Maandag 18/10/2021

ReportageArchitectuur

Waarom het aan de Côte d’Azur wemelt van de modernistische pareltjes: fortuin, talent en afgunst

Villa E-1027 in Roquebrune-Cap-Martin. Beeld Manuel Bougot
Villa E-1027 in Roquebrune-Cap-Martin.Beeld Manuel Bougot

Het is te hopen dat de bosbranden niet de vele architectuur­pareltjes aan de Azurenkust bereiken. Het wemelt er van de modernistische villa’s en bouwwerken die getuigen van een zeldzame combinatie: veel geld en goede smaak.

Een magische plek is het, E-1027. Niet alleen omdat deze curieus genaamde villa uit 1929 zo’n krachtig icoon van het modernisme is, maar ook omdat het huis en het adembenemende interieur honderd jaar na dato nog net zo hedendaags ogen als toen de Ierse architect en meubelontwerper Eileen Gray ze in één geniale beweging ontwierp.

Deze plek in Roquebrune-Cap-Martin aan de Côte d’Azur is óók magisch omdat de vader van de moderne architectuur – Le Corbusier – er logé was en in zijn eigenwijze blote kont kleurige muurschilderingen op de spierwitte wanden schilderde. Ongevraagd en ongewenst. Woest was Gray, ‘verkrachting’, noemde ze het. Le Corbusier vond het onnodig zijn excuses aan te bieden.

Jaren later, op 27 augustus 1965, dook de architect in zijn zwarte zwembroek veertig meter verderop in zee. Hij kreeg een hartaanval en verdronk. Le Corbusier was 77 jaar, een internationale beroemdheid. Gevierd, maar ook bekritiseerd om zijn uitgesproken opvattingen over moderne architectuur en stedenbouw. Hij kreeg een staatsbegrafenis met groots vertoon.

Le Corbu­sier in zijn ‘eigenwijze blote kont’ met een onge­vraagde muurschil­dering op Grays ontwerp. Beeld Foundation de Corbusier
Le Corbu­sier in zijn ‘eigenwijze blote kont’ met een onge­vraagde muurschil­dering op Grays ontwerp.Beeld Foundation de Corbusier

E-1027 is een architectuursnoepje dat na een lange periode van restauratie en herinrichting in juni weer voor het publiek is opengegaan. Alleen dat al is een reden om het modernisme aan de Côte d’Azur te gaan herontdekken. Ergens in de vorige eeuw ontstond dankzij een zeldzame combinatie van veel geld en goede smaak, een hele serie droomvilla’s uit de modernistische school. Het zijn stijlvolle witte blokkendoosjes met veel glas en platte daken die als Schöner Wohnen-plaatjes tegen de rotskust liggen geplakt.

Het kustgebied tussen de Frans-Italiaanse grens en pakweg Saint-Tropez had voor en na de Tweede Wereldoorlog een grote aantrekkingskracht op de rijken, kunstenaars en artiesten. Henri Matisse, Pablo Picasso en Marc Chagall schilderden er graag vanwege het heldere licht. Man Ray filmde zijn surrealistische Les Mystères du Château du Dé in de enorme Villa Noailles van de Franse modernist Robert Mallet-Stevens. De Rolling Stones namen Exile on Main Street op in villa Nellcôte in Villefranche. Modekoning Pierre Cardin gaf extravagante feesten in zijn ­buitenaardse bolletjesparadijs Palais Bulles bij Cannes.

Aan al die villa’s, al die kunst, hun makers en hun eigenaars kleven verhalen die op een aantal plekken nog leesbaar zijn. Zoals dat van het rijke galeristenechtpaar Maeght, dat hun verdriet om een jong verloren zoon probeerde te vergeten door een kunst­oase te bouwen in Saint-Paul-de-Vence. De beeldentuin en zorgvuldige architectuur van Villa Maeght getuigen ook vandaag nog van een rijke kruisbestuiving tussen architect, opdrachtgever en de kunst van mannen als Joan Miró, ­Georges Braque en Alberto Giacometti, die speciaal voor deze plek prachtig werk maakten. Of ietsje verderop, de Chapelle du Rosaire de Vence, waar de oude Henri Matisse, terwijl zijn lichaam hem al in de steek liet, naarstig probeerde het licht van de Côte te vangen in de glas-in-lood­ramen in slechts drie kleuren: geel van het licht, groen van de flora en het blauw van de zee.

En dan is er het verhaal van Le Corbusier, die in de havenstad Marseille met grove streken beton zijn reusachtige ‘woonmachine’ Unité d’Habitation bouwde, een sociaal experiment waarin 1.600 mensen werden gehuisvest. Tweehonderd kilometer verderop in Cap-Martin eindigde zijn leven solitair, in een blokhut van 3,5 bij 3,5 meter. Die is inmiddels Unesco-monument en samen met de naastgelegen villa E-1027 vormt het een saillant hoofdstuk in de moderne architectuur­geschiedenis.

E-1027 is te bezichtigen, net als Villa Noailles met haar labyrint aan kamers waar ooit zulke wilde feesten voor de avant-garde werden gegeven dat de clerus de adellijke eigenaars dreigde te ­excommuniceren. Lang niet alle villa’s zijn zo goed geconserveerd. Veel 20ste-eeuwse iconen zijn nog te jong voor een monumentenstatus. “Een eigenaar mag er daardoor vaak mee doen wat hij wil. En dat is niet altijd goed nieuws voor het oorspronkelijke ontwerp”, zegt Natascha Drabbe.

De Ierse meubel­ontwerper en archi­tect Eileen Gray.   Beeld Getty Images
De Ierse meubel­ontwerper en archi­tect Eileen Gray.Beeld Getty Images

De Nederlandse architectuurhistoricus is oprichter van het internationale netwerk Iconic Houses, waarmee ze aandacht vraagt voor het behoud van bijzondere huizen uit de 20ste eeuw. Drabbe pleit voor meer financiële steun, juist ook voor het jonge erfgoed dat momenteel vogelvrij is. “Het in stand houden van moderne architectuur is kostbaar, de fondsen zijn schaars. Gelukkig is het tij aan het keren”, zegt ze.

Het scheelde weinig of het meesterstuk van ­Eileen Gray was er niet meer. In de jaren negentig stond het op instorten en had de toenmalige ­eigenaar Grays vintage meubilair te gelde gemaakt. Zoals het beroemde buistafeltje E-1027, een design­klassieker, speciaal voor dit huis gemaakt. Franse erfgoedinstanties restaureerden de villa en kochten voor veel geld Gray-meubels terug. Als je nu door de deur gaat, stap je zo 1929 ­binnen.

De betovering van de villa komt niet alleen door Grays elegante meubels en de zorgvuldig gebalanceerde rechthoekige volumes. De kracht van het ontwerp zit in de relatie tussen binnen- en buitenruimte. In de open woonruimte – een van de stokpaardjes van Le Corbusier – vindt het eten, slapen, koken en converseren allemaal plaats in dezelfde ruimte. Die ruimte is via een glasgevel volledig georiënteerd op het brede terras, dat op elk punt contact maakt met de zee beneden.

Er is wel gesuggereerd dat Grays ontwerp dichter bij Le Corbusiers uitgangspunten voor de moderne villa komt dan alles wat hij zelf ooit heeft gemaakt. Wat zou impliceren dat zijn ongevraagde muurschilderingen in E-1027 een zekere afgunst verraden. Dat wordt in elk geval gesuggereerd in een fascinerende documentaire uit 2016, Gray Matters. Of dat echt zo is, is onduidelijk, maar het ongevraagd beschilderen van andermans muren is natuurlijk onvergeeflijk.

Le Corbusier was een visionair, maar ook een dwingende en lastig te doorgronden man. Hij had en heeft veel fans, maar ook haters. Hij was net zo goed de architect die compleet nieuwe steden uit de grond optrok (Chandigarh in India) en oud-Parijs wilde slopen voor een rigide serie flats (plan Voisin), als de ontwerper die van ruw beton een prachtige kerk boetseerde in Ronchamp. Of die arbeiders in Marseille met zijn modern ingerichte split levels in de Unité wilde bevrijden uit hun donkere, krappe huizen.

Vast staat dat Le Corbusier net als Gray verliefd was op Cap-Martin. In die spartaanse blokhut bracht hij zijn zomers door. Le Corbusier sliep op een matras op de grond, douchte onder een waterslang in de tuin en keek uit op de begeerlijke schepping van Gray. Bij de blokhut staat een stokoude boom. Hij schilderde er dagelijks in de schaduw, weg van zijn drukke Parijse architectuurpraktijk. Ook die boom bevindt zich inmiddels op Unesco-grond. Dat verdient applaus: zo blijven de verhalen van de Côte d’Azur leesbaar in de kunst en architectuur die ze heeft geïnspireerd.

Hieronder: vijf modernistische bouwsels in detail.

E-1027, Roquebrune-Cap-Martin, Eileen Gray, 1929

Eileen Gray (1878-1976) was een ­befaamd meubelontwerper toen ze eind jaren twintig E-1027 in Cap-Martin ­ontwierp als liefdesverklaring aan haar minnaar, de architect Jean Badovici. De ­villanaam is een ­rebus: E van Eileen, 10 is de tiende letter van het alfabet: de J, 2 is de B van Badovici en 7 is G van Gray. Het witte doosje staat met zijn lange zij naar zee hoog op pootjes, een van de kenmerken die Le Corbusier als beginsel zag voor moderne gebouwen.

Vintage meubilair in woon- en bad­kamer. ‘Je stapt hier 1929 binnen.’  Beeld Manuel Bougot
Vintage meubilair in woon- en bad­kamer. ‘Je stapt hier 1929 binnen.’Beeld Manuel Bougot
null Beeld Manuel Bougot
Beeld Manuel Bougot
De Bibendum-fauteuil van Gray.   Beeld Christies (hoeft niet genoemd)
De Bibendum-fauteuil van Gray.Beeld Christies (hoeft niet genoemd)

Veel van het originele interieur in de open woonruimte heeft Gray speciaal voor E-1027 ontworpen. Verder staat het huis vol met Gray-hits als de Bibendum (haar Michelinmannetje-buisfauteuil) en de ‘Non Conformist’-stoel met één armleuning. Enkele van de muurschilderingen die Le Corbusier ongevraagd in de villa schilderde, zijn met het oog op de architectuurgeschiedenis in oorspronkelijke staat teruggebracht.

Palais Bulles, Théoule-sur-Mer, Antti Lovag, 1974-1989

Het Palais Bulles langs de kust bij Cannes. Beeld Sygma via Getty Images
Het Palais Bulles langs de kust bij Cannes.Beeld Sygma via Getty Images

Er is geen woonplek op de wereld die zich kan spiegelen aan ­Palais Bulles, een 10.000 vierkante ­meter groot landschap van bolvormige woon-, slaap- en feestkamers langs de kust bij Cannes. Dit belangrijkste werk van de Hongaarse architect en kunstenaar Antti Lovag (1920-2014) roept door zijn rode aardkleuren ­associaties op met primitieve lemen hutten, maar ook space age-decors uit Bond-films of een Hobbit-dorp. Lovag werkte er vijftien jaar aan. “Als je met mij in zee gaat, weet je niet wat je krijgt, wat het kost, en wanneer het klaar is”, is een van zijn credo’s.

Palais Bulles . Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Palais Bulles .Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
null Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Palais Bulles. ‘De rechte lijn is een agressieve daad jegens de natuur’, aldus architect 
Antti Lovag. Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Palais Bulles. ‘De rechte lijn is een agressieve daad jegens de natuur’, aldus architect Antti Lovag.Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

Palais Bulles heeft ­uitgangspunten die haaks op de recht­lijnigheid staan van modernistische vormentaal. “De rechte lijn is een agressieve daad jegens de ­natuur”, zegt Lovag. De laatste eigenaar – de vorig jaar overleden modeontwerper Pierre Cardin – gaf er grote feesten. MTV vierde hier de 40ste verjaardag van James Bond. Palais Bulles staat te koop. ­Geschatte vraagprijs: 280 miljoen euro.

Villa Maeght, Saint-Paul-de-Vence, Josep Lluís Sert, 1954

Villa Maeght. Beeld Photo Olivier Amsellem- Archives Fondation © ADAGP, Paris 2021
Villa Maeght.Beeld Photo Olivier Amsellem- Archives Fondation © ADAGP, Paris 2021

Alles in deze uit roze baksteen opgetrokken villa ademt liefde voor architectuur en kunst. Villa Maeght van de Catalaanse modernist Josep Lluís Sert – die een tijdlang met Le Corbusier werkte – is geen museum, geen paleis, een beetje een huis, maar vooral een etalage voor kunst. Zowel binnen in de met natuurlijk licht doorfilterde zalen als in de weelderige ­tuinen is alles erop gericht om kunst tot haar recht te laten komen.

Ook in de weelderige ­tuinen is alles erop gericht om kunst tot haar recht te laten komen.
 Beeld Photo Olivier Amsellem- Archives Fondation © ADAGP, Paris 2021
Ook in de weelderige ­tuinen is alles erop gericht om kunst tot haar recht te laten komen.Beeld Photo Olivier Amsellem- Archives Fondation © ADAGP, Paris 2021

Toen het gevierde ­Parijse galeristen­echtpaar Aimé en Marguerite Maeght in 1953 wanhopig was nadat ze hun zoon hadden verloren aan leukemie, adviseerde vriend en kunstenaar Georges Braque troost te zoeken in een nieuwe vrijplaats voor kunst aan de Côte, wat “hen zou helpen om voorbij hun verlies te kijken”. Het ontwerp van Sert met de witte daklichten en impluviums – convexe dakelementen die het regenwater opvangen – kwam tot stand in nauwe ­samenwerking met kunstenaars. Vooral bij de beeldentuin, waarvoor Alexander ­Calder, Joan Miró, Braque en Alberto ­Giacometti speciaal werk maakten. Te bezoeken als museum.

Unité d’Habitation, Marseille, Le Corbusier, 1952

Unité d’Habitation. Beeld Paul Kozlowski
Unité d’Habitation.Beeld Paul Kozlowski

Het is een forse klomp beton op dikke beentjes. De Unité d’Habitation is een van de invloedrijkste sociale bouwwerken in de traditie van het ­modernisme. La Cité Radieuse, noemde Le Corbusier het zelf ook wel, het concept voor een ‘stralende stad’, waarin 1.600 mensen wonen, winkelen, sporten, eten, een filmpje meepikken. Het is een wederopbouwproject voor het door de oorlog beschadigde Marseille, voor Le Corbusier de kans om een groot woongebouw te realiseren dat voldeed aan zijn opvattingen van de moderne stad. Hij was voorstander van standaardisering van woningen en hoogbouw in de steden, om zo een hogere woonkwaliteit voor de lage inkomens betaalbaar te maken.

Het zwembadje op het dak van de Unité d’Habitation. Het betonnen complex herbergt honderden appartementen en ‘straten in de lucht’.   Beeld Paul Kozlowski
Het zwembadje op het dak van de Unité d’Habitation. Het betonnen complex herbergt honderden appartementen en ‘straten in de lucht’.Beeld Paul Kozlowski
null Beeld Paul Kozlowski
Beeld Paul Kozlowski

De versie in Marseille – hij zou ook Unités in Berlijn en andere steden bouwen – bevat 339 appartementen, de meeste split levels, met op enkele verdiepingen brede ‘straten in de lucht’, die het complex het idee van een complete wijk in een stad moesten ­geven. Het gemeenschappelijke platte dak bevat een zwembadje en atletiekbaan. Voor de Corbusier-fans: het is mogelijk in een originele Le Corbusier-hotelkamer te overnachten voor 80 euro. De Unité is opgetrokken uit béton brut, ruw beton, omdat in de wederopbouw een staalconstructie te duur was. Deze techniek heeft later tot de stijlnaam brutalisme geleid.

Le Cabanon, Roquebrune-Cap-Martin, Le Corbusier, 1951

Le Cabanon. Beeld Manuel Bougot
Le Cabanon.Beeld Manuel Bougot

Het is het meest ­onwaarschijnlijke en waarschijnlijk kleinste Unesco-monument ter wereld: een blokhut met het comfort van een middeleeuwse kloostercel bij Roquebrune, waar ­architect Le Corbusier vanaf begin jaren ­vijftig zijn zomers doorbracht. Zijn vrouw Yvonne kwam uit Monaco, waarop je vanuit Cap-Martin ­uitkijkt. Het is een zeer pragmatisch ingericht houten hok, op een mooi plekje vlak ­boven de zee waarin hij elke dag zwom.

Interieur van de Cabanon. Beeld Manuel Bougot
Interieur van de Cabanon.Beeld Manuel Bougot

E-1027 is zichtbaar vanuit deze plek. Ernaast liggen vier simpele ‘vakantiehuisjes’ – ook Unesco-erfgoed inmiddels – die door Le Corbusier zijn ontworpen voor zijn buurman en vriend Thomas Rebutato, die hem in ruil daarvoor de blokhut schonk. De dag van zijn dood in 1965 werd Le Corbusier in zijn zwarte zwembroek gefotografeerd door een jonge fan. Le Corbusier zou hebben ­gezegd: “Waarom ­fotografeert u oude mensen? Ga liever prinses Gracia van Monaco fotograferen of Brigitte Bardot in Saint-Tropez.” Le ­Corbusier is samen met zijn vrouw begraven, hoger op de rotsen bij Roquebrune.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234