Donderdag 22/08/2019

Millennials

Waarom jongeren anno 2018 de zon in hun hart laten

Van 'Thuis' over Willy Sommers tot Taylor Swift: "We hebben ontdekt dat we de dingen die we vroeger ironisch tot ons namen, eigenlijk best wel goed vinden." Beeld fotomontage DM

Ah, de millennial. Die eet zeewierpasta waar de hashtags van afdruipen en komt om te lachen thuis van Pukkelpop met een T-shirt van Willy Sommers. En dat terwijl de wereld in brand staat, meneer! Wel, dat ziet u helemaal verkeerd, betoogt Katrin Swartenbroux. Jongeren schudden ironie en onverschilligheid juist massaal van zich af. 

Er zijn heel wat zorgwekkende souvenirs die een tiener kan meebrengen van een muziekfestival, maar een T-shirt van Willy Sommers doet blijkbaar meer wenkbrauwen fronsen dan chlamydia, een Limburgs lief en een tentzeil met vage pislucht samen. “Ik snap het gewoon niet. Heeft ze nu echt 35 euro uitgegeven om een statement te maken? Of zijn Vlaamse schlagers plots weer hip?”, verzucht een collega wier dochter het babyblauwe kleinood met de beeltenis van de charmezanger in haar trekrugzak had zitten. Ze is niet de enige die in de war is.

Bij het zien van de beelden van het pukkelpoppende publiek dat uit zijn dak ging bij ’s mans zomerhit ‘Laat de zon in je hart’, werd zowel gejubeld als gewalgd: het hokjesdenken zou afgeschaft zijn, de breuklijn tussen highbrow- en lowbrowcultuur vervaagd. Maar ook: de jeugd geeft niet meer om wat voor muziek er gespeeld wordt, het draait allemaal om de beleving.

Pizza-tatoeages

Geen van beide is helemaal waar. De groteske polonaise die losbarstte in de Marquee was niet meer, maar zeker ook niet minder dan een symptoom van de laatste infectieziekte die millennials op de wereld hebben losgelaten: post-ironie. Het is haast een boetedoening van een generatie die het veel te ver heeft gedreven met ‘ironische’ consumptie van ‘populaire cultuur’, met onze ‘aanhalingstekens’, T-shirts met ‘ludieke’ opschriften en onze pizza-tatoeages. Sorry daarvoor trouwens. Echt.

Ironie is nochtans van alle tijden, een haast onvermijdelijk pantser tijdens je puberteit en studentenjaren. Om het met REM-zanger Michael Stipe te schrijven: ‘Irony is the shackles of youth.’ Het is een manier om jezelf te ontdekken en om, zonder dat je in je kaarten laat kijken, uit te komen voor je zogenaamde guilty pleasures. Wanneer mensen je uitlachten om je muzieksmaak, kledingkeuze of de serie die je bekeek, kon je je verhullen achter het excuus dat je het ironisch deed. Clueless bekijken omdat dat mooi contrasteerde met je Fellini, bijvoorbeeld. 'Billie Holiday? Oh I love him.'

Vooral de slackers van de nihilistische jaren 1990 waren bijzonder bedreven in de ironie, met hitshows als Seinfeld tot gevolg. Ook nineties-auteur David Foster Wallace speelde ermee, al riep hij tegelijk ook op om de tong uit het zachte weefsel van je wang te halen: “De volgende generatie ‘rebellen’ in dit land zouden weleens de antirebellen kunnen zijn die afstand nemen van ironie, en die menselijke problemen en emoties met eerbied en overtuiging benaderen”, schreef Wallace in zijn beroemde essay E Unibus Pluram. “Hen zou verweten worden dat ze ‘te oprecht’ zouden zijn. Te soft, te naïef. Maar dat is misschien net het punt.”

Mooie woorden die het ongetwijfeld goed zouden doen in een Instagram-post, maar toch zouden Wallace en zijn aanhang twintig jaar moeten wachten op wat hij ‘the new sincerity’ noemde. Het internet bleek namelijk een perfecte kweek­bodem voor ironie, want plots waren we nog kwetsbaarder, nog zichtbaarder geworden. Elke share, elke post, elke like werd een kans om je identiteit uit te bouwen, maar tegelijk ook om beschimpt te worden.

#thestruggleisreal

Enter de hipster: de m/v die ‘for lolz’ naar Justin Bieber luisterde en bloedserieus pokkeherrie in keldertjes ging checken om achteraf toch maar op muziekforums te kunnen snoeven ‘dat ik die band al kende voor ze cool werden’. Zij die souvenirwinkels wijsmaakten dat ze nog bestaansrecht hadden door massaal servies met afbeeldingen van het koningshuis te kopen, die alles – van cocktails en koffie tot kip met appelmoes – in weckpotten serveerden en enkel maar gevoelens uitten op social media wanneer er zelfrelativerende hashtags als #thestruggleisreal bij geplaatst konden worden. Serieus. Ergste ooit.

Alsof het een onbekende exotische diersoort betrof, kropen verschillende opiniemakers destijds in de pen om de hipster te verklaren.

Pukkelpop danst de polonaise op Willy Sommers. "Guilty pleasures bestaan niet meer, omdat we niets hebben om ons schuldig over te voelen." Beeld Damon De Backer

De meesten kwamen tot de conclusie dat deze post-9/11-jongeren gevangen zaten in een ultiem gevoel van weltschmerz (en met andere woorden best wel wat zon in hun hart konden gebruiken) en zodanig overdonderd werden door keuzestress dat ze die probeerden te bestrijden met een obsessie voor vertrouwde, simpele dingen uit het verleden, zoals een eigen moestuin, een fiets zonder versnellingen en de 33 toerenplaat. Kortom: alles van weleer had waarde, al het hedendaagse was, like, letterlijk, kut. Met uitzondering van Bon Iver natuurlijk.

Toch valt het enthousiasme voor Sommers niet vast te pinnen op hipsternostalgie: een hit-single uit 2006 is bezwaarlijk vintage te noemen, en de hipster heeft zichzelf jaren geleden al de das omgedaan. ‘Hipster’ evolueerde van een onuitgesproken ereteken naar een commerciële vlek op je blazoen: kledingketens begonnen totebags met de term erop te verkopen, die hipsters dan weer ironisch om de schouder hingen. Het was een waanzinnig vermoeiende periode waarin iedereen krampachtig probeerde er anders uit te zien, maar er net hetzelfde uitzag. Ironisch? Behoor­lijk. Wanneer een Buzzfeed-lijstje je beter lijkt te kennen dan je therapeut, is het tijd om aan soul-searching te doen.

Geen schuldgevoel

The times, they are a-changin’. Want in plaats van een ‘ironisch’ T-shirt met DHL-logo dat Vetements voor 200 euro probeert te vermarkten, dragen tieners nu echte reclameshirts, ofwel met opvallende boxlogo’s van Levi’s of Nike, of net van de garage of turnschool uit hun dorp. Als Alanis Morissette vandaag haar monsterhit ‘Ironic’ opnieuw zou moeten schrijven, zou ze het vast hebben over ‘hoe de authenticiteit die hipsters probeerden na te streeeeeeeven alleen gerealiseerd kon worden door de dooooood van de hipsteeeeeeer’.

Het internet maakt ons bovendien grenzelozer dan ooit tevoren. Vroeger kostte iedere culturele consumptie je afzonderlijk geld of moeite: wanneer je tussen alle Neutral Milk Hotel en Nirvana eventjes zin had in een nummer van Pat Benatar, moest je het ofwel aankopen ofwel aanvragen op de radio. Vandaag is het perfect mogelijk om moeite- en kosteloos te navigeren tussen Arcade Fire en ZZ Top.

Guilty pleasures bestaan daarom niet meer, omdat je niets hebt om je schuldig over te voelen: je verspilt geen geld aan het steeds opnieuw herbekijken van The Princess Bride via Netflix, omdat de kosten dezelfde zijn als wanneer je je de hele maand zou onderwijzen met de documentaires die de streamingdienst te bieden heeft. En omdat we zo vrijuit consumeren, ontdekken we dat we de dingen die we vroeger stiekem of ironisch hadden moeten verorberen, eigenlijk best wel goed vinden. Taylor Swift had met haar album 1989 een oprécht momentje. Mensen kijken oprécht graag naar Thuis. En Bon Iver is nog altijd steengoed.

Van empirisch consumeren – het culturele product moet iets bijdragen aan onze culturele bagage – lijkt het alsof we zijn overgestapt op empathisch consumeren: het culturele product moet ons iets doen voelen.

Generatieconflict

Een Nederlandse studie naar de drijfveren van bezoekers van karaokebars merkte een eenzelfde verschuiving op: hoe en waarom je iets consumeert, is belangrijker geworden dan wat je consumeert. Niet om bij een bepaalde subcultuur te horen, niet omdat het je status verleent, maar omdat het je goed doet voelen. Op die manier mixen we post-ironisch highbrow met lowbrow, schlagers met indie, Instagram-story’s met arthouse en gemberbier met bruine rum.

Wanneer je tienerdochter dus thuiskomt met een Willy Sommers-shirt, is dat geen lacherig statement maar een souvenir van een fijne tijd. Bovendien is ‘Laat de zon in je hart’ – oprecht – een topschijf. Een shot escapisme, een goed­bedoelde poppy perfecte meebruller. Het is bovendien niet verwonderlijk dat we de zon af en toe in ons hart willen. Wij, millennials, vormen de eerste generatie die er financieel slechter aan toe is dan de voorgaande generatie.

De hipster werd daarenboven door de oudere generaties gezien als de oorzaak van zijn eigen problemen want ‘ze nemen niets serieus, meneer’. Generatieconflicten zijn natuurlijk niets nieuws, maar als men je blijft verwijten dat je geen huis kunt kopen ‘omdat je te veel toast avocado in koffiebars eet’, lach je alleen de eerste drie keer groen. Daarna wordt het wraakroepend.

Hier volgt een lijstje met enkele zaken die door onze voorgangers niet serieus werden genomen: structureel racisme en seksisme, klimaatverandering, geestelijke gezondheid, Donald Trump die zich kandidaat stelt voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Niet toevallig thema’s waarvoor jongeren vandaag op straat komen.

Tekenend waren de reacties van de tieners van Parkland High, die na de dodelijke schietpartij in hun school het heft en de microfoon in eigen handen namen en van leer trokken tegen de wapenlobby, tegen Republikeinse senatoren en tegen Fox-nieuwsankers. Met doorleefde speeches en tweets om de ernst en urgentie van de zaak te benadrukken, alsof ze net in de leer waren gegaan bij David Foster Wallace. ‘Ironie is nuttig om illusies te ontmaskeren, maar de meeste illusies zijn inmiddels lang en breed ontmaskerd’, aldus de schrijver. Wat we nodig hebben, is oprechtheid. ‘De corrupte idioten die vandaag aan de macht zijn moeten niet belachelijk worden gemaakt. Ze moeten worden afgezet.’

Het is in datzelfde klimaat dat Jimmy Kimmel verweten wordt dat hij ‘te lacherig’ doet over politieke kwesties, terwijl een bevlogen Trevor Noah en Stephen Colbert hun populariteit zien stijgen. Na grootschalige popculturele events zoals de Oscars of de Grammy’s zijn het niet de grappige momenten die de views binnenrijven op YouTube, maar zijn het de hartzwellende toespraken en de ongescripte emoties die massaal geshared worden.

Het is niet dat we ons gevoel voor humor verloren zijn, maar bepaalde maatschappelijke kwesties zijn nu eenmaal no joke. In een tijdperk waarin de alt-right-memes gebruikt worden om haatdragende boodschappen te verdoezelen, is het logisch dat de tegenreactie daar net van wegstuurt.

Oprechtheid is het ultieme tegengif voor ironie, het meest efficiënte wapen tegen gelatenheid en onrecht en het punt dat je nooit kunt maken wanneer je te veel aanhalingstekens gebruikt.

Of niet. Weet ik veel. Whatever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden