Donderdag 17/10/2019
Een beeld uit de Antwerpse club Lima op het Eilandje. Binnenkort krijgt de rust van de buurtbewoners voorrang op de nachtelijke beats.

Analyse Nachtleven

Waarom het nachtleven de stad uit wordt gejaagd: ‘We moeten nieuwe bewoners heropvoeden’

Een beeld uit de Antwerpse club Lima op het Eilandje. Binnenkort krijgt de rust van de buurtbewoners voorrang op de nachtelijke beats. Beeld RV Lima

Mogen steden nog wel bruisen tot in de vroege uurtjes? Nu drie nachtclubs op het Antwerpse Eilandje op termijn moeten wijken voor keurige buurtbewoners, waarschuwen stadssociologen voor een uitdovend nachtleven: ‘Als de stad enkel dient om te wonen, is het toch gewoon een grote verkaveling?’

Op het nachtleven inhakken lijkt wel een trend in het stedelijk beleid. In Gent is er het verhaal van Kompass Klub, in maart gesloten door het stadsbestuur na een drugsgerelateerd overlijden maar na een beslissing van de Raad van State opnieuw geopend. In Antwerpen viel vorige week een soortgelijke beslissing over Club Lima, Roxy en Club Vaag. Na een korte sluitingsperiode werd beslist om de drie populaire nachtclubs nog drie jaar te gedogen op het Eilandje, daarna wil het bestuur hen weg uit de buurt.

De prioriteit van burgemeester Bart De Wever (N-VA) lijkt duidelijk: “Het gaat niet op dat we mensen naar dit deel van het Eilandje lokken, met het argument dat ze rustig met zicht op het water kunnen wonen, en dan ook nachtclubs in dezelfde buurt toelaten.” Wrang: de clubs nestelden zich toen het Eilandje nog haast niemandsland was; nu het een hippe, trendy wijk is moeten ze wijken. Het lijkt een beetje op het verhaal van de Leuvense nachtclub Silo, die in 2011 de deuren moest sluiten. ‘Geen plaats meer voor ons tussen de nieuwbouwappartementen’, was ook toen de teneur na klachten rond overlast.

Nimby

“Zulke situaties voelen altijd een beetje wraakroepend aan: alsof iemand in de buurt van een luchthaven gaat wonen en klacht indient omdat er vliegtuigen passeren”, zegt Mattias De Backer, stadsgeograaf en criminoloog aan de KU Leuven. Hij weet waar de klepel hangt: gentrificatie in de binnenstad, een dynamiek die als volgt verloopt: “In volksbuurten krijgt leegstand een artistieke invulling, die commercieel gaat doorwegen. Die interessante cocktail trekt in eerste instantie een publiek van artiesten en studenten aan, maar na verloop van tijd worden de portefeuilles dikker en de burgers mondiger, met een directe lijn naar pers of beleid.”

“Ironisch genoeg zijn die grootverdieners aangetrokken door het bruisende van de binnenstad, maar ze willen het liever niet in hun eigen straat”, zegt De Backer over het bekende nimby-fenomeen: not in my backyard. Als die mentaliteit een hele stad begint te beslaan, wordt het nachtleven logischerwijs weggeduwd.

Voor de Gentse Kompass Club gaat het verhaal van gentrificatie niet op: die club is al gevestigd in een industriële zone. Beeld ID/ photo agency Sander Buyck

Volgens stadssocioloog Stijn Oosterlynck (UAntwerpen) is het belangrijk om te kijken waarom die plaats voor het nachtleven ooit is ontstaan: “Na de Tweede Wereldoorlog is de woonfunctie van de stad sterk verwaarloosd, met een stadsvlucht als gevolg. De gaten die zo in het stedelijke weefsel ontstonden, zijn ingevuld met minder kapitaalkrachtige burgers en later met andere functies, zoals het uitgaansleven.” Hij verwijst naar de Gentse muziekclub Democrazy, die pal in de volksbuurt Brugse Poort tussen 1988 en 1998 haast elke dag de vroege uurtjes teisterde, maar nadien als nomadenclub van locatie naar locatie zwierf.

“Zo’n situatie in een residentiële buurt is nu ondenkbaar, deels terecht”, zegt Oosterlynck, die ziet dat de woonfunctie vanaf de jaren 90 een comeback maakte. “Met het opkuisen van de stadscentra is alles braver geworden”, beaamt De Backer. Het lijkt wel alsof de stad in een voorspelbaar keurslijf is gestopt. De tolerantie is flink gedaald voor wie buiten de lijntjes kleurt, terwijl het nachtleven teert op een zekere grenzeloosheid – en de daarmee samenhangende overlast.

“Toch zullen we die nieuwe bewoners wat moeten heropvoeden”, zegt De Backer, die vindt dat de pluspunten van het nachtleven beklemtoond moeten worden. Veiligheid is daar, contra-intuïtief misschien, een van. “Het unieke ritme van het uitgaansleven zorgt ervoor dat de publieke ruimte nooit leeg is. We weten dat er in de wijken met de meeste inbraken net onvoldoende sociale controle is.”

Daarnaast is er de economische troef: volgens Tripadvisor staat het nachtleven in de top drie van factoren die de keuze bij een citytrip bepalen. De Berlijnse ‘Clubcommission’ berekende voor 2018 dat het ‘clubtoerisme’ in de stad – met legendarische venues als Berghain – 1,5 miljard euro in de lokale economie pompt. “En een bruisend uitgaansleven zorgt ervoor dat je als stad niet enkel bejaarden en tweeverdieners aantrekt, maar ook die andere, economisch belangrijke groep: jongeren”, zegt Oosterlynck.

Technoclub Berghain in de wijk Friedrichshain-Kreuzberg in Berlijn: uithangbord van het clubtoerisme in de stad. Beeld RV

Zure buur

Beide experts zien dan ook een noodzakelijke denkoefening: hoe kunnen nachtleven en woonfunctie naast elkaar bestaan, zonder dat de een de ander verstikt? “Een aantal technische ingrepen, zoals geluidsisolatie en doortastende buitenwippers, kunnen de overlast tot een minimum beperken, maar ondernemers zullen toch ook bescherming moeten krijgen. Nu is het soms één zure buur die het boeltje op slot gooit door zijn rechtsmiddelen uit te putten”, zegt De Backer.

Een brugfiguur tussen beleid, uitbater en omwonenden, zoals de nachtburgemeesters in Londen of Rotterdam, lijkt dan een voor de hand liggende stap, of een raad zoals in Berlijn kan ook. In Gent staat zo’n ‘nightlife council’ in de steigers. “Maar zo’n orgaan kan je uithollen of net gewicht geven”, zegt Oosterlynck. Die eindbalans hangt volgens hem samen met de visie van de stad: heeft het nachtleven hier een plaats of niet? Oosterlynck laat er weinig twijfel over bestaan: “De vermenging van functies definieert een levendige stad. Als die enkel dient om te wonen, is het toch gewoon een grote verkaveling?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234