Dinsdag 22/10/2019

Ergens onderweg

Wanderlust-presentatrice Alicja Gescinska: "Ik mag geen vrijblijvend leven leiden"

Alicja Gescinska met Rik Van Puymbroeck. Beeld Thomas Sweertvaegher

"Ik ben onkruid geworden dat overal groeit", zegt Alicja Gescinska. Toch stappen we door Lede, het dorp van haar jeugd, waar ze weer woont. Zondag wandelt zij op Canvas naast Youssou N’Dour in de eerste aflevering van Wanderlust. Daarin luistert de filosofe en praat ze weinig. "Het leven zelf geeft antwoord op de grote levensvragen."

Net voor Kerstmis 1989 kwam de lokale correspondent van Het Nieuwsblad bij de familie Gescinska langs. Een Poolse familie in Lede: nieuws! “We poseerden voor de kerstboom”, herinnert de filosofe zich. “De foto met het artikel hingen we later tegen de muur. Pas jaren nadien merkten we dat we van die pagina het foute artikel bij de foto hadden uitgeknipt. Wisten wij veel. We kenden geen Nederlands!”

Zo eenvoudig moeilijk is weggaan waar je thuis was. Op een dag ben je van nergens meer en loop je toch wat verloren door de wereld. Ze heeft het al vaker verteld: “Als ik in Polen ben, mis ik Polen zelfs. Want het is niet meer het Polen dat ik als kind achterliet.”

In de tweede aflevering van het nieuwe Wander­lust-seizoen vertelt schrijver Marcel Möring dat hij wel geboren is in Enschede maar dat hij “mentaal van het noorden is”. Uit Drenthe. Hij nam Alicja Gescinska mee naar de heide van Bal­loër­veld en toonde wat hij bedoelde. Nu lopen wij door wat ze in haar mail ‘de Leedse velden’ noemde: ‘Niet de mooiste wandeling, maar wel de wandeling die ik het vaakst heb gemaakt in mijn leven’, schreef ze.

Is ze geboren in Warschau en mentaal van hier? “Als ik in Warschau ben, ga ik altijd op het oude plein zitten. Dat komt omdat ik een voorliefde heb voor plekken waar ik de tijd niet voel. Dat Balloër­veld waar Möring me meenam, was zo’n plek. Je ziet er wat mensen honderden jaren terug al zagen. Ik vond het prachtig, maar ergens riep het een melancholische hunkering in me op. Ik wil ook zo’n plek, waarvan ik kan zeggen: dit is het. Maar ik heb het niet meer. Niet in Warschau en niet in Lede. Je moet Lede niet kennen om te weten wie ik ben.”

In haar straat ligt café De Kuip en iets verder wapenmaker Bliki. En wandelend maakt een mevrouw zich boos als we met de telefoon een kiekje maken van een prachtige treurwilg in haar tuin: “Wil je die foto meteen wissen en nergens publiceren?” Iedereen is van de wereld, maar de wereld is niet van iedereen.

Daarnet, thuis nog, in het huis waar haar ouders jaren woonden en waar zij na drie jaar doceren in Princeton en Amherst vorig jaar ‘voorlopig’ opnieuw kwam wonen, vertelde ze over Wanderlust. Op 9 september vliegt Gescinska voor de laatste opnames naar Tokio, waar ze Masaaki Suzuki gaat spreken. Hij is dirigent en leidt het Bach Collegium in Japan. Met Suzuki komt ze aan tien nieuwe afleveringen, waarbij naast Youssou N’Dour en Marcel Möring onder meer Theodore Dalrymple, Raoul Servais en Lode Van Hecke, de abt van Orval, zitten.

Waar zit de lijm in dat lijstje? “In geleefde levens. Al die mensen hebben vorm gegeven aan hun leven. Niet omdat ‘en passant’ iets gebeurd is, wel omdat ze hun leven zelf gestuurd hebben en actief hebben nagedacht. Niet dat het allemaal ‘denkers’ zijn, Youssou N’Dour past misschien niet in dat lijstje. Maar van jongs af was hij met muziek bezig, dan met politiek en hij gebruikt zijn status nu om zich voor anderen in te zetten. Hij heeft zijn leven vorm gegeven.

“Ik sta voor bijna iedereen open. Ik zou net zo goed Vladimir Poetin willen spreken, maar een schone Wanderlust zou dat niet opleveren. De mensen die ik opzoek, moeten respectvol naar anderen toe zijn, zonder een agenda en niet neerkijken op anderen.

“Met ‘geleefde levens’ bedoel ik dat: al die mensen hebben een leven geleid dat iets gezien heeft. Het leven geeft vaak meer kleur dan het geloof. Wij denken meteen te weten wat iemand zal denken over leven en dood als we weten of hij of zij katholiek, jood, moslim of atheïst is. Dat is absoluut niet zo. Vaak geeft het leven zelf antwoord op de grote levensvragen. En dat wil ik horen. We maken geen exhaustief portret. Dat huiswerk moet je als kijker zelf doen. Als je alles wilt weten over Dalrymple of Marcel Möring, lees dan hun boeken. Mij interesseert hoe ze in het leven staan.”

Weggeveegd

Al die mensen, vindt ze, hebben ooit een roep gehoord. “Een soort ‘appel’, dat ze het leven niet zomaar aan zich voorbij mochten laten gaan. Möring zit wel heel veel in zijn schrijfkamertje, maar van daar is hij zich wel bewust van de andere en steekt hij zijn hand uit. Dat is belangrijk.”

Dat zie je ook en dit is het voordeel van de journalist: Leentje Lybaert, eindredacteur en regisseur van Wanderlust, stuurde deze week twee afleveringen in primeur door. De eerste, bij Youssou N’Dour in Dakar. En de tweede bij Marcel Möring. Al heel snel viel dit op. De Senegalese zanger zong in het Wolof: ‘We mogen niet aanvaarden dat we verdeeld worden.’ En iets later: ‘Als ik denk aan wat onze voorouders is aangedaan, huil ik.’ Bijna exact met die woorden vertelde Möring, in een passage die je verplettert en waarvoor je alleen al daarom naar Wanderlust moet kijken, over de schuld die hij voelt als hij denkt aan het verdriet van zijn joodse moeder. Verdriet om wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en hoe onder meer haar familie mee zomaar werd weggeveegd. In het Wolof of het Nederlands: het gevoel is hetzelfde. Is het een emotie die zij herkent? Haar ouders verlieten het Polen van de jaren 80 niet voor vakantie. En dus met pijn.

Ze knikt. “Ik vind het belangrijk pijn te kunnen voelen die je zelf niet hebt meegemaakt. Zelfs de pijn van mensen met wie je geen verwantschap hebt. Als je dat niet kunt opbrengen, is het slecht gesteld met de wereld.

“Voor een aflevering waren we in Shatila (een Palestijns vluchtelingenkamp in Beiroet, RVP), waar mensen geboren worden en later zullen sterven. Mensen die al voor de conceptie geen toekomst hebben. Je moet die pijn toch zelf voelen. Net als voor mensen die, als politieke of economische vluchteling, in bootjes de zee oversteken. Of als je kijkt naar Congo of de wereldoorlogen.

Alicja Gescinska: "‘In de jaren 80 vanuit Warschau naar België vluchten, was een sprong in het diepe. De les die ik eruit leerde, is dat ik geen vrijblijvend leven mag leiden." Beeld Thomas Sweertvaegher

“Vaak hoor je dat we van de geschiedenis moeten leren. Maar je kunt er niks van leren als je niet het verdriet van de mensen toen voelt. Als dat niet meer kan, dan wordt geschiedenis gevaarlijk. Want dan zijn het enkel nog cijfers en geen mensen meer. Dat is een drama.

“Raoul Servais vertelde me hoe hij als kind in een bunker zat en hoe een andere jongen het loeien van de koeien die gemolken moesten worden, niet meer kon aanhoren. Die jongen liep naar buiten om die koeien te melken en dat liep fataal af: hij werd gedood door een explosie. Die jongen is al meer dan 70 jaar dood, maar Servais ziet hem nog voor zich, elke avond voor hij gaat slapen. Ik zou niet graag ooit zover komen dat ik het verdriet van een ander niet meer voel.”

En dus dat van haar ouders. “Ik voel hun verdriet en hun angsten, maar men vraagt me vaak of ik door onze eigen achtergrond de vluchtelingenproblematiek beter begrijp. Ik hoop van niet. Ik hoop dat ik dat gewoon als méns voel. Er zijn alleen extra gevoeligheden. Mijn moeder moest hier in België als poetsvrouw aan de slag en als iemand nu zomaar een papiertje op de grond gooit, vind ik dat erg. Omdat ik wéét dat iemand anders zich daar zal moeten voor bukken. En het is vreselijk dat ze, door die job, onzichtbaar werd.

“De beslissing van mijn ouders om naar België te komen, nam ik hen lang kwalijk. Maar nu heb ik er respect voor en prijs ik hun moed. Er bestond toen geen Wikipedia. Als je nu naar Andorra wilt, kun je dat bezoeken voor je er zelfs bent. Er is geen spanning meer. In de jaren 80 vanuit Warschau naar België vluchten, was een sprong in het diepe. De les die ik eruit leerde, is dat ik geen vrijblijvend leven mag leiden. Hun grote angst en risico’s verplichten mij om niet zomaar te leven. Om het leven te verzilveren.

“Maar meer nog dan onder hun gemis, lijd ik onder de vernedering die ze voelden. Als je verandert, laat je je geliefde boomgaard achter en de krekels in de tuin. En ik mis Polen tot vandaag, maar ik ben een soort onkruid geworden dat overal kan groeien. Ook al ben ik ontheemd. Het verdriet dat mijn ouders voelden omdat ze als tweederangsburgers werden gezien, vind ik het ergst. Ze werden hier onzichtbaar. Minder intelligente burgers. Stel je voor dat jij vertrekt naar een ander land en daar zeggen ze: ‘Journalist? Dat zal wel. Je diploma stelt hier niks voor.’ Dat is vernederend. Mijn ouders wilden Belg worden, maar zo werden ze nooit bekeken.”

Ware vriendschap

Dat we in dit ouderlijke huis zitten, komt omdat Alicja’s moeder terugkeerde naar Polen. Na de dood van haar man, Alicja’s vader, vond ze een nieuwe liefde en met hem woont ze nu tegen de Wit-Russische grens. Met haar man en drie zonen betrekt Gescinska dit huis “tot we een nieuwe woonst vinden”. In dit huis nam ze zeven jaar geleden te vroeg afscheid van haar vader. Kanker was de diagnose en het ging bijzonder snel. In de laatste dagen van zijn leven las ze hem voor uit Gloed, haar lievelingsboek van Sándor Márai. Dat vertelde ze al vaker. Maar nooit waarom. Waarom beslis je je stervende vader voor te lezen? In het Pools is Gloed vertaald als ‘Zar’.

“Het ging heel snel. Mijn papa kon steeds minder, zelfs tv kijken was moeilijk. Eerst had ik hem nog aan het lezen gebracht, maar ook dat werd te zwaar. Ik was veel bij hem, bijna permanent. Mijn angst was dat hij alleen zou sterven. Praten werd moeilijk en toen begon ik hem voor te lezen. Gloed, omdat het een boek is waaruit ik zelf veel over vriendschap leerde. Soms las ik daar tussen de lijnen de juiste vragen. Wie noemen we een vriend? Waarom? Omdat je samen tennist? Is het dan een transactie? En wat als die ‘vriend’ niet meer zou tennissen? Zou hij dan nog een vriend zijn?

