Vrijdag 14/08/2020

InterviewWalter Van Beirendonck

Walter Van Beirendonck: ‘Volgens mijn man ben ik een orakel’

Beeld Carmen De Vos

Lange tijd was Walter Van Beirendonck (63) de joker van de modewereld. Hij liep steeds in de kijker, maar werd nooit helemaal serieus genomen. Nu de designermode diep in de shit zit, is er echter meer respect en succes dan ooit. ‘Goed dat die wereld eens door elkaar wordt geschud.’

Walter Van Beirendonck draait zijn laptop 360 graden. Heel traag, zodat ik alle hoeken van zijn werkkamer kan zien. De tafel met de schetsboeken en de tekenstiften, het rek vol poppetjes en prullaria, het grote raam dat uitgeeft op de tuin.

Op dit moment leidt Van Beirendonck de Antwerpse Modeacademie – top drie van de wereld – en zijn eigen ­kledinglabel – steeds invloedrijker in de wereld – vanuit deze kleine rommelkamer in het dorp waar hij opgroeide. World domination vanuit Zandhoven. “Héérlijk”, zegt hij met een brede glimlach. Zijn lange baard beweegt mee met zijn mondhoeken. “Alles gebeurt nu hier. Het contact met ­studenten en mededocenten, de research, het uitdenken en tekenen van mijn eigen ontwerpen, het aansturen van de productie, de communicatie met medewerkers en klanten. Op die manier is werken voor mij genieten.”

BIOgeboren in 1957 in Brecht, groeide op in Zandhoven en woont daar nog steeds, samen met zijn man, ontwerper Dirk Van Saene * studeerde in 1981 af aan de Antwerpse Modeacademie, bracht twee jaar later zijn eerste eigen collectie op de markt * doceert sinds 1985 aan de Modeacademie, werd in 2005 hoofd van de opleiding * maakt deel uit van de Antwerpse Zes, samen met Dirk Van Saene, Ann Demeulemeester, Dries Van Noten, ­Marina Yee en Dirk Bikkembergs * ontwierp in 1997 kostuums voor U2’s Pop Mart-tour * opende een jaar later multilabelwinkel annex vitrinegalerie ‘Walter’ in Antwerpen. Sluit die in 2012 * cureerde in 2001 modehappening ‘Landed – Geland’, die Antwerpen op de kaart zette als modestad * heeft creatieve en commerciële samenwerkingen met opera-, theater- en balletgezelschappen, met designers als Rei Kawakubo en Marc Newson, en met bedrijven als Coca-Cola, Nissan, Scapa en JBC * hield eerder dit jaar de opgemerkte expo ‘W:A.R.’ (Walter: About Rights) in Galerie Polaris in Parijs

Met dank aan de coronacrisis.

“Helemaal niet. Eigenlijk werk ik al jaren zo, tegelijk heel gestructureerd en heel flexibel. Ik combineer het creatieve werk thuis met gerichte bezoeken aan mijn studio in Antwerpen, waar twee vaste medewerkers en een wisselend aantal tijdelijke voor mij in de weer zijn. En op dinsdag en vrijdag loop ik rond in de academie, waar ik ook nog steeds lesgeef aan de studenten van de derde bachelor. De ­coronacrisis heeft het aanwezigheidsprincipe natuurlijk helemaal op de helling gezet. Het overleg met medewerkers, studenten en mededocenten gebeurt nu via Skype en Zoom. Dat gaat goed. (lacht) Iedereen is nu verplicht te werken zoals ik.”

Is het voor de studenten van de academie ook zo plezant?

“Nee, maar het is ook geen totale ramp. We hebben heel snel beslist om dit academiejaar geen afstudeershows te laten doorgaan. Iedereen zal zijn werk kunnen presenteren op een digitaal platform. Het is een hele opgave om dat goed te krijgen, maar het zal lukken. De ­oosterse studenten, de jongens en meisjes uit China en Korea, zijn naar huis vertrokken, maar de anderen zijn bijna allemaal gebleven. Iedereen is heel geconcentreerd bezig. Met nog meer vuur en focus dan normaal, heb ik de indruk. Docenten en studenten, ook degenen die ver weg zitten, hebben intensief contact via de digitale kanalen, ­individueel, klassikaal en in kleine groepjes. Er zijn briefings en er wordt feedback gegeven, en de studenten appreciëren dat enorm. De meesten waren ook al goed gevorderd met hun collectie toen de lockdown werd afgekondigd. Gelukkig, anders zou het zo goed als onmogelijk zijn geworden om ze tot een goed einde te brengen.

“Plezant is het niet, hè, voor alle duidelijkheid. Iedereen mist het sociaal contact. En niemand was voorbereid op deze situatie, ook de school niet. We hebben voor alle ­mogelijke problemen huis-, tuin- en keukenoplossingen moeten bedenken. Maar ik denk dat we het zullen redden.”

Moet dit moment worden aangegrepen om een aantal dingen fundamenteel te herdenken, ook in de modewereld? Of wilt u zo snel mogelijk back to normal?

“Nee, ik wil niet terug naar normaal. Ik denk dat het goed is dat de modewereld even door elkaar wordt geschud. Tijd voor een reset. Dat gaat pijnlijk zijn voor sommige collega’s die er niet snel genoeg op kunnen reageren, maar het moet wel gebeuren. Zoals het bezig was, kon het niet verder.”

Een paar weken geleden riep uw collega Dries Van Noten de branche in een open brief op om komaf te maken met een aantal slechte gewoontes: overproductie, om de haverklap braderen, dure defilés op exotische locaties...

“Terecht. Ik heb die brief mee ondertekend. Ik vind het goed dat een aantal dingen eens hardop worden gezegd.”

‘In de mode is het nooit gemakkelijk. Maar elke keer als een collega er de brui aan geeft, schrik ik toch wel even. Temeer omdat ikzelf juist in een enorme upper zit.’Beeld Carmen de vos

Zo radicaal was die brief nu ook weer niet. Er vielen termen als ‘duurzaamheid’ en ‘slow fashion’, maar er werd bijvoorbeeld niet gezegd: stop met de modeweken, dat kerosineverslindend rondreizend circus dat een paar keer per jaar zijn tenten opslaat in achtereenvolgens New York, Londen, Milaan en Parijs.

“Het werd misschien niet gezegd, maar dat zal ­onvermijdelijk het gevolg zijn van wat er nu gebeurt. Er ­zullen zeker nog gelegenheden komen om shows te doen, maar niet meer zo vaak, niet meer op die manier en niet meer op zo veel verschillende plekken. Dat gaat gewoon niet. Dat is economisch en ethisch onverantwoord.”

Hoe dan wel?

“Ook in de modewereld zal de digitale manier van ­presenteren een enorme boost krijgen. Kijk naar de laatste show die Giorgio Armani in Milaan heeft gegeven, toen de coronacrisis daar al was uitgebroken: er was geen publiek, de show werd gefilmd en uitgezonden via digitale kanalen. Dat gaat het worden. Ik zie dat nu heel snel evolueren. We zullen leren hoe we daarvan kunnen genieten. Dat is nu nog niet het geval, omdat we de creatieve mogelijkheden nog niet hebben ontgonnen. Die digitale presentaties hoeven niet op een defilé te lijken, hè.”

Verwacht u dat er dit jaar nog defilés zullen plaatsvinden?

“Nee, ik denk niet dat er in september al iemand zin zal ­hebben om te reizen en deel te nemen aan grote events, áls ze al zouden mogen doorgaan. Na Londen heeft nu ook Parijs beslist een digitaal platform te creëren. We weten nog niet wat dat gaat worden. Er komt een kalender met een tijdslot voor iedereen, heb ik gehoord. Dat mag je dan ­invullen met maximaal 20 minuten aan beeldmateriaal. Ik ben benieuwd.”

Dat klinkt sceptisch. Is het een vermoeiend vooruitzicht om u uzelf te moeten heruitvinden?

(lacht) “Voor mij niet. Ik heb het al eens gedaan, in 2000. Toen ben ik in feite uit het systeem gestapt. Van de ene dag op de andere ging ik veel kleinschaliger en simpeler werken. Twee collecties per jaar, zomer en winter, meer niet. Met een heel kleine equipe en heel exclusief, voor een beperkt aantal loyale klanten. Voor mij valt er productioneel dus niet veel te herdenken. Ik heb geen schuldgevoel, eerder een goed gevoel, want ik werk al ethisch en duurzaam.”

Terwijl de modesector volgens alle gezondheidsbulletins in diepe crisis verkeert. Niet weinig van uw collega’s hebben de jongste jaren hun label verkocht en/of zijn ermee gestopt: Ann Demeulemeester, Dries Van Noten, Veronique Branquinho, A.F.Vandevorst. Ziet de toekomst er benard uit?

