvoorbeeld, als Stoffel de Schildpad zich wat suf en sloom voelde.

Neem daarbij nog de humor en de vele dubbele bodems, en je snapt waarom volwassenen graag met hun kroost meekeken. Al vond niet iedereen dat een troef. “Ik weet zeker dat de meeste kinderen de dubbele bodem van die verhaaltjes uit het Grote Dierenbos nauwelijks begrijpen”, verklaarde Tante Terry begin jaren 70 in Humo. Ook in de Nederlandse media wordt met de regelmaat van de klok gediscussieerd over de vraag of het taalgebruik van meneer de Uil en co. niet te moeilijk was voor het kleine grut. “Ik geloof dat iedereen de kinderen onderschat”, veegde Valkenier de kritiek van tafel.

De originele poppen van De Fabeltjeskrant. vlnr achter: Isadora Paradijsvogel, Bor de Wolf, Ed Bever, juffrouw Ooievaar, Lowieke de Vos, Stoffel de Schildpad, Willem Bever, voor vlnr : Gerrit de Postduif, Mira de Hamster, Momfert de Mol, meneer de Uil, Truus de Mier, Martha de Hamster, Zoef de Haas. Beeld ANP Kippa

De taal en de gelaagdheid waren net de sterkte, vindt ook Theo Braams. “Productioneel was het een vrij simpel programma, maar inhoudelijk stak het ongelooflijk knap in elkaar. Die gelaagdheid maakte van De Fabeltjeskrant iets unieks. Nu zie je het vaak andersom: je hebt waanzinnig geproduceerde films waarbij het verhaal op het tweede plan komt.”

De kracht van merchandising

Bestek, borden, een bed, gezelschapsspellen en puzzels, knuffels uiteraard, verlichting, boekjes allerhande... De expo in Rotterdam heeft één grote vitrine met een overzicht van wat er de voorbije halve eeuw aan merchandising rond De Fabeltjeskrant op de markt gekomen is. “En dit is nog maar een fractie”, zegt Braams. “We hebben het meeste hier van een superverzamelaar kunnen lenen. Thuis heeft hij nog vele keren meer staan.”

Om maar te zeggen: hoe mooi en oprecht De Fabeltjeskrant ook mag zijn, zelfs in de beginjaren wisten de makers goed hoe je er ook naast het kleine scherm mee kon scoren. Het was het eerste jeugdprogramma waarrond hele reeksen merchandising ontwikkeld werden – een eer die dus niet Studio 100 te beurt valt, zoals weleens geopperd wordt. 

“Op dat vlak waren ze niet achterlijk, nee”, zegt Braams. “Ze sloten bijvoorbeeld ook deals met merken als Nivea of Milky Way, waarbij je dan iets kreeg of kon sparen voor een product. Dat was keihard geld verdienen.” 

“Men had daarvoor inspiratie opgedaan in het Verenigd Koninkrijk, bij de Beatlemania", zegt Bremmers. “Er zat ook hier een hele industrie achter, waardoor je er niet omheen kon. Op dat vlak waren ze een voorbeeld voor andere series.”

De rechten op alles wat rond
De Fabeltjeskrant gebeurt, zitten nu bij Robin en Alain de Levita, de zonen van Loek de Levita, de tweede producent van De Fabeltjeskrant. De broers kochten de rechten eind jaren 90, begin 2000 van scenarioschrijver Chiem van Houweninge. Hun eerste poging om de reeks via pay-per-view aan te bieden mislukte, maar met een musical, nieuwe handpoppen, herhalingen, magazines en nu ook een nieuwe reeks en een film van producent Rubinstein Media weten ze de halve dierentuin rond meneer de Uil levendig te houden en te laten renderen.

Overigens wordt ook al sinds dag één scherp in de gaten gehouden wat er met meneer de Uil gebeurt. In 1969, nog geen half jaar na de eerste uitzending, trokken de producenten al naar de rechtbank tegen het muzieklabel Dureco. Dat had het aangedurfd een plaatje op de markt te brengen met de tekst ‘Hallo meneer den Uil, uw onderbroek is vuil.’ 

“Het zo aardige kinderprogramma wordt naar beneden gehaald”, haalde de advocaat aan, die vond dat de wijze meneer de Uil door het liedje ‘een ordinaire vent’ leek. De rechter was niet onder de indruk van zoveel wijsheid en beval de producent de oogjes dicht te houden en de snaveltjes toe.

Patrick Bremmers, Hallo, Meneer de Uil, 128 pagina’s, uitgeverij Rubinstein, 22,99 euro.

De expo Fabeltjesland: een reis door 50 jaar Fabeltjeskrant loopt van 29 september tot en met 2 december in Las Palmas, Rotterdam. Fabeltjesland.nl.

De Fabeltjeskrant & de Grote Dierenbos-spelen is vanaf 19 december te zien in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234