Vrijdag 12/08/2022

AchtergrondBoeken

Waarom Vlaamse schrijvers even geen prijzen meer winnen

null Beeld Mellon
Beeld Mellon

Op de shortlist van de Boonprijs en de Libris staan alleen Nederlanders. Toeval, of is er meer aan de hand? Schrijvers, uitgevers, academici en boekhandelaren zoeken naar verklaringen. Niet iedereen is even verontwaardigd.

Dirk Leyman

‘Eindelijk weer literatuurprijzen met internationale uitstraling”, zo klonk het vol vertrouwen bij de lancering van de Boonprijzen, in maart 2021. De fonkelnieuwe onderscheidingen – genoemd naar Louis Paul Boon – hadden de steile ambitie om “een referentieprijs” te worden “voor het beste Nederlandstalige boek voor een breed en divers publiek”.

Bovendien werden ze flink gespekt: 50.000 euro voor de winnaar in zowel de categorie fictie & non-fictie als de categorie jeugdliteratuur, plus nog eens 2.500 euro voor elke shortlistgenomineerde. Daarmee tilde de Boon zich qua pecunia op hetzelfde niveau als de Boekenbon Literatuurprijs en de Libris. “Het was twee jaar geleden een conclusie van het Vlaamse boekenvak: we hebben opnieuw een algemene prijs nodig als vuurtoren van een bredere campagne voor boeken- en leesplezier”, zegt directeur Paul Hermans van Literatuur Vlaanderen.

Ook cultuurminister Jan Jambon (N-VA) had er oren naar om eindelijk een opvolger van de ­Gouden Uil en de Fintro Literatuurprijs op poten te zetten, waarbij zelfs een nieuwe vzw in het ­leven werd geroepen. Zou het de Vlaamse literatuur de broodnodige zuurstof bieden? “Zeer belangrijk voor de Vlaamse leescultuur en boekensector”, tweette Jambon destijds. Iedereen leek in zijn nopjes.

Maar de eerste Boon-shortlist voor fictie & non-­fictie – bekendgemaakt eind januari – bleek een bittere pil voor veel Vlaamse auteurs én het ­boekenvak. Geen enkele Vlaamse genomineerde kon de meubels redden op de vijfkoppige shortlist – allemaal Nederlanders, met Marieke Lucas Rijneveld als grote kanshebber (zie kader). Ook ­Peter Terrin, met het alom bejubelde Al het blauw, of Jeroen Olyslaegers (Wildevrouw) vonden we niet terug. Noch David Van Reybrouck, nog op de long­list met zijn Indonesië-boek Revolusi, noch Tom Naegels’ migratiegeschiedenis (Nieuw België), noch Gaea Schoeters (met de roman Trofee).

Ook Koen Peeters (De minzamen) en Lize Spit (Ik ben er niet) had je minimaal op een longlist kunnen verwachten.

Columnist Noël Slangen schreef in Het Laatste Nieuws: “Het is doodzonde dat de organisatoren van de Boon­prijs zich gebarricadeerd hebben in een ivoren toren, die pas naar een Vlaams boek kijkt wanneer een Nederlandse kwaliteitskrant er lovend over is.” En nog scherper: “Zou dan niemand het minimale grammetje hersenen gehad hebben om te zeggen: ‘We nemen de drie allerbeste uit ons lijstje Nederlanders, maar laat ons voor de nominaties ook eens naar de Vlamingen kijken?’”

Leve de longlist

De jury onder voorzitterschap van Brigitte Raskin toonde duidelijk een boon voor non-fictie met maatschappelijke reikwijdte. Bij de jeugd-Boon was overigens prentenboekenmaker Pieter Gaudesaboos met Een zee van liefde de enige Vlaamse genomineerde shortlistoverblijver.

Toen wat later ook de Libris-shortlist (zie kader) werd bekendgemaakt en daar ook de enige Vlaamse longlistgenomineerde Caro Van Thuyne (met Lijn van wee en wens) uit de boot viel, gingen er her en der toch alarmbellen af. Is het tegenwoordig echt zo belabberd gesteld met de Vlaamse ­literatuur?