“Het is geen gemakkelijk moment, maar in de mode is het nooit gemakkelijk. Het is een branche waarin je constant moet investeren en die bijgevolg veel cashflow vereist. Je moet heel gepassioneerd zijn om vol te houden. Maar elke keer als een collega er de brui aan geeft, schrik ik toch wel even. Temeer omdat ikzelf de laatste jaren in een enorme upper zit. Mijn collecties lopen beter dan ooit tevoren.”

Is er één grote, aanwijsbare oorzaak voor de crisis?

“De concurrentie van de grote luxeconcerns enerzijds, en van de goedkope fast fashion anderzijds, is natuurlijk de hoofdoorzaak. Als onafhankelijke ontwerper moet je vandaag een heel scherp, uniek profiel hebben, en producten maken die nergens anders gemaakt kunnen worden, anders red je het gewoon niet. Ik vind dat designers in de nabije toekomst nog veel individueler en onafhankelijker moeten gaan werken. Dan hoef je je van de regels van het modespel, zoals bepaald door de grote jongens, niet veel meer aan te trekken. Je maakt wat jij wil maken, je zorgt ervoor dat het een duidelijke eigen signatuur heeft, en je presenteert het hoe en waar jij wilt, wanneer jij er klaar voor bent.”

De huidige zomercollectie WitblitZ is een soort vintage garderobe voor aliens, O-Arm, Skattebol of Zesoog bijvoorbeeld. Maar ze passen ook op mensen.Beeld RV

Speelt het feit dat de middenklasse verarmt ook een rol? Veel mensen die vroeger dure stukken konden kopen, kunnen dat nu niet meer of slechts af en toe. Merk je dat in de verkoopcijfers?

“Ik heb het voordeel dat ik een heel gevarieerd publiek heb. De gegoede mensen die kunnen kopen wat ze willen, zijn bij mij zeker niet in de meerderheid. Ik heb veel collectioneurs: diehard fans die lang sparen om iets van mij te bezitten. En celebrity’s natuurlijk, die mijn kleren dragen tijdens ­optredens of events. Van Instagram leer ik dat veel jonge mensen mijn werk nu ontdekken of herontdekken. Daar ben ik uiteraard heel blij mee.”

Wie zijn tegenwoordig uw ambassadeurs onder de celebs?

“O, zo uit het blote hoofd kan ik ze niet allemaal opnoemen. Er zijn de artiesten met wie ik al een tijdje werk: Mika, The Subs in België. Kanye West, John Waters en Boy George ­dragen weleens iets van mij. Of kunstenaars als Bjarne Melgaard en Carla Arocha (mevrouw Luc Tuymans, red.). En de jonge rappers zijn nu gek op mijn kleren. In die mate dat Los Angeles mijn belangrijkste verkooppunt is geworden; mijn collecties worden er verkocht in vijf winkels. En laatst zag ik op Instagram een foto van Miley Cyrus in een outfit van mij – iets uit de W<-collectie van de jaren negentig. Mijn vintage doet het ook heel goed.”

Hip worden met kleren van 25 jaar geleden: hebt u daar iets aan?

“’t Is goed voor je imago. Vintagewinkels beginnen nu mijn oude collecties te verzamelen. En 16-, 17-jarigen die zot zijn van mijn oude spullen: ik vind dat plezant.”

Hoe gaat het ondertussen met Antwerpen als modestad? Is het aura onaangetast?

“Het aura is er nog wel. Alles wat er gebeurd is sinds De Zes – het Modemuseum, de successen van de school, oud-studenten die heel bekend worden en ware aardverschuivingen teweegbrengen in de modewereld: dat blijft een indrukwekkend verhaal, met een wereldwijde impact. Met de stad gaat het naar mijn aanvoelen, euh, ietsje minder. Dat heeft te maken met de evolutie van de stad, met de winkels die er nog zijn en met het publiek dat erop afkomt. De fun en de fut lijken er een beetje uit te zijn; de wild side is weg. Maar Antwerpen heeft zeker nog voldoende troeven om een belangrijke modestad te zijn en te blijven.”

Is het stadsbestuur zich er nog voldoende van bewust dat dat aura onderhouden moet worden?

“Wij proberen het bestuur van die missie te doordringen, en dat lukt uiteindelijk ook altijd wel, maar het kost veel ­energie. Door het wisselende beleid moet je je verhaal elke keer opnieuw vertellen, en elke keer opnieuw mensen ­overtuigen. Het is jammer dat dat niet automatisch gebeurt. Het belang van de mode voor de stad zou onderhand ­vanzelfsprekend mogen zijn.”

Maar het is niet zo dat u zich de hele tijd loopt te ergeren over het beleid?

(lachje) “Ik heb veel kritiek op het beleid van de stad. Alleen vrees ik dat het elders niet veel beter is. En bovendien ligt het niet in mijn natuur om voortdurend te lopen sakkeren. Dat is kostbaar tijdverlies. Lobbyen is al evenmin aan mij besteed. Overal gaan bedelen om je plannen gefinancierd te krijgen: liever niet. Dan draag ik liever mijn steentje bij aan concrete projecten waarvan ik geloof dat ze de stad beter maken. Zoals nu die Blind Date-expo’s die ik heb vormgegeven (een tentoonstelling met renaissance- en barokportretten uit ‘The Phoebus Foundation’ van Fernand Huts, o.a. in de Sint-Carolus Borromeuskerk en het Vleeshuis, red.). Die ­prachtige locaties in de historische binnenstad, die reis door de tijd die je als bezoeker maakt: dat is mijn cadeau aan de stad.”

Hoe lang gaat u nog afdelingshoofd van de modeacademie blijven?

“Nog twee jaar. Dan word ik 65 en moet ik stoppen. (lacht groen) Nog twee volle academiejaren te gaan.”

Kijkt u uit naar uw pensioen als docent?

“Ik heb nog geen tijd gehad om erover na te denken. Maar dat moet ik nu wel gaan doen. Ik wil het voor mezelf mooi afronden en er dan mee voor zorgen dat de overgang ­rimpelloos verloopt, met behoud van de sfeer, de spirit en de drive van de school. Ik hoop dat ik er een sterke opvolger kan neerzetten.”

Is die al in beeld?

(lacht) “In mijn hoofd wel. Maar ook die discussie is nog niet gevoerd. Mijn job zal worden opengesteld; mensen van ­binnen en buiten de academie zullen zich kandidaat kunnen stellen voor de functie. Maar ik zal zeker iemand voor­dragen, en die kandidatuur met vuur verdedigen. Mijn opvolger kan ook uit het bestaande team komen, hè. Zo is het met mij ook gegaan. Ik ben afgestudeerd in 1981, ­beginnen lesgeven in 1985, en pas 20 jaar later heb ik Linda Loppa opgevolgd als afdelingshoofd.”

W:A.R., ofwel Walter: About Rights, zo heet de wintercollectie voor ‘20-’21. Van Beirendonck voelde aan dat er een oorlog op til was. Met wat fantasie kan je de silhouetten met de grimmige uitsteeksels coronavormig noemen.Beeld RV

35 jaar docent, meer dan 40 jaar samen met uw man Dirk Van Saene, woonachtig in uw geboortedorp: voor iemand die zijn coming of age heeft beleefd in de punkperiode bent u merkwaardig honkvast.

(ernstig) “Loyaal is het juiste woord. Ik werk liever samen met mensen die ik door en door ken, van wie ik precies weet wat ik mag verwachten, dan dat ik met onbekenden experimenten aanga waarvan de uitkomst ongewis is.

(denkt na) “Extreem avontuurlijk ben ik waarschijnlijk niet. Ik doe ook veel zelf. Ik spring niet van het ene project op het andere om zoveel mogelijk pluimen op mijn hoed te steken, om het praktische werk vervolgens over te laten aan assistenten. Nee, ik maak bewuste keuzes en neem de ­consequenties daarvan op mij. En als het moet, kan ik snel schakelen; ik zit niet vastgeroest in een systeem. Tijdens een drukke week zit ik met mijn hoofd in vijf verschillende werelden. Net dan is het belangrijk dat je met mensen werkt die op elkaar zijn ingespeeld. Als je op zo’n moment begint te experimenteren, wordt het een grote chaos.”

Heeft de zelfdoding van een Zuid-Koreaanse student uit uw klas aan de academie, nu twee jaar geleden, nog lang nagezinderd? Heeft dat gewogen op u en op de school?