“In dit boek zijn twee mannen, die zo verschillend zijn, bevriend. Een is rijk en de andere arm. De ene is muzikaal en de andere generaal. De ene is gevoelig en de andere moedig. Maar na 40 jaar komen ze weer als vrienden samen. Dat zet me aan het denken en daar ben ik in geïnteresseerd. Naast filosofie gebruik ik literatuur om de mens beter te begrijpen. En daarom wil ik het ook zelf schrijven. Zoals Camus en Sartre deden. Of Iris Murdoch. Zij zei: “Literature mistifies, philosophy clarifies.” Ik ben het daar niet mee eens, maar ook zij combineerde de twee.”

Uit de kast haalt ze Zar. Er zitten ook twee Nederlandstalige versies van Gloed in. “Ik heb er altijd eentje in huis om een mens in nood te helpen”, glimlacht ze. Maar Zar valt open op pagina 88. Een kasticket is de bladwijzer. “Die zit nog altijd waar ik ophield met voorlezen. Waar Konrad zijn vriend vraagt wat hij die dag in het bos te weten gekomen is. Het antwoord van Henrik is dat hij voelde dat zijn beste vriend zijn geweer op hem had gericht. Maar daar kwamen we niet, want mijn vader zei: ‘Ik kan niet meer.’ Zelfs luisteren lukte niet meer. We waren twee dagen voor hij overleed. Of ik hem dan toch gewoon het einde moest vertellen, vroeg ik. Maar neen, dat vond hij niet meer nodig. We stopten bij hoofdstuk 13.

“Ik wilde mijn vader niet belasten met al die grote vragen. Hij is met een ontzettend grote mildheid gegaan. Wat me opviel, hij had immers aanleg om koleriek te zijn en hij worstelde met zichzelf en met een boel demonen. Maar toen hij wist dat hij terminale kanker had, vroeg hij nooit: waarom ik? Hij was blij dat hij het had en niet iemand anders uit het gezin. Hij was heel aanvaardend. (glimlacht) Iets wat ik wellicht niet zou hebben.”

Houvast

Van boven op de kast neemt ze nog een boek. Een heel dik: een Poolse encyclopedie van de fysica. “Hij was ingenieur en zeer wiskundig. En toen hij ziek was en naar de chemo ging, nam hij dit boek mee. ‘Alles rondom mij is absurd, dit geeft me houvast’, zei hij.”

Haar vader was niet gelovig, al ging hij – zoals alle Polen – af en toe mee naar de kerk. “Dat kan in Polen. Sommigen geloven, anderen niet. Het gaat om respect. Zelf wilde hij in de zee uitgestrooid worden en dat deden we. In Oostende.”

Waarom de zee? “Dat heeft niks met Polen te maken. Hij zwom gewoon heel graag en haalde nog laat een brevet. Mijn vader voelde zich beter in het water dan tussen andere mensen. Misschien omdat water niet discrimineert. Toen hij al heel ziek was, wilde hij afscheid nemen van de zee. We zijn naar Oostende gereden en de foto van zijn laatste wandeling op het strand naar de zee, staat in mijn boek De verovering van de vrijheid.”

Ze zoekt en leest een passage daarover. Over het water dat hem riep.‘In het water is iedereen en niemand een vreemde.’

Die foto wordt nog wat zwaarder als je dit weet. “We zaten dus op het strand van Oostende, op een handdoek, toen mijn moeder telefoon kreeg van de oncoloog. Met slecht nieuws: ze konden niks meer voor hem doen. Het zou een kwestie van weken zijn. Daar dus, op dat strand, hoorde hij dat van mijn moeder. Hij is opgestaan en is naar de zee gewandeld.”

Alicja Gescinska: "Toen vader wist dat hij terminale kanker had, vroeg hij nooit: waarom ik? Hij was blij dat hij het had en niet iemand anders uit het gezin." Beeld Thomas Sweertvaegher

In De verovering van de vrijheid staat het zo: ‘In alles zag je dat hij dat voor de laatste keer deed.’

