Zaterdag 04/07/2020

Essay

Waarom schrijvers vroeg of laat een boek wijden aan hun huisdier

Beeld copyright Cameron Bloom, uit het boek 'Penguin Bloom'

Dat dieren goed zijn voor hoofd en hart? Cathérine Ongenae weet er alles van nu springerspaniël Matilda haar dagelijks uit haar stoel jaagt. Geen wonder dus dat schrijvers vroeg of laat een boek wijden aan wat hun huisdier voor hen betekent.

Sinds begin deze zomer een harige viervoeter een zachte slaapplek en een chromen voederbak in ons huis heeft verworven, is het leven niet meer hetzelfde. Matilda, een wit-en-bruin gevlekte Engelse springerspaniël, beantwoordt aan alle verwachtingen die je van een hond kunt hebben. Ze is aanhankelijk, graaft kuilen, kauwt op kluifjes en ligt languit op haar rug op de bank met haar poten omhoog. Heeft een van ons verdriet, dan is ze er als de kippen bij om haar natte neus tegen onze handpalm te drukken, alsof ze wil zeggen: 'Kijk naar mij, dan gaat het over.' Meestal heeft ze gelijk.

Dagelijks jaagt Matilda mij, de immer lezende en schrijvende salontijger, van mijn stoel. Het meisje heeft behoefte aan beweging, en als ik eerlijk ben, ik ook. Maar soms heeft een mens een duwtje nodig. In mijn geval kwam dat duwtje van mijn kinesiste. 'Wandelen is het beste medicijn', zei ze toen ik op een dag in haar praktijkruimte zat, mijn hoofd in de holte van haar massagestoel geperst, en haar de plekken wees waar het pijn deed. 'Neem een hond.'

Virginia Woolf met haar cockerspaniël Pinka.Beeld RV

Een infographic over wandelen leert me dat mijn kans op een beroerte met 30 procent daalt als ik minstens twee uur per week wandel. Mijn geheugen zou beter werken, mijn risico op overgewicht wordt met de helft gereduceerd, ik zal allicht minder snel diabetes krijgen, mijn heupen blijven langer intact en mijn hart gezonder. Kortom, wandelen werkt levensverlengend. Dus wandelen we. We wandelen naar de kruidenier en naar de slager, door het park, bos en hei en langs de vloedlijn.

Vaak maak ik tijdens die wandelingen een praatje met een wildvreemde, want Matilda is razend populair. 'Ik vertrouw je', zeggen haar kaki-groene ogen kwispelend tegen een man in het park die er een beetje eenzaam uitziet. 'Ik vind je leuk', zegt de snuit die ze onuitgenodigd op de schoot van een streng uitziende vrouw op de tram legt. En ik, die niet bepaald overloop van koetjes en kalfjes, kwebbel maar wat terwijl de mensen mijn springer gecharmeerd achter de oren krabben.

Het omgekeerde is ook waar: wie hysterisch reageert op Matilda, mag van geluk spreken dat ik niet begiftigd ben met de gave van pyrokinese. Ja, dat durf ik toe te geven. Sinds ik aan het hoofd van een roedel sta, is niets menselijks maar ook niets dierlijks mij vreemd. Zodra je je tussen wezens bevindt die bij wijze van begroeting aan elkaars geslachtsdelen snuffelen en dan pas beslissen of ze gaan spelen of vechten, kantelt je wereldbeeld in de richting van de directheid. Daar schuilt een zeker comfort in.

Beeld copyright Cameron Bloom, uit het boek 'Penguin Bloom'

En dan is er nog de kwestie wie ik ben voor de hond. Had ik voor de komst van de pup nog gezworen dat ik niet haar mama zou zijn, dan hoor ik mezelf nu 'Kom bij mama!' roepen als ik haar wil aanlijnen in de hondenweide. Het is sterker dan mezelf. Ik troost me met de wetenschap dat de Amerikaanse Pulitzerprijswinnares Alice Walker ook de mama is van haar kippen.

In 2011 publiceerde Walker The Chicken Chronicles: een bundeling van blogberichten over haar kippen. Dat zijn brieven over wat mommy voelt als ze bij hen is. Dat ze soms wenste dat ze meer was zoals zij, geeft ze toe. Blij met borst, billen en gevederte, wat de kleur daarvan ook is. You seem so clear about who you are. So certain. Tegelijk gebeurt er meer dan wat gemijmer over kippen. Walker vertelt hen over haar projecten, en je leert dat zelfs een mensenrechtenactiviste het strijden soms moe is. De kippen lijken haar tot een eenvoudiger ritme te dwingen, bieden haar een veilige plek waar ze kan verwerken. Ook al is er een pikorde in de kippenwereld die indruist tegen alles waar Walker in gelooft, het pluimvee genaamd Gertrude Stein en Agnes of God brengt haar opnieuw in balans.