“Ja, natuurlijk. (stil) Ik heb geprobeerd dat te plaatsen. Er waren honderd-en-een redenen waarom er toen is gebeurd wat er is gebeurd, maar geen daarvan had met de school te maken. Of met de ‘onmenselijke druk’ die wij op de studenten zouden uitoefenen, zoals sommige media hebben geïnsinueerd. Er waren geen fouten gemaakt door de docenten of door de school, dus er was nadien ook weinig reden om onze manier van werken fundamenteel om te gooien. (denkt na) De manier waarop de pers dat dramatische voorval naar buiten heeft gebracht en opgeklopt was zo oneerlijk. Ik heb toen zelfs even mediatraining gevolgd. Men viseerde mij en probeerde mij de hele tijd in het defensief te krijgen. Met als gevolg dat ik er niet meer normaal over kon praten. Ik ­blokkeerde helemaal. Echt verschrikkelijk. Ik heb dat de Belgische pers erg kwalijk genomen.”

Wat hebt u van die mediatraining geleerd?

“Hoe je de vragen kunt doen stoppen.”

Door te zwijgen?

“Nee, door te praten en te zwijgen. Als je onverwacht een camera op je gericht krijgt, als een beschuldigende vinger, dan móét je wel iets zeggen, hè. Meestal begin je je te ­verdedigen, zeker als je zo emotioneel bent als ik, maar voor je het weet klink je heel wanhopig. Of kwaad. (stil) Het is zo spijtig allemaal. Vooral voor die jongen natuurlijk, die uit diepe wanhoop heeft beslist een einde aan zijn leven te maken. Het heeft ons allemaal geschokt: docenten, ­studenten, iedereen. Maar het had echt niks te maken met de opleiding. Ik blijf vinden dat we er op de best mogelijke manier mee zijn omgegaan.”

Maakt u straks, als de deur van de modeacademie achter u dichtvalt, de overstap naar de kunstwereld?

“Nee, waarom?”

Omdat u steeds actiever wordt als vormgever van tentoonstellingen. En eerder dit jaar hebt u ook eigen werk tentoongesteld in galerie Polaris in Parijs...

“Ik heb altijd uitstapjes gemaakt naar andere werelden: ­kostuums voor opera en ballet, scenografie. Elk jaar doe ik wel iets hybride tussen kunst en design in. Maar het is niet omdat ik tentoonstel in een galerie, dat ik mij kunstenaar voel. De installatie in Parijs is er gekomen omdat de galerie maar bleef aandringen. Ik was daar heel onzeker over.”

Waarom? Maak van uw kleren limited editions of unieke creaties en je zet ze probleemloos weg in een kunstgalerie. Avant-garde modewinkels en galeries lijken steeds meer op elkaar.

“Dat hoor ik wel vaker: dat veel van wat ik doe in de mode aanleunt bij kunst. (lacht) Mijn galeriehouder in Parijs zei: ‘Je moet niks speciaals doen, zet uw stukken hier en het is kunst’. Daar ben ik het niet mee eens. Om die overgang te maken is een extra stap nodig. Het moet kloppen. Die klik moet ik nog maken.”

Hebben Belgische galeries u nog niet gevraagd?

“Nee, maar ik ben er ook nog niet actief naar op zoek gegaan.”

Waar komt uw inspiratie tegenwoordig vandaan?

“Van alle kanten. De jongste jaren ben ik heel erg bezig met outsider art (art brut, red.). Maar etnische en tribale kunst blijft de basis waarop ik telkens opnieuw terugval. Voor de zomercollectie 2021 ben ik me aan het verdiepen in voodoo. De offerrituelen, de popjes en de sculpturen, de muziek, heel die cultuur: ik vind dat enorm fascinerend. Dat wordt dan het thema dat mijn fantasie in werking zet.”

Uw typische iconografie - felle kleuren, grappige figuren, luide kreten – heeft een onderstroom van mysterieuze, troebele geschiedenis?

“Ja, altijd. Dat is ook wat mijn collecties een zeker sérieux geeft. Ik zal nooit zeggen: ‘Ah, nu zal ik eens een rood T-shirt maken met een gele print erop’. Het moet van dieper komen, een verhaal hebben. Dat komt tot stand door research, door boeken en tijdschriften te lezen, musea te bezoeken, kunstenaars te volgen. Azzedine Alaïa (Franse modeontwerper van Tunesische afkomst die in 2017 overleed, red.) heeft ooit gezegd dat ik met één T-shirt vaak meer ­vertel dan andere ontwerpers met een hele collectie. Dat vond ik een heel schoon compliment.

‘Toen ik de zorgwekkende berichten uit Milaan hoorde, dacht ik: oh nee, de wereld gaat stilvallen. Ik ben hypergevoelig voor die dingen.'Beeld Carmen De Vos

“Mijn research verzamel ik in een inspiratieboek. En op een goede dag begin ik dan silhouetten te tekenen. (houdt een schriftje met tekeningen voor de webcam) Krijg je dit type tekeningen.”

