Zaterdag 21/09/2019

Theater

Waarom iedereen het theater van Studio Orka wil zien (en niemand kaartjes kan krijgen)

De voorstelling 'Craquelé’ van Studio Orka. Beeld Phile Deprez

Hebt u er ook weer naast gegrepen? Op het komende Theaterfestival was geen productie zo snel uitverkocht als Studio Orka’s Craquelé, een voorstelling die zich afspeelt in een kerk. Wie kaartjes wil boeken voor Orka moet de laatste jaren steeds vroeger opstaan. Hoe komt dat?

Zes voorstellingen Craquelé voor telkens 210 man: weg in twee dagen. Wie vervolgens op de website van Orka gaat kijken of hij nog een kaartje kan bemachtigen voor Pied de poule, dat eind februari in première gaat, keert van een kale reis terug. Frustrerend, toch?

De strijd om kaartjes heeft natuurlijk alles te maken met de wet van vraag en aanbod. De voorbije vijftien jaar maakte Orka furore met unieke locatievoorstellingen waarin vaak een schare aan populaire acteurs figureert – denk aan Dominique Van Malder of Titus De Voogdt. Liv Laveyne, programmator in het Oostendse CC De Grote Post, wijt het succes daarnaast aan Orka’s gelaagde aanpak. Laveyne: “Orka durft zware thema’s aan te gaan met de nodige lichtheid. Dat spreekt een publiek aan van kinderen én volwassenen.”

Om aan de vraag tegemoet te komen, moet het ticketaanbod omhoog, door langer te spelen op één locatie, door op meer locaties te spelen of door de capaciteit per voorstelling uit te breiden. Even concreet: waarom speelt Craquelé in Gent geen twaalf keer in plaats van zes? “Dat zou fantastisch zijn,” zegt Kathleen Treier van het Theaterfestival, “maar het is praktisch niet haalbaar. Doordat het festival zijn selectie zo laat bekend maakt, zijn veel acteurs al geëngageerd in andere projecten. Janne Desmet bijvoorbeeld draait voor een tv-serie aan de kust. Om Craquelé te spelen, wordt ze op sommige avonden met de motor naar Gent gevoerd – veel gekker moet het niet worden.”

Uitzonderlijke uitgaven

Blijft de vraag waarom de speelreeksen in de Vlaamse cultuurcentra, waar de agenda’s wél ruim op voorhand vastliggen, niet langer zijn. Normaal geldt immers: hoe meer voorstellingen, hoe goedkoper voor de organisator omdat de kosten van opbouw in verhouding kleiner worden. Bij locatieprojecten gaat die vlieger echter niet op. Door de logistieke complexiteit krijgt een CC te maken met uitzonderlijke uitgaven: de huur van een generator, de verduistering van een kerk, catering, sanitair, extra verzekeringen… Dat doet de dagprijs oplopen.

‘Craquelé’ speelt zich af in de Gentse Sint-Machariuskerk. Beeld Phile Deprez

Bovendien speelt een oud zeer: het verschil in ticketprijs tussen jeugd- en volwassenentheater. “Wij streven ernaar dat een ticket voor kinderen maximum 12 euro kost”, zegt Martine Decroos van Studio Orka. “Maar op die manier vallen de inkomsten terug, terwijl de productiekosten dezelfde blijven. Bij schoolvoorstellingen is het nog erger, daar geldt de maximumfactuur van 4 euro.” Samengevat: de combinatie van hoge productiekosten en lage ticketinkomsten leidt ertoe dat lange speelreeksen voor de organisator riskant zijn. Sterker nog: verlieslatend.

Het is meteen ook een antwoord op de tweede vraag: waarom Orka niet op méér plekken in Vlaanderen te zien is. Het financiële risico, maar ook de rompslomp. Een Orka-voorstelling staat in een open veld, aan de oever van een rivier, in een kerk. “Het is een mirakel dat we nog een plek hebben gevonden”, zegt Treier over de speelreeks in de Gentse Sint-Machariuskerk. De Sint-Barbarakerk, waar Craquelé in première ging, was al niet meer beschikbaar. Eens een geschikte locatie gevonden, begint pas het spel van onderhandelingen met de eigenaars. Decroos: “Je moet met die priesters gaan spreken, hen ervan overtuigen dat we hun kerk nodig hebben want dat er iets schoons gaat gebeuren. Als dat lukt, en ze komen kijken, gebeurt er vaak een wonder. Maar het wegnemen van hun weerstand vergt moeite.”

Die moeite weegt veel afzonderlijke CC’s te zwaar. Een oplossing zou kunnen zijn dat verschillende regionale cultuurcentra de handen in elkaar slaan en de organisatie samen oppakken, zoals Laveyne en haar West-Vlaamse collega’s momenteel proberen voor Craquelé. Laveyne: “Op die manier worden de inspanning en het financiële verlies gedeeld. En het loont de moeite wanneer je je publiek kunt blij maken met zo’n voorstelling.”

Fysieke grenzen

Er zijn nog obstakels voor lange speelreeksen: de fysieke grenzen van de acteurs. Decroos: “In Craquelé klautert Titus De Voogdt tot op de spanten van de kerk. Je kunt hem niet vragen dat drie keer per dag te doen. We moeten de acteurs beschermen, en ook de voorstelling zelf, die authentiek en fris moet blijven.” 

Om het comfort van het publiek te beschermen, weigert Studio Orka dan weer de publiekscapaciteit te verhogen. Decroos: “Wij waken over de intimiteit van onze voorstellingen. Voor Craquelé houden we vast aan vijftien rijen. Onder grote druk hebben we dat in Nederland opgetrokken tot negentien, maar eerlijk gezegd zou ik niet graag op de negentiende rij zitten.”

Waar voor de organisatoren praktische en financiële bezwaren spelen, primeert voor het gezelschap de zorgzaamheid – een voorstelling verdient de best mogelijke omstandigheden, voor spelers én voor publiek. Zit er dan voor de vele fans niets anders op dan zich gelaten neer te leggen bij de sold out? Decroos adviseert om zich in te schrijven op de nieuwsbrief van Orka, om zo als eerste weet te krijgen van nieuwe speeldata. Laveyne raadt aan wat verder te kijken dan de grote steden – in de kleinere gemeenten vallen soms nog tickets te rapen.

Van 8 tot 17 september in Gent, theaterfestival.be, studio-orka.be

‘Craquelé’ speelt zes keer in Gent. Beeld Phile Deprez
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234