Daadkracht

Je drinkt wat water en zoekt naar een ander onderwerp.

Dit: in Wanderlust vertelt Marcel Möring hoe tijdens de oorlog de buren van Joden de gordijnen dichttrokken toen die door de Duitsers uit hun huizen werden gehaald. Ooit zei Alicja Gescinska zelf dat haar kinderen, eens volwassen, misschien deze vraag zullen stellen over de wereld van 2017: ‘Wat was jouw aandeel?’

Trekken we de gordijnen soms dicht? “We zouden meer kunnen doen dan we doen. Dat die mensen in de oorlog hun gordijnen dicht deden, had met slechte wil niks te maken. We kunnen dat niet vergelijken met vandaag. Toen was anderen helpen een groot risico. Nu is dat niet zo. We zouden echt meer kunnen doen.

“Wat me triest maakt, is vooral hoe en waarom het gebeurt. De wereld bestaat niet uit goeie en slechte mensen, want zelfs de zogenaamde goeie mensen vinden vaak de daadkracht niet om iets niet te laten passeren. In mijn schrijven zit vaak een appel. Misschien móét je iets doen. Ja, ik vind dat je bezorgd móét zijn over kinderarmoede in België. En over de toestand in het Midden-Oosten. De repliek is vaak dat het niet leefbaar is om ons alles aan te trekken, maar dat vraag ik niet. Ik erger me meer aan het feit dat we de ogen sluiten dan aan het feit dat we niet alles kunnen oplossen.”

In Allmensch, een boekje in de reeks ‘Karakters’ dat vorig jaar verscheen, hield ze een pleidooi voor dat engagement. “De opdracht was te schrijven over ‘less is more’, maar ik vind dat we als mens de potentialiteit hebben om meer naar de volmaaktheid te streven. Een bij zal altijd honing blijven maken, maar wij kunnen meer doen. Het feit dat je jezelf begrijpt, heb je te danken aan de andere. Dus vind ik dat we iets verschuldigd zijn aan de medemens. Toen ik Allmensch voorstelde, zei iemand: ‘Je klinkt als een pastoor.’ Wel, fuck it. Willen ze dan dat ik zeg: ‘Trek het je allemaal niet aan.’ Is dat het? Het feit dat mensen het niet willen horen, ergert me en stemt me pessimistisch. Door de jaren heen ben ik steeds misantropischer geworden.”

Dat klinkt wrang. Bijna als dat water, rond haar betreurde vader: hij voelde zich daar beter dan tussen andere mensen. “Het is niet dat ik dé mens niet graag heb. Ik ben niet asociaal. Maar ik word wel pessimistischer. Niet dat ik ooit geloofde dat ik de wereld zou kunnen veranderen. En daar roep ik niet toe op. Maar wel tot kleine dingen: steek je hand uit, in plaats van zo negatief te doen. Ik vraag niet eens geld te storten. Steek je hand uit. Dat gebeurt te weinig.”

Waarom? Zijn we te veel bezig met het heilige debat en te weinig met dialoog? Dat vindt ze misschien wel. “Als ik voor tv word uitgenodigd in een panel met een politicus, dan ga ik niet graag. Hen gaat het erom een stelling binnen te halen. Ze weten al wat ze willen zeggen, ongeacht wat jij zegt. Ze wachten gewoon op het juiste moment. Maar ook bij filosofen of intellectuelen zie ik dat: er wordt niet meer geluisterd. Ik vind de sociale media een geweldige tool, maar er wordt te veel geroepen. We zijn roepers die denken dat onze tweet naast die van Barack Obama kan staan. We ventileren zo graag. Terwijl de capaciteit om te luisteren weg is. Daarom vind ik het wel oké dat op school een vak als ‘burgerschap’ wordt gegeven. Luisteren naar elkaar is een vaardigheid die daar gestimuleerd kan worden.”