Ze zijn meteen al heel concreet.

“Ja, want terwijl ik ze teken denk ik ook al na over de ­make-up, de kleuren, de stoffen en materialen. De ­technische tekeningen zijn de laatste stap in het proces. Die zijn heel gedetailleerd en duidelijk. Dat zijn de beelden die we aan de fabrikanten bezorgen. Tegen die tijd heeft de ­collectie ook een naam gekregen. Héél belangrijk.”

De zomercollectie die nu in de winkels ligt heet WitblitZ. Waar gaat ze over?

“Over alien vintage.”

Pardon?

(lacht) “Welja, het zijn kleren die ooit door aliens zijn ­gedragen. Dat is het verhaaltje dat ik erbij heb bedacht. Ik heb een familie van aliens gecreëerd, die allemaal een naam en een bepaalde vorm hebben: O-arm, Skattebol, Zesoog... Die personages staan afgebeeld op de T-shirts en op de labels aan de binnenkant van de kleren. In feite zijn de ­kleren gemaakt op maat van de lichaamsvormen van mijn aliens. (lacht) Maar mensen passen er ook in.”

Uw komende wintercollectie is dan weer heel politiek geladen. W:A.R., heet ze, wat staat voor Walter: About Rights. De kleren zijn dragers van opruiende kreten als: ‘Save the planet’, ‘Stop violation of our privacy’ en ‘Demand Beauty, Freedom, Equality, Respect’. Is het oorlog in uw hoofd?

“Toen ik die collectie maakte, had ik effectief het gevoel dat er een soort oorlog ophanden was. Maar ik had nooit gedacht dat het een oorlog tegen een virus zou worden. Als je nu naar die kleren kijkt, met al die grimmige uitsteeksels en spikes – je zou ze coronavormig kunnen noemen – zijn ze zelfs griezelig actueel. (denkt na) Het is raar, hoe fantasie en werkelijkheid soms samenkomen in mijn hoofd. Toen de coronacrisis uitbrak had ik ook onmiddellijk het gevoel dat het heel erg zou worden. Ik was in Parijs, op de show van Demna Gvasalia voor Balenciaga. De modellen en visagisten kwamen uit Milaan, met heel zorgwekkende berichten over de situatie daar. O nee, de wereld gaat stilvallen, dacht ik. Ik ben hypergevoelig voor dat soort dingen.”

U voelt aan wat er in de lucht hangt?

“Vaak wel. Dirk zegt dat ik een orakel ben.”

Heeft de volgende collectie al een naam?

“Ja, die ligt nu vast. Maar ik ga ’m nog niet verklappen.”

Waar zal ze over gaan? Welke bui voelt u hangen?

“Een van de ideeën erachter.... (bedenkt zich) Nee, dat mag ik niet zeggen, want dan verklap ik het toch. Sowieso zal die collectie de tijd waarin we leven reflecteren, maar dan op een meer poëtische manier. Ik zei al dat ik me momenteel verdiep in voodoo. Hoe die religie omgaat met het kwaad, daar zal het onder meer over gaan. Hoe kunnen we ons beschermen tegen het kwaad? Hoe kunnen we boze geesten uitbannen en verjagen? (lacht) Soms voel ik me een oude ­sjamaan die stichtende verhalen vertelt.”

Naar aanleiding van uw tentoonstelling in Parijs noemde de Franse krant Libération u ‘een soldaat met de baard van een oude wijze, die ten oorlog trekt met boodschappen van liefde’. Nagel op de kop?

“De neiging om ten strijde te trekken heb ik zeker. (lacht) Maar steeds vanuit mijn positie van outsider in de ­mode­wereld. Ik koester die positie. Soms pas ik naadloos in die wereld, op andere momenten stap ik er vrolijk weer uit.”

Maar er helemaal uitstappen, uw label verkopen en cashen, zoals een aantal van uw collega’s hebben gedaan, dat zal lastig zijn, nee? Uw werk is zo verbonden met uw persoon...

“Ja, dat is de keerzijde. Ik kan moeilijk uit mezelf stappen. (lacht) Alhoewel, een goeie sjamaan kan veel, hè.”

De eindejaarsshow van de studenten van de modeacademie gaat live op zaterdag 27 juni om 20u via showww.be

De expo Blind Date loopt nog tot eind dit jaar op verschillende Antwerpse locaties, meer info via blinddate.vlaanderen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234