Boon-juryvoorzitter Brigitte Raskin (hier in 'Winteruur'): 'Het stoort me dat altijd naar het ontbreken van de usual suspects wordt gekeken. Ik ben blij dat er dankzij de Boon eens een groot interview met genomineerde Pauline de Bok in de krant staat, en niet het zoveelste met David Van ­Reybrouck.' Beeld Panenka
Boon-juryvoorzitter Brigitte Raskin (hier in 'Winteruur'): 'Het stoort me dat altijd naar het ontbreken van de usual suspects wordt gekeken. Ik ben blij dat er dankzij de Boon eens een groot interview met genomineerde Pauline de Bok in de krant staat, en niet het zoveelste met David Van ­Reybrouck.'Beeld Panenka

“Eerlijk?”, zegt Brigitte Raskin, juryvoorzitter van de fictie en non-fictie Boonprijs. “Wij hebben helemaal niet naar namen gekeken, wel naar goede boeken. Pas achteraf merkten we dat er geen Vlamingen bij onze laatste vijf zaten. Is dat erg? Nee, want de Boon is wel degelijk een prijs voor het hele Nederlandse taalgebied.” Jammer dat er ook alleen met het vergrootglas naar de shortlist wordt gekeken, vindt Raskin. “Werp eens een aandachtige blik op de longlist. Dat is in onze optiek de échte staalkaart, met de vijftien uitverkoren boeken van het jaar, van de biografie van Erasmus over Tobi Lakmaker tot Van Reybroucks Revolusi.”

De Boon: ongewone shortlist met non-fictieaccenten

Onder meer Lale Gül, Tobi Lakmaker en de Vlamingen Gaea Schoeters, David Van Reybrouck en Tom Naegels overleefden de schifting van longlist naar shortlist niet.

De shortlist van de Boon voor fictie & non-fictie 2022

Willem die Madoc maakte (Nico Dros)
Jaguarman (Raoul de Jong)
De gevangenisjaren (Erdal Balci)
Mijn lieve gunsteling (Marieke Lucas Rijneveld)
De poel (Pauline de Bok)

De jury wordt voorgezeten door Brigitte Raskin en bestaat verder uit Sam De Wilde, Rashif El Khaoui, Sophie Blyden, Catherine Vuylsteke en Kirst Biebauw.

De uitreiking vindt plaats in De Grote Post te Oostende op 24 maart, rechtstreeks te zien in De afspraak. Nico Dros staat zowel op de shortlist van de Boon als van de Libris. De winnaar van de Boon ontvangt (net als de laureaat in de categorie jeugdliteratuur; juryvoorzitter daar is Martine Tanghe) 50.000 euro. Pieter Gaudesaboos is bij de jeugd de enige Vlaamse genomineerde. Grote kanshebber hier is de Nederlandse Anna Woltz met De tunnel. (DL)

“Toegegeven, de shortlistselectie van vijf boeken was niet eenvoudig te maken, zeker omdat fictie en non-fictie zich soms moeilijk laten vergelijken. Het stoort me bovendien dat altijd naar het ontbreken van usual suspects én de grote, ronkende namen wordt gekeken. Onze heel diverse jury liet zich weinig gelegen liggen aan reputaties of aan wat er speelt in de Nederlandse literatuur. Ieder boek is op zijn eigen merites beoordeeld. En als ik dan kranten opensla, ben ik blij dat daar dankzij de Boon eens een groot interview staat met Pauline de Bok over haar zeer behartens­waardige boek De poel, en niet het zoveelste met Van ­Reybrouck.”

Waar is het literaire debat?

“Ik was alleszins zeer ontstemd toen ik vernam dat er geen enkele Vlaming op de shortlist van de Boon stond”, vertelt Matthijs de Ridder, schrijver en voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging (VAV), die ook een aantal verontwaardigde Vlaamse auteurs aan de lijn kreeg. “Stel je maar eens voor dat een Nederlandse prijs alleen Vlaamse genomineerden naar voren zou schuiven, een Franse prijs alleen Zwitserse boeken nomineert of een Amerikaanse literatuuronderscheiding alleen ­Engelsen? Dat zou nogal een ophef maken.

“Het zegt toch ook wel iets over het zelfbeeld van Vlaanderen, waar toch altijd dat minderwaardigheidscomplex meespeelt. Al verbaas ik me zelf, als import-Nederlander, eveneens over de arrogantie van de Nederlanders, die zo weinig oog hebben voor wat er literair in Vlaanderen ­beweegt.”