In de laatste dagen van zijn leven las Alicja haar vader voor uit 'Zar' ('Gloed'), haar lievelingsboek. Beeld Thomas Sweertvaegher

In Wanderlust valt op hoe ze zelf wel luistert. De filosofe die in columns, essays, boeken en interviews graag haar mening geeft, blijft daar vooral stil. En dat is bewust, al kwam daar in tv-recensies wel eens kritiek op: ‘Vraag dan door!’ “Ik ben daar niet om te laten zien wat voor een Alicja ik ben. In Wanderlust ben ik een klankbord. Als iemand zegt dat hij mijn inspraak mist, antwoord ik: ‘Fijn, lees mijn boeken, ik ben nog lang niet dood en zal er nog veel schrijven.’ Zo’n tv-programma is geen egoïstisch onderonsje. Ik moet Vlaanderen niet bewijzen wat ik kan. Ik wil wel horen wat die mensen denken. Of ze nu een godsbeeld hebben of niet.”

Dat laatste weten we van haar zelf niet. In elk interview wordt ernaar gevraagd. Telkens zegt ze dat het niet belangrijk is om te weten of ze gelovig is of niet. In Wanderlust is dat nochtans wel snel een thema. “Dat klopt, maar niet omdat ik ernaar vraag. Voor mijn functie vind ik het sowieso irrelevant. Ik ben al jaren bezig aan een boek over Karol Wojtyla (de Poolse paus Johannes-Paulus II die in 2005 overleed, RVP). Dat is bijna af, maar ik aarzel om het af te maken. (glimlacht) Omdat ik weet dat er veel over te doen zal zijn. Maar los daarvan: als mensen zouden weten of ik gelovig ben of niet, zouden ze dat anders lezen. Dat wil ik niet. Het zou pas relevant zijn, mocht ik het gevoel hebben dat het mijn denken bepaalt. Maar dat doet het niet.

“Als ik in Wanderlust mensen spreek, vraag ik niet of ze gelovig zijn of niet. Voor mij zit dan Youssou N’Dour. Niet de moslim die hij is. Veel te vaak gaan we ervan uit dat we weten hoe mensen zullen denken als we hun overtuiging kennen.

Dat is niet zo. Connie Palmen staat er om bekend dat ze niet gelovig is. Maar het héle gesprek verwees ze naar de Bijbel en naar Jezus. Die zij dan als een fantastisch fictiefiguur omschreef, maar de meest positieve reacties kwamen wel van katholieken.”

Dat laatste vindt Gescinska misschien wel een streefdoel. Praten met anders­denkenden. Niet enkel leren van gelijkgezinden. “Roger Scruton (Brits filosoof, RVP) is een van mijn beste vrienden. We hebben dezelfde bezorgdheden en dezelfde gevoeligheden, maar onze oplossingen zijn anders. Maar daarom is het zo boeiend. Anders praat je en drink je een pint. Ik ben een van zijn eerste lezers als hij nieuw werk schrijft, net omdat hij weet dat ik er kritisch naar zal kijken. En het is toch prachtig als een denker ook van mening kan veranderen? Als iemand zegt dat hij al veertig jaar hetzelfde denkt, dan ben ik huiverachtig.”

De Leedse velden zijn rustig en ruiken naar de mest van de grazende koeien. We zijn gaan wandelen en de harde regen van een dag eerder heeft al bladeren op de grond gestrooid. Dit is hier en de geur van hier. Is er ook iets dat haar, à la Proust, doet denken aan die jeugd in Polen?

“In 1994 gingen we voor het eerst terug. Ik had er een voorstelling van en ik wilde vooral mijn grootouders terugzien. Het was anders. De onschuldige vraag ‘waar je vandaan komt’ is eigenlijk pijnlijk. Want ze betekent: ‘Je bent niet van hier.’ In Polen had ik dat niet. Gescinska, een naam waar ik altijd een hekel aan had, is daar niet zeer populair, maar hij is wel Pools. En Alicja’s zijn er duizenden.

“Wat ik nu zelf overhoud aan geuren en gerechten, is de traditie van kerst­avond. Belangrijker dan Kerstmis zelf. Op 24 december vasten we de hele dag en van zodra de eerste ster aan de hemel komt, eten we. (lacht) Ook als het bewolkt is hoor. Er ko­men dan twaalf gerechten op tafel, naar de twaalf apostelen. Geen vlees, enkel vis zoals haring of karper en bigos (een zuurkoolgerecht, red.) met bospaddenstoelen. Ook toen we in Princeton en Amherst woonden, deden we dat. Het huis rook dan Pools, mijn oudste zoon Eliasz vond het meteen lekker en ik vind dat belangrijk. Dat wil ik hen zeker doorgeven. En als ik nu in een Airbnb in Warschau kom, ruik ik alleen al door de boenwas dat ik in Polen ben.”

Haar jongste zoon heet Tadeusz, niet naar Mazowiecki, in 1989 de eerste niet-communistische premier van het land. “Tadeusz is een naam van zo­veel grote Poolse mannen.” Ze spreekt met hen Pools. En ondertussen zijn er genoeg Poolse winkels in België om Poolse chips, Pools snoepgoed en Poolse augurken te kopen. Dat kon ook makkelijk in Amerika, tijdens die drie jaren. Heerlijke jaren, vond ze.

“Ik heb niks met patriottisme en nationalisme, maar ginder kon ik Martha Nussbaum, die wel het Amerikaanse patriottisme verdedigt, begrijpen. Iede­reen wordt er aanvaard, al besef ik wel dat je als expat in een betere klasse terechtkomt. Maar als je vertrekt, zeggen ze: ‘Oh, such a pity that you are leaving.’ Terwijl ze hier blij zijn dat je vertrekt. In Ame­rika mag je na een tijdje net zo goed de vlag uit­hangen op de nationale feestdag. Ik vind het een gewel­dig land, al hoop ik dat Trump het niet kapotmaakt.”

Alicja met haar jongste zoon Tadeusz. Beeld Thomas Sweertvaegher

Begrijp je waarom hij in dat land toch verkozen werd? “In het hokje maken mensen niet het bolletje rood dat het best bij hen past, maar wel op basis van emotie, traditie en wat er die dagen in het nieuws is. Mensen maken voortdurend foute beslissingen en we zijn voortdurend onvoldoende geïnformeerd. In het stemhokje is dat niet anders.”

Anders reizen

Een boek over Karol Wojtyla komt er dus nog aan. Zoals een boek over de filosofie van muziek en een roman waarin muziek het leitmotiv wordt. Ooit pleitte ze voor muziek in het curriculum van de middelbare school. “Muziek troost me natuurlijk. Er gaat geen week voorbij zonder Chopin of Bach. Er gaan wel weken voorbij zonder Mozart.”

Een uitsmijter? ‘Reizen wordt overschat’, zei ze ooit. Klinkt vreemd voor iemand die Wanderlust presenteert, maar een filosoof heeft op alles een antwoord en dus ook op dit. “Je moet geen olifant gaan bekijken om te weten hoe die eruitziet. En je moet niet naar de koraalriffen reizen om de wereld te begrijpen. Lees drie romans van Hongaarse schrijvers en je weet meer over het land dan als je een citytrip naar Boedapest onderneemt. Het verschil zit ’m in hoe je reist. Ga je om op Instagram foto’s te zetten van mooie landschappen of ga je om met mensen te praten? Dat laatste vind ik wél de moeite. Want dan spreek je opnieuw van die uitgestrekte hand.”

In de auto naar huis Youssou N’Dour opgezet. Hij zingt zondag in zijn studio in Dakar een mooie versie van ‘Shakin’ the Tree’. Kijk daar naar. En vergeet een week later zeker ook Marcel Möring niet.

Wanderlust, zondag 3 september om 20.15 uur op Canvas. In de eerste aflevering bezoekt Alicja Gescinska de Senegalese muzikant Youssou N’Dour.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234