Beeld copyright Cameron Bloom, uit het boek 'Penguin Bloom'

Therapiedieren

Ik ben dus niet de enige die onder invloed van een huisdier een soort van irrationele dimensie ontdekt. Of herontdekt beter, want als kind vertoef je voortdurend in die wereld waar zintuiglijkheid en emoties de boventoon voeren. Geen wonder ook dat talloze schrijvers zich buigen over wat dieren in hen naar boven halen. 'Noem me sentimenteel, maar op de een of andere manier vertegenwoordigt een hond het intieme deel van het leven. Het speelse deel ook wel', schreef de Britse schrijfster Virginia Woolf.

Pinka heette de zwarte cockerspaniël die ze cadeau had gekregen uit het nest van de hond van haar minnares Vita Sackville-West. Pinka stond model voor de cover van het boek Flush (1933), de biografie die Woolf schreef over de victoriaanse dichteres Elizabeth Barrett Browning ('How do I love thee? Let me count the ways') en haar echtgenoot Robert Browning. Woolf beschreef het leven van het koppel vanuit het standpunt van hun hond, een frivoliteit die nu ook weer niet zo gek is: volgens psychologe Maureen Adams, auteur van het boek Shaggy Muses (2007), zou Elizabeth Barrett Browning, die geplaagd werd door allerlei aandoeningen, zonder Flush een passiever leven hebben geleid.

Hakan Nesser kroop voor zijn boek in de huid van zijn overleden rifrug Norton.Beeld Corbis via Getty Images

Adams suggereert ook dat Woolf via Flush over trauma's uit haar eigen kindertijd kon vertellen. Toch zou de schrijfster verontwaardigd hebben gereageerd toen ze hoorde dat het publiek Flush gretig verslond. Ze vond haar uitspatting als hond niet haar beste werk.

Hetzelfde zou je kunnen zeggen van heel wat dierlijke uitstappen van gewaardeerde auteurs. Het net verschenen De memoires van Norton, filosoof en hond, van de Zweedse thriller-auteur Hakan Nesser, tipt bijvoorbeeld niet aan zijn romans. Nesser kruipt voor dit lieflijke boekje in de huid van zijn overleden rifrug Norton Kierkegaard, die vertelt over de omzwervingen die hij maakte met zijn tweevoeters. Hoe Norton tijdens een wandeling op de heide zijn neus achternagaat als hij gehaktballen ruikt, bijvoorbeeld. Uiteindelijk zal hij die vinden bij een man die zich die dag van een klif wil storten. Norton legt zijn kop op de schoot van de man, zet zijn meest trieste hondenblik op, troggelt hem zijn eten af. Uiteindelijk zullen ze samen terug wandelen tot ze Nesser vinden, die de treurige wandelaar over het dieptepunt van zijn crisis heen helpt.

Pulitzerwinnares Alice Walker wenst soms dat ze meer was zoals haar kippen.Beeld Harley Soltes

Elk dierenliefhebber zal de wetenschappelijke onderzoeken beamen die aantonen dat dieren goed zijn voor de mentale gezondheid. Ze reduceren stress, tomen depressies in, voorkomen eenzaamheid. Honden zijn bijvoorbeeld fantastische therapiedieren. In verschillende gevangenissen, waaronder in België, Nederland, de VS en Groot-Brittannië, lopen projecten waarbij gevangenen de zorg krijgen over een asielhond. Soms volgen ze samen met de dieren hondenschool, soms heeft elke cel een hondenmand waar de viervoeter slaapt. Op de website van een Belgische trainer staat te lezen hoe de dieren zelfs de meest asociale gedetineerden inspireren om samen te werken, empathie te ontwikkelen en hun emoties te uiten. Zo'n bonk van een kerel die zit te huilen in de pels van het beest dat hij helpt opleiden tot reddingshond: het beeld zegt genoeg.

Terwijl een hond goed is voor je hart, zouden katteneigenaars beduidend minder beroertes hebben dan katloze mensen. Recente titels als Penguin Bloom (over een ekster die wordt geadopteerd door een Australisch gezin waarvan de moeder door een ongeval verlamd raakte) en 25 gram geluk (over een narcistische dierenarts die in een baby-egel zijn lotsbestemming vindt en een asiel voor egels opricht) zijn de meest recente getuigenissen in een traditie van boeken over de helende kwaliteiten van dieren.

Animisme

In tegenstelling tot wat de titel laat vermoeden, leert het boek over Norton weinig over filosofie, laat staan die van een hond, maar toch heeft het iets moois. De inkijk in de warme intimiteit van het huishouden dat Norton beschrijft, de cadans van de kleine dagelijkse handelingen zoals eten, wandelen, schrijven: het voelt als een soort van thuiskomen.