Schrijver Matthijs de Ridder, voorzitter van de Vlaamse Auteurs Vereniging: 'Stel je eens voor dat een Nederlandse prijs alleen Vlaamse genomineerden naar voren zou schuiven.' Beeld Michiel Hendryckx
Schrijver Matthijs de Ridder, voorzitter van de Vlaamse Auteurs Vereniging: 'Stel je eens voor dat een Nederlandse prijs alleen Vlaamse genomineerden naar voren zou schuiven.'Beeld Michiel Hendryckx

De Ridder ziet het ontbreken van Vlamingen ­tegelijk als een symptoom van een bredere ­problematiek: de teloorgang van het literaire ­debat in Vlaanderen. “Er zijn nog maar een aantal kranten die uitgebreider over literatuur ­praten, maar in het algemeen daalt de inhoudelijke aandacht in alle media. Dan speelt er een soort Mattheus­effect.

“Bovendien zijn er fenomenen die alle aandacht naar zich toe zuigen. Marieke Lucas Rijneveld bijvoorbeeld. Uiteraard een interessante nieuwe Nederlandse stem, maar de aandacht is eenvormig, met in alle interviews datzelfde soort vragen én invalshoeken. Terwijl er zoveel andere boeiende dingen in de letteren gebeuren.

“Voorts is er te weinig oog voor de traditie waaruit een boek voortkomt. Kijk maar naar de verschillen tussen het Vlaamse en Nederlandse postmodernisme, dat in Vlaanderen veel maatschappelijker was. Daar zijn historische redenen voor.”

‘Te weinig trots’

Schrijfster Gaea Schoeters, die met haar fictieboek Trofee als enige de Vlaamse fictie vertegenwoordigde op de Boon-longlist, ziet extra elementen die de krimpende reikwijdte van de Vlaamse literatuur verklaren: “Je hebt in Vlaanderen nog weinig literaire uitgeverijen met enig gewicht, die bovendien kampen met kleine promotiebudgetten voor hun auteurs. Dat bij de Boon ook fictie en non-fictie op een hoop zijn gegooid, is misschien ongelukkig. Ik weet wel dat de grenzen tussen ­genres vervagen, maar kun je dat volgens dezelfde principes beoordelen?

“Verder zie je dat ook Nederlandse schrijvers procentueel veel meer aandacht krijgen in onze media, met Marieke Lucas Rijneveld inderdaad. Maar ook de Nederlandse autobiografische bekentenisliteratuur maakt furore, van Bregje Hofstede tot Raoul de Jong. Je merkt dat eveneens bij festivals: het staat nog steeds chic om Nederlandse auteurs voorrang te geven bij het programmeren.

Gaea Schoeters: 'We zijn te weinig trots op wat we in Vlaanderen hebben, met die eeuwige underdogmentaliteit.' Beeld Joris Casaer
Gaea Schoeters: 'We zijn te weinig trots op wat we in Vlaanderen hebben, met die eeuwige underdogmentaliteit.'Beeld Joris Casaer

“We zijn te weinig trots op wat we in Vlaanderen hebben, met die eeuwige underdogmentaliteit. Als ik dan toch eens mijn eigen roman Trofee mag aanstippen – die een mooi parcours heeft gereden, de Sabam-prijs kreeg en op de longlist van de Boon en de Boekenbon stond – toch heb ik er amper een interview in Vlaanderen en Nederland over gegeven. Vergelijk dat dan eens met de ­massieve aandacht voor debutanten als Tobi ­Lakmaker.”

Libris: weg met de reputaties

Ook bij de Libris klonk er veel gemor. Al bij de longlist viel op dat auteurs als Adriaan van Dis, K. Schippers, Marcel Möring, A.F.Th. van der Heijden, Peter Terrin en Arnon Grunberg uit de boot vielen. Dat schoot de Volkskrant-journalist Onno Blom in het verkeerde keelgat. Hij vond het maar niks dat gevestigde auteurs genegeerd werden. ‘De jury wilde origineel zijn, maar had geen idee hoe. Geen neus voor kwaliteit. Gevalletje ontspoorde onderscheidingsdrift. De weg kwijt in het bos van rijp & groen.’ Bij de shortlist vielen uiteindelijk ook Tobi Lakmaker (Geschiedenis van mijn seksualiteit) en Rob van Essen (Minniapolis) af, net als Robbert Welagen (Raam, sleutel) en de enige Vlaamse (weliswaar verrassende) longlistgenomineerde Caro van Thuyne (Lijn van wee en wens).

De shortlist voor de Libris Literatuurprijs 2022:

Willem die Madoc maakte (Nico Dros)
Wormmaan (Mariken Heitman)
De Mitsukoshi Troostbaby Company (Auke Hulst)
De atlas van overal (Deniz Kuypers)
Onze kinderen (Renée van Marissing)
Aleksandra (Lisa Weeda)

Voorzitter van de jury is Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam; Alicja Gescinska is het Vlaamse jurylid. Op maandag 9 mei maakt Aboutaleb de winnaar bekend. Vorig jaar ging de Libris naar Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers. (DL)

Erg opvallend ook: Jeroen Olyslaegers, die met zijn collaboratieroman Wil in 2017 de laatste laureaat van de Fintro Literatuurprijs was, viel met het sterk onthaalde, zich in het zestiende-eeuwse Antwerpen afspelende Wildevrouw verrassend buiten alle nominaties: geen longlist van de Boonprijs, noch van de Libris. Maar tot rancuneuze oprispingen of gemopper laat Olyslaegers zich niet verleiden. “Ik bekijk dat op een nogal menselijke manier. Een shortlist is het resultaat van een lang onderling gesprek, elke jury is een samenzwering met een eigen ad-hoc­poëtica. En ik denk dat Wildevrouw dit keer niet zo in het totaalplaatje paste.”

Natuurlijk viel het ook Olyslaegers op dat de Boonprijs de Vlamingen buiten de deur hield. “Maar moeten Vlaamse auteurs dan beschermd worden of zo? Ofwel heb je een onafhankelijke jury, ofwel niet.”

Schoeters merkt op dat de Boon­jury “een heel gemengde jury” is, “die uitgaat van een geglobaliseerd gevoel van de letteren: in die context is het onderscheid tussen Vlaanderen en Nederland niet relevant.” Iets wat Raskin – in 1989 winnaar van de AKO Literatuurprijs met Het koekoeksjong – bevestigt: “Toen ik zelf nog schreef, gruwde ik ervan dat ze me in Nederland voorstelden als een Vlaamse schrijver: nee, ik was een Nederlandstalige schrijver.”

'Er zijn fenomenen die alle aandacht naar zich toe zuigen', zegt Matthijs de Ridder. 'Marieke Lucas Rijneveld (foto) bijvoorbeeld. Uiteraard een interessante nieuwe Nederlandse stem, maar de aandacht is eenvormig.' Beeld VRT
'Er zijn fenomenen die alle aandacht naar zich toe zuigen', zegt Matthijs de Ridder. 'Marieke Lucas Rijneveld (foto) bijvoorbeeld. Uiteraard een interessante nieuwe Nederlandse stem, maar de aandacht is eenvormig.'Beeld VRT

Schoeters: “Elke jury is een spiegel van zijn tijd, en diversiteit wordt een bewuste invalshoek. Het is ook geen gunstige periode voor de grote klassieke namen, zoals Stefan Hertmans, Peter Terrin, Arnon Grunberg of A.F.Th. van der Heijden.”

Olyslaegers vindt trouwens dat een jury zich niet te veel van de buitenwereld moet aantrekken: “Het is toch al te kras om een jury op te leggen om allerlei externe factoren en het hele literaire milieu mee in haar beraadslagingen te betrekken? Laat ze zich toeleggen op de boeken.”

‘Wrange vaststelling’

Daar is Rudy Vanschoonbeek van uitgeverij Vrijdag en Elke Dag Boeken – die in het Boekenoverleg de nieuwe Boonprijs mee uitdokterde – het niet mee eens. “Een wrange vaststelling” dat geen enkele Vlaamse auteur het tot de laatste vijf van de fictie & non-fictie schopte, benadrukt hij. “Het is vooral markant omdat deze prijs met Vlaamse gemeenschapsmiddelen is bedacht. Vreemd dat een jury dat niet enigszins in het achterhoofd houdt: ik heb zelf in jury’s gezeteld, dan kijk je toch verder dan de letters die op papier staan?

“Je houdt de context van de prijs toch mee in de gaten? Of moeten we de prijsuitreiking dan ook maar in Maastricht of Zwolle gaan houden? (lacht)

“Natuurlijk moet je niet zitten turven of er Limburgers, Friezen of voldoende Antwerpenaren zijn. Maar heb wél een alerter oog voor de eigen productie, die toch niet zó slecht geweest kan zijn. Hoe onafhankelijk een jury ook moet zijn, heeft een jurysecretaris dan tijdens de beraadslagingen niet de reflex om even op te werpen dat je naar alle evenwichten – waaronder de Vlaamse literatuur – kijkt? Of organiseer bijkomend een poll die het beste ‘binnenlandse’ boek fêteert. Stel dat de volgende jury eens uitsluitend uit Surinamers bestaat: wat zou dát dan opleveren?” (lacht)

Matthijs de Ridder werpt nog een knuppel in het hoenderhok: “Als je nu zou pleiten voor een uitsluitend Vlaamse literaire prijs, is het alsof je een vurige speech houdt voor een welbepaalde partij”, lacht hij. “Maar zo gek is dat toch niet? Kijk eens naar wat er gebeurde bij de Herman de Coninckprijs, die ooit alleen voor Vlaamse auteurs bestemd was. Toen die werd opengesteld voor Nederlanders, werd er een vrijwel compleet Nederlandse jury ingevlogen. Dat vond ik vreemd. Gevolg: allemaal Nederlandse genomineerden en winnaars die zelfs overlapten met andere poëzieprijzen. Nu is het gelukkig allemaal wat evenwichtiger. Maar het kan geen kwaad de eigenheid van je prijs af te bakenen.”

Jeroen Olyslaegers is een van de auteurs die tot verrassing van velen zelfs de longlist van de Boon en de Libris niet haalden. Hij tilt er niet al te zwaar aan: 'Moeten Vlaamse auteurs dan beschermd worden of zo? Ofwel heb je een onafhankelijke jury, ofwel niet.' Beeld Johan Jacobs
Jeroen Olyslaegers is een van de auteurs die tot verrassing van velen zelfs de longlist van de Boon en de Libris niet haalden. Hij tilt er niet al te zwaar aan: 'Moeten Vlaamse auteurs dan beschermd worden of zo? Ofwel heb je een onafhankelijke jury, ofwel niet.'Beeld Johan Jacobs

De Ridder windt er geen doekjes om: “Ik juich het natuurlijk toe dat er meer diversiteit is in de keuze van de boeken, en niet enkel witte mannen met de prijzen gaan lopen. Maar blijkbaar is het een delicaat punt om te verwachten dat je in een diverse shortlist ook een Vlaming mag deponeren.”

Pendelbewegingen

Paul Hermans, directeur van Literatuur Vlaanderen en belangrijkste mede­organisator van de Boonprijs, krijgt het enigszins op de heupen van die eeuwige discussie over Vlaanderen en Nederland.

“Zonde dat het niet vaker over de boeken zelf gaat”, stelt hij vast. “Kijk toch eens naar de veelzijdigheid en aanlokkelijkheid van de genomineerden: er zit voor iedereen iets bij. Neem de vijf boeken op de shortlist fictie & non-fictie ter hand: een lyrisch en modern lolitaverhaal in landbouwsetting, een autobiografisch boek over de integratie van een Turkse jongen en de bijbehorende worstelingen, een boek over het verschil tussen dieren en mensen met de klimaatopwarming als leidmotief, een avonturenroman op zoek naar de Surinaamse roots van de auteur, en een historische roman die de grenzen tussen fictie en non-fictie opzoekt. Mijn interesse als lezer is geprikkeld.”

Paul Hermans, directeur van Literatuur Vlaanderen en medeorganisator van de Boonprijs: 'Moeten we Nederlanders voortaan uitsluiten, of een minimum aantal te nomineren Vlaamse auteurs in het reglement opnemen? Dat is pas een dom idee.’ Beeld Bob van Mol
Paul Hermans, directeur van Literatuur Vlaanderen en medeorganisator van de Boonprijs: 'Moeten we Nederlanders voortaan uitsluiten, of een minimum aantal te nomineren Vlaamse auteurs in het reglement opnemen? Dat is pas een dom idee.’Beeld Bob van Mol

Hermans geeft voorzichtig toe dat hij betreurt dat er – op één jeugdnominatie na – Vlaamse auteurs ontbreken. “De promotiebooster van deze prijs indachtig, is het jammer voor de Vlaamse literatuur. Iets anders beweren zou niet ernstig zijn. Al blijf ik er bij dat het werken met een onafhankelijke vakjury het hoogste goed is van deze Boonprijzen. En Nederlanders voortaan uitsluiten, of een minimum aantal te nomineren Vlaamse ­auteurs in het reglement opnemen? Dat is pas een dom idee. Alsof de Vlaamse literatuur als ­bedreigde diersoort tegenover de Nederlanders moet worden beschermd of in een reservaat ­gehouden. ­Literaire kwaliteit moet het enige ­criterium zijn.”

Olyslaegers bekijkt het filosofisch: bij het nominatiegebeuren is er altijd wel discussie te verwachten. “Als je als jury nieuwe namen introduceert – zoals zowel bij de Boon als de Libris – krijg je te horen dat je de gevestigde waarden vergeet. Doe je het omgekeerde, dan wordt je een gebrek aan vernieuwingsdrang aangewreven. Een tijdlang kreeg Arnon Grunberg de ene na de andere grote prijs. Men verweet hem dat hij een prijzen­schrokop was. Maar nu wint hij niets meer, alsof hij opzettelijk wat genegeerd wordt. Ikzelf was met Wil het gedoodverfde prijsbeest. Is Wildevrouw daarom wat minder gewild bij jury’s? Soms lijken het pendelbewegingen.”

Excuus-Vlaming

Toch is er misschien weer sprake van een groeiende kloof tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur. En in ieder geval een toenemende onbekendheid en onwil om van elkaars proza te proeven, denkt UGent-hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Yves T’Sjoen. “Vergeet niet dat er periodes waren waarbij Vlaamse schrijvers als Yves Petry, Bernard Dewulf, David Van Reybrouck, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst en Stefan Hertmans slag om slinger de toenmalige AKO en Libris wonnen. Dat tijdperk ligt ver achter ons. Een Vlaming op de zes Libris-genomineerden is tegenwoordig al een ­succes.”

Hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Yves T'Sjoen: 'Er waren periodes waarbij Vlaamse schrijvers als Yves Petry, Bernard Dewulf, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst en David Van Reybrouck en Stefan Hertmans (hier samen op de foto, red.) slag om slinger de toenmalige AKO en Libris wonnen. Dat tijdperk ligt ver achter ons.' Beeld Tim Dirven
Hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Yves T'Sjoen: 'Er waren periodes waarbij Vlaamse schrijvers als Yves Petry, Bernard Dewulf, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst en David Van Reybrouck en Stefan Hertmans (hier samen op de foto, red.) slag om slinger de toenmalige AKO en Libris wonnen. Dat tijdperk ligt ver achter ons.'Beeld Tim Dirven

T’Sjoen zetelde vorig jaar in de jury van de Libris Literatuurprijs en is nu nog lid van de Lucy C.W. Van der Hoogtprijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge auteurs. “Vanuit die ervaring merk ik wel hoe moeilijk het is om Nederlandse collega-leden te overtuigen van de eigenzinnigheid van de Vlaamse literatuur. Ik voel het als een vorm van plichtsbewustzijn om dat te blijven doen. Maar vaak krijg je te horen dat de Vlaamse literatuur te gemaniëreerd is, of te bourgondisch. Het is een tikkeltje vechten tegen de bierkaai. Als ik uit de biecht mag klappen: het was vorig jaar al een succes dat De onbevlekte van Erwin Mortier de Libris-shortlist bereikte. In zo’n jury krijg je soms het gevoel dat je een excuus-Vlaming bent.”

T’Sjoen spreekt zelfs van “een toenemende geringschatting” van Vlaanderen in een hoofdzakelijk door Nederlanders bevolkte jury. “Neem nu het feit dat Stefan Hertmans met De opgang destijds niet eens de longlist haalde. Heeft dat te maken met een gebrek aan kennis vanuit Nederland? Nochtans past hij perfect in een tendens van hybride, autofictioneel schrijven, gecombineerd met historisch documentair proza. Maar oké, om dat juist te kunnen inschatten, moet je naast De opgang ook Oorlog en terpentijn en De bekeerlinge hebben gelezen. Kan men dat voldoende plaatsen? Dan wordt het al snel van tafel geschoven. Ik krijg het gevoel dat onze Vlaamse blik opener, internationaler en nieuwsgieriger is dan die van juryleden met Nederlands paspoort.”

Anderzijds, relativeert T’sjoen, moeten we ook niet te veel in hokjes denken. “Ik lees literatuur die me raakt of niet. De tekst moet me bekoren, een bijzondere esthetische ervaring betekenen en me van mijn sokken blazen. Is het een Vlaming of een Nederlander? Op zich doet het er niet toe of die nu Olyslaegers of Kollaard heet.”

De Ridder vindt overigens niet dat er een kwaliteitsverschil is tussen Vlaanderen en Nederland. “NRC-boekenchef Michel Krielaars zei in De Standaard dat de Nederlandse literatuur gewoon ­beter is, dat er minder jonge schrijvers zijn in Vlaanderen, en minder experiment. Daar ben ik het totaal niet mee eens. Ik zie geen enorm kwaliteitsverschil. Alleen lijken we naar de tendens te gaan dat een goed boek ook een goed verkopend boek moet zijn.”

Aanstormende naam Sien Volders kan het tij in de toekomst misschien keren? Beeld Wouter Van Vooren
Aanstormende naam Sien Volders kan het tij in de toekomst misschien keren?Beeld Wouter Van Vooren

T’Sjoen wijst verder op aanstormende Vlaamse namen als Sien Volders en Anneleen Van Offel, of uitgeverijen als Het Balanseer. Dat de Boonprijs nog met kinderziekten en groeipijnen kampt, staat buiten kijf. En dat de Vlaamse boekensector nog beter in het verhaal betrokken moet worden, geeft Paul Hermans toe. “De slagkracht zal groeien bij komende edities, we willen van de Boon een kwaliteitsmerk maken. Maar we zorgden al voor animo, ook rond de longlist: elke dag een Radio 1-quiz over de longlist, of een literaire wandeling in gaststad Oostende met luisterfragmenten uit de titels.”

‘Eigen accenten’

In de Vlaamse boekhandels – toch belangrijke pleitbezorgers – is er van de Boonprijs weliswaar nog weinig te merken. Gaea Schoeters zegt dat ze “heel ongelukkige boekhandelaren” sprak, teleurgesteld dat er geen Vlamingen present waren. “Het blijft toch een gigantische meerverkoop die hen door de vingers glipt. Bovendien heeft zo’n shortlist een sneeuwbaleffect: je krijgt er als auteur meer lezingen door, je gaat langs in de boekhandels. Dus als promotie voor de Vlaamse letteren schiet de prijs zijn doel voorbij.”

“Mensen zijn vooral dol op winnaars”, merkt Soetkin Rigole van de Gentse boekhandel Limerick. “Bekroonde boeken vliegen hier als zoete broodjes over de toonbank. Maar van short- of longlists liggen lezers hoegenaamd niet wakker. Ik als boekhandelaar trouwens ook niet. Het is toch vooral een circus, dat prijzengebeuren. Wij leggen onze eigen accenten. Maar eerlijk, rondom de Boon voor literatuur hebben we nog geen enkele vraag gekregen. ‘Een prijs met internationale uitstraling’, wordt er dan gezegd. Maar als ik dan de jury zie... Die lijkt me vooral heel politiek correct samengesteld.”

Ook Katrien Merckx, zaakvoerder van De Groene Waterman, ziet niet meteen een Boon-effect. ­“Auteurs of uitgeverijen die verwachten dat ze bij een nominatie plots de stapels zien wegvliegen, die moet ik grondig teleurstellen. De Boonprijs maakte voor zijn longlistgenomineerden wél een omslagsticker, maar dat heeft niet veel los­gemaakt. Een Libris­winnaar, dat is wat anders, die doet het steeds goed aan de kassa, zowel in Nederland als bij ons.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234