Dat bemerkt ook de Nederlandse auteur Jan Postma in de bloemlezing Onze dieren. Onder redactie van coauteur Rutger Lemm penden verschillende Nederlandse schrijvers over hun innige, dan wel andere band met dieren. Of hij iets van zijn kat Willem kan leren, betwijfelt de cerebrale Postma. 'Het samenwonen met een huisdier is geen intellectuele maar een emotionele aangelegenheid', schrijft hij. Hij illustreert dat inzicht treffend door de ondraaglijkheid van het niet kunnen aaien te benoemen, of het gemis dat je ervaart als je met vakantie bent zonder huisdier.

Elfie Tromp met haar naakthond Chin-Chin.Beeld Instagram
Beeld uit 'Penguin Bloom', over een ekster die wordt geadopteerd door een Australisch gezin waarvan de moeder door een ongeval verlamd raakte.Beeld copyright Cameron Bloom, uit het boek 'Penguin Bloom'

Enig antropomorfisme is veel van de auteurs niet vreemd. Vertederend en grappig is bijvoorbeeld het verhaal over Chin-Chin, de naakthond van Elfie Tromp. Haar lelijk rothondje, haar beddenkruik, de poortwachter van haar hart. Tromp haalt er een interessante denkpiste bij als ze verwijst naar de Aboriginals en hun innige relatie met tamme dieren. 'Aboriginals meten nog altijd de kou van de nacht af aan de hoeveelheid honden die zij nodig hebben om het warm te krijgen', schrijft ze. Het is niet zo vreemd om je huisdier allerlei kwaliteiten toe te dichten, ook al is het voor de niet-zo-dierenliefhebber maar een dier, iets dat ver beneden het menselijk niveau ligt.

Dat idee druist in tegen alles wat sociaal psychologe Leslie Irvine onderzoekt. In haar boek If You Tame Me (2004) toont ze aan dat dieren een rijk en complex innerlijk leven en zelfs een ziel hebben. Dat is een relatief nieuwe gedachte voor hedendaagse westerlingen, maar natuurvolkeren hoef je daar niet meer van te overtuigen. Dat betekent overigens niet dat groepen met een animistisch wereldbeeld geen vlees eten, al wordt dat argument gebruikt door vegetariërs en veganisten om vlees af te zweren.

Veel nomadische jagers-verzamelaarsstammen maken geen onderscheid tussen zichzelf en hun omgeving waarin ze leven. Ze doen wat ze moeten doen om te kunnen leven. Of ze nu noten verzamelen of op kleine dieren jagen, ze doen dat met respect voor het evenwicht, niet om te domineren. Dieren worden er vaak als troetel gehouden, maar dat beschermt hen niet tegen de kookpot. Er bestaan verhalen van hertenjongen die de borst krijgen, tot ze groot genoeg zijn en hun boutjes liefdevol worden gedeeld rond het vuur. Maar dan niet zonder dat men hen met een ritueel dankjewel naar de eeuwige jachtvelden heeft geholpen.

Onze dieren laat eens te meer zien hoe dicht de dieren bij ons staan. Van liefdesverdriet over jeugdperikelen tot echtscheiding: niet alleen zijn ze constante getuigen van ons leven, ze versterken - of beter: weerspiegelen - de emoties die de roetsjbaan genereert. Dat diereneigenaars graag op zoek gaan naar eigenschappen die ze gemeen hebben met hun harige, gevederde of geschubde vrienden, en hen een actieve rol in hun leven toekennen, zou je dus kunnen zien als een verwaterde vorm van totemisme of de opvolger ervan, een hedendaagse vorm van de oude fabels en dierensprookjes.

Door hun natuurlijke zelf te zijn, brengen dieren allerlei soorten verbindingen tot stand. Niet alleen als sociaal glijmiddel tussen mensen onderling, maar ook tussen de mens en zijn belevingswereld. Ze leveren inspiratie voor onze verbeelding (vandaar Shaggy Muses). Als vaste kompanen van goden en heiligen symboliseren ze zowel positieve als negatieve waarden, zoals kracht, trouw of onreinheid. En last but not least: ze vormen een brug tussen ons, industriële wezens, en de natuur. Door ons weg te trekken van het virtuele bestaan helpen ze mee aan de digitale detox, en aan het herstel van de verbinding tussen ons hoofd en ons hart, tussen ratio en instinct. Vooral dat laatste fascineert ons danig. Onze dieren maken iets in ons wakker, dwingen ons om aanwezig te zijn, in ons lichaam te leven. En dat doen ze door geheel spontaan onze liefde te veroveren.

Beeld rv
Beeld rv
Beeld rv
Beeld rv

Hakan Nesser, De memoires van Norton, filosoof en hond, De Geus., 96p., 15 euro

Rutger Lemm, Onze dieren, De Geus, 232 p., 17,99 euro

Cameron Bloom & Bradley Trevor Greive, Penguin Bloom, Xander., 208p., 12,95 euro

Massimo Vacchetta en Antonella Tomaselli, 25 gram geluk, AWBruna, 192p., 